Momwar in de achtertuin

Rutte had net een toespraak gehouden.
Het zou allemaal nog veel langer duren.

En ja, dat was al duidelijk.
Maar het was dat, gecombineerd met extreem vermoeid zijn (echt, ik ben zo extreem extreem moe) en ongesteld.

We hebben een tuin, die we delen met de buren. Sommige mensen weten echter de ingang en komen er ook spelen.
Er zijn allerlei fietsjes, een zandbak, bankjes om op te zitten, een glijbaan.
Ideaal met jonge kinderen.

We onderhouden die tuin samen met de buren.
Planten nieuw gras. Verversen het zand van de zandbak. Houden het allemaal een beetje bij. Zorgen voor de kippen en konijnen.

De laatste tijd zijn er vaak best veel mensen in de tuin die geen buren zijn. En ik weet dat het naar is, maar in deze omstandigheden geeft me dat een vervelend gevoel. Omdat ik bij te grote drukte niet naar buiten durf met mijn kinderen. En dan voelt het toch wel als ‘onze’ tuin. En dat is het begin van alle gevoelens die tot de tweede wereldoorlog hebben geleid dus daar schaam ik me echt diep voor.

De dag na de toespraak van Rutte was er een mama met haar twee kinderen. Ze is er vaker. Ze was de hele tijd op haar telefoon aan het kijken. Haar zoontje riep haar verschillende keren en ze keek niet op.
Haar kleinere kindje hobbelde wat doelloos rond.
Haar zoontje schepte de aanhanger van de tractor vol zand.

Ik besloot haar aan te spreken.
Of ze er mee op kon letten dat het zand in de zandbak blijft.
(Ik giet dagelijks allerlei voorwerpen vol zand uit in de zandbak en in het gras komt ook veel zand terecht waardoor we het weer moeten bijplanten.)
En dat haar kind haar al verschillende keren geroepen had.

Ze vloog uit.
Dat ik altijd zo gespannen ben en dat ik het dan verpest voor iedereen.

Ik zei dat dat nogal een oordeel was.
Dat ze me niet kende, dat we nog nooit een gesprek hadden gehad. Dat we voor de tuin zorgen en dat het logisch is dat als je er gebruik van maakt, je er ook op let dat je kinderen er zorgzaam mee omgaan.

Ze zei dat ze heel sensitief is en dat ze dat kan aanvoelen, dat ik gespannen ben. En toen pakte ze haar kinderen en haar telefoon bij elkaar en ging weg.

Ik ging naar binnen met mijn kinderen en heb een half uur gehuild.

En daar pieker ik nu al dagen over.
Ja, ik ben gespannen. Er is wat aan de hand in de wereld dat veel impact heeft op mijn leven en ik ben doodmoe.

Heel sensitief – heel sensitief. Maar niet eens horen dat haar kind haar roept. Denk ik venijnig.

En dan ontwikkelt zich het besef. Ik denk dat dat zand me op zich niet zo ontzettend veel kon schelen. Hoewel ik echt vind dat je respectvol moet omgaan met de spullen van anderen.
Ik denk echter dat de echte trigger voor mij was dat kind, dat kind dat maar op zijn moeder riep. Die moeder die niet opkeek. Niet één keer.
En natuurlijk hoef je niet bij elke kick op te kijken.
Maar toch.

Ik denk dat ik daar extreem gespannen van geraakte. Van dat onbeantwoorde. Van dat kind dat niet gezien en gehoord werd.

Dat.
Dat.

Ik denk dat ik daar de rest van dag om gehuild heb.

(Want ja, zo een dag werd het. Van huilbui naar huilbui en dan om 18u doodmoe in bed gaan liggen met knallende hoofdpijn en dan nog denken dat ik Corona heb ook. Dramaqueen.)

P.s. Janneke Jonkman schreef ergens ooit in een blog of in een insta post dat ze tegen haar kinderen zegt; ‘ik zie jou’. Dat raakte me zo erg.
Ik probeer het vaak ook te zeggen en te menen: ‘ik zie jou – ik zie jou’.
Ik denk dat dat namelijk de basis is van wat ze nodig hebben.

P.s. Er is een dagelijkse Tiny Podcast maar ik zal ze gebundeld delen. Je kan je gewoon wel via Spotify vinden (De Tiny Podcast) en ook via podcast-apps.

Op maandag mocht ik een prachtig magisch verhaal delen van Kathleen :

Op dinsdag maakte ik me kwaad omwille van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die door Corona groter wordt. Dat raakt ook aan mijn pijnplek, namelijk dat ik in een nogal klassiek rollenpatroon ben gekomen met een wat oudere man die meer verdient dan ik:

En vandaag vertel ik het verhaal van toen ik een man mee uit vroeg en mijn telefoon vervolgens in de kledingkast opsloot.

Prinses is niet ziek

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

Prinses is niet ziek

Ik ben niet ziek,’ dacht ik. ‘Misschien ben ik eindelijk weer gezond.’

Na een paar gebeurtenissen die te maken hadden  met mijn gezondheid en die van mijn kinderen, haakte ik niet meer aan op mijn werk zoals het voordien ging. Ik kwam in een periode van twijfel terecht. Maar misschien is bezinning een beter woord. Twee dingen waren duidelijk: ja, ik doe mijn werk met hart en ziel en heb geen intentie daarmee te stoppen. En nee, zoals het tot nu toe ging, doe ik het niet meer. Ik kan het niet meer opbrengen.

