Momwar in de achtertuin

Rutte had net een toespraak gehouden.
Het zou allemaal nog veel langer duren.

En ja, dat was al duidelijk.
Maar het was dat, gecombineerd met extreem vermoeid zijn (echt, ik ben zo extreem extreem moe) en ongesteld.

We hebben een tuin, die we delen met de buren. Sommige mensen weten echter de ingang en komen er ook spelen.
Er zijn allerlei fietsjes, een zandbak, bankjes om op te zitten, een glijbaan.
Ideaal met jonge kinderen.

We onderhouden die tuin samen met de buren.
Planten nieuw gras. Verversen het zand van de zandbak. Houden het allemaal een beetje bij. Zorgen voor de kippen en konijnen.

De laatste tijd zijn er vaak best veel mensen in de tuin die geen buren zijn. En ik weet dat het naar is, maar in deze omstandigheden geeft me dat een vervelend gevoel. Omdat ik bij te grote drukte niet naar buiten durf met mijn kinderen. En dan voelt het toch wel als ‘onze’ tuin. En dat is het begin van alle gevoelens die tot de tweede wereldoorlog hebben geleid dus daar schaam ik me echt diep voor.

De dag na de toespraak van Rutte was er een mama met haar twee kinderen. Ze is er vaker. Ze was de hele tijd op haar telefoon aan het kijken. Haar zoontje riep haar verschillende keren en ze keek niet op.
Haar kleinere kindje hobbelde wat doelloos rond.
Haar zoontje schepte de aanhanger van de tractor vol zand.

Ik besloot haar aan te spreken.
Of ze er mee op kon letten dat het zand in de zandbak blijft.
(Ik giet dagelijks allerlei voorwerpen vol zand uit in de zandbak en in het gras komt ook veel zand terecht waardoor we het weer moeten bijplanten.)
En dat haar kind haar al verschillende keren geroepen had.

Ze vloog uit.
Dat ik altijd zo gespannen ben en dat ik het dan verpest voor iedereen.

Ik zei dat dat nogal een oordeel was.
Dat ze me niet kende, dat we nog nooit een gesprek hadden gehad. Dat we voor de tuin zorgen en dat het logisch is dat als je er gebruik van maakt, je er ook op let dat je kinderen er zorgzaam mee omgaan.

Ze zei dat ze heel sensitief is en dat ze dat kan aanvoelen, dat ik gespannen ben. En toen pakte ze haar kinderen en haar telefoon bij elkaar en ging weg.

Ik ging naar binnen met mijn kinderen en heb een half uur gehuild.

En daar pieker ik nu al dagen over.
Ja, ik ben gespannen. Er is wat aan de hand in de wereld dat veel impact heeft op mijn leven en ik ben doodmoe.

Heel sensitief – heel sensitief. Maar niet eens horen dat haar kind haar roept. Denk ik venijnig.

En dan ontwikkelt zich het besef. Ik denk dat dat zand me op zich niet zo ontzettend veel kon schelen. Hoewel ik echt vind dat je respectvol moet omgaan met de spullen van anderen.
Ik denk echter dat de echte trigger voor mij was dat kind, dat kind dat maar op zijn moeder riep. Die moeder die niet opkeek. Niet één keer.
En natuurlijk hoef je niet bij elke kick op te kijken.
Maar toch.

Ik denk dat ik daar extreem gespannen van geraakte. Van dat onbeantwoorde. Van dat kind dat niet gezien en gehoord werd.

Dat.
Dat.

Ik denk dat ik daar de rest van dag om gehuild heb.

(Want ja, zo een dag werd het. Van huilbui naar huilbui en dan om 18u doodmoe in bed gaan liggen met knallende hoofdpijn en dan nog denken dat ik Corona heb ook. Dramaqueen.)

P.s. Janneke Jonkman schreef ergens ooit in een blog of in een insta post dat ze tegen haar kinderen zegt; ‘ik zie jou’. Dat raakte me zo erg.
Ik probeer het vaak ook te zeggen en te menen: ‘ik zie jou – ik zie jou’.
Ik denk dat dat namelijk de basis is van wat ze nodig hebben.

P.s. Er is een dagelijkse Tiny Podcast maar ik zal ze gebundeld delen. Je kan je gewoon wel via Spotify vinden (De Tiny Podcast) en ook via podcast-apps.

Op maandag mocht ik een prachtig magisch verhaal delen van Kathleen :

Op dinsdag maakte ik me kwaad omwille van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die door Corona groter wordt. Dat raakt ook aan mijn pijnplek, namelijk dat ik in een nogal klassiek rollenpatroon ben gekomen met een wat oudere man die meer verdient dan ik:

En vandaag vertel ik het verhaal van toen ik een man mee uit vroeg en mijn telefoon vervolgens in de kledingkast opsloot.

De glazen balletjes en de conclusies

Een huishouden bestieren, kinderen, een baan en een bijberoep. Het is als jongleren met balletjes van fijn glas, schreef ik een tijdje geleden. De balletjes waren uit elkaar gespat. Ik heb enkele uren gedacht dat ik mijn jongste kind kwijt was. ’s Nachts in bed zat ik te werken, af en toe onderbroken door de verpleegster die bloeddruk kwam nemen en met lichtjes in zijn ogen schijnen. De bloeddruk was midden in de nacht even niet goed. Toen dat weer opgelost was, ging ik verder. Met brandende ogen, documentje afwerken. Het was zo absurd. Ik was kwaad op mezelf, op de organisatie waarvoor ik werkte. En ik schaamde me dood ten opzichte van de verpleegkundigen die een moeder in een bed vonden die naar haar scherm keek in plaats van naar haar hoopje zoon.

Marinus en ik kregen een relatie. We brengen tijd samen door. Op een zondagavond zat ik koortsachtig te werken en bedacht ik dat ik dat de relatie me te veel werktijd kost. Dat ik het er niet bij kan hebben. Dat het klaar moet zijn. Wat ongenadig om dit te denken. Voor mij, voor hem, voor ons.

Mijn lijf en ik, wij zijn al geruime tijd in overdrive. Als ik heel eerlijk ben? Ik slaap weinig, ik eet slecht. Gisteren stond ik weer eens drie uren in een monsterfile. Alles doet pijn als ik dan uit de auto stap, de kindjes na bedtijd ergens ga ophalen, hen kalmeer en in bed stop en er bij blijf liggen met dat eeuwig knagende schuldgevoel dat ik nog werk heb en dat ik me minstens even uit bed moet hijsen om wat te eten. Sinds het ongevalletje van de kleine zoon voel ik me opgejaagd wild. Amper vier dagen niet gewerkt en iedereen trekt me aan mijn mouw. Iedere organisatie waar ik voor werk lijkt te denken dat ik enkel voor hen in touw moet zijn. Hoe belangrijk het ook allemaal leek ooit, het irriteert me alleen maar heel erg, nu, na de nacht naast het hoopje zoon.

 

Marinus en ik praten over enkele weken vrij nemen. Wat ik dan wil doen, vraagt hij. Geen flauw idee. Wat doen mensen die enkele weken vrij nemen? Ja, natuurlijk wil ik naar Assisi en dutjes en musea en sporten en sauna en gezond eten. Intensieve therapie in plaats van dat aanmodderen van één keer om de vier weken tussen de soep en de patatten. Ik wil boeken lezen! Ik wil studeren! Ik wil eindelijk weer diep in plaats van snel. Maar dat is niet realistisch, volgens mij. Hij ziet er geen probleem in, het geld dat ik ervoor nodig zou hebben noemt hij ‘resources’ en ook een keer ‘peanuts’ geloof ik.

