Recht of krom

Ik twijfel er nog steeds aan, aan mijn keuze om een rechtszaak te starten tegen Dirk. Ik heb de keuze niet alleen gemaakt, maar samen met een zevental hulpverleners die benadrukten hoe belangrijk het was om wat te regelen.

Tot die tijd probeerde ik Dirk ‘onder controle’ te houden. Akkoordjes. Een beetje omgangsmomenten waar ik zelf dan van ‘profiteerde’ om wat noodzakelijks te gaan doen, en dan in mijn huis want hijzelf had geen context. Akkoordjes die koordjes rond mijn nek werden. Niet zelden moest ik gaan werken, en kwam ie niet opdagen. Niet zelden kwam hij ruzie maken, zocht hij seksueel contact op momenten dat ik al moeilijk genoeg had om gewoon op mijn benen te blijven staan – laat staan me te verdedigen tegen hem. Niet zelden eindigde het allemaal in een drama. Niet zelden kwam ik thuis om leemtes in mijn kasten te vinden. Niet zelden had hij alle lichten aangelaten en loeide de verwarming overal in huis (ik ben zelf extreem zuinig daarmee). Niet zelden had hij in mijn papieren gezeten en op het fototoestel gekeken naar foto’s die ik voor mij had willen houden (niets bijzonders, gewoon momenten van mij en de kinderen) (uiteraard deed ik na een tijdje de werkkamer op slot). Niet zelden gebruikte hij het feit dat ik in de tijd dat hij er was werkte/iets voor mezelf deed, tegen me. Eén keer vijsde hij de nummerplaten van mijn auto om die op een ander voertuig te gebruiken. Eén keer zette hij mijn auto met platte band terug op de oprit. (Lul. Uiteraard zette hij me onder druk mijn auto te gebruiken om naar de opvang te gaan. Terwijl ik jaren heb gefietst.) Het contact was telkens een beproeving voor me, omdat ik een tijd lang nog naar hem verlangde. Omdat hij mr Charming was en ik daar altijd van in de war geraakte. Omdat ik alles wat ik zag niet kon matchen.

Een rechtszaak dus. Deze arme stakker nam een advocate en een bijberoep om de advocate te kunnen betalen, en het hele zaakje werd in gang getrokken. Een absoluut verschrikkelijke rechtszaak met een boertige rechter en een van zijn kant verschrikkelijk geniepige advocaat later, had ik wel gekregen wat ik wou: een sociaal onderzoek, met persoonlijkheidstest voor hem. Wonder o wonder.
De advocaat weerlegde al mijn verhalen. Schilderde me af als een hysterisch wijf dat de breuk niet kon verwerken en wraak wou nemen. En zijn cliënt zou uiteraard dezelfde week nog een huis gaan huren, op eigen benen staan en werk zoeken. Ik in blinde paniek. Pas in januari kwam er wat beweging, huurde Dirk inderdaad een studio, ging hij twee dagen per week werken en outte hij zich als homo.

Ik onderging intussen gesprekken met een gerechtsexperte, en een huisbezoek. De vrouw in kwestie is vast wel kundig, maar ze stelt dingen uit en heeft een zweem van desinteresse over zich. Uiteraard moet ze afstand houden, dus ik begrijp dat ze geen klik probeerde te krijgen met me. Maar ik vond bij haar ook geen sterke wens terug om de waarheid boven tafel te krijgen om een zo goed mogelijk advies te schrijven.

Ik denk soms terug aan de juriste van Similes, die me aanraadde geen rechtszaak te starten. Dat je het tegen iemand die goed is in manipuleren bijna niet kan winnen. Dat je moet blijven proberen met akkoordjes. Tientallen jaren lang.
Zou dat gelukt zijn? Ik denk eerlijkgezegd dat hij me al lang had opgeknoopt, met die (ak)koordjes.

Nog een paar weken voor we weer voor de rechter staan. Ik word steeds nerveuzer, vraag me af of hij zich ook geout heeft tegen de experte, of hij door de test geraakt is, of ze hem sympathiek vond, of hij zijn diepbruine ogen in de strijd heeft gegooid. Of een gerechtsexperte zich laat manipuleren. Of een rechter zich laat manipuleren. Of mijn advocate tot het uiterste gaat. Of de zijne dat weer zal doen.