Ik kan het niet meer opbrengen om ’s ochtends om vijf uur weg te sluipen van naast die slapende kinderen, om alvast wat voorsprong te nemen op het werk dat gedaan moet worden, nadat ik ’s avonds om 12 uur met een vol hoofd naast de mannetjes gekropen ben.
Ik kan het niet meer opbrengen om elke week weer een onmogelijk puzzel te maken voor opvang van de kinderen. Om bij Jan en alleman hulp te vragen. Wanhopig een reeks zestienjarigen te sms-en om te vragen om kinderen op te halen en op te passen.
Ik kan het niet meer opbrengen in paniek te geraken bij het verschijnen van waterpokken, hoestjes, koorts of wat anders. Om vervolgens koortsachtig oplossingen te beginnen zoeken voor kinderen die ziek zijn en liefst een beetje bij mij op de bank willen liggen.
Ik kan het niet meer opbrengen om mezelf in gang te houden met goed getimede pepdrankjes en shots koffie en/of suiker, om dat document nog af te werken of om die presentatie nog eens voor te bereiden.
Ik kan het niet meer opbrengen tijd te besteden aan twintig e-mails van collega’s die in volledige democratie een beslissing willen nemen over een activiteit voor een personeelsuitje. Al die zinloze dingen waar we ons in verliezen en wat ons tijd en energie kost die we aan onszelf of onze geliefden kunnen besteden.

Als je niet meer meedoet, kom je heel snel in een soort mallemolen terecht. De huisdokter wil je dan regelmatig zien en stelt meteen een doosje antidepressiva voor (nee, dankje). Je moet naar de bedrijfsarts en je baas belt op vaste tijdstippen om te vragen hoe het gaat. Iedereen lijkt er op gericht je zo snel mogelijk op te lappen zodat alles weer het oude wordt.

Ik kwam deeltijds in ziekteverlof terecht, en toen dacht ik het: ik ben helemaal niet ziek. Ik ben net eindelijk wat gezonder geworden. Het gezond verstand wint het van de waanzin. Het respect voor mijn grenzen en die van mijn gezin wint het van de absurditeit. Want zelfs als ik geen alleenstaande moeder (met intussen een uitstekend doch niet inwonend lief) was, zou ik aan dit tempo tegen de muur knallen. Ik zou dan ook geen zeventig mails per dag naar behoren kunnen verwerken, naast al het andere dat verwacht wordt. Ik zou dan ook niet ’s ochtends om 9 uur op een vergadering kunnen zitten na een lange reistijd en ’s avonds om 21 uur nog voor een groep staan en een goede presentatie houden.

Nou. Ik ben alvast genezen. Nu mijn huisdokter, baas en collega’s nog besmetten.

Temperament

Ik ben vast niet de perfecte ouder. Wie wel? Ik heb mijn issues en heb behoorlijk wat werk aan mezelf gehad de laatste tijd. Ik heb nog steeds een hekeltje aan dat alleenstaand moederen, omdat ik het een klus vind, alles beredderen. Ondanks hulpbronnen, ondanks pillekes-waar-mijn-kop-rustig-van-wordt, ondanks steeds meer dingen op de rails.

Ik heb weinig antwoorden en veel vragen. De gedachten die hier de laatste dagen geuit werden rond mijn moederschap, over eerlijkheid, kwetsbaarheid en negativiteit, blijven een beetje aan mij plakken.

En toen kwam dit voorbij. Ik vond het sowieso al een goede mama-site, die helpt niet te oordelen over jezelf en over anderen.

Dit stukje was nagel-op-de-kop bij mij:

Elke dag is er strijd bij ons thuis. Strijd bij het aankleden, strijd om wat er op de boterhammen moet, strijd omdat Max niet naar de opvang/opa en oma wil, strijd bij het ophalen, strijd bij het traplopen, strijd bij het avondeten, strijd bij het badderen, strijd om hoeveel boekjes er voorgelezen moeten worden, strijd om het slapen…voel je hem? Als je daar al zo’n tweeënhalf jaar dagelijks in zit dan wordt dat je realiteit.

Uit: Als je elke dag in oorlogsstand staat – door Femke Sterken

Hoe graag ik mijn beide kinderen ook zie, ik weet dat het met de ene elke dag strijd kan zijn, en met de andere mopjes tappen. En dat ligt vast deels aan de interactie, deels aan fouten die ik maak als ouder, maar ik geloof dat er ook een gedeelte terug te voeren is op het karakter van een kind. De oudste heeft een knoop in zijn karakter die het voor hemzelf en zijn omgeving lastig kan maken. De jongste is mister sunshine. Maar OOK: de oudste kan zichzelf perfect nuttig en gedreven bezig houden, heeft focus, interesses, ideeën. En de jongste komt te midden van een kamer vol speelgoed nog liefst aan mijn been hangen om te zeggen dat hij iets-anders wil.

Ik negatief? … Ik denk het zelf niet. Als ik negatief zou zijn zou ik vertellen over de vrienden die me gezegd hebben liever niet meer af te spreken met de oudste erbij, omdat ze dat te irritant vinden (er is inderdaad geen gesprek mogelijk, maar mijn moederhart krimpt). Als ik negatief zou zijn, zou ik vertellen over die keer dat ik met mijn kinderen vroegtijdig weg ben gegaan van een speeldate omdat één van de andere kinderen overprikkeld geraakte door mijn oudste en zich onveilig voelde. Als ik negatief zou zijn, zou ik vertellen over al die keren dat ik huilend ben terug gereden van wat voor andere gezinnen een leuke activiteit kan zijn en geen onhoudbare toestand.

Aan alle andere ouders van temperamentvolle kinderen: veel liefs.
Aan alle andere ouders van niet-temperamentvolle kinderen: niet oordelen.
Aan alle anderen: niet oordelen.

En je kan ook dit lezen.
En dit.

