Voor onder de Kerstboom

Bevallen. Laatst had ik het er met een vriendin over. Ze vreesde dat de keerzijde van het maken van een bevalplan is dat mensen foute verwachtingen zouden hebben en sowieso teleurgesteld zouden zijn.

Voor de geboorte van de baby’s werkte ik tot vervelens toe aan mijn bevalplan, samen met de doula van het ziekenhuis. Er stond niets in over muziek en wierook. Het plan stond vol medische termen en wat-als-en. Baseline was echter dat er niets mocht gebeuren waar ik geen toestemming voor gegeven had. En als ik het niet kon: mijn man. Nee, ook niet knippen. Ook geen keizersnede. Toestemming vragen kan zo groot zijn als een vraag stellen. Er hoeft geen formulier aan te pas te komen (als er spoed is).

Tijdens een vorige bevalling was er immers wat mis gegaan op dat stukje toestemming geven. Ik heb die bevalling ervaren als geweld. De beelden hebben me lang achtervolgd. Beelden van verpleegsters die op mijn buik lagen, zweet parelend op hun voorhoofd. De reflectie in het raam van het bloedbad na de knip. Het geluid van het knippen. De geweigerde verdoving die toch gezet werd terwijl ik kermde dat ik het niet wou. De mensen die ik vertrouwde en die aan de kant stonden en toekeken.

Tijdens de tweelingzwangerschap kwamen de beelden en masse terug. Ik had depressieve gevoelens, angsten, ik huilde veel, ik kon niet echt uitkijken naar de komst van de baby’s. Het boek ‘Perfecte bevallingen bestaan niet’ opende mijn ogen over de impact van een bevalling op je welbevinden (relationeel, fysiek, emotioneel, …). Ook jaren later. Samen met een verloskundige werkte ik aan het trauma, maar dat was zo heftig en ik had al zo weinig energie. En per sessie betaalde ik ongeveer 100 euro uit eigen zak. Ik kon het niet opbrengen en stopte met de therapie.

De bevalling van de tweeling bleek heel helend te zijn. Er werd naar me geluisterd. Alles werd met me besproken. Ik mocht bevallen zoals ik het wou. Ik kon er op vertrouwen dat mijn doula wist wat ik wou. Ik heb heel veel geluk gehad met twee natuurlijke geboortes, maar zelfs als ik naar de operatiekamer was gebracht voor een keizersnede, was het niet traumatisch geweest omdat ik me als mens gehoord en gezien voelde door de hulpverleners.

Achteraf gezien had ik jaren eerder mijn eerdere bevallingstrauma willen verwerken zodat het me niet zo dwars had gezeten. Ik vraag me oprecht af wat het gedaan had met mijn lichaamsbeeld, zelfbeeld, zwangerschap, … als ik mijn verhaal een plekje had gegeven.

Janneke Jonkman, schrijfster van het beste tweelingboek ooit, biedt een online cursus aan om je bevallingsverhaal te schrijven en te helen. Ik wens alle mama’s met een bevalling die blijft hangen toe om deze cursus onder de kerstboom te krijgen. Van jezelf of van iemand anders.

Connectie

Eén keer per maand hebben we een nacht zonder kinderen. Ik rijd naar de Man toe met een zekere spanning. We hebben afgesproken opnieuw mdma te gebruiken. Voor het een partydrug werd (in de vorm xtc), was het erg in trek bij psychologen en psychiaters om therapeutische redenen. Op die manier gebruiken wij het, samen. Om te helen en te binden. Een beetje zoals een ayahuasca-ceremonie, waarmee je je ziel wil uitkuisen.

(Uit een recent artikel dat een lezer hier vermeldde, leerde ik dat het gebruikt kan worden in relatietherapie om patronen te doorbreken, beter naar elkaar te luisteren en vergevingsgezinder te zijn. Ook mensen met ernstige trauma’s kunnen er mee geholpen worden.)

We gaan uit eten. Praten. Eenmaal thuis trekken we iets makkelijks aan. We zijn giechelig als we op de bank gaan zitten met een klein beetje van het goedje op. Deze keer duurt het lang voor we iets voelen. Misschien omdat we net een maaltijd hebben gehad. De eerste tijd voelt het alsof de ballast rond mijn hart verdwijnt en mijn innerlijk oog zich rustig opslaat. Maar ik voel me vooral kwetsbaar, naakt. Overigens niet op een vervelende manier, maar de blije en gelukkige gevoelens van de vorige keer blijven uit. Ik kan wel heel helder kijken en veel zien. Van mezelf, van anderen. Ik vertel de Man hoe ik misschien wel tachtig, negentig procent van de tijd bezig ben om mezelf in de wereld te houden, omdat ik zo sensitief ben dat ik het eigenlijk amper kan hanteren. Ik zie hoe vaak ik gefrustreerd ben omdat ik zo veel van  mijn energie daaraan moet geven, waardoor heel veel van mijn potentie ongebruikt blijft. Het is alsof ik voortdurend moet vechten met mezelf.

