Zeelucht

De dagen in de Stad vliegen voorbij. Het wordt een vakantie met special thanks to. We bezoeken Artis, we eten pannenkoeken bij vrienden uit Amsterdam. Ik heb een soort date die volledig verziekt wordt door de kinderen, een dagje kinderboerderij met een vriend van vrienden. En de laatste dag past een collega op de Peuter en neem ik met de Kleuter de tram en de pont naar EYE, waar we samen van de GVR genieten. Terug in het leenhuis heeft de collega gekookt en helpt ze met orde op zaken brengen want de volgende dag vertrekken we naar zee. Voor vertrek vis ik een boete van onder de voorruit.

We vertrekken in mineur. De boete (shit man), maar ik ben ook gevangen in strikken van mijn eigen gedachten. Dat alleen op vakantie met twee kinderen onmogelijk is (we hebben bv heel ongezond gegeten omdat ik niet én uitstapjes kon voorzien én koken én animatie én al de rest). Dat een vakantie, zelfs als logeerden we gratis, veel te duur is voor ons. Gelukkig kwam er een onverwacht geschenk uit de hemel <3. Dat de Kleuter zo dwars is dat ik er echt heel ongelukkig van word, niets mocht makkelijk, ik herinner me bij elke activiteit ook de woedebuien en het verzet. Dat dit geen vakantie voor mij was, ik heb immers niets gedaan wat ik interessant of leuk vond (en dat is overdreven, want ik heb gelezen en ik heb van de stad genoten en vrienden gezien).

We rijden. Langs Schiphol, langs de haven van Rotterdam, naar een hoekje van Schouwen-Duiveland, alwaar ik de lelijkste chalet van Nederland heb gehuurd, zo blijkt. Twee nachten. We halen warm brood bij een vooroorlogs buurtwinkeltje. En kaas. We eten op het terrasje. We wandelen naar zee. Daar zit ik de hele middag, tussen de gezinnen. De jongens spelen, ze zijn niet blij dat ik geen zin heb om mee in zee te gaan. Daar heb je papa’s voor, denk ik. Rondom mij liggen vrouwen boekjes te lezen en vaders rennen de zee in met hun kinderen. We eten ijs, we wandelen terug.

Tijdens de wandeling bedenk ik dat vakantie elk jaar existentiële verveling oproept. Je leeft er naar toe, en dan denk je ‘is dit het maar?’. En plots wordt alles meegezogen in dat gevoel ‘is dit het maar?’. Kinderen hebben. Is dit het maar? Werken. Is dit het maar? Leven. Is dit het maar? …

Dan gebeurt het wonder. De Peuter en ik vallen in slaap, de Kleuter kijkt een filmpje. Na het dutje is alles anders. De jongens gaan plots kampen bouwen buiten en spelen zelfstandig en leuk zonder ruzie en zonder mij elke anderhalve minuut te roepen. Ik maak een pasta, lees verhalen van Primo Levi op het terras en geniet van het spel van de jongens, de zeelucht, de lelijke chalet, de rust. Dit is genieten, en alle valstrikken in mijn hoofd zijn opgelost.

Nog anderhalve dag. Herinneringen krijgen heel snel gouden randjes. Zelfs het dieptepunt van enkele dagen geleden (met twee vermoeide kouwelijke kinderen een beloofd softijsje eten voor een lelijk Amsterdams snackbarretje – de ijswinkel waar we naar toe wilden sloot voor onze neus, iedereen moe, al bijna zeven uur en nog moeten winkelen, koken, en eten – het gevoel de wereld op mijn rug te torsen, maar het was maar een peuter en een kleuter aan de hand).

Het gevoel ‘we did it’ overheerst. Dit is wat ik wou, dit is wat we gedaan hebben.

 

Aan wal

Could you help me, please?
De man nam mijn kind over. Ik stapte op de waterfiets, nam het kleine jongetje aan. Het bootjesgeval wiebelde. De Kleuter zat hysterisch van angst vooraan. Ik zette de peuter tussen ons in en daar gingen we, de grachten op.
De eerste tien minuten vaarden we tegen een brug op, keerden we onbedoeld, draaiden we kringetjes. Verdomme, dacht ik. De jongens kunnen niet zwemmen en ik heb niet eens om zwemvesten gevraagd (niemand droeg zwemvesten op de andere canal bikes, ik was dus niet de enige onverantwoorde ouder, maar wel de enige die alleen met twee ukken op zo’n ding zat), en ik kan niet sturen. De Kleuter geraakte vreselijk in paniek van mijn geklooi en ik moest alle zeilen bijzetten (haha) om de waterfiets te sturen, te blijven trappen, kalm de Kleuter te kalmeren op een niets-aan-de-hand-toontje (maar aaaaaaah, daar komt een grote boot met 100 toeristen in en we liggen exact op zijn route) en de Peuter aan te moedigen  vooral wakker te blijven en binnen de grenzen van de canal bike. Een kind van nog geen drie is immers in staat om zijn knuffel overboord te laten vallen en achterna te gaan. Een man op de kant kijkt ons lachend aan. ‘This is very good for you!‘ roept hij. Ik weet niet of dit een soort meta-boodschap van het universum is over angsten overwinnen en vertrouwen, of dat hij van bovenaf gewoon een te goed zicht heeft op mijn te dik geworden billen die trappen in de canal bike.