We hebben gesprekken over minder gaan werken, wat hij wil bufferen. Ik kan niet anders dan weigeren uit trots en principe, maar op momenten dat ik ’s avonds geen stem meer heb en het glas van de gevallen balletjes bij elkaar veeg, sijpelt de gedachte ook mijn hoofd in. We hebben discussies over 32, 28 of 24 uren. Hij wil mij niet bufferen, zegt hij. Maar het hele construct ‘ons’. Als het met mij niet goed gaat, gaat het niet goed met de relatie en de kinderen. Dan komen we niet verder.

Ik heb zo lang niets te willen gehad, dat ik niets meer wil. Vraag me wat anders kan, ik haal mijn schouders op. Harder werken, meer van dit. Ik was er trots op, maar de balletjes moeten maar één keer neersmakken en je vraagt je af waar je eigenlijk mee bezig bent.

Ik heb het gevoel het winnend lot getrokken te hebben met Marinus, maar net dat maakt het zo vervreemdend. Hij is gewoon, maar ook lief en communicatief en aandachtig en attent en hij wil samen en dat het dan makkelijker wordt voor mij. Bij hem zijn is vertrouwd maar ook veilig en compleet in alle eenvoud. Hij zoekt een restaurant uit en vraagt of ik het ok vind om daar te eten, dan kan hij reserveren. En dan verlang ik stiekem een seconde heel hard naar een kopje soep op de bank. Omdat ik dat wel kan bieden, en het andere niet. Hij lijkt alles mee te brengen in mijn leven waarvan ik al lang niet meer dacht dat het een optie zou kunnen worden. Maar net dat maakt me schuw.

Een avond in zijn huis. Ik kook in zijn keuken en voel me de koningin te rijk en lach hem tegelijkertijd plagend uit. Hoe vaak hij die drie ovens gebruikt? Wat hij zoal kookt op dat retro gasfornuis? We eten, we praten. Mijn geplande en o-zo-belangrijke werk blijft in de gang staan. I couldn’t care less. Op het werk de volgende dag zegt iedereen dat ik er zo blij en goed uit zie. Ik grinnik. Een soort leven met tijd om te koken op het retro-gasfornuis, de peren uit zijn tuin te verwerken, op een bankje voor het huis te gaan zitten en met de buren kletsen, zinvol en leuk werk te doen dat me niet uitput, treinsporen te bouwen met de zonen en nooit meer na bedtijd met vermoeide kinderen toekomen in een koud en leeg huis. Ik zou er geloof ik wel voor kunnen tekenen.

 

 

 

 

Update van het prinsessenbestaan

Enkele momenten, samen met een kleine update van hoe het hier gaat. (De vorige update kan je hier vinden…)

Leven voor tien
Een tijdje geleden was ik bij een organisatie met een mooi motivatieschema op de muur. Er waren drie categorieën: tandje erbij (spreekt voor zich), biertje erbij (voor alles dat relax kan) en working on it. In elke categorie kon men post-its hangen. Er was ook een high-five-pot voor de verwerkte post-its. Medewerkers konden hun naam plaatsen bij wat ze gedaan hadden en elke maand werd er een winnend post-itje getrokken en kreeg die medewerker iets leuks.

Thuis op een bezige avond bedenk ik een eigen variant, en palm ik een muur in met de volgende categorieën:
Twee minuten: alles dat zomaar even moet. Denk aan: declaraties, iemand bellen (met telnr op de post it!), …
Kopje koffie erbij: alles wat de komende weken eens moet, maar nu nog geen gillende sirenes oproept in mijn hoofd.
Wekelijks: dit is er eentje met twee kolommen voor ‘te doen’ en ‘gedaan’. Wat altijd moet: voedselteam bestellen en ophalen, een keer de administratie verwerken, het afval buiten zetten, een weekly review doen van mijn werk en weekplannen.
Tandje bij: alles wat NU ONMIDDELLIJK LIEFST GISTEREN moet.

Uiteraard is de laatste categorie goed beplakt met post-itjes. Ik werk een paar uur, plak ongeveer 100 briefjes en bedenk dat ik leef voor tien. Dat, in combinatie met het fragiele waar ik over schreef, maakt dat ik vaak enorm moe ben.

Kreupel
Een vriendin op bezoek. Ik te kreupel om kaneelbroodjes te halen voor bij de thee. Moe, pijn. Ik ruim het ontbijt nog snel op. Boterhammen met honing. Euhm, hoe raar is het dat ik geen energie heb? Ik geef mezelf een imaginaire schop onder mijn kont. Kan beter. ’s Avonds snijd ik alvast een paprika en twee wortels in reepjes. Die gaan in een doosje voor in de auto morgen. En het lukt me vast ook wel om een appel te eten. Bij het avondlijk werk eet ik een trosje druiven. Beter zo. Soms, als ik een beetje energie heb, doe ik best goede dingen.

Hulp
Ik had nergens meer op gehoopt. Ik verwachtte dat ik in het gesprek met Familiehulp mezelf zou moeten verantwoorden omdat ik het niet aan kan, alleen. Niets daarvan. Een constructief gesprek. Ik moest bijna huilen toen ik het lijstje zag met aangevinkte taakjes waarbij ik hulp kan krijgen. De uurprijs viel ook beter mee dan ik dacht, en ik kan zo lang Familiehulp krijgen als ik nodig heb. ’s Avonds bekijk ik mijn agenda en vraag ik tweewekelijks vier uur op mijn vrije vrijdag, zodat ik samen met de familiehelpster wat bergjes kan verzetten in da house. Vol verwachting.
Daarnaast helpt de sociaal werker van het OCMW me wat dingen op orde te krijgen. Een wereld van verschil. Op zich zou ik alles zelf moeten kunnen, alleen ben ik daar nu te moe voor. Alleen al het idee dat je er niet meer alleen voor staat, maakt 200% verschil.

Kinderen
De kleinste is een protmachien en een moppentrommel in één. Vreemd genoeg begint hij ondeugend te worden (hij was altijd erg lief) en daagt hij uit. Als ik hem in de hoek zet, staat hij daar in zijn vuistje te lachen. O jee. Heb hem laatst in bed moeten leggen zonder verhaal om duidelijk te maken dat ik boos en verdrietig ben. Moederhart gekneusd. Hij niet erg onder indruk.
De grootste heeft een rustige fase, waarin hij me blijft bestoken met vragen over leven, dood, het heelal en God. We hebben het fijn, als ik maar zo duidelijk mogelijk ben over alles en als we het allemaal rustig aan doen. Vandaag vroeg hij trouwens of ik vroeger een aap was. Tijdens het rijden. Dat is tegelijk schateren en denken: ‘hoe ga ik die evolutietheorie nu eens duidelijk uitleggen?‘.
Soms is het grappig om in hun interacties (als ze even geen ruzie hebben) mezelf terug te horen. Ze zijn mijn alles, die twee. *Ping ping, hartjes stromen uit mijn oren en ogen.*

Dirk
Ik kan goed afstand houden. Hij probeert elke kans aan te grijpen weer invloed op me uit te oefenen. Het is op dit moment allemaal zo doorzichtig.