We praten. We gebruiken nog wat. De mooie, diepe verliefde roes en ontspanning komt niet, maar we zijn verbonden en praten en luisteren.

Ik bezoek het kind dat ik was op twee pijnlijke momenten in mijn jeugd. Ik ben in de situatie, maar het kind is zo gevangen door schaamte dat ik het nog niet kan helen. Dat vertel ik tegen de Man. Het is nog te vroeg. Hij moedigt me aan contact te maken met het kind dat ik was. Maar ik kan er niet bij.

Ik vertel veel over schaamte. Schaamte heeft me heel vaak ingekapseld. De Man is liefdevol en verzekert me dat schaamte er bij hem niet hoeft te zijn. Ik begrijp het, maar ik ben er nog niet klaar mee.

Dan komt er een moment waarop ik een wezen van licht zie met een kind in de armen. Het is een kind van drie maanden en ik weet dat het het kind is dat ik verloren ben. Ik vertel tegen de Man wat ik zie en dat het kind wordt vastgehouden door een vrouw die ik niet ken. Ze is jong, ze heeft lang haar, ze is heel rustig en vredig en ze houdt het kind beschermend vast. Ze schermt het gezicht af voor me, maar ik wil het zo graag zien. Er is geen gesprek maar er wordt me verteld dat het kind niet van deze wereld is en dat ik daarom het gezicht niet kan zien. Ik vang wel een glimpje op van het mondje. Ik wil het kind zo graag vasthouden en heel even lijkt het alsof ik het aan mijn hart kan drukken. ‘Het is mijn moeder,’ zegt de Man, na mijn beschrijving. ‘Zoals ik haar ken, zorgt ze wel voor ons kind.’ Ik weet meteen dat het waar is, het is inderdaad zijn moeder. Ik vertel hem dat ze in vrede is. En dat ik achter me een aanwezigheid voel. Ik beschrijf hem dat het een onrustige aanwezigheid is en ik beschrijf hem de plek. Hij antwoordt dat het onze overleden vriend is, en ook dat klopt. De plek waar ik hem voel is de plek waar blijkbaar vroeger een tafel stond en waar hij zijn vaste plek had. Ik vertel de Man dat er onrust is. Dat er iets onopgelost is tussen hen. Ik voel een vraag of een gerichtheid van de onrustige ziel maar de Man toe. De Man zegt dat hij en de vriend van elkaar hielden en dat ze dat van elkaar weten. Maar dat is niet genoeg voor de aanwezigheid. Er is nog iets dat blijft hangen. Op een bepaald moment gaat hij, maar hij kan niet weg blijven. Hij komt en gaat, komt en gaat. Intussen heeft de moeder van de Man zich, met mijn kind in haar armen, naar de Man toe gebogen. Ze kust hem lang op zijn slaap. Ik vertel het hem, aai de plek waar hij gekust wordt. Langzaam verdwijnen zij en het kind.

Om vijf uur in de ochtend trekken we ons terug in bed voor enkele uren slaap. Ik word helder wakker, prima uitgerust. De ballast is nog steeds weg en mijn innerlijk oog is nog steeds open. Ik zie en voel dingen en word daar erg rustig van. Het is alsof ik een soort toegang heb tot weten, waarbij ik mijn eigen heelheid zie, contact kan maken met mijn eigen levende en veerkrachtige ziel. Ik zie ook dingen die in de toekomst zullen gebeuren. Dingen die me geruststellen en dingen die ik verdrietig vind, maar waar ik van weet dat ze onvermijdelijk zijn. Ik weet dat de Man en ik met elkaar een leven in rechtvaardigheid gaan uitbouwen. Dat we elkaar recht gaan doen. Hij zal lang leven maar eerst sterven. Ik zal na zijn dood verzadigd zijn door de rechtvaardigheid van onze relatie, en in vrede zijn met wat het leven me gebracht heeft. Ik zie ook dat ik het kind dat ik verloren ben niet meer terug krijg, maar dat er wel een ander kind zal zijn dat bijna in ons leven komt. Het kind is al dicht bij.

De Man heeft het zwaarder, en kampt met een soort kater. We gaan ontbijten tegen de middag. We wandelen door zijn stad. De zon schijnt. Het zijn gouden uren voor mij, de Man loopt te lijden. Dan stap ik de auto, op weg naar de schoolpoort. De rit is lang en zonnig en ik ben heel en compleet. En ik reis niet alleen. Rechts achter me voel ik een beschermende energie.