 

Prinses is een zoekende ouder

Altijd al heb ik het gevoel dat ik meer worstel met het ouderschap dan anderen. Omdat ik het alleen doe. Omdat het me leegzuigt. Omdat ik er niet zo erg van kan genieten. Als ik na de vakantie terug kom en eerlijk tegen mijn collega’s zeg hoe fijn  het is terug te werken en niet meer lange dagen alleen met de kinderen door te spartelen, kijken ze me wat verontrust aan. Een aardig iemand lijk ik vast niet.

Soms kijk ik naar de peuter en denk ik: als ‘gewone’ kinderen zo zijn, is het ouderschap best te doen. Zo zou ik er drie kunnen hebben. Of vijf. Of tien. De peuter is best wel eens ondeugend en ook wel een vies varkentje, maar hij is ook lief en zacht en geen enkele situatie met hem groeit me echt over het hoofd.

Met de kleuter is dat anders. Hij is zo ongelooflijk boos. Met de opvoedingsondersteuning maak ik dagschema’s, structuur en duidelijke regels, maar de woedebuien volgen  elkaar op. Ik merk dat de peuter en ik bij momenten geterroriseerd zijn door zijn gedrag. Eigenlijk ben ik vaak al bang als we iets samen gaan doen, omdat het altijd mis gaat.

Naast alle gedachten over wat voor slechte moeder ik ben en wat voor slechte opvoeding hij gekregen heeft, begin ik terug te lezen en herken ik hem in de kenmerken van een high-needs-baby. God, wat was het een drama toen hij baby was en niets ooit goed of genoeg was en hij vooral huilde. Maar ook nu nog is het nooit goed, nooit genoeg. En soms is hij ook heel breekbaar en lief en zie ik dat hij zijn best doet. En soms zie ik ook dat ik volledig in een negatieve spiraal geraakt ben met hem en dat we slecht op elkaar reageren.

En dan lees ik op een dag kenmerken van ODD. Een opstandig kind. Dwars. Verzet zich tegen gezag. (…) Ik kijk terug naar de aanpak die ik met de opvoedingsondersteuning heb gemaakt waarin mijn gezag eigenlijk versterkt werd door hem minder keuzes te maken en meer op te leggen. Jeetje, denk ik. Misschien hebben we het wel helemaal aan het foute eind. Hij vertoont inderdaad niet zo veel kenmerken van ASS, maar wel een oneindige boosheid. Zou het? … En zo ja, maakt het uit? … Alleszins de moeite waard om de aanpak een keer te veranderen. Wie weet. Niet inzetten op structuur en duidelijkheid, maar hem ruimte geven om te kiezen.

Ik pieker over de labeltjes. Ook de pyschiater waar ik bij ga omwille van mijn medicatie goochelt met labels die mij bezig houden en verontrusten. Ik zoek kenmerken op en kijk of ik mezelf er in herken. En dan besluit ik dat er misschien wel geen labeltje is dat past, op mij en op mijn Kleuter. Mogelijk hebben we allebei wel kenmerken die bij bepaalde labeltjes passen, maar hoeven we geen labeltje te adopteren. Alleen zou het wel fijn zijn als het leven wat relaxter kan zijn doordat we beter weten wat we nodig hebben.

Een dag uit het leven van Prinses & cO: juli 2016

Elke maand beschrijf ik een banale dag uit ons leven. Het leven zoals het is – Prinses & cO. (Co= kleuterzoon en peuterzoon).

Een dag uit julialsjeblief! 

Vierentwintig uur
Een dag waarin prinses even kinderloos is, ontbijt met een potje troost en geniet met een triest ondertoontje.

Vanaf nu zal dit één keer per maand gebeuren, 12 keer per jaar. 24 uur kinderloos. Ik twijfel of ik er over ga schrijven, omdat ik geen reacties wil als in ‘ooh, dat zou ik ook wel eens willen‘. Met het alleenstaande ouderschap is het namelijk alles of niets. Alleen ouder zijn of je kinderen niet bij je. Niets tussenin zoals eens een half uur op toilet een boekje gaan lezen terwijl je partner zich om de kroost bekommert, of een avondje uit met vriendinnen terwijl je partner zich om de kroost bekommert of … You get it. Alles is vermoeiend, niets is eenzaam. Hoewel er ouders zijn die hun kinderloze tijd heel goed invullen (de ondeugdelijke man had daar een handje van weg – reisjes, uitstapjes en vrouwen), vond ik het vooral heel overweldigend om te beseffen dat ik 24 uur alleen zou doorbrengen. Op voorhand had ik bedacht dat ik dan alles kon doen wat ik normaal nooit kan. Alle kasten uitkuisen, de tuin opruimen, sporten, afspreken met vriendinnen, naar de film, 500 mails beantwoorden, mijn werk inhalen, bijslapen en mijn benen ontharen. En naar de sauna. De realiteit was enigszins anders. Bij deze een dag uit het leven van Prinses, special edition, want zonder co.

18u
Een leeg huis. Raar. Stil. Ik ga aan de computer zitten en verzink in mijn werk. Ik laat de boel de boel. De buurman komt buurten en kijkt een beetje fronsend naar het aanrecht dat vol groenten ligt.

20u
O ja, eten. Ik heb soep gemaakt. Ik eet aan de computer.

23u30
Ik moet een aantal telefoontjes doen voor mijn werk. Het worden interessante gesprekken, ik eindig de avond met bladzijden vol nota’s, een voldaan gevoel en een kitkat. Ik voel dat ik moe ben, ik kijk op tegen het slapen. Vreemd genoeg ben ik bang, wat ik niet ben als er leven in huis is. Ik laat het licht op de gang branden, luister in bed naar een aflevering van de podcast de verwarde cavia, en val snel in slaap.

07u00
Ik duw de wekker af.

07u30
Eerste mailtjes en smsjes lopen binnen. Ik vermijd de keukentafel. Het is zo alleen. Ik zet de pc aan en begin te werken met een kopje koffie en een potje tiramisu.

