Fragiel

Met vallen en opstaan gaat het hier. En met wat significante verbeteringen. Door de nieuwe therapie heb ik bijvoorbeeld veel Dirk-vragen en – gedachten kunnen loslaten. Wat oplucht en ruimte geeft, zonder twijfel.

Vandaag sprak ik met een lieve vriendin die vroeg hoe het met me ging. Dat vind ik altijd een moeilijke vraag, maar in het antwoorden ontwikkelde zich een inzicht. Dat inzicht is dat het leven als alleenstaande ouder in deze omstandigheden heel fragiel is en dat alles daarbij met alles samen hangt. Er zijn geen buffers, de verschillende levensdomeinen hangen iets te nauw met elkaar samen.

Drie voorbeelden.

  1. De zieke peuter. De Peuter is even ziek geweest. Dat betekende vier heel slechte nachten op rij (lees: vechten tegen de koorts van 1 tot 7), thuisblijven van het werk, … We zijn nu alweer een week later, maar de gevolgen wegen heel zwaar door. Ik ben nog steeds extreem vermoeid en heb erge hoofdpijnen en spierpijn (lees: ik voel me fysiek echt ellendig). Er is namelijk geen enkele mogelijkheid geweest om te recupereren. Maar ook: mijn  werk is blijven liggen en ik krijg het niet bijgebeend. Door de combinatie van de erge vermoeidheid en het achterstallige werk, voel ik dat ik weer wegzak en veel energie nodig heb  om mezelf mentaal ‘op de been’ te houden. Zo weinig is er nodig om alles hier op scherp te zetten. Het enige dat ik lijk te kunnen is op tijd naar bed gaan. Dagen na elkaar. Maar ik voel me niet beter en het werk dat ik ’s avonds zou moeten doen, blijft alweer liggen. Ik ben zo eindeloos moe…
  2. De opdracht. Ik had een maandelijkse opdracht als zelfstandige voor onbepaalde tijd. Ik ging er misschien te gemakkelijkheidshalve vanuit dat het even zou duren, dat de extra inkomsten dus structureel zouden zijn voor een tijdje. Vroeger dan ik verwacht had, werd de opdracht afgerond. Dat mag, maar het hakte er hier ongelooflijk in. Omdat ik er een klein gevoel van veiligheid aan verbonden had, denk ik. Maar ook: omdat het systeem heel fragiel is en een ruk aan dat touwtje meteen betekent dat de drie tot vier dagen vakantie die ik had willen plannen met de jongens in de zomer, niet haalbaar (of zeer weinig vanzelfsprekend) zullen zijn. Ik denk dat bij weinig mensen oorzaak en gevolg zo kort met elkaar verbonden zijn. Gelukkig maar. Ik werd eerlijkgezegd heel moedeloos van dit voorval. Omdat het een opdrachtje was dat vanzelf op me af gekomen was. Ik had er enige hoop aan ontleend, dat de omstandigheden wat begonnen te keren, dat ik ergens op kon rekenen, dat ik ergens in mocht vertrouwen. Het is vervelend dat ‘kleine’ dingen zo ongelooflijk veel uitmaken, dat ik niet in staat ben de impact van kleine dingen te bufferen. Ik voel me er ook slecht bij dat het me zo verdrietig maakt, ik vind dat ik er gewoon professioneel mee zou moeten omgaan. Maar een keuze die elders ‘licht – achteloos’ gemaakt wordt (veronderstel ik), hakt er hier stevig in. Dat voelt zo… Stom. Ik wil dankbaar zijn omdat het er was, maar ik ben vooral verdrietig omdat het weg valt.
  3. De plagende peuter. De peuter heeft een fase. Een fase die ik me ook herinner van de grote broer. Een fase waarin er geplaagd en getest wordt. Een fase waarin er vanuit het bed duizend keer geroepen wordt. Dat duurt allemaal tot mijn geduld op is. Want er is geen buffertje ander geduld voorradig. Dus riep ik tegen de peuter, dat het genoeg was. Waarna ik dacht dat hij als kind die ruimte moet kunnen voelen – de ruimte om te testen en te plagen. Toen keek ik een filmpje over de vreselijke aanslagen en er werd verteld dat een huilende peuter naast het levenloze lichaam van een moeder zat. Huilend, na twee explosies. Ik ben instant naar mijn peuter-met-een-fase gegaan en heb hem op mijn schoot tot rust laten komen tot hij in staat was om te slapen. Ver voorbij mijn eigen voorraad energie of geduld, maar wel wat ik op dat moment moest doen.

En zo. En zo.
Zo was er ook een oudercontact over de Kleuter, die in de kring weinig vertelt over zijn weekend. Onderweg naar huis dacht ik terug aan het weekend, waarin ik soms urenlang op de bank lig omdat alle energie of al het geld op is om wat leuks te gaan doen. Dat voelt vanbinnen heel breekbaar. Een gedachte die in je op komt, een besef, waarbij je probeert de gedachte niet te denken, het besef niet te hebben, omdat dat soort gedachten je in flarden scheuren als je ze te veel ruimte geeft.

En zo. En zo.
Zo lijkt iedereen vooruit te komen. Er worden huizen gekocht, babies geboren, reizen geboekt, nieuwe lieven voorgesteld en doctoraten verdedigd. En hier is het systeem zo fragiel dat ik bij momenten volledig lam gelegd ben en dat ik mijn uiterste best moet doen om alles hier niet te doen instorten (mijn gezondheid, mijn baan, …) in plaats van dat ik verder kan bouwen – zoals veel mensen rondom met gemak lijken te doen.

En ja, ik moet me wapenen, en nee, op een ander is het niet altijd beter, en ja, er is ook veel om dankbaar om te zijn, en ja hoor, het valt allemaal wel mee. Maar soms, soms, is het allemaal zo fragiel dat het vanbinnen uit elkaar spat.