Post Scriptum
Ik lees over therapeutische sessies met mdma, en herken heel veel van de werking. Op een bepaald moment lees ik dat een ‘sessie’ een vijftal maanden therapie kan vervangen. Er worden tips gegeven om o.a. via yoga-oefeningen en met intenties het effect nog efficiënter te maken. Het is niet verslavend, noch fysiek, noch mentaal. We gebruiken het minder dan één keer per maand en altijd in verantwoorde omstandigheden. Ik weet dat ik nog (psychisch) werk te doen heb en dat dit een manier is om dat te doen.

 

 

Dirk & de ultieme verrassing

Dirk en ik maken ruzie. De gemoederen lopen behoorlijk hoog op. Maar ergens is het ook heilzaam (alsof je pas kan helen in het gesprek tussen dader en slachtoffer), en in momenten lijkt er een soort doorbraak. Of hij beseft hoe bang ik van hem was? Of hij weet wat het voor me betekend heeft om die rotbevalling alleen te moeten betalen? Dat hij me verwoest heeft door weg te gaan, maar ook door de tijd daarvoor. Hij schreeuwt dat hij dat weet, dat hij het niet wil horen. Ik huil met lange halen. Hij vertrekt, ik loop achter hem aan en schreeuw dat hij het weer doet. Me alleen laten op een moment dat ik er niet alleen voor wil staan.

Tien minuten later is hij terug. Ik zit huilend en trillend aan de keukentafel, ver weg van de Peuter die een filmpje kijkt op de bank. De Kleuter is er niet, maar goed ook.

Dan zeg ik het. Wat ik al ongeveer 20 jaar weet maar waarin alles samen komt dat er met mij aan de hand is, dat me belemmert, waar al die onevenwichtigheden van dit leven, al dat zotte en grenzeloze en absurde en uitgeputte vandaan komt.
Ik moet al heel mijn leven meer doen dan ik kan. Jij bent de eerste die ooit echt voor me gezorgd heeft en toen werd het alleen maar erger en liet je me in de steek.’

Ik huil en tril en ben tegelijk beyond reason en behoorlijk scherp, want in mijn hoofd komt alles samen. De moeder met manische buien en altijd overstuur. De vader die zich kapot werkte. De opdracht uit te rekenen hoeveel uren mijn vader had moeten werken voor nieuwe spullen die ik kreeg. Het feit dat ik een brusje ben, een zus van meerdere kinderen met een handicap. Dat ik als kind al wist dat er geen draagkracht genoeg was om het normale kind, ik dus, ook nog te geven wat het nodig was. Dus ik verstopte me in boeken, hield me op de achtergrond, vroeg weinig, kreeg weinig, deed mijn best om te helpen, verantwoordelijkheden te nemen, te koken voor het gezin, te luisteren naar mijn moeder en haar problemen, op te ruimen, de was te doen, onzichtbaar te zijn. Ik deed als klein kind al wat ik niet kon. Ik had elke dag buikpijn waar ik niets over durfde zeggen, ik dacht altijd altijd altijd dat ik moest overgeven, ik was godganse dagen doodsbang dat ik moest overgeven. Ik voelde me nooit gewoon goed. Ik speelde niet, ik las. Ik voelde me ouder dan andere kinderen. Ik probeerde alles goed te maken thuis, maar het werd nooit beter – wat ik ook deed of liet.
En later, het onvermogen om een goede wederkerige relatie te hebben. De angsten die gepaard gaan met moeder zijn. Het grenzeloze in werk. De hoge eisen aan mezelf. Dirk die even voor me zorgde. Ik die finaal voor hem viel. De verandering, de hel, zijn vertrek. Elke dag de opdracht meer te doen dan ik kan. Het gevecht met faalangst en uitstelgedrag en werk en gezin en huishouden. Dat dagelijkse gevecht met mezelf – over mijn recht op verdriet en op rust en op dat het soms genoeg mag zijn. Dat ik al heel mijn leven moe ben. Dat ik niet voor mezelf kan zorgen, dat ik gewoon niet voel of ik honger of dorst heb. Ik voel alleen pijn en vermoeidheid en kou.

Dirk kijkt me aan en zegt dat hij me iets gaat vertellen. Ik hoor hem amper maar kijk hem aan, en hoor dan het woord ‘homoseksueel’. Hij heeft me verteld dat hij homoseksueel is.

Het huilen houdt op. Ik stel hem vragen. Nee, hij heeft geen relatie met een man gehad en ja, hij hield van me en … Ik ben volkomen verbluft. Ik had alles verwacht, alles al eens gedacht. Maar dit nooit.