De spanning stijgt. In april weer rechtszaak. Voor die tijd moet duidelijk worden of jij positief getest is op persoonlijkheidsstoornissen. Nou ja, ééntje is al genoeg.

De baan
Zie ook het stukje over de post-its. Het is de job van mijn leven, maar het is elke dag vechten om energie te vinden het ook te doen en om mezelf zo te organiseren dat ik het red. Wisselend succes. Ik denk dat ik vooral erg gefrustreerd ben. De uitdaging van de baan is net groot genoeg om het boeiend te houden voor mezelf. Maar de energie ontbreekt te vaak om de uitdaging aan te gaan en de boel op orde te houden. Soms wou ik ook dat ik eens gewoon kon werken in mijn  eigen ritme, zonder al dat geregel, de schooltijden, de uren van de opvang, het halen, het brengen, het plannen, … Pfoe.

Het bijberoep
Euhm. Ik wou dat er een pilletje bestond waarmee je eindeloos energie kan genereren. O, wacht, dat bestaat vast, maar het is zeer waarschijnlijk illegaal. Wat trouwens helpt om energie te creëren en wel legaal is, zijn de podcasts van Getting Things Done. Dat geneuzel over efficiëntie dat ik opzet tijdens de afwas of het opruimen zet me altijd op scherp. Het is vast dat sausje Amerikaans enthousiasme (amaaaaaaazing!) dat het ‘m doet. Als ik niet te moe ben om een podcast op te zetten natuurlijk.

De liefde
Haha. Geen prinsen op witte paarden, witte pony’s of witte fietsen. Tja. Zucht. Laatst dacht ik dat ik er wel nog eens aan toe ben bemind te worden. Zo een zinderende aanraking, blikken die spreken, de warmte van een ander lijf waar iemand fijns in woont. Maar goed, de nood is nu ook weer niet zo hoog dat we de ondeugdelijke man terug opzoeken of een andere ondeugdelijke man inschakelen. En waar is mijn epileerapparaat ook weer gebleven? Om maar te zeggen, ik ben er ook niet zo op voorbereid. Laat maar. Het oude-vrijster-dom lonkt. Nu er wat lente in de lucht hangt, dacht ik laatst eens terug aan hoe het begonnen was met de ondeugdelijke, vorig jaar, deze tijd. Ik moest er om glimlachen en kon heel mild met mezelf zijn over wat er gebeurd is, ook al is het niet gegaan zoals ik het wou en bleek hij nog ondeugdelijker dan ik al vermoedde.

 

 

 

Het leven zoals het is: op weekend met kinderen

Ik neem mijn jongens mee op weekend. Van zaterdagochtend, klokslag half tien, tot zondagnamiddag. We kunnen ergens gratis overnachten, dus waarom ook niet? Gezellig. Toch?

Vrijdagavond 20u00
Uitgeput, absoluut uitgeteld. Snel even de bagage maken? Euh, nee, ik sleep me naar bed.

Zaterdagochtend 06u00
Jongens wakker. Ik blijf koppig liggen.

Zaterdagochtend 08u00
Ontbijt met corn flakes. Nu alleen nog iedereen gewassen en aangekleed krijgen, de bagage in de auto doen, de afwasmachine en wasmachine leeg maken en het aanrecht opruimen en dan kunnen we gaan. Makkie.

Zaterdagochtend 09u15
Peuterzoon is aangekleed, maar dat lag meer aan de diarree-explosie dan aan goede planning. Kleuter en ik nog in pyjama. Ontbijt staat er nog. Was aan het ophangen. Peuter voelt dat er iets op til is, hangt aan mijn been, wil geknuffeld worden. Ik investeer vijf minuten in oprecht knuffelen in de hoop dat hij daarna wil gaan spelen. No way. Uiteraard.

Zaterdagochtend 10u40
Ik heb nog maar één keer tegen de jongens geroepen. Beide kinderen aangekleed, nu ik nog. Helft van de bagage staat klaar. Zet de jongens voor youtubefilmpjes uit wanhoop. Werkt altijd. Sus mezelf dat het maar voor twintig minuten is, ben immers zo klaar.

Zaterdagmiddag 11u50
We rijden. We rijden. Echt waar. En ik heb waarschijnlijk alles mee. Toch? Pyjama’s, luiers, speelgoed, kleding, eten.

Ruzie op de achterbank.

Kleuterzoon misselijk.

Ik heb het gevoel dat ik een hoge bloeddruk heb.

Zaterdagmiddag 14u00
We zijn er, bagage uitgepakt. Even wat eten. Peuter weigert eten. Kleuter wil wat anders, iets dat ik niet bij heb.

Naar buiten. Oh, het regent. Nou ja, toch even dan.

Zaterdagmiddag 15u30
Natgeregend. Alledrie verkleumd. We gaan een wafel eten. Mijn kinderen breken het cafeetje bijna af. Naast me zit er een man met vier kinderen die zich allemaal gedragen.

Ok, gewoon even voor de duidelijkheid: hoe komt het dat kinderen van elke maaltijd een zootje maken? Vorken op de grond, slagroom overal, plakkerige handjes. En uiteraard moet de Kleuter net kaka als de dampende wafels voor onze neus staan. Daar heeft hij een patent op.

Zaterdagmiddag 17u00
Topmoment, wat boodschappen doen in een vreemde supermarkt. Kinderen racen met de kleine karretjes achter me aan. Kleuter rijdt maar één keer tegen de benen van Peuter. Heel de winkel heeft het geweten. Verder gaat het voortreffelijk. Door de regen, met een boodschappentas en twee kinderen, naar de auto. Andere auto rijdt door plas. Wij nog natter. Fijn.

Zaterdagavond 20u00
Gekookt, gegeten. Duizend ruzies. Film gekeken samen. Te moeilijk voor Peuterzoon die in modus stoorzender ging. Peuter in bed gelegd. Nu Kleuter nog.

Zaterdagavond 21u00
Kinderen in bed. Kleuter wil niet slapen, vreemde omgeving. Ik was af en ruim op.

Zaterdagavond 22u00
Bed, rust, aarghl. O f***, ik had mijn computer bij, ik ging heel de avond werken… Zzzz.

Zondagochtend 05u00
Wakker. Het is nog nacht. Nacht zeg ik. NACHT.

Zondagochtend 08u00
Ja, ja, ja, we gaan eindelijk opstaan, ja.

Zondagochtend 10u00
Allemaal gedoucht, aangekleed, ontbeten. Ik begin al terug in te pakken. OMG, hoeveel bagage hadden wij bij?

Zondagochtend 11u00
Hm, nog iets gaan doen? Nee. Hier spelen is wel goed zo.

Zondagmiddag 12u00
Lunch. Niemand lust het.

Zondagmiddag 13u30
Stadje bezoeken. Jongens lopen ofwel voor me uit, wat gevaarlijk is. Of ze moeten plassen. Of willen snoep. Of Peuter hangt aan mijn been. En o jee, we passeren een speelgoedwinkel.

Zondagmiddag 16u30
Thuis. Uitgeput. Kleuter nog misselijk van de rit. Peuter niet genoeg geslapen. Dit wordt nog een taaie avond. Ik voel me leeg.