11u00
Veel gedaan. Ik maak een lijstje van huishoudelijke taakjes die ik wil doen. Ik begin met lasagna maken. Een grote voor morgen, een mini-tje voor nu. Als de lasagna in de oven staat, doe ik de was, de afwas en ruim ik op. Ik eet met de krant erbij. Weinig honger.

13u30
Na een snelle douche maak ik een lijstje. Ik fiets naar de stad langs een natuurgebied, heel rustig aan. Ik ga langs in de bib, bij de koffiewinkel en haal een voorschrift op bij de dokter dat ik meteen inwissel bij de apotheek. Ik fiets rustig terug, geniet met volle teugen ondanks dat eenzame ondertoontje in mijn gevoel. Hoe lang is het geleden dat ik tijd had om naar de bib te gaan? Hoe lang heb ik niet gefietst?

15u30
Rekeningen betalen. Op de fiets heb ik zitten fantaseren over het kopen van een klein huisje, maar de financiële realiteit blijft confronterend. Mijn loon is net gestort maar ik geef een vierde ervan meteen uit, aan het betalen van opvang, een rekening van de school, water, elektriciteit, zorgverzekering, labo na een bloedtest. Slik.

16u00
Ik moet nog even iemand bellen. Alweer een lang en intens gesprek waarin ik veel geleerd heb. De laatste 24u heb ik allerlei erg uitdagende dingen kunnen doen op werkgebied. Nieuwe ideeën, nieuwe theorieën, ik heb echt bijgeleerd en dat is lekker. Ik stel mezelf voor als een oud vrouwtje in een huisje in Zeeland, alleen en innig tevreden met boeken, een fietstochtje en een kopje soep.

18u00
Eindelijk. Weerzien. Het is raar omdat er enerzijds een poging is om het gemis te verbergen dat er vingerdik op ligt, en anderzijds een poging om te verbergen dat het leuk was. Nou ja, auw. Tussen mij en Dirk was één en ander ontdooid maar nu is het weer ijskoud. Ik ben kwaad dat hij me dit aan doet. Dit hoort niet. Moeders horen niet van hun kinderen gescheiden te worden. Het is allemaal de schuld van zijn vertrek. Thuis volgt er soep, spelen, landen, bedritueel. We zijn weer samen, oef. En tegelijkertijd weet ik dat ik heel gelukkig ben op mijn ééntje en dat het me heel veel deugd doet om tijd alleen door te brengen. Na kinderbedtijd drink ik een kop koffie, lees ik een paar bladzijden uit het boek van Paulien Cornelisse dat ik uit de bib heb meegebracht.

20u30
Lezen. Schrijven. Erg moe maar ik wil graag nog enkele teksten afwerken.

23u00
Bedtijd. De angst is weg. Het licht gaat gewoon uit vannacht.

 

 

 

Geheimtaal

De opvoedingsondersteunster is er. Ik denk dat ze me al raar vindt als ik haar onderbreek als ze op puntje twee van de afspraken is, en ik vertel dat ik alles gelezen heb, het kort samenvat en het onderteken. Ik heb het een beetje gehad met behandeld worden alsof ik niet kan lezen en de context achter sommige afspraken kan ik zelf ook goed verzinnen.

Ik probeer een uur lang met hand en tand uit te leggen waarom ik al een jaar op haar wachtlijst kampeer. We hebben het over mijn schuldgevoelens waardoor ik moeite heb duidelijke grenzen te stellen, over mijn uitputting, de combi werk en gezin en over hoe dingen nooit relaxed zijn met de Kleuter. Ik probeer wat voorbeelden te geven maar ze kijkt alleen maar een beetje wazig.

En dan komt hij naar beneden en hebben we instant een scene waarin hij iets wil eten en niet uitgelegd krijgt wat en ik hem opties aanbied en hij kwaad wordt en huilt en vijf minuten lang niets meer zegt. En uiteindelijk aangeeft wat hij wil, wat ik exact maak zoals hij het wil. Waarop hij explodeert want dat bedoelde hij niet. Een half uur later pas trekt het bij en is hij weer aanspreekbaar. We maken samen een boterhammetje en hij eet het op en hij maakt een praatje met de opvoedingsondersteunster die me intussen heeft aangekeken met ogen als schoteltjes en gevraagd heeft of het altijd zo gaat. En pas dan, pas dan besef ik dat het niet normaal is dat zelfs een boterham smeren een drama moet opleveren. En dat alles met dit kind altijd moeilijker is dan nodig. En dat ik hoop dat de opvoedingsondersteunster een oplossing heeft. Of een antwoord op de mysteries. Waarom vertelt hij me bijvoorbeeld dat hij overgegeven heeft op school terwijl dat niet waar is?

Ik vraag haar wat ik anders had moeten doen met hem in de situatie. Ze weet het niet. Maar ze wil mee zoeken.

Blij dat er hulp is. Voor mezelf, maar vooral voor hem. Hij verdient een moeder die zijn geheimtaal kan ontcijferen.

 

Even wennen aan the new me

Het is avond. Ik rijd 100 km tot de plek waar ik ga slapen vannacht, omdat ik morgenvroeg hier een eerste afspraak heb. Ik rijd rustig in het donker. Adem diep. Doe aan vermoeidheids- en angstmanagement. Als ik erg moe ben kan ik wel weer eens een drukkend paniekerig gevoel krijgen (meestal getriggerd door overprikkeld geraken door de gewaarwordingen bij het rijden in het donker). Ik luister naar de mooie podcasts van Toendra. Allerlei verhalen van mensen, zoals het dagboekfragment van een prostituee. Eenmaal op mijn kamer heb ik de neiging om mijn pc open te klappen en mijn papieren bij elkaar te scharrelen. Maar dan herinner ik het me weer. Het is af, het is echt af. Het rapport zit in een mapje in mijn tas. In drievoud. Netjes. En vooral af.