Wat ik alvast weet, is dat zo een rechtszaak geen kwestie is van de waarheid bloot leggen. Mijn waarheid is anders dan de zijne. Volgens mijn waarheid is hij een psychopaat die best minimaal contact met een kind heeft. Volgens zijn waarheid ben ik een hysterisch en wispelturig wijf die slalomt tussen afstand en nabijheid en niet kan omgaan met een relatiebreuk. Ik heb geen enkel vertrouwen in de waarheid die uiteindelijk aan het licht kan komen. Als mijn eigen ouders die een en ander meegemaakt hebben, zelf niet zien wat er aan de hand is en contact met hem onderhouden. Tja.

Ik ontwikkel mildheid naar mezelf toe. Kijk naar mijzelf in een rode jurk vorig jaar op de rechtbank. Vraag me af waarom ik dat in godsnaam toen alleen heb gedaan, maar vraag me voor binnen enkele weken af wie er in hemelsnaam is om mee te vragen voor iets dat niet bepaald een feestje is.

Ik weet dat ik domme dingen heb gedaan, dat het in de eerste plaats aan mezelf te danken is dat ik met een Dirk geëindigd ben. Ik weet dat het stom was om hem niet vroeger het huis uit te zetten, hem geld te lenen, zwanger te worden, begrip op te brengen, maar hem te blijven verlangen, … En toch, toch denk ik nu soms dat het taaie jaren zijn geweest en dat ik bij momenten nog wel een dappere strijd gevoerd heb. En nog steeds voer. Laten we gewoon maar even hopen dat er een punt komt waarop ik hier op kan terugkijken. Van op afstand. En dat alles wat nu onzeker is en pijn doet, dan in het verleden ligt en goed is uitgedraaid.

Epiloog. Intussen bood een vriendin aan mee te gaan naar de rechtbank. Omdat ze weet wat het is als anderen over je leven beslissen. Ik ben er nog steeds stil van, het is immers niet bepaald een picknick in het park…

 

 

 

 

Stoer

Ik zit aan de kant en luister naar het slotwoord van de studiedag. Ze komt naast mij zitten. Ze is een stoer wijf, mooi, sterk, krachtig. Ik heb een poppig jurkje aan, heb mijn haar los opgestoken en ben voor de gelegenheid vrij grondig opgemaakt. Concealer en foundation tegen de vlekkerigheid, de bleekheid, de jankerigheid. Het hielp. Ik stond er, ik heb gedaan wat moest. Op zo’n momenten, voor een groep, is het alsof ik uit één stuk besta. Mensen luisteren, ik praat, maak een grapje, zet ze aan het werk, nodig hen uit tot inzichten te komen, naar binnen te kijken, iets te delen met elkaar. Ik ben daar goed in. Het gaat vanzelf.

Ze vertelt me over haar kind, dat ze alleen opvoedt. Of er contact is met de vader, vraag ik. Ze zucht. Ze vertelt me over de man die ze buiten gezet heeft toen ze zwanger was, omdat ze zichzelf niet meer was bij hem. Ze ging kapot, terwijl hij floreerde. ‘Ik werd geen beter mens van die relatie,’ zei ze. En ik zie aan haar dat het een understatement is. Het contact met het kind? Hij probeert haar te raken, via het kind. Door het kind niet op te halen, door dingen te beloven en ze niet na te komen waardoor het kind volledig overstuur geraakt bij de moeder. Soms staat het kind daar als hij het moet ophalen. Met een boekentasje op de rug, op een leeg schoolplein. Huilend, wachtend. Zij lijmt de scherven dan.

Dat ze hulp heeft gezocht, vertelt ze. Want ze weet niet wat ze moet kiezen. Het contact met de vader blijven stimuleren, of het verbreken? Ik hoor dat ze oprecht zoekt naar wat het beste is, wat recht doet aan de betrokkenen, wat best is voor het kind.