Maandagmiddag lunch
Of ik een leuk weekend heb gehad? Ja, hoor, prima. We zijn er even tussenuit geweest.

 

Er even tussenuit met de kinderen. Relax. Toch?
Hoe gaat dat bij jullie?

 

Komt dat zien: een tip

Jaja, het is zover. Op deze blog die gevuld is met kommer, kwel & hersenspinsels valt vandaag een tip te rapen. Of misschien zelfs twee tips. Voor het huishouden, godbetert.

[1] Kook voor verschillende dagen

Deze tip heb ik mogelijk gejat van Dorien, die wel eens beschreven heeft hoe ze op maandagavonden de groenten van het voedselteam verwerkt, en daar nog heel de week plezier van heeft. Ik schrijf dit even uit het blote hoofd op, dus het zou zomaar ook dinsdagavond kunnen zijn. Maar het is het principe dat telt.

Ik heb gisterenmiddag vooruit gekookt. Dat leverde op:

  • twee schotels lasagna
  • drie schotels puree van aardappels en geroosterde knolselder + zoete aardappel (met look en goed gekruid, hm!) (het roosteren van groenten alvorens je ze in een puree verwerkt, heb ik ook bij Dorien gehaald – maakt een saai gerecht meteen een pak verfijnder en interessanter)
  • een soepje van geroosterde paprika’s en wortel
  • een potje pastasaus

Ok, dat ziet er niet echt heel spectaculair uit, maar ik was toch gelukkig en kan de volgende dagen thuis komen en wat in de oven schuiven in plaats van te koken met twee huilende kinderen aan mijn been.

Aandachtige lezers vragen zich vast af hoe ik dat gedaan heb, met die huilende kinderen. Daar gaat mijn tweede tip over. En die heb ik zelf verzonnen.

[2] Zoek een vriendin met andere kwaliteiten en compatibele kinderen

Ik had een vriendin uitgenodigd die er niets mee in zat mijn herstelwerk te doen (wat ik niet kan/niet wil kunnen), terwijl onze compatibele kinderen allemaal samen het huis afbraken (maar op het einde van de rit ook allemaal samen opruimden) en ik zorgde dat zij naar huis ging met een pot soep, een schotel lasagna, een kommetje pastasaus en een schotel aardappelpuree. Win-win gecreëerd. Een dagje werk en gezelligheid, en samen bergjes verzet.

Epiloog

Bij deze ben ik ook bereid toe te geven dat het niet allemaal ideaal verlopen is. Toen ik mijn kinderen met enige trots een goede lasagna met een knapperig korstje voorzette, keken ze mij beiden aan alsof ze ik hen wou vergiftigen. Dat was sneu. De blik van beiden veranderde o.a. nog in een blik alsof ze zouden gaan spugen en de typische smekende blik van hoeveel-hapjes-nog-en-ik-mag-van-tafel-en-ok-als-ik-dan-geen-dessert-krijg. Ondanks de kinderen heb ik zelf opperbest gegeten. Ik heb hun knapperige korstjes gejat.

Vandaag kwam ik thuis met de jongens en wou ik net relax een schotel puree in de oven schuiven en er vegetarische worstjes bij bakken (zoals een moeder die alles onder controle heeft, weet je wel), maar de kleinste ging aan mijn been hangen en vroeg schalks naar pannenkoeken. Ik heb van mijn hart een steen gemaakt, en mijn uitstekende, voedzame en gezonde puree in de koelkast laten staan. Morgen. Echt.

 

 

De noordwester, het kastje en de muur

Het stormt. Het stormt echt. De storm heet ‘noordwester’ en rukt aan mijn bescheiden autootje. Het is donker, de regen striemt op mijn voorruit. Soms zie ik niets als ik een vrachtwagen inhaal. Ik heb twee uur in de file gestaan en nu rijd ik een lang donker stuk tussen Rotterdam en Bergen-op-Zoom. Mijn avondmaal bestaat uit een twix en een kitkat, net rillend in een tankstation in de middle of nowhere gekocht.

Ik ben alleen. De angst houdt me scherp en alert. Er is niemand naar wie ik kan bellen om me hier uit te redden. Het is mij en de duisternis, de striemende regen, het autootje om tussen de witte lijnen te houden hoe hard de wind ook stoot, de opdracht naar huis te gaan, de kinderen op te halen, ze kalm, beheerst in bed te leggen met verhaaltjes, knuffels en liefde voor ik zelf kan rusten. Kunnen we in een half uur inhalen wat ik vandaag weer gemist heb?

Ik ben in het hier en nu, in de storm.

Als ik Antwerpen nader en het weer wat rustiger is, denk ik aan het gesprek met de crisishulpdienst. Het was absurd. Ik legde uit wat er aan de hand was, en de vrouw aan de andere kant zei dat ze niet kon rusten in mijn plaats. Ik vertelde dat ik moeite heb met beslissingen nemen, bv over de school van de kinderen of over wat we vanavond eten. Voor mij is dat een symptoom van mijn vermoeidheid, het feit dat ik het overzicht niet meer heb. De vrouw aan de andere kant zei dat zij niet kon beslissen wat ik vanavond zou eten. Hahaha. Vervolgens verwees ze me door naar alle diensten waar ik al geweest ben, sommige meermaals, en die me op hun beurt weer doorverwijzen naar elkaar. Het kastje en de muur. Ik zeg tien keer dat ik dat al geprobeerd heb en daar al geweest ben. Ze blijft hameren. ‘Ik bel naar u omdat ik alles al geprobeerd heb!‘, zeg ik kwaad. Ik geef haar het voorbeeld van mijn zoektocht naar kraamhulp. ‘Aah, juist ja, dat heb je nodig! Regel dat dan maar voor jezelf, he mevrouw,’ is het antwoord. Uhm, dat dat dus niet bestaat, zeg ik. Hulp voor mensen die in de alarmfase zitten maar er nog niet onderdoor zijn. Er is geen kraamzorg voor alleenstaande vermoeide te drukbezette ouders. ‘O,’ zegt ze. En vervolgens vraagt ze of ik mijn vriendinnen niet kan bellen. Moet ik haar echt uitleggen wat structurele hulp is? Ze stelt ook nog voor het probleem in stukjes te hakken en voor elk probleem een aparte hulpverlener te zoeken. Uhm, integrale benadering, duurzame oplossingen, haalbaarheid voor mezelf. Iemand? Als ze ook nog voorstelt dat ik eens een lijstje kan maken met alles wat er aan de hand is, snauw ik dat ik al honderd lijstjes heb, dat ik ze allemaal kan tonen. Ik vraag haar mijn gegevens te wissen en mijn naam te vergeten, en beëindig het gesprek.

Twee dingen. Het klinkt arrogant, maar ik ben verstandiger dan sommige hulpverleners, waardoor ik te moeilijk te helpen ben. Ik ben te kritisch. En het tweede: er is geen hulp voor de fase waarin je weet dat je uitgeput bent en afstevent op iets ergers. Het stomme is dat de schade veel groter is als je eerst moet crashen voor er wat gebeurt. Ik geloof niet dat ik mijn kinderen iets zou aandoen, maar ik kan me voorstellen dat veel (familiale) dramatische dingen vermeden kunnen worden als er hulp is voor die laatste rechte lijn richting crash.

