De Tijd van de Introverten

Uiteraard is deze Corona-crisis verschrikkelijk. Ik ben me er echt van bewust dat het een ramp is. Dat er zieke mensen zijn, dat mensen dood gaan, dat er kinderen thuis zitten in onveilige thuissituaties, dat vrouwen opgesloten zitten met hun mishandelaar in sommige gevallen, dat er schoolachterstand ontstaat, dat de economie lijdt, … En dat vind ik oprecht allemaal heel erg.

Tegelijkertijd is de Corona-crisis voor mij als introvert persoon een soort opluchting. Ik denk dat de wereld extravert is en dat ik daar nooit zo goed in paste, maar me altijd wel in mindere of meerdere mate heb aangepast.
Er zijn tijden geweest – en dan spreek ik helaas over jaren – dat ik me permanent gecentrifugeerd voelde. Alsof ik niets meer van mezelf kon voelen. Sinds ik zelfstandige ben en bijvoorbeeld niet meer in een kantoortuin werk maar in mijn kleine kantoortje, is dat een pak beter. Ik heb meer tijd alleen, er zijn minder prikkels, minder vergaderingen, …

Maar door deze crisis realiseer ik me dat ik misschien mijn bedrijven wel opgezet heb naar het model van mijn vorige baan, met opdrachten waarvoor ik veel moet reizen en vergaderen. Als ik nu terugkijk naar de laatste maanden voor de crisis, dan besef ik dat ik totaal flipte als mijn oppas ziek was en ik ik dus niet kon werken. Dat ik heel de dag doorwerkte zonder eten. Dat ik om 17u echt met een ontploft hoofd thuis kwam en dat elke avond daardoor slopen was, want ik wou liefst wegduiken in mijn telefoon of een krant ofzo, maar de kinderen wilden dan liefst allemaal OP MIJ zitten en tegelijkertijd was er ook nog het eten-bad-bed en soms moest ik nog cursus gaan geven. Kortom: weer gecentrifugeerd. Ik was niet echt heel relaxed realiseer ik me nu.

Nu is er ook wat spanning natuurlijk. Ik verdien echt minder. Ik ben bang dat mijn bedrijf de zomer nog door moet voor het weer wat beter wordt. Ik wil mijn online cursus eindelijk in de wereld zetten en vind dat spannend. Ik werk ’s ochtends vroeg (en aauw, stom zomeruur) en als iedereen weer slaapt. Maar tegelijkertijd zijn veel dingen ook beter geworden want op een manier is introvert de norm in de wereld geworden door deze crisis, en ik voel me wakker, creatief, opgeladen. Ik ben er.

P.s. Sinds het zomeruur heb ik toch een soort dipje. Toch net te moe vrees ik. Ik merk dat ik de dingen die ik echt moet doen, niet meer gedaan krijg en dat ik dan ga worstelen met mezelf.

P.s. In onderstaande podcast vertel ik er dus ook iets meer over, maar misschien nog meer over vrouwencirkels en bewustzijn.

P.s. Ik kwam net op een ontiegelijk vroeg uur aan op mijn kantoortje, en er lag een brief dat er bloemen zijn gebracht bij de buren voor me.
Ik hoop echt dat ze voor mij is en dat het geen vergissing is :). Dat zit ik nu al de hele tijd te denken :). Geen idee van wie ze zijn, maar sommige dingen komen net op de juiste dag.
Ik las elders wel eens dat mensen zich machteloos voelen en graag meer willen doen, maar ik denk dat we best veel voor elkaar kunnen betekenen. Bloemen sturen is dan al iets groots, maar er zijn ook kaartjes en er is soep en een appje en …

Trage dagen

Ik heb trage dagen nodig. Hoewel ik me tegen mezelf verzet daarin. Het is niet handig, het is niet praktisch. Behalve als ik alleen zou leven. Dan leiden de trage dagen tot gedachten, tot diep werk, tot creatie.

Maar ik leef niet alleen. Hoe romantisch sommigen ook over kinderen kunnen schrijven, de dagen met kinderen zijn niet traag en zelden uitgepuurd schoon. Ik zit op het grote bed en wil alleen maar even zitten en nadenken. Beneden hoor ik hen ruzie maken en schreeuwen. Ik wil even fijn douchen. Beneden hoor ik iets sneuvelen. Ik blader door de krant aan tafel. De oudste geeft de jongste een schop omdat hij iets fout deed, en ik niet reageerde.

Het gaat zo tegen mijn natuur in. In plaats van uit mijn schulp te komen, wat de situatie van mij vraagt, kruip ik alleen maar dieper. Ik verlang naar cocon, naar rust, naar stilte, naar een positieve energie, naar lezen, naar schrijven, naar ruimte in mijn hoofd om te denken. Ik heb een schrijnend tekort van jaren aan ruimte in mijn hoofd. Stilte. Traagheid.

Soms stem ik me af of hun tempo. Dan lukt het me, om vier keer het pontje over het IJ te nemen omdat ze dat willen. Om rustig te zoeken welke tram ze het leukste vinden. Om elke roltrap op onze weg op en af te gaan. Hun tempo. Hun dingen. Dat is mooi. Het schuurt dan minder. Maar mijn eigen honger is er niet mee gestild. Pun intented.

We zijn anderhalve week bij de Man. De eerste week doen we meer dan het voorbije half jaar. De Man blijkt ondernemend, mijn kinderen ook. Dus we wandelen door sprookjesparken, we zwemmen, we drinken koffie, we zien theater, we waaien uit in de duinen, en we kijken film met zijn allen op de bank.

Op het einde van de week ben ik gesloopt. Zo veel en zo veel samen. Maar ik ben ook heel dankbaar.

Na anderhalve week, bijna twee weken, zijn we weer thuis. Met drie. De eerste avond is al meteen een race, met twee overspannen kinderen, een opvoedingsondersteunster, geen eten in huis, janken, tranen. Name it. Vervolgens krijg ik het niet georganiseerd om opvang te vinden om naar mijn  werk te kunnen. Op enkele uren druipt alle opgebouwde energie van de afgelopen anderhalve week waarin ik niet alleen was, waarin we het samen deden, waarin ik niet hier was, waarin alles beter ging, weg. Ik realiseer me stomverbaasd dat ik al drie jaar het onmogelijke heb gedaan, met een ijzersterke garantie op schuldgevoel. Geen opvang vinden? Schuldgevoel naar werk toe. Gaan werken? Schuldgevoel naar thuis toe. Voor het eerst ben ik wat milder. Hoezo, ik had ook nog elke dag yoga moeten doen, het aanrecht schoon houden, vijf kilo afvallen, mails beantwoorden en mijn werk af hebben? Haha.

Van mijn werkgever moet ik een soort programma volgen. Een training. Omdat ik er even doorheen ging. Ik geloof er zelf niet in. Soms moeten de omstandigheden veranderen, waardoor je zelf ruimte krijgt om beter en anders te worden. Ik heb veerkracht opgebouwd. Misschien meer dan de jonge psychologe die me gaat vertellen dat ik positief moet denken en grenzen moet trekken. Daar ligt het niet aan. Als het daar aan lag, had ik het kunnen redden. Je kan iemand niet trainen om het onmogelijke te doen. Ik geloof best dat er single moms zijn die het goed doen, met twee kinderen. Maar ik niet, niet met deze kinderen, deze ex, deze combinatie van werk en gezin, dit energieniveau, dit beperkt netwerk, deze financiële situatie en mijn eigen persoon die een cocon nodig heeft en veiligheid en alleen zijn en rust.

I don’t belong here anymore. Ik ben klaar met alles alleen doen. Met de jaren van de lege bankrekening, van de eeuwigdurende stress, van pijn, van vermoeidheid, van conflict. De maanden die ik nodig heb om de overstap te maken, zijn er te veel aan. Alsof het niet meer kan, uithouden wat ik al drie jaar doe, voor die laatste maanden. Alsof ik niet meer weet hoe ik moet zwemmen nu de kust in zicht is.

Daar zal ik het lef moeten hebben een kamer in te palmen en er een cocon van te maken. Ik weet dat het geen rozengeur en maneschijn zal zijn. Er zal nog steeds vermoeidheid zijn, ik zal in een vreemde omgeving zijn, we zullen moeten wennen, aanpassen, veranderen, en de relatie met de Man zal ook het nodige onderhoud vragen.

Hij is geen reddingsboei. Hij is gewoon de juiste man op het juiste moment. Hij is verstandig, rustig, houdt het overzicht. Ik verbind me met hem, want dat heeft hij nodig denk ik. Verbinding. Hij heeft de plek, wij vullen de ruimte die anders een leegte is. We voegen de middelen samen. Niet letterlijk, maar figuurlijk. Samen hebben we voldoende tijd, zorg, geld, energie om het te laten werken. Fingers crossed.