Dat ze soms totaal uit haar dak gaat, vertelt ze. Waar het kind bij is, ja. Om hem, om de zoveelste frats. Om weken waarin alles goed ging en ze een beetje vertrouwen opgebouwd heeft. Net als ze wat achtelozer is geworden, gebeurt er weer wat. En dat het door haar ziel snijdt, om het kind dat het niet verdient om te staan wachten op een leeg schoolplein op iemand die niet komt .

We zitten naast elkaar. Ik met mijn poppig jurkje, zij een stoer wijf. Ze is vijftien jaar ouder dan ik. Ze staat er, helemaal. Ze straalt kracht uit. Ik vraag me af hoe ze prooi is geworden van die man, maar ik durf de vraag niet luidop stellen. Ik ben niet zo krachtig, ik ben zo popperig dat een collega me straks onder zijn hoede neemt en mij richting de juiste autostrade escorteert (en ja, ik kan dat zelf, maar ik kan vaak niet tegen mensen op). Zij is zo stoer dat ik denk dat ze alles voor elkaar heeft. Ze beantwoordt mijn vraag, zonder dat ik ‘m gesteld heb. Dat er geen liefde en erkenning was van haar vader. Dat ze die nodig had gehad.

Ik geloof oprecht dat de man waar ze het over heeft een persoonlijkheidsstoornis heeft. Net als ik geloof dat Dirk er één heeft. Het complexe aan persoonlijkheidsstoornissen is dat ze heel onbevattelijk zijn. Ik ben vast zwak en dom en ik heb een behoorlijke kwetsuur waardoor ik een prachtige prooi ben voor Dirk en als ik er niets aan doe, ook voor anderen. Maar ik heb wel een levende ziel. En dat maakt dat ik niet kan doorgronden hoe Dirk in elkaar zit. En dat maakt dat ik nooit voorbereid ben op wat er gaat volgen. Met mensen met een persoonlijkheidsstoornis maak je dingen mee die zo extreem zijn, dat je je afvraagt wie er nu eigenlijk gek is. Jij of die ander.

Met de woorden van Jan Storms:
‘Er is waarschijnlijk geen geestelijke afwijking zo vernietigend voor het web van menselijke relaties als psychopathie. Met zekerheid is het voor hen die met een psychopaat in aanraking komen de gevaarlijkste vorm van krankzinnigheid. De geestesziekte van de psychopaat heeft ogenschijnlijk alle kenmerken van gezondheid. Het is het bedrieglijk gewone dat ons geruststelt, vleit, inhaalt als een vriend of een geliefde, met als enig doel ons leeg te halen en te vernietigen. Psychopathie is parasitisme dat vermomd kan gaan als menslievendheid, onschuld, goedheid, superioriteit, hulp en hulpbehoevendheid. (…)
Wanneer iemand in de ware aard schouwt van een psychopaat, iemand die misschien al jaren met deze mens samenleeft, wanneer het masker valt, dan kan dit een schokkende realisatie zijn, een ervaring die ons hele beeld van de mensheid omverhaalt. Zo geperfectioneerd kan het masker van de psychopaat zijn, dat zie de psychopathische misleiding ontdekt, gaat twijfelen aan zijn verstand of zelfs in een crisis terecht komt die hem verlamt, ontreddert en – wellicht tijdelijk –  nog meer verstrikt in de destructieve relatie.
De prooien van psychopaten geraken vaak alles kwijt: hun relaties en bezittingen, hun gezondheid en hun baan, hun vertrouwen in de anderen, hun bereidheid om relaties aan te gaan, en hun goede naam.
Niettegenstaande de verschrikkingen die zij meemaken, staan zij vrijwel alleen. Wat zij moeten doorstaan is zo bizar en zo in tegenstelling met het gelikte masker dat de psychopaat aan de buitenwereld vertoont, dat zij niet geloofd worden wanneer zij erover vertellen.’