Via de reactie van Storm op een vorige post, kwam ik bij Maaike terecht. Een soort boost, zo veel wijsheid. Ik hoop dat ik binnen tien jaar Maaike ben. Maar tegelijkertijd ook elke keer weer die vraag of het echt zo is dat de realiteit gevormd wordt door hoe je denkt en dat anders denken, of anders kijken, alles kan veranderen. Ik geloof dat niet helemaal. Het helpt altijd als ik positief kan blijven, maar sommige dingen zijn gewoon te veel. Zoals alleenmoederen en werken en een boos kind en veel kilometers en issues en pfoe.

Het is avond. Ik scheur door de noordwester. Alleen. Er is niemand om op te bellen. Just me & the car. En een twix. En de radio. En de striemende regen. En twee zieltjes die op me wachten. En ik denk aan Roos, die me altijd vertelde dat je zelf weet wat te doen. En ik denk aan wat ik aan mijn holistisch therapeute vertelde, over al die vreselijke patronen die me ongelukkig maken. Ze vroeg me een nieuw patroon te noemen dat ik kan creëren en dat mij kan helpen. De wolfsvrouw, besef ik weer. Vertrouwend op innerlijke kracht & wijsheid. Dicht bij intuïtie en eigen natuur. Stoppen met rondbellen en verwachten dat iemand anders het gaat oplossen. Niet meer het kastje, niet meer de muur. Gewoon, contact krijgen met mijn innerlijk weten.

Ik zet de wagen stil. Bereid me voor op twee oversture kinderen omdat ik laat ben, en een vriendin die me subtiel zal duidelijk maken dat ik dit werk niet moet willen als moeder met twee kinderen. Maar niemand is overstuur of maakt verwijten, iedereen is blij me te zien. Op weg naar huis vertel ik de zoon over de noordwester, ik doe na hoe de noordwester tegen mijn auto blies en dat ik in een school ben geweest die naast het strand lag en we lezen een boekje en nemen ons voor op te zoeken hoe snel een vliegtuig vliegt en of we naar een planetarium kunnen, en even later slapen ze en het schuldgevoel slaapt ook en ik denk dat het allemaal maar even een noordwester is, deze fase. En dat ik er dwars doorheen scheur.

 

 

 

 

 

Een dag uit het leven van Prinses en cO: januari 2016

Woordje vooraf: deze post stond al gepland voor deze. Op het einde van de post ‘het leven zoals het is: single mom (ii)’ vertel ik over de ‘gewone’ dagen. Lees deze dag maar als een ‘gewone’ (goede) dag.

Update: na de leven-zoals-het-is-post heb ik een paar knopen doorgehakt. Zoals de pauzeknop indrukken voor minstens drie maanden met betrekking tot de leesclub, mijn therapieproces en mijn gezondheidsaanpak. De pauzeknop van mijn doctoraat is al ingedrukt. Verder ga ik even uitzoeken hoe ik tijdelijk facebook off line kan halen, even een digitale detox. Niet dat ik er zo veel tijd aan spendeer, maar ik bleef er wel eens op ‘hangen’ als ik al moe/op was. Ten slotte heb ik een crisisbegeleiding aangevraagd, waarbij een hulpverlener een periode zeer intensief mee komt puzzelen. Naast jullie reacties en een zeer concreet vijf-puntenplan van een zeer efficiënte lezer, las ik dit en voelde ik me wat minder alleen (alle liefs voor Bridget!), en las ik ook dit, een sterke post van Lieve VW. Wat ze schrijft helpt niet alleen voor mama’s van pasgeborenen… Ook keek ik naar vacatures, hoewel ik niet zeker weet of het helpt om nu grote veranderingen te gaan doorvoeren en mijn huidige droomjob op te geven.

Elke maand beschrijf ik een banale dag uit ons leven. Het leven zoals het is – Prinses & cO. (Co= kleuterzoon en peuterzoon).

Een dag uit januari, alsjeblief!

0800
Het voelt alsof ik de lotto gewonnen heb. Een cadeau! Ik word wakker in mijn eigen bed, naast de peuter die genoeglijk ‘mijn moeke!’ zegt. O-ow, een beetje laat wel… Even doorwerken om op tijd aan mijn bureau te zitten. Normaal zou ik op een plek wakker geworden zijn 400 km noordwaarts, maar het lot besliste anders. Dus reed ik gisteren naar huis en kreeg ik extra tijd met de kinderen cadeau, en een lonkende lange thuiswerkdag.

0930
Hum, ja, allemaal goed en wel, maar waar is mijn concentratie? Na wat vruchteloze pogingen iets slims te doen, besluit ik mijn werkkamer op te ruimen en alle lopende dossiers te checken. Zo gezegd zo gedaan. Wat ongelooflijk heerlijk om alles op een rijtje te zetten. Ik stop mijn dvd’s en cd’s die in de open kast staan in dozen van IKEA. Ik sta mezelf amper twee keer per jaar toe een film te kijken, waarom moeten ze zo’n prominente plaats innemen? Al doende bedenk ik dat ik een stellingkast wil en bepaalde categorieën van spullen wil opbergen in dozen. Het huis wat vrijer van spullen maken. Het idee alleen al geeft me energie. Ik snap soms echt niet waar al die spullen vandaan komen. Ik koop nog weinig, maar mijn hele huis lijkt zich vanzelf te vullen met allerlei dingen die ik te weinig gebruik. … Ik check alle lopende zaken, en heb een lange en complete to do-lijst op het einde van de rit.

1200
Lunch. Ik eet terwijl ik naar het nieuws kijk, in de makkelijke stoel op mijn opgeruimde werkkamer.

1230
Nu kan ik het niet langer uitstellen, maar het voelt alsof ik een examen moet maken. Ik heb een opdracht gekregen van een organisatie waarbij ik niet meteen beelden had wat ik met die opdracht zou doen. Een vraagstuk waarvan ik niet meteen wist hoe het op te lossen. Normaal gezien heb ik altijd wel ideeën, plannen en inzichten, maar nu? Nada, rien, niets. De voorbije nacht had ik een akelige droom over een bespreking waarbij ik geen voorbereiding bij had. Het vervelendste aspect van de zaak is dat de organisatie waarvoor ik een advies moet geven één van de grotere organisaties is waarmee we werken. We willen ze aan boord houden en dus kwaliteit afleveren. En verder is het ook zo dat ik de mensen daar ongelooflijk apprecieer. Ik kom van elke bespreking enthousiast terug. Vrienden noem ik de stafmedewerkers daar niet, maar het zijn wel mensen waar ik een heel fijn contact mee heb en waarvoor ik dus graag werk. Ik ga aan de slag, en enkele uren later heb ik een aantal scherpe ideeën op papier. Oef.

1635
O-ow, kinderen ophalen. In de opvang tref ik een peuter aan met een knalrood hoofd. Hij heeft een beetje koorts. Alle alarmbellen gaan af in mijn hoofd, want help, wat ga ik doen! In de auto snauw ik, omdat ik zo hard aan het nadenken ben. CM-oppas?  Te laat! Een vriendin vragen? Het logeergezin? … Even rustig afwachten? … Paniek!!! Ik moet mezelf echt dwingen om kalm te blijven en uit mijn doppen te kijken in de auto.