Ik had me dit weekend voorgesteld dat ik tot diep in de nacht en tot twee minuten voor de beoogde presentatie aan het rapport zou moeten werken, zoals ik vroeger vaak deed (vroeger is twee weken geleden, fyi). Om dan in alle staten te vertrekken en te beseffen dat ik nog een kopie was vergeten maken ofzo. Maar nu kom ik toe en weet ik niet eens wat te doen, want het rapport is af. Ik moet het niet met een driedubbele espresso en wat wilskracht die ik ergens van mijn bodem probeer te schrapen, afwerken.

Ik moet nog wennen aan ‘the new me’. Het is alsof ik plots minder stokken in mijn eigen wielen steek. Alsof ik eindelijk wat meer van mijn potentieel vrij kan gebruiken. Vroeger werkte ik even veel, maar het was zo vaak vechten met mezelf, ploeteren en weinig bereiken. Nu pak ik dingen op, werk ik ze af, en geniet ik er van.

Hoe het komt? Enerzijds door Pim, en het emotioneel lichaamswerk. Ik kan het nog steeds niet uitleggen, maar ik ga met sprongen vooruit. Ik ben rustiger en vrijer.

Anderzijds heb ik een ‘clinic’ gevolgd bij Heidi Does.

Ik ga uiteraard Heidi haar ‘methode’ niet prijs geven, maar ze bracht me goede inzichten bij over multitasken (daar zijn we niet voor gemaakt) en over capaciteit en doorstroom van werk. Ik had te weinig doorstroom en de hele capaciteit slipte dicht, waardoor ik tilt sloeg. Via een betrekkelijk eenvoudig systeem heb ik overzicht over mijn taken en besteed ik mijn aandacht aan één taakje tegelijk. Ik heb weer doorstroom gecreëerd en zowel in mijn huis als in mijn werk begint de hopeloze niet-te-overziene stapel werk rustig te stromen.

Daarbij kwam dat ik in weken ging plannen. Dat werkt meestal goed en ik ben zelden nog onderweg zonder lunch en zonder twee doosjes rauwe groenten om te snacken in plaats van een kitkat te kopen in een tankstation. Het gebeurt nog wel eens natuurlijk, dat ik ergens te laat kom of dat ik het niet goed aanpak of wat gedesorganiseerd ben, maar dan denk ik gewoon ‘morgen beter’. Ik vergeef mezelf veel meer. Dat eeuwige mezelf op mijn kop zitten was toch ook niet zo lekker.

Intussen is er ook een nieuwe opdracht als zelfstandige in bijberoep op mijn pad gekomen. Ik kreeg de mail toen ik in Rotterdam in de auto stapte en heb heel de weg meegezongen met de auto van contentement, ook al is het een spannende opdracht die op korte termijn af moet. Ik ben gewoon niet zo bang meer dat ik niets kan.

Ik had besloten om niet op reis te gaan deze zomer met de kinderen, om financiële redenen. Maar nu denk ik dat ik ook een beetje moet leven met die mannekes en dat het wel heel cool zou zijn een paar dagen met de jongens naar Amsterdam te gaan. We kunnen Artis bezoeken, honderd keer met de tram rijden, het pontje nemen over het/de Ij (schappen wat niet past), een park zoeken en ijsjes eten. Waarom zou ik dat niet kunnen, alleen met twee mannekes? En waar een wil is, kan je een financiële weg vinden, Toch? (Ik ga er nog eens diep over nadenken en uiteraard zijn tips van Amsterdamse moeders welkom. Waar we de beste ijsjes kunnen eten bijvoorbeeld. In welke speeltuin Amsterdamse kleuters zich uitleven. En welk museum kidsproof is.)

En nee, ik ben niet meteen superwoman geworden. Ik kan me niet herinneren wanneer ik het laatst gestreken heb, mijn recent gewassen auto ligt alweer vol kruimels omdat ik een keer een croissant gegeten heb tijdens het rijden (strak plan, echt), mijn toegenomen gewicht baart me zorgen/mijn lijf zit me wat in de weg. Mijn doctoraat ligt nog steeds op de plank en mijn takenlijst staat nog steeds vol dingen die ik al veel eerder had moeten doen, en ik heb een milky way gegeten gisteren en ik geef mijn kinderen sojayoghurt als ze weer eens zitten te kokhalzen boven hun warme maaltijd, in plaats van hen op te voeden en hen alles te leren eten.

Het gaat beter. Echt. En stiekem, stiekem hoop ik dat het nog leuker kan worden. Wie weet.

 

Het leven zoals het is: op weekend met kinderen

Ik neem mijn jongens mee op weekend. Van zaterdagochtend, klokslag half tien, tot zondagnamiddag. We kunnen ergens gratis overnachten, dus waarom ook niet? Gezellig. Toch?

Vrijdagavond 20u00
Uitgeput, absoluut uitgeteld. Snel even de bagage maken? Euh, nee, ik sleep me naar bed.

Zaterdagochtend 06u00
Jongens wakker. Ik blijf koppig liggen.

Zaterdagochtend 08u00
Ontbijt met corn flakes. Nu alleen nog iedereen gewassen en aangekleed krijgen, de bagage in de auto doen, de afwasmachine en wasmachine leeg maken en het aanrecht opruimen en dan kunnen we gaan. Makkie.

Zaterdagochtend 09u15
Peuterzoon is aangekleed, maar dat lag meer aan de diarree-explosie dan aan goede planning. Kleuter en ik nog in pyjama. Ontbijt staat er nog. Was aan het ophangen. Peuter voelt dat er iets op til is, hangt aan mijn been, wil geknuffeld worden. Ik investeer vijf minuten in oprecht knuffelen in de hoop dat hij daarna wil gaan spelen. No way. Uiteraard.