Eerlijk? Ik hoop elke dag dat het niet waar is. Elke dag. Daarom zoek ik hem op, kijk ik of er wat verandert, put ik hoop uit het feit dat hij eindelijk een thuisje voor elkaar heeft en wat werk, praat ik met hem, blijf ik proberen dat innerlijk te schouwen, coherentie te vinden in de persoon die hij is, een blijk te zien van echte empathie, of een geweten dat werkt. Zijn maskers werken perfect, en ik vind het moeilijk daar doorheen te kijken.
Bij Dirk zijn laatste frats kwam ik weer in een enorme crisis terecht, omdat het me terug wierp op die vraag: ben ik nu gek of is hij het? Er ontstond een vreselijk complexe mix in mij, van twijfel aan mezelf, van plots elk houvast missen. Maar ook: van hoop. Hoop dat het waar is, dat hij een gefrustreerde homoseksueel is met een functionerend geweten en echte empathie, die er een zootje van gemaakt heeft maar nu in het reine wil komen met zichzelf en anderen. Ik hoopte dat het zo zou zijn. Het zou zo tragisch zijn als de pest. Maar wel beter dan de realiteit. Mijn realiteit en die van het stoer wijf.  En die realiteit is dat we te maken hebben met iemand die ogenschijnlijk gezond (of zelfs charmant is – het stoer wijf zei over haar ex: ‘komt hij hier binnen, hij pakt je zo in‘), maar uiterst en ongeneeslijk destructief en onlosmakelijk met ons leven verbonden – want vader.

P.s. Ik heb jullie reacties gelezen. Ja, het enige dat ik kan doen is mijn eigen kracht ontwikkelen, de wonden helen, zorgen dat hij geen ingang meer heeft via mijn zwaktes. Ik weet intussen heel exact wat er met me aan de hand is, en volgende vrijdag doe ik maar weer eens een poging hulp te vinden bij het helen van mijn achillesziel en – hart. Ik beloof dat ik me niet meer laat gaan en geen instructies voor anusspoelingen meer tot mij neem.

P.s.2. Of ik dom ben? Vast wel. De enige verklaringen die ik heb voor de dingen die ik doe, is liefde en passie. Ik heb intens veel en oprecht van Dirk gehouden. Vandaar dat het zo moeilijk is van hem los te komen. Vandaar dat ik wel eens koffie dronk bij hem en hoopte een teken te zien van een echt mens die in staat is tot liefde, empathie, brokken lijmen, man en vader zijn. En ik doe mijn werk, niet omdat ik één of ander superdiploma heb (integendeel: ik heb een diploma waar ze op de arbeidsmarkt niet op zitten te wachten), maar omdat het mijn passie is, omdat ik het kan, omdat ik me goed voel in de organisatie. Dat is een domein van mijn leven dat niet besmet is door Dirk, en daarom ultiem belangrijk voor me.

 

Dirk & de ultieme verrassing

Dirk en ik maken ruzie. De gemoederen lopen behoorlijk hoog op. Maar ergens is het ook heilzaam (alsof je pas kan helen in het gesprek tussen dader en slachtoffer), en in momenten lijkt er een soort doorbraak. Of hij beseft hoe bang ik van hem was? Of hij weet wat het voor me betekend heeft om die rotbevalling alleen te moeten betalen? Dat hij me verwoest heeft door weg te gaan, maar ook door de tijd daarvoor. Hij schreeuwt dat hij dat weet, dat hij het niet wil horen. Ik huil met lange halen. Hij vertrekt, ik loop achter hem aan en schreeuw dat hij het weer doet. Me alleen laten op een moment dat ik er niet alleen voor wil staan.

Tien minuten later is hij terug. Ik zit huilend en trillend aan de keukentafel, ver weg van de Peuter die een filmpje kijkt op de bank. De Kleuter is er niet, maar goed ook.

Dan zeg ik het. Wat ik al ongeveer 20 jaar weet maar waarin alles samen komt dat er met mij aan de hand is, dat me belemmert, waar al die onevenwichtigheden van dit leven, al dat zotte en grenzeloze en absurde en uitgeputte vandaan komt.
Ik moet al heel mijn leven meer doen dan ik kan. Jij bent de eerste die ooit echt voor me gezorgd heeft en toen werd het alleen maar erger en liet je me in de steek.’