1705
De koelkast is helemaal leeg, dus we moeten naar de supermarkt. Fruit, groenten, soja-yoghurt, wat vegetarische burgers, een brood en broodbeleg. En gember, veel gember. Goede gezondheidsvoornemens, jawel.

1801
Rush naar de apotheker, om daar te zien dat hij eigenlijk tot 19u open is. Nou ja. Ik koop een oorthermometer. Het ding is pokkeduur, maar de peuter wordt woest als ik zijn koorts anaal meet. Het werkt ook voor volwassenen, dus we kunnen het ding nog wel enkele jaren gebruiken. Ik koop ook alvast een koortswerend medicament. Een voorbereide moeder is er jammer genoeg geen twee waard, maar toch.

1815
Thuis. Ik ben misselijk en heb maagkrampen. Ben ik ziek? Is het stress? Komt het omdat ik twee energiedrankjes heb gedronken vandaag? Heb ik een overdosis ijzersupplement genomen? Dit is zo’n moment waarop ik wou dat iemand het een minuut kon overnemen. Alles moet nu tegelijk gebeuren: boodschappen uitladen, koken, peuter verversen en temperatuur nemen, … De pamper heeft prioriteit, temperatuur blijkt weer normaal te zijn. Ik haal opgelucht adem. Dan zet ik een youtube-filmpje op, begin een afwasje, maak pannenkoekendeeg en vervolgens ook pannenkoeken en voor mezelf een bordje met groenten, brood, kaas en soep. We eten, dan is het tijd voor bad en bed.

1951
Ok. Klaar. Ik scan het huishouden. Minstens een half uur dringend werk. Ik zet mijn keukenwekkertje en begin er aan. Afwas afwerken, wasmachine uitladen, afwasmachine uitladen, afval sorteren, was ophangen, was sorteren, … Als het wekkertje piept ben ik net klaar met het hoogstnodige.

2025
Verwenmoment. Ik pers drie appelsientjes, verwarm het sap een beetje met een lepeltje honing en wat geraspte gember. Dat warme appelsiensap neem ik mee naar de yogamat. Ik moet bekennen dat ik mijn vriendin Adriene een tijdje in de steek heb gelaten. Dat was behoorlijk dom van me, want na slechts 3 dagen opnieuw yoga doen, merk ik het fysieke en mentale effect alweer. Dit is zo belangrijk voor me, waarom ben ik hiermee gestopt? Het nieuwe programma dat Adriene heeft, heet yogacamp. Het werkt met affirmaties (bijvoorbeeld: ‘I accept’), en beweert een bootcamp te zijn voor ‘mind, body & soul’. Reken maar. Ik ben alweer een pak gelukkiger, meer dankbaar en ik zie het leven opnieuw meer als een proces, een weg. Het maakt zo veel uit of ik mezelf zie als iemand op een plek waar ze niet wil zijn en niet thuis hoort, of als ik mezelf zie als iemand op een bepaald punt op het levenspad. Een punt waar ik dingen kan leren en van waaruit ik verder zal evolueren. Yoga helpt me om op de laatste manier naar het (mijn) leven te kijken. Er waait een frisse wind door mijn hoofd, ik maak contact met mijn lichaam. Ik adem beter.

2115
Klaar met het bootcamp voor vandaag. Ik verzeil op een website en doe mezelf een jurkje in de solden cadeau, omdat ik de laatste betaling binnen heb van een grote opdracht die ik als zelfstandige heb gedaan en die me bloed, zweet, tranen en nachtrust heeft gekost. Het is vast niet slim om geld uit te geven aan kleding als je in een soort permanente stress met geld zit, maar … Maar… Nou ja, alle excuses die vrouwen daarvoor kunnen verzinnen. Ik wou dat ik dit kon zonder het schuldgevoel dat er bij komt kijken. Zonder te denken dat het belangrijk is om iets netjes aan te hebben als ik presentaties geef of les geef, dus dat het daarom mag. Misschien mag het gewoon voor mezelf, omdat ik het wil.

2324
Waar is de tijd naar toe? Ik heb nog wat gewerkt, zit deze post te schrijven. Bedtijd. Morgen moet ik om 0710 richting Rotterdam rijden, voor een lange dag met veel kilometers en veel besprekingen. Ik voel me zo fris als wat. Omdat ik een nachtmens ben, maar ook door de yoga en de gember. Had ik dit vorig jaar deze periode allemaal maar geweten, toen het zo slecht ging en ik me enkel vooruit kon slepen…

Epiloog

Rotterdam, 0950. De stafmedewerker legt zijn hand op het document dat ik heb aangeleverd voor de bespreking van vandaag. ‘Dit,’ zegt hij, ‘is goud.’

Later die dag heb ik een vergadering op kantoor. Ik schrijf een lijstje met ideeën op waar ik echt iets mee wil doen. Omdat ik weet dat het goede ideeën zijn. Mijn hoofd is steeds vaker in hyper-status. Alsof er geen grenzen zijn aan ideeën en inzichten die ik heb, en mogelijkheden die ik zie. ‘FRUSTRATIE!!!’, schrijf ik in de kantlijn. Want naast het feit dat een idee ook werkelijk realiseren niet mijn sterkste kant is, is er zo weinig ruimte in tijd en energie om alles te doen wat ik zou willen kunnen doen.

Op de terugweg sta ik stil op de ring van Rotterdam. In plaats van om 1915 ben ik om 2030 terug. Hoe erg is het om een slapend kind weg te plukken en van bed te verkassen?

De goede dingen uit mijn leven staan elkaar vreselijk in de weg.

 

 

Het leven zoals het is: single mom

Uiteraard heb ik getwijfeld vooraleer ik mijn post van zondag heb gepubliceerd. Het is meer dan met je billen bloot, vertellen dat je je kinderen de stuipen op het lijf hebt gejaagd omdat je hysterisch bent geworden.

Maar het is hier wel van ‘het leven zoals het is: single mom + kinderen’. En de crisis die ik beschreef was nu net heel erg ‘het leven zoals het hier is’. Op zijn slechts, wel te verstaan.

Hoe is het hier verder gegaan, sinds maandag?

-1- Normaal doen. Sommige mensen denken dat je in zo’n situatie best thuis blijft, bij voorkeur in bed. Ik weet voor mezelf dat het doen wat je normaal doet je snelst op de rails krijgt. Dus reed ik op maandagochtend richting werk, de volle 200 km, met een volle vergaderagenda voor de dag. Op de heenweg schoten er regelmatig tranen in mijn ogen, als ik dacht aan het geluid van mijn huilende kinderen. Een paar collega’s vroegen me hoe het ging. Bij enkelen zei ik er iets over (dat het moeilijk was thuis). Ik weet niet of dat een goed idee is, ik merk dat mensen daar ook niet echt op reageren. Mogelijk bedoelen ze dat niet met de vraag. Whatever. Daar kan ik me nu ook niet druk over maken.