Aanmeren was een beetje zoals achteruit inparkeren. Niet mijn sterkste kant. De Kleuter, die behoorlijk gekalmeerd was na drie kwartier relaxed waterfietsen terwijl ik prima stuurde, geraakte buiten zinnen. Ik moest een Amerikaan to the rescue roepen. Die redde ons gaarne, trok de boot aan de kant, maakte ons vast, nam de kinderen over en trok mij aan wal.

Daarna tramden we naar het Vondelpark, waar ik koffie dronk en de jongens ijs aten en speelden. We tramden naar het leenhuis terug. Twee trammen, de jongens trots als pauwtjes op een zitje.

Koken, eten, bedjes. Boek lezen op de bank. Huishouden doen. Nog wat werk-dingen afronden. Mailtjes beantwoorden. Blog schrijven. Denken.

Denken. Alles waarvan ik denk dat het vervullend zal zijn, blijkt altijd een beetje minder dan ik dacht. Zoals deze vakantie met de jongens. Ik keek er naar uit, we leefden er naar toe. We nemen herinneringen mee en naarmate de tijd verstrijkt worden die glanzender en met meer gouden randjes, omdat we vergeten hoe het was. Hoe het echt was. De angst dat één van de kinderen in het water zou belanden. De vermoeidheid. Het plakkerige handje in het mijne. Het kind op mijn rug dat klaagde hoe moe het was. Het saaie van koffie drinken in een speeltuin in het Vondelpark. De jongens aan de tramhalte op de grond, wachtend tussen de sigarettenpeukjes. Het afgeraffelde verhaaltje bij het bed, omdat ik het totaal had gehad met de dag, met de jongens. En al die vieze snoepveters die ik hier vreet, ’s avonds, stiekem. Omdat ik moe ben, en hier alleen zit in een huis in Amsterdam.

Maar. We hebben gewaterfietst op de grachten. En dat vond zelf de Kleuter cool.

 

De kaart van Nederland

Vrouwenpolder
Ik hou de multibellenblazer omhoog. De wind doet mijn werk. De belletjes vliegen over het strand. Het kind danst in de bellen. Hij is bloot en zielsgelukkig.

Amsterdam
We wandelen, we praten, ze neemt me mee naar de leukste ijsbar van Noord en ik trakteer.

Epe
We zitten op een bankje voor het hutje. We lezen en drinken koffie onder het afdakje. Het regent voor de derde dag op rij. Ik ben het zat. Ik trek mijn kleren uit en ga rennen in de regen op het grasveldje. Hij komt achter me aan.

Nijmegen
Mijn buik is dik. Ik zit aan de bushalte. Het is warm. Het kind stampt. Ik eet een waterijsje. Alles is al anders en het moet nog helemaal beginnen.

Amsterdam bis
We rijden de stad in. Ik ben rillerig van de koude en vermoeidheid. De dag is zestien uur geleden hier ver vandaan begonnen. Ze neemt me mee naar haar fijne appartementje waar het logeerbed klaar staat. Ik val in een diepe slaap.

Ooij
We liggen in het steeds vochtiger wordende gras. Het is voorbij schemer. Als hij zich over me heen buigt, hoor ik wilde paarden galopperen. Ik ben niet bang.

Arnhem
Het is mijn eerste zomer als alleenstaande moeder. Ik date een jongen die ik via internet ontmoet heb. Er valt weinig te zeggen, ik ben zo breekbaar als een kwartel-ei. Hij is lief, maar we hebben niets. Ik ben blij als ik terug op de trein stap. Ik lieg tegen mijn ouders dat ik met een vriendin uit eten was.

Den Bosch
Een dakloze leidt ons rond in de stad. Het is koud en grijs. Het contrast met de shoppers die kerstinkopen doen en wij die de geheime hoekjes leren kennen waar je beschut kan slapen als je geen dak boven je hoofd hebt, is vervreemdend.

Hoorn
Door de stad struinen, pizza eten en in bed koffie drinken. Ik vond mezelf hier terug toen ik vroeger klaar was met werken dan ik verwacht had, en een stukje van de middag en de hele avond open lagen voor me. Daar stond ik plots, zonder een to do lijstje. Daar was ik niet op voorbereid. Maar net in die tijd, die tijd waarin niets moet, gebeurt het.