Ik huil en tril en ben tegelijk beyond reason en behoorlijk scherp, want in mijn hoofd komt alles samen. De moeder met manische buien en altijd overstuur. De vader die zich kapot werkte. De opdracht uit te rekenen hoeveel uren mijn vader had moeten werken voor nieuwe spullen die ik kreeg. Het feit dat ik een brusje ben, een zus van meerdere kinderen met een handicap. Dat ik als kind al wist dat er geen draagkracht genoeg was om het normale kind, ik dus, ook nog te geven wat het nodig was. Dus ik verstopte me in boeken, hield me op de achtergrond, vroeg weinig, kreeg weinig, deed mijn best om te helpen, verantwoordelijkheden te nemen, te koken voor het gezin, te luisteren naar mijn moeder en haar problemen, op te ruimen, de was te doen, onzichtbaar te zijn. Ik deed als klein kind al wat ik niet kon. Ik had elke dag buikpijn waar ik niets over durfde zeggen, ik dacht altijd altijd altijd dat ik moest overgeven, ik was godganse dagen doodsbang dat ik moest overgeven. Ik voelde me nooit gewoon goed. Ik speelde niet, ik las. Ik voelde me ouder dan andere kinderen. Ik probeerde alles goed te maken thuis, maar het werd nooit beter – wat ik ook deed of liet.
En later, het onvermogen om een goede wederkerige relatie te hebben. De angsten die gepaard gaan met moeder zijn. Het grenzeloze in werk. De hoge eisen aan mezelf. Dirk die even voor me zorgde. Ik die finaal voor hem viel. De verandering, de hel, zijn vertrek. Elke dag de opdracht meer te doen dan ik kan. Het gevecht met faalangst en uitstelgedrag en werk en gezin en huishouden. Dat dagelijkse gevecht met mezelf – over mijn recht op verdriet en op rust en op dat het soms genoeg mag zijn. Dat ik al heel mijn leven moe ben. Dat ik niet voor mezelf kan zorgen, dat ik gewoon niet voel of ik honger of dorst heb. Ik voel alleen pijn en vermoeidheid en kou.

Dirk kijkt me aan en zegt dat hij me iets gaat vertellen. Ik hoor hem amper maar kijk hem aan, en hoor dan het woord ‘homoseksueel’. Hij heeft me verteld dat hij homoseksueel is.

Het huilen houdt op. Ik stel hem vragen. Nee, hij heeft geen relatie met een man gehad en ja, hij hield van me en … Ik ben volkomen verbluft. Ik had alles verwacht, alles al eens gedacht. Maar dit nooit.

De crisis is totaal. Een uur later lig ik uitgeput op de bank, rillend van de kou. Dirk is doodkalm, praat tegen me, besluit bij me te slapen, houdt me heel de nacht vast terwijl mijn hoofd duizend kringetjes draait en ik niets begrijp, niets meer begrijp. Ook niet mijn eigen reactie.

Het is alsof de hemel op mijn kop gevallen is, alsof de wereld ingestort is.

Omdat het nu uitgesloten is dat hij ooit terug komt? Nee, dat wil ik immers toch niet? Ik denk dat de verwarring er eerder in zit dat dit een ander licht werpt op alles dat was. Ik ga er al een tijd vanuit dat ik te maken heb met een ex-partner met een persoonlijkheidsstoornis. Daarom ben ik een rechtszaak begonnen, om bescherming te zoeken. De persoonlijkheidsstoornis zou verklaren waarom de relatie zo destructief is geweest voor mij en hij me in puin heeft achtergelaten, duizenden euro’s armer, zonder ooit echte verantwoordelijkheid genomen te hebben voor om het even wat. Ik snap er niets van. Maar hij ligt  naast me en houdt me vast en zegt dat hij nu eindelijk eerlijk is met me en dat hij nu mijn man weer kan zijn en dat hij vanaf nu voor me gaat zorgen en dat we nog een kind kunnen krijgen samen. Dat gaat op in de enorme soep in mijn hoofd. Pas de volgende dag realiseer ik me hoe absurd het is.