-2- Ik besloot dat ik hulp nodig heb. Ik heb het voorbije anderhalf jaar aan heel veel deuren geklopt, maar ik heb een beetje een niet-voor-de-hand-liggend-profiel voor iemand die hulp nodig heeft. Ik ben namelijk iemand die hoog opgeleid is en een inkomen heeft, dus ik val eigenlijk overal een beetje door de mazen van het net (als je geen inkomen hebt, heb je ongeveer overal recht op) en met alle respect: ik ben verstandiger dan 80% van de resem stagiaires en hulpverleners die ik het afgelopen jaar heb gezien.
Wat wel goed is, is dat ik op een gegeven moment, toen ik al murw was van aan al die deuren te kloppen, elke keer mijn verhaal te vertellen en ook nog een keer aan de stagiaire want ik ben een goede casus, opgepikt ben door iemand die aan het hoofd staat van een dienst die ik nu niet verder ga noemen, en die de keuze maakte echt voor me te gaan. Die heeft o.a. geregeld dat alle betrokken hulpverleners samen aan tafel gingen met me en dat we op die manier samen wat stappen konden zetten (dat heet: cliëntoverleg).
Ik heb alleszins maandag die mevrouw opgebeld, eerlijk gezegd wat er gebeurd was. Ik heb haar ook gezegd dat het erg was (want ze zei ook dat ik onder zware druk sta en dat het begrijpelijk was dat het zo mis gegaan is, maar dat vind ik niet). En dat ik hulp nodig heb. Ze vroeg me wat ik in gedachten had. En weet je, als ik het zelf mag kiezen, zou ik zeggen: kraamhulp. Ik herinner me de dag waarop ik in eigen huis werd uitgenodigd aan een gedekte ontbijttafel door de kraamhulp die meteen ook op toverachtige wijze een ovenschotel voor ’s avonds had klaar gezet in de koelkast. Iemand die even voor me zorgt, heel even niet alles alleen doen, even niet alleen zijn met de mannen, iemand die in huis de boel even doet draaien zonder dat ik dankbaar moet zijn of een relatie met die persoon moet onderhouden. Kraamhulp dus, alleen mag dat niet als je jongste al 2 is denk ik. Wordt vervolgd.

-3- Ik had een taai gesprek met een vriendin. Ik weet nog altijd niet goed wat ik er van denk, maar het viel weer in de dynamiek die als volgt gaat: ik vertel dat het eigenlijk niet goed gaat en de andere bombardeert me met tips (van het genre: ga naar de Aldi in plaats van de Colruyt, hang toch gewoon een schema op voor die kleuter, geef je baan op, ga wat anders doen…).
Er zijn drie dingen waardoor dat voor mij niet goed werkt.
a. De situatie is complex, ik ben heus niet zo dom dat ik de tips die op me af gevuurd worden niet zelf kan bedenken. Maar elke mogelijkheid heeft weer een nadeel. Zoals mijn keuze om als zelfstandige in bijberoep te werken wat financiële ruimte heeft gegeven om mijn advocate te betalen, maar ook de werkdruk enorm verhoogd heeft. Alleszins geeft zo een bombardement aan tips me enerzijds een schaamtevol gevoel (ik voel me dan dom) en anderzijds val ik dan in de neiging me te gaan verantwoorden over vanalles en nog wat. Dan zit ik plots uit te leggen dat ik gewoon eens in Albert Heijn was omdat ik een brood nodig had en dat weet-ik-veel-wat voor kleins nog, en dan denk ik: waar hebben we het over? Ik wil helemaal geen verantwoording afleggen over mijn boodschappen.
b. Ik vrees dat ik onderhevig ben aan het effect van schaarste: ‘Armoede (langdurige schaarste) zorgt er bijvoorbeeld voor dat men moeilijk nieuwe vaardigheden aan kan leren en gebrek aan tijd leidt ertoe dat we op de lange termijn steeds onverstandigere beslissingen nemen.’ Zie hier. Ik ben al een tijdje onderhevig aan schaarste: geld, slaap (!!!), rust, tijd, liefde-warmte, zorg, … Ik vrees dat ik inderdaad niet zo ongelooflijk vermogend meer ben om veel slims te bedenken en stappen te zetten, ik ben ook niet zo vermogend meer om me goed te organiseren. Het frustreert me, het maakt me boos.
c. Zoals ik al zo vaak zei: ook ik heb de neiging tips te geven en alles wel eens snel op te lossen voor een ander. Maar soms is het goed om met elkaar even te concluderen: hee, wat vervelend allemaal. En dat dan uit te houden. Dat laat de ander meer in zijn waarde. Of zie ik het fout?

-4- De jongens. Ze zijn wat schrikachtig. Ik heb geprobeerd er met hen over te praten, alleen zijn ze vijf en vijf jaar oud. (De jongste is twee, maar hij zegt vijf. Vijf is het nieuwe twee.) Ik denk dat ik vertrouwen moet (her)winnen en zorgen dat het nooit meer gebeurt. Er is alleen nu zo’n risico tot overcompenseren, waardoor de verhoudingen hier in huis hoe-dan-ook scheef zijn. En dat mag niet. Ik de moeder, zij de kinders. Dat moeten we hebben. Stickers op de grond kleven en op tafel kleuren met stiften mag nog steeds niet. Ik mag niet bang zijn om daar een grens te trekken, en zij mogen niet verkrampen als ik dat doe.

-5- All of you. Dank. Jullie reacties waren erg betrokken, erg warm. Stof tot nadenken. Ook fijn van andere moeders te horen dat je jezelf niet altijd in de hand kan houden. Het voedt alleszins mijn overtuiging dat het goed is ‘het leven zoals het is: single mom + kinderen’ te hebben hier. Fuck fake, toch?

 

 

 

Prinses zet er een punt achter

We zien elkaar terug, de Ondeugdelijke en ik. Hij zit in een storm en vertelt me er wat over. Ik ben empathisch en kan me inleven, maar er klinkt ook zo veel ego door in zijn verhaal. Ik heb een week om u tegen te zeggen gehad. Veel pijn, veel kilometers, veel grote opdrachten, weinig tijd met de kinderen. Maar ook: een voorstel geschreven en verdedigd bij de nieuwe baas die na een korte stilte ‘prachtig!’ zei. Een resem ervaringen op het werk waardoor ik het gevoel kreeg dat we met z’n allen op een goede manier de juiste dingen nastreven. Daar word ik blij van. Ik probeer iets te vertellen, hij vraagt niets. Luistert hij? Ik weet het niet.

Ik vraag hem mee voor een soort date. Hij hapt toe. Ik kijk hem aan en vraag hem of dat echt is wat hij wil en of hij het ook zou zeggen als hij het niet wil. Ja, ja, zegt hij. Dingen evolueren, maar hij is zo bezig met zijn eigen leven, eigen behoeftes, eigen verlangens, eigen plannen. Ik voel me eenzaam in zijn nabijheid.

Op weg naar huis verlang ik innig naar mijn eigen leven met de jongens. Dat leven dat ik soms zo haat. Dat leven waar ik me net nog de rekeningen zat te betalen en dat er nog 120 euro overbleef voor de komende twintig dagen en dat ik daar alweer zo veel zorgen over had. Dat leven waar ik thuis kom na 400 km met twee drukke jongetjes en dan ook nog moet koken en ze in bed doen en de pc weer moet opstarten om nog wat te werken, dat leven waarin ik vaker alleen ben dan me lief is en ik verzuip in mijn eigen chaos en hoofd daardoor. Dat leven waarin ik nog altijd het gevoel heb dat ik onderpresteer omdat ik gewoon geen ruimte heb om tot volle ontwikkeling te komen. Dat leven waarin ik laatst met de peuter in bad stapte om half zes ’s ochtends omdat hij vuil was en ik al een paar dagen geen tijd had gehad hem te wassen. Dat leven, daar verlang ik nu innig naar.