De crisis is totaal. Een uur later lig ik uitgeput op de bank, rillend van de kou. Dirk is doodkalm, praat tegen me, besluit bij me te slapen, houdt me heel de nacht vast terwijl mijn hoofd duizend kringetjes draait en ik niets begrijp, niets meer begrijp. Ook niet mijn eigen reactie.

Het is alsof de hemel op mijn kop gevallen is, alsof de wereld ingestort is.

Omdat het nu uitgesloten is dat hij ooit terug komt? Nee, dat wil ik immers toch niet? Ik denk dat de verwarring er eerder in zit dat dit een ander licht werpt op alles dat was. Ik ga er al een tijd vanuit dat ik te maken heb met een ex-partner met een persoonlijkheidsstoornis. Daarom ben ik een rechtszaak begonnen, om bescherming te zoeken. De persoonlijkheidsstoornis zou verklaren waarom de relatie zo destructief is geweest voor mij en hij me in puin heeft achtergelaten, duizenden euro’s armer, zonder ooit echte verantwoordelijkheid genomen te hebben voor om het even wat. Ik snap er niets van. Maar hij ligt  naast me en houdt me vast en zegt dat hij nu eindelijk eerlijk is met me en dat hij nu mijn man weer kan zijn en dat hij vanaf nu voor me gaat zorgen en dat we nog een kind kunnen krijgen samen. Dat gaat op in de enorme soep in mijn hoofd. Pas de volgende dag realiseer ik me hoe absurd het is.

The day after

Ik zet de peuter af om 7u. Hij huilt. Ik huil. Ik moet naar Duitsland rijden om daar een studieochtend te geven. Ik heb geen letter op papier, ik heb niets voorbereid. Niets. Ik heb geen tien minuten geslapen. Ik ben mezelf niet en ik herken mezelf niet.

Hoe verder ik rijd, hoe witter de omgeving wordt. Ik bel een vriend die zelf homoseksueel is. Ik hoor hem bijna fronsen. ‘Hee, meid, too little, too late,’ zegt hij. Ik krijg een smsje van een vriendin die me vraagt waarom ik hier zo van overstuur ben, dat het toch niets verandert aan wat me te doen staat. Ik bel Amber, die spontaan in lachen uitbarst. ‘Nee, niet Dirk,’ zegt ze.

Ik geef een studieochtend zonder een letter voorbereiding op papier. Er is een bord. Ik luister naar het organisatieprobleem, zet heel oldschool het model dat ik ontwikkeld heb op het bord en licht toe hoe het werkt en waarom ik geloof dat het een antwoord kan zijn op hun problemen. Vervolgens laat ik heb kennis maken met methodes en werkvormen uit het model. Het is heftig, enkele teamleden huilen tijdens de werkvormen waarin ze uitgenodigd worden perspectieven te verbreden, te veranderen, en te vertellen hoe ze bepaalde zaken ervaren en duiden. Als ik weer vertrek zijn ze dankbaar, er is wat gebeurd, ze zijn in beweging gekomen. Ik zet mijn zonnebril op, ga de baan op, schud mijn hoofd uit ongeloof, en dan begint het. De lange rit, waarin ik mijn ziel uit mijn lijf huil, waarna ik hees ben van het janken. Bij momenten hoor ik mezelf diep en wanhopig brullen als een gewond dier. Mijn tranen zijn zwart van de mascara, ik krijs van ellende. Ik wou dat ik dit niet moest meemaken, het is zo genoeg voor me.

Dan krijg ik een sms van een vriendin die me vraagt of Dirk ziek is of aandacht nodig heeft. Ik schud mijn hoofd. Het lijkt alsof ik plots wakker word. Dirk zijn bekentenis deed geen enkel puzzelstukje op zijn plaats vallen, het verklaarde helemaal niets. Bovendien heb ik geen enkele aanwijzing gehad om dit ooit te vermoeden en de vrienden die Dirk kennen en die ik in vertrouwen heb genomen, vallen even hard uit de lucht. Ik realiseer me plots dat ik mezelf niet ben. Onvoorbereid en zonder een minuut slaap naar Duitsland rijden en daar een studiedag gaan geven? Dat is helemaal niets voor mij, dat ben ik niet. Dit gevoel van vervreemding van mezelf herken ik van vroegere crises met Dirk. Ik herinner me plots hoe hij genoot van mijn crisis gisteren, hoe het aanleiding was voor hem om de boel over te nemen. Hoe zwak ik me voelde, hoe weerloos tegenover zijn besluit bij me in bed te komen. Hoe afhankelijk ik werd van hem. Hoe willoos. Ijskoud en glashelder weet ik plots dat het niet waar is. Het is niet waar. Dirk is een psychopaat en dit is zijn ultieme manipulatie. Wat niet wegneemt dat ik geloof dat hij het zelf gelooft