The day after

Ik zet de peuter af om 7u. Hij huilt. Ik huil. Ik moet naar Duitsland rijden om daar een studieochtend te geven. Ik heb geen letter op papier, ik heb niets voorbereid. Niets. Ik heb geen tien minuten geslapen. Ik ben mezelf niet en ik herken mezelf niet.

Hoe verder ik rijd, hoe witter de omgeving wordt. Ik bel een vriend die zelf homoseksueel is. Ik hoor hem bijna fronsen. ‘Hee, meid, too little, too late,’ zegt hij. Ik krijg een smsje van een vriendin die me vraagt waarom ik hier zo van overstuur ben, dat het toch niets verandert aan wat me te doen staat. Ik bel Amber, die spontaan in lachen uitbarst. ‘Nee, niet Dirk,’ zegt ze.

Ik geef een studieochtend zonder een letter voorbereiding op papier. Er is een bord. Ik luister naar het organisatieprobleem, zet heel oldschool het model dat ik ontwikkeld heb op het bord en licht toe hoe het werkt en waarom ik geloof dat het een antwoord kan zijn op hun problemen. Vervolgens laat ik heb kennis maken met methodes en werkvormen uit het model. Het is heftig, enkele teamleden huilen tijdens de werkvormen waarin ze uitgenodigd worden perspectieven te verbreden, te veranderen, en te vertellen hoe ze bepaalde zaken ervaren en duiden. Als ik weer vertrek zijn ze dankbaar, er is wat gebeurd, ze zijn in beweging gekomen. Ik zet mijn zonnebril op, ga de baan op, schud mijn hoofd uit ongeloof, en dan begint het. De lange rit, waarin ik mijn ziel uit mijn lijf huil, waarna ik hees ben van het janken. Bij momenten hoor ik mezelf diep en wanhopig brullen als een gewond dier. Mijn tranen zijn zwart van de mascara, ik krijs van ellende. Ik wou dat ik dit niet moest meemaken, het is zo genoeg voor me.

Dan krijg ik een sms van een vriendin die me vraagt of Dirk ziek is of aandacht nodig heeft. Ik schud mijn hoofd. Het lijkt alsof ik plots wakker word. Dirk zijn bekentenis deed geen enkel puzzelstukje op zijn plaats vallen, het verklaarde helemaal niets. Bovendien heb ik geen enkele aanwijzing gehad om dit ooit te vermoeden en de vrienden die Dirk kennen en die ik in vertrouwen heb genomen, vallen even hard uit de lucht. Ik realiseer me plots dat ik mezelf niet ben. Onvoorbereid en zonder een minuut slaap naar Duitsland rijden en daar een studiedag gaan geven? Dat is helemaal niets voor mij, dat ben ik niet. Dit gevoel van vervreemding van mezelf herken ik van vroegere crises met Dirk. Ik herinner me plots hoe hij genoot van mijn crisis gisteren, hoe het aanleiding was voor hem om de boel over te nemen. Hoe zwak ik me voelde, hoe weerloos tegenover zijn besluit bij me in bed te komen. Hoe afhankelijk ik werd van hem. Hoe willoos. Ijskoud en glashelder weet ik plots dat het niet waar is. Het is niet waar. Dirk is een psychopaat en dit is zijn ultieme manipulatie. Wat niet wegneemt dat ik geloof dat hij het zelf gelooft, dat hij homo is.

Enige achtergrond. Ik heb altijd het gevoel al gehad dat Dirk zijn buitenkant en binnenkant niet met elkaar in verbinding stonden. Hij gebruikt maskers. Dingen die hij zei en deed correspondeerden niet met zijn innerlijk. Een heel duidelijk teken daarvan is dat hij heel betekenisvolle momenten uit onze relatie niet meer weet. Hij heeft daar met zijn buitenkant gehandeld, maar hij was daar innerlijk niet eens bij.

We hebben het hier over gehad en hij heeft dit toegegeven. Ik heb het boek van Jan Storms (‘Destructieve relaties op de schop. Psychopathie herkennen en hanteren’) tientallen keren gelezen en alles herkend: de dode ziel vanbinnen, verborgen achter verfijnde overtuigende maskers, de binnenkant en de buitenkant die niets met elkaar te maken hebben.