Zaterdagochtend 10u40
Ik heb nog maar één keer tegen de jongens geroepen. Beide kinderen aangekleed, nu ik nog. Helft van de bagage staat klaar. Zet de jongens voor youtubefilmpjes uit wanhoop. Werkt altijd. Sus mezelf dat het maar voor twintig minuten is, ben immers zo klaar.

Zaterdagmiddag 11u50
We rijden. We rijden. Echt waar. En ik heb waarschijnlijk alles mee. Toch? Pyjama’s, luiers, speelgoed, kleding, eten.

Ruzie op de achterbank.

Kleuterzoon misselijk.

Ik heb het gevoel dat ik een hoge bloeddruk heb.

Zaterdagmiddag 14u00
We zijn er, bagage uitgepakt. Even wat eten. Peuter weigert eten. Kleuter wil wat anders, iets dat ik niet bij heb.

Naar buiten. Oh, het regent. Nou ja, toch even dan.

Zaterdagmiddag 15u30
Natgeregend. Alledrie verkleumd. We gaan een wafel eten. Mijn kinderen breken het cafeetje bijna af. Naast me zit er een man met vier kinderen die zich allemaal gedragen.

Ok, gewoon even voor de duidelijkheid: hoe komt het dat kinderen van elke maaltijd een zootje maken? Vorken op de grond, slagroom overal, plakkerige handjes. En uiteraard moet de Kleuter net kaka als de dampende wafels voor onze neus staan. Daar heeft hij een patent op.

Zaterdagmiddag 17u00
Topmoment, wat boodschappen doen in een vreemde supermarkt. Kinderen racen met de kleine karretjes achter me aan. Kleuter rijdt maar één keer tegen de benen van Peuter. Heel de winkel heeft het geweten. Verder gaat het voortreffelijk. Door de regen, met een boodschappentas en twee kinderen, naar de auto. Andere auto rijdt door plas. Wij nog natter. Fijn.

Zaterdagavond 20u00
Gekookt, gegeten. Duizend ruzies. Film gekeken samen. Te moeilijk voor Peuterzoon die in modus stoorzender ging. Peuter in bed gelegd. Nu Kleuter nog.

Zaterdagavond 21u00
Kinderen in bed. Kleuter wil niet slapen, vreemde omgeving. Ik was af en ruim op.

Zaterdagavond 22u00
Bed, rust, aarghl. O f***, ik had mijn computer bij, ik ging heel de avond werken… Zzzz.

Zondagochtend 05u00
Wakker. Het is nog nacht. Nacht zeg ik. NACHT.

Zondagochtend 08u00
Ja, ja, ja, we gaan eindelijk opstaan, ja.

Zondagochtend 10u00
Allemaal gedoucht, aangekleed, ontbeten. Ik begin al terug in te pakken. OMG, hoeveel bagage hadden wij bij?

Zondagochtend 11u00
Hm, nog iets gaan doen? Nee. Hier spelen is wel goed zo.

Zondagmiddag 12u00
Lunch. Niemand lust het.

Zondagmiddag 13u30
Stadje bezoeken. Jongens lopen ofwel voor me uit, wat gevaarlijk is. Of ze moeten plassen. Of willen snoep. Of Peuter hangt aan mijn been. En o jee, we passeren een speelgoedwinkel.

Zondagmiddag 16u30
Thuis. Uitgeput. Kleuter nog misselijk van de rit. Peuter niet genoeg geslapen. Dit wordt nog een taaie avond. Ik voel me leeg.

Maandagmiddag lunch
Of ik een leuk weekend heb gehad? Ja, hoor, prima. We zijn er even tussenuit geweest.

 

Er even tussenuit met de kinderen. Relax. Toch?
Hoe gaat dat bij jullie?

 

Het moederschap: vragen & verwonderen

Zeker weet ik het niet, maar mogelijk, mogelijk, zou een ander kind dan ikzelf in mijn gezin-van-herkomst prima gefunctioneerd hebben. Ik denk dat ik op zich ook wel prima functioneerde (als in: ik zorgde niet voor veel problemen), al had ik wel elke dag buikpijn waar ik niets over durfde zeggen. Maar langs de buitenkant gezien waren we een heel ‘gewoon’ gezin: moeder en vader, moeder jarenlang thuis voor de kinderen, elke middag gingen we thuis warm eten, we werden nooit in de opvang gestopt, jaarlijks een reisje naar zee, …

Toen ik het huis uit ging, ‘op kot’ om te gaan studeren, werd ik depressief. Ik kreeg medicatie van een kettingrokende psychiater. Ik hield aanvankelijk verborgen voor mijn ouders dat het niet goed met me ging, maar onder invloed van de medicatie lag ik dagenlang op bed, niet in staat mijn armen en benen op te heffen. Ik kwam vliegensvlug ongeveer vijf kilo bij die ik nooit meer kwijt gespeeld ben. Op mijn ééntje besloot ik te stoppen met die medicatie. Ik zou het zelf wel doen.

Een deel van ‘het zelf doen’ was dat ik met mijn ouders zou praten over hoe het voor mij was geweest op te groeien in mijn gezin-van-herkomst. Ik nodigde mijn moeder een keer uit om te eten om te vertellen over de parentificatie door op te groeien in een gezin met kinderen met een handicap. Ze wou niet luisteren, zei dat ze altijd een goede moeder was geweest en vertrok. Destijds zag ik haar ups en downs gerelateerd aan die zorg in ons gezin, intussen zijn we twaalf jaar verder en heb ik genoeg meegemaakt om te weten dat ze ook een vrij labiele aard heeft en bijvoorbeeld haar interesse heel snel verliest.