Ik ga bij de jongens kijken. De oudste wordt wakker en vraagt of ik al terug ben. ‘Ja, want ik ben liefst bij jullie,’ zeg ik. Ik kus hem. Het kleintje slaapt.

Ik ga zitten en eet een reep chocolade en er meteen een zakje chips achteraan. Ik neem mijn gsm en sms de Ondeugdelijke. Dat ik genoeg pijn heb gehad, dat de dingen voor mij meer betekenis hebben dan voor hem, dat ik op zoek ben naar een verbonden relatie, dat ik besef dat ik dit zelf gezocht heb, maar dat het beter klaar is. Toch? Hij reageert niet en tot op dit moment twijfel ik of ik hem om een reactie ga verzoeken of hem de ruimte ga laten om niet te reageren. Ik bedenk dat ik het wel anders had kunnen aanpakken dan zo, midden in de nacht, via sms. Verder overheerst vooral de desillusie. Ik realiseer me zelfs even dat Dirk een veel attentere en aandachtigere partner was die echt contact met me probeerde te maken in the good times. Ik ga naast Babybroer liggen, gelukkig ben ik zo moe dat ik onmiddellijk in slaap val.

’s Ochtends zijn de jongens weer vroeg wakker. Ik wou zo intens dat ik gewoon de dekens over mijn hoofd kon trekken en er niet zijn. Ik ben moe, mijn lijf doet pijn, de rest ook. Ik weet dat ik gedaan heb wat moest, o.a. door de reacties op dit stukje – ook de reacties per mail, die me geholpen hebben de dingen scherp te krijgen en te bepalen wat ik wil. Of niet wil. Maar het is niet fijn jezelf een illusie te ontnemen.

Ik weet dat dit een overwinning is op mezelf en mijn patroon om in ongezonde relaties te verzeilen en me serviel op te stellen. Maar hoewel het voelt als het juiste om te doen en ik verder amper twijfel, had ik het liever anders gehad.

U vraagt, wij draaien – de update

Laatst zei een aardige collegablogster me dat iedereen zit te wachten op nieuws over hoe het nu met Dirk gaat, en met de kinderen en de rechtszaak, … U vraagt, wij draaien. Een update.

-1- Den Dirk (en de rechtszaak)

Hoewel den Dirk me in de rechtszaak de stuipen op het lijf joeg met zijn plotse voornemens zijn leven te beteren, een huis te huren en een baan te zoeken en volledig voor co-ouderschap te gaan, zijn we intussen vier maanden verder en zit hij nog steeds in zijn shelter. Hij lijkt wat meer te werken, maar ik heb er niet zo veel zicht op.

Dirk lijkt de vlotte jongen in het contact, alhoewel hij soms onaardige dingen zegt (over gerimpelde decolletés maar liefst – heb ik niet vind ik). Ik ben afwisselend zakelijk, afstandelijk, ongeïnteresseerd. Er is wel eens een moment van eenzaamheid en dan ben ik geneigd eens drie zinnen tegen hem te spreken. Hij blijft toevallig wel de enige met wie ik durf delen hoe trots ik ben als de peuter heeft verteld dat er een prot uit zijn mond komt.

De rechtszaak duurt lang. In juli was er een zitting, we wachten nu op het expertonderzoek.

-2- De kinderen

Die groeien en bloeien. Meestal gaat het goed, alhoewel ik soms de gedachte heb dat de jongste het beste in me naar boven haalt en de oudste het bloed van onder mijn nagels. Een tijdje terug ging het met de oudste allemaal zo moeizaam dat ik me heb aangemeld voor een intensief traject van opvoedingsondersteuning. Raar genoeg is het daarmee wat rustiger geworden, alsof ik zelf door de stap te nemen en hulp te verwachten binnen een half jaar ofzo, plots meer geduld heb en de dingen alvast anders aanpak. Misschien ligt dat ook aan het intakegesprek waar al enkele mooie inzichten uit voortkwamen.

De tijd dat ik babysits inhuurde om bij wijze van spreke gewoon eens twee uur om de hoek te gaan zitten en gerust gelaten te worden, is voorbij. De mannekes zijn groter, het gaat beter met mij en dus ook met hen, ik kan rijden dus we zijn niet langer gevangenen in een huis en een dorp met weinig mogelijkheden. Ons sociaal netwerk is geactiveerd en uitgebreid.

In het begin dat Dirk weg was had ik een enorme drang naar alleen zijn. Ik snakte naar een keer een dag alleen, een ongestoorde douche, vijf minuten  op toilet zonder iemand erbij. En slapen! Ik wou zo graag gewoon eens slapen. Intussen is dat verlangen weg gezakt, ik voel me niet meer zo gevangen met de voortdurende aanwezigheid van de kleine zieltjes. Ze zijn ook groter en dat scheelt echt. De dag dat ik eens ongestoord kan slapen tot acht uur zal ik vast niet weten wat me overkomt, maar ik denk niet meer elke dag dat ik eens tot acht uur wil slapen. Dat is beter.

-3- De parents

Ik had een complex conflict met mijn ouders. Ik heb de stap naar een bemiddelaar gezet en er komen dingen in beweging, maar ik heb eerlijkgezegd geen zin in het oplossen en uitpraten. Mijn energie is toegenomen maar nog steeds kostbaar. Ik heb het pokkedruk. Ik heb er geen zin in dus. Ik heb zo veel moeten investeren in mezelf emotioneel weer wat op de rails te krijgen, dat ik nu gewoon gerust gelaten wil worden. Maar goed, als volwassene moet je ook wel eens dingen doen waar je geen zin in hebt. Het is alsof ik een berg moet beklimmen, echt.

-4- De baan

Ik heb sinds juni een nieuwe baan die druk maar leuk is. Het lukt me werk en gezin min of meer te combineren met de nodige hulpbronnen.

-5- Het bijberoep

Het bijberoep heeft ervoor gezorgd dat er een potje geld apart staat om de rekeningen van de rechtbank mee te betalen. Dat is een groot goed, een reductie van stress. Anders was het nooit gelukt.

Maar het valt me zwaar om alles te combineren. Het avondlijk werken aan/voor dat bijberoep roept tegenzin op. Moe zijn en jezelf moeten voortslepen, dat gevoel. Ik weet dat ik dingen beter en efficiënter zou kunnen als ik wat zou uitrusten en me beter zou organiseren, maar ik kan pas weer naar adem happen als dit project af is. Doorbijten.

Ik heb verder heel veel ideeën om uit te werken en wil een website om nieuwe opdrachten aan te kunnen trekken en iets uit te bouwen wat op termijn misschien mijn vaste baan deels kan vervangen, maar ik vind er de ruimte niet voor. Het blijft dus een project-in-de-schuif, waar ik soms keihard in geloof en wat ik soms ook belachelijk vind. Het is frustrerend om wel te willen maar er niet aan toe te komen.

Mijn bijberoep is namelijk niet iets dat ik voor het geld doe. Ik heb allerlei wilde plannen, dingen die ik kan en wil uitbouwen. Maar voor uitbouwen heb je tijd nodig en energie en ruimte – letterlijk en figuurlijk.


Hopend u allen hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, besluit ik :).