Ik realiseer me dat hij verborgen homoseksualiteit aanhaalt als verklaring om die kloof tussen zijn buiten- en binnenkant te verklaren, en alle ellende die daaruit voor gekomen is.  Maar het is niet waar. 

Dat hij homoseksuele gevoelens heeft, kan best. Homoseksuele fantasieën, homo-erotische verlangens. Mij best, daar sta ik niet van te kijken. Ik ben er zelf van overtuigd dat seksualiteit niet zwart of wit is, maar dat je ergens op een lijn zit tussen hetero- en homoseksualiteit. Ik ben zelf twee keer tot achter mijn oren verliefd geweest op een vrouw. No big deal, ik geloof dat dat kan. Ik geloof niet zo in de etiketjes homo, hetero, lesbo. En ik wil best aannemen dat Dirk altijd al en nu homoseksuele gevoelens koestert. Maar het is niet waar dat dat de oorzaak is van de kloof tussen zijn binnen- en buitenkant. Ik denk terug over de avond en de nacht, en zie hoe hij me bewust in crisis heeft gebracht om vervolgens te kunnen floreren, invloed uitoefenen. Hij schakelt mij uit, doet me vervreemden van mezelf en slaat dan toe. Psychopaten zijn mensen die anderen kopje onder moeten duwen om zelf boven water te komen. Dat is Dirk.

Ik haal de kinderen op, ben plots doodkalm. De avond verloopt normaal. Ik bel nog even met Amber. Ik vertel dat ik al een tijdje op zoek ben naar hulp, dat ik te uitgeput ben geworden, dat ik zodanig verzwakt was dat Dirk vrij spel heeft gekregen en de boel weer eens totaal op stelten heeft gezet, mij van mezelf heeft vervreemd.

Dirk belt. Ik stel de grenzen. Dat dit noch voor mij noch voor de kinderen goed was. Dat er afstand nodig is. En dat hij niet homoseksueel is, al geloof ik dat hij wel homoseksuele gevoelens kan hebben. Dat moet hij vooral uitzoeken als hij dat nodig vindt, maar het verandert niets aan het onrecht, de pijn, alles wat er gebeurd is dat niet had mogen gebeuren. En nee, hij komt niet terug om voor me te zorgen, nieuwe kinderen te maken of mijn man te zijn. Wat een absurd idee was dat ook.

The day after the day after

Ik voel me sterk en rustig, neem een aantal maatregelen. Alles is glashelder in mijn hoofd, van de parentificatie waar ik net over schreef, tot hoe alles geworden is vandaag en wat me te doen staat, namelijk mezelf beschermen en in mijn kracht komen om voor eens en altijd een einde te stellen aan de zooi met Dirk en ondeugdelijke mannen en al die pijn en dat grenzeloze in mijn bestaan. Maar het erge is dat ik al vaker op een punt van absoluut bewustzijn ben geweest en dat bewustzijn, weten wat er aan de hand is, niet altijd genoeg is om de stappen te zetten die nodig zijn om te helen en te veranderen. Daarom schrijf ik dit nu op, hier. En druk ik dadelijk op ‘publiceren’. Als ik het nu niet opschrijf, geraak ik het kwijt. Ga ik twijfelen. Word ik moe. Wurmt Dirk zich hier weer binnen omdat ik geen wapens heb en ik te moe ben om te denken, te kijken, de burcht te verdedigen.

De vriend die homoseksueel is komt langs. Het gesprek resulteert in een sms aan Dirk. Dat hij zelf de knoop maar moet ontwarren die gevormd is door realiteit, illusie en rechtvaardiging. Dat ik afstand neem van hem om in mijn kracht te kunnen zijn.

Dat het een nachtmerrie is, denk ik. En tegelijk heeft het alles op scherp gezet. Scherper dan ooit. Ik hoop, ik hoop dat dit de doorbraak is. Dat ik nu eindelijk al mijn eigen k**patronen kan veranderen, orde op zaken stellen, Dirk buiten houden, de moeder zijn die ik moet en wil zijn.