Intussen zijn we dus twaalf jaar verder en ben ik zelf moeder van twee kinderen. Ik heb de indruk dat mijn eigen moeder zich nooit veel vragen stelde over het moederschap, maar zich er ook weinig over verwonderde. Ik stel me elke dag vragen over het moederschap en doe niet anders dan me verwonderen. Mijn moeder knuffelde ons nooit (als we het probeerden, riep ze dat dat pijn deed – vrij vreemd achteraf gezien) terwijl ik mijn jongens tot in den treure kus en knuffel en kietel en aai. En daarbij zeg ik dan hoe blij ik met hen ben.

Maar goed. We zijn dus twaalf jaar verder. Ik ben in de dertig en nu pas, nu pas!, heb ik hoop dat ik mijn niet eens extreme opvoedingssituatie thuis aan het verwerken ben. Bij mijn weten ben ik slechts sporadisch geslagen (dat was precies iets dat in die tijd nog gebeurde – het ging bij ons niet om een pedagogische tik, de vingers van mijn moeder stonden letterlijk wel eens in mijn vel ‘afgedrukt’), en is er verder niets heel ergs gebeurd, behalve dat ik als kind meer verantwoordelijkheid nam dan ik aankon, dat ik het gevoel heb weinig vertrouwd te zijn, aangemoedigd, gesteund en gezien en dat ik mijn moeder niet echt kon vertrouwen en dat mijn vader nogal ‘afwezig’ was. En ook dat ik het gevoel had dat ik maar niet te moeilijk moest doen omdat dat te lastig was, thuis. Maar eerlijk, wie heeft er een ‘normale’ jeugd gehad met twee levenslustige gelukkige ouders? En wat is dat dan, ‘normaal’?

In het emotionele lichaamswerk verwerk ik de pijn. Eindelijk, ik ben ouder dan dertig en begin me eindelijk wat vrijer te voelen.

Maar intussen ben ik zelf moeder. En na elke sessie bij Pim tolt mijn hoofd. Welke groeven trek ik in het leven van mijn jongens? Gaan ze later ergens bij een therapeute vertellen dat hun moeder jarenlang geworsteld heeft met het alleenstaande-moederschap en dat ze daar last van hadden? Dat ik ze wel eens huilend in bad heb gezet? Gaan ze beschadigd zijn door de kussen en knuffels die ik hen geef en doordat ik benadruk hoe blij ik met hen ben? Gaat de peuter op een dag beseffen dat hij liever een eigen bed had dan elke nacht bij me te slapen? Groeien ze met het beeld op van een moeder die altijd moe is? Die hen vaak heeft achter gelaten omdat ze ging werken? Die afwezig was? Herinneren ze zich de momenten waarop ik van uitputting en onmacht kwaad ben geworden? Voelen ze zich veilig of onveilig? Gaan ze later tegen hun therapeut vertellen dat ik liever de krant las dan mee met de lego te spelen? Hebben ze last van het feit dat ze naar de kinderopvang zijn gegaan?

Met de Kleuter is het vaak sowieso complex, maar dat is ook al heel zijn leven zo. Ik ben nog steeds in blijde verwachting van hulp – intussen sta ik al negen maanden op een wachtlijst voor opvoedingsondersteuning en heb ik nog steeds geen nieuws. Wat er o.a. aan de hand is, is dat hij intellectueel heel sterk is, maar emotioneel op een veel lager niveau functioneert. En dat maakt het soms allemaal heel explosief.

Met de Peuter gaat alles heel de tijd vanzelf en ik heb vaak het gevoel dat hij het beste in me naar boven haalt. Een nogal zweverige vriendin zei me eens dat hij een heel bijzonder spiritueel kind is. Ach, het zal best. Hij lijkt goed in zijn vel te zitten, heeft het gezellig hier, plaagt een beetje en is wel eens ondeugend, komt ook kussen en knuffelen en flemen. Als ik een nacht weg ben gebleven voor het werk gebeurt het dat hij oogcontact weigert als ik dan terug kom. Ik weet niet goed wat dat betekent, maar dat trekt altijd weer bij en dan hebben we het reuze fijn. Is dat echt, of past het kind zich aan aan mijn draagkracht? Ik weet het niet.

Ik hoop dat ik die twee mannetjes van me zo onbeschadigd mogelijk door hun jeugd kan loodsen. Maar ik vraag me elke dag af of (ik) dat kan. En hoe dan.

 

 

 

 

 

 

Het leven zoals het is: single mom

Uiteraard heb ik getwijfeld vooraleer ik mijn post van zondag heb gepubliceerd. Het is meer dan met je billen bloot, vertellen dat je je kinderen de stuipen op het lijf hebt gejaagd omdat je hysterisch bent geworden.

Maar het is hier wel van ‘het leven zoals het is: single mom + kinderen’. En de crisis die ik beschreef was nu net heel erg ‘het leven zoals het hier is’. Op zijn slechts, wel te verstaan.

Hoe is het hier verder gegaan, sinds maandag?

-1- Normaal doen. Sommige mensen denken dat je in zo’n situatie best thuis blijft, bij voorkeur in bed. Ik weet voor mezelf dat het doen wat je normaal doet je snelst op de rails krijgt. Dus reed ik op maandagochtend richting werk, de volle 200 km, met een volle vergaderagenda voor de dag. Op de heenweg schoten er regelmatig tranen in mijn ogen, als ik dacht aan het geluid van mijn huilende kinderen. Een paar collega’s vroegen me hoe het ging. Bij enkelen zei ik er iets over (dat het moeilijk was thuis). Ik weet niet of dat een goed idee is, ik merk dat mensen daar ook niet echt op reageren. Mogelijk bedoelen ze dat niet met de vraag. Whatever. Daar kan ik me nu ook niet druk over maken.