Gapinge
Ik rijd in mijn oude Fiat door de velden. Er hangt een dichte nevel en de zon komt op. Mijn hart juicht, mijn handen klemmen het koude stuur vast.

Delft
Na een heerlijk etentje door de dichte straatjes fietsen. Een andere keer een gesprek voeren met een kennis. Het gesprek kantelt de diepte in. Ik vertrek wijzer dan ik kwam.

Utrecht
Ik bezoek een locatie voor een studiedag. Het is benauwd, ik heb het gevoel dat ik niet kan ademen op deze plek.

Zwolle
Feest.

Rotterdam
Thuiskomen bij mijn meest inspirerende opdrachtgevers. Maar ook: fietsen. Dwalen. Verbazing. En goed eten.

Middelburg
We gaan nog naar de Albert Heijn voor we naar huis rijden. Ik laad aardbeitjes en allerlei lekkere en gezonde dingen in. Een bessensapje voor on the road. Een drankje voor de jongens. Ik neem het tijdschriftje van de AH mee, goedkoop en heerlijk vertier bij een kopje koffie. Ik besluit meer van de vakantie mee te nemen dan een mandje boodschappen. Na een uur aanschuiven op de Antwerpse ring is dat gevoel weer wat getemperd.

Retranchement
Een afscheid dat te vroeg kwam. Poffertjes bij de Parlevinker. De weg naar Cadzand met eeuwig zeurende kinderen. Elke keer denken dat ik een keer naar dat theehuis wil dat net voor Cadzand aan de rechterkant ligt, bij die mini-camping. ‘Volgende keer,’ besluiten. Elke keer.

Mijn ogen dwalen over de kaart. Het lijkt wel een atlas van mijn belevingswereld. En dit is nog maar het topje van mijn ijsberg.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vriendinnen

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

Vriendinnen

De eerste die ik me kan herinneren had twee staartjes en was de dochter van een vriendin van mijn moeder. Zo moeders, zo dochters. Ik timmerde eens een klasgenootje met een schepje van de zandbak op zijn hoofd in de kleuterklas omdat hij gewaagd had naast haar te gaan zitten. Dat was mijn plek.
In mijn puberteit was er die ene waar ik voor het eerst mee naar een festival ging. Ik had de kaartjes gewonnen en haar ouders kwamen ons ophalen. Bij de hoofdact (eindelijk!) moesten we ons na een kwartiertje uit de naar bier walmende menigte wringen, omdat taxi mama-en-papa klaar stond. Misschien was de hele voorpret waarin we ons vooral afvroegen wat we moesten aandoen op een echt festival, wel het leukste van alles. Dat we de dag zelf in weinig verhullende jurkjes en met teenslippers tussen de springende massa stonden, is intussen een glimlach waard.
Er waren er waarmee ik naar huis fietste, er waren er waarvoor ik een omweg reed, er waren er waarmee ik op kamp ging, er waren er waarmee ik mijn ouders analyseerde en er waren er waarmee ik mijn vriendje besprak en de eerste schuchtere stapjes op het pad van wat we dachten dat de liefde was.
Op de universiteit was er de zeer zeldzame en unieke luxe om samen te wonen met vrienden. Er werden taarten gebakken in het midden van de nacht, examens doorstaan, kaarsjes gebrand, oordopjes ingedaan als er achter het kartonnen muurtje een vriendje op bezoek was, getroost als dat vriendje van het toneel verdween en aardbeien gegeten, met slagroom.
En toen werd ik moeder, en toen waren er de moedervriendinnen. Van ‘mag ik er eens aan komen?’ over de zwangere buik, tot vereerd en plaatsvervangend trots haar kleintje koesteren of vol vertrouwen dat van mezelf in haar handen leggen, tot het sturen van smsjes naar elkaar met het aantal uren slaap van de voorbije nacht. Biep. ‘3’. Tikken: ‘3,5’. Send. Biep. ‘Wie zijn idee was dit?’. Tikken: ‘Nooit meer.’ Biep. ‘Wacht maar tot ze zestien zijn.’. Tikken: ‘Reken maar’.

Ze kwamen en gingen, in een eindeloze, bonte en kleurrijke stoet. Ze waren nooit met veel tegelijk, maar dat past bij me. Een tijd lang was ik triest als ik er weer één had zien gaan. Smsjes die op een dag stopten, en nooit meer terug op gang kwamen. Jaloezie bij jezelf bespeuren en het contact wat afhouden. De ander die het contact wat afhoudt, niet weten hoe dat komt. Of een conflict, een meningsverschil. Een fout woord gebruikt, een verjaardag vergeten. En soms gewoon niet begrijpen hoe die ander geworden is wie ze is en voorzichtig loslaten.

Op een dag merkte ik dat ze gingen, om plaats te maken voor de volgende. De volgende die beter aansloot bij het leven dat ik op dat moment had. Dat besef troost. Net als het idee dat je in elkaars eindeloze stoet mag flaneren.