-2- Ik besloot dat ik hulp nodig heb. Ik heb het voorbije anderhalf jaar aan heel veel deuren geklopt, maar ik heb een beetje een niet-voor-de-hand-liggend-profiel voor iemand die hulp nodig heeft. Ik ben namelijk iemand die hoog opgeleid is en een inkomen heeft, dus ik val eigenlijk overal een beetje door de mazen van het net (als je geen inkomen hebt, heb je ongeveer overal recht op) en met alle respect: ik ben verstandiger dan 80% van de resem stagiaires en hulpverleners die ik het afgelopen jaar heb gezien.
Wat wel goed is, is dat ik op een gegeven moment, toen ik al murw was van aan al die deuren te kloppen, elke keer mijn verhaal te vertellen en ook nog een keer aan de stagiaire want ik ben een goede casus, opgepikt ben door iemand die aan het hoofd staat van een dienst die ik nu niet verder ga noemen, en die de keuze maakte echt voor me te gaan. Die heeft o.a. geregeld dat alle betrokken hulpverleners samen aan tafel gingen met me en dat we op die manier samen wat stappen konden zetten (dat heet: cliëntoverleg).
Ik heb alleszins maandag die mevrouw opgebeld, eerlijk gezegd wat er gebeurd was. Ik heb haar ook gezegd dat het erg was (want ze zei ook dat ik onder zware druk sta en dat het begrijpelijk was dat het zo mis gegaan is, maar dat vind ik niet). En dat ik hulp nodig heb. Ze vroeg me wat ik in gedachten had. En weet je, als ik het zelf mag kiezen, zou ik zeggen: kraamhulp. Ik herinner me de dag waarop ik in eigen huis werd uitgenodigd aan een gedekte ontbijttafel door de kraamhulp die meteen ook op toverachtige wijze een ovenschotel voor ’s avonds had klaar gezet in de koelkast. Iemand die even voor me zorgt, heel even niet alles alleen doen, even niet alleen zijn met de mannen, iemand die in huis de boel even doet draaien zonder dat ik dankbaar moet zijn of een relatie met die persoon moet onderhouden. Kraamhulp dus, alleen mag dat niet als je jongste al 2 is denk ik. Wordt vervolgd.

-3- Ik had een taai gesprek met een vriendin. Ik weet nog altijd niet goed wat ik er van denk, maar het viel weer in de dynamiek die als volgt gaat: ik vertel dat het eigenlijk niet goed gaat en de andere bombardeert me met tips (van het genre: ga naar de Aldi in plaats van de Colruyt, hang toch gewoon een schema op voor die kleuter, geef je baan op, ga wat anders doen…).
Er zijn drie dingen waardoor dat voor mij niet goed werkt.
a. De situatie is complex, ik ben heus niet zo dom dat ik de tips die op me af gevuurd worden niet zelf kan bedenken. Maar elke mogelijkheid heeft weer een nadeel. Zoals mijn keuze om als zelfstandige in bijberoep te werken wat financiële ruimte heeft gegeven om mijn advocate te betalen, maar ook de werkdruk enorm verhoogd heeft. Alleszins geeft zo een bombardement aan tips me enerzijds een schaamtevol gevoel (ik voel me dan dom) en anderzijds val ik dan in de neiging me te gaan verantwoorden over vanalles en nog wat. Dan zit ik plots uit te leggen dat ik gewoon eens in Albert Heijn was omdat ik een brood nodig had en dat weet-ik-veel-wat voor kleins nog, en dan denk ik: waar hebben we het over? Ik wil helemaal geen verantwoording afleggen over mijn boodschappen.
b. Ik vrees dat ik onderhevig ben aan het effect van schaarste: ‘Armoede (langdurige schaarste) zorgt er bijvoorbeeld voor dat men moeilijk nieuwe vaardigheden aan kan leren en gebrek aan tijd leidt ertoe dat we op de lange termijn steeds onverstandigere beslissingen nemen.’ Zie hier. Ik ben al een tijdje onderhevig aan schaarste: geld, slaap (!!!), rust, tijd, liefde-warmte, zorg, … Ik vrees dat ik inderdaad niet zo ongelooflijk vermogend meer ben om veel slims te bedenken en stappen te zetten, ik ben ook niet zo vermogend meer om me goed te organiseren. Het frustreert me, het maakt me boos.
c. Zoals ik al zo vaak zei: ook ik heb de neiging tips te geven en alles wel eens snel op te lossen voor een ander. Maar soms is het goed om met elkaar even te concluderen: hee, wat vervelend allemaal. En dat dan uit te houden. Dat laat de ander meer in zijn waarde. Of zie ik het fout?

-4- De jongens. Ze zijn wat schrikachtig. Ik heb geprobeerd er met hen over te praten, alleen zijn ze vijf en vijf jaar oud. (De jongste is twee, maar hij zegt vijf. Vijf is het nieuwe twee.) Ik denk dat ik vertrouwen moet (her)winnen en zorgen dat het nooit meer gebeurt. Er is alleen nu zo’n risico tot overcompenseren, waardoor de verhoudingen hier in huis hoe-dan-ook scheef zijn. En dat mag niet. Ik de moeder, zij de kinders. Dat moeten we hebben. Stickers op de grond kleven en op tafel kleuren met stiften mag nog steeds niet. Ik mag niet bang zijn om daar een grens te trekken, en zij mogen niet verkrampen als ik dat doe.

-5- All of you. Dank. Jullie reacties waren erg betrokken, erg warm. Stof tot nadenken. Ook fijn van andere moeders te horen dat je jezelf niet altijd in de hand kan houden. Het voedt alleszins mijn overtuiging dat het goed is ‘het leven zoals het is: single mom + kinderen’ te hebben hier. Fuck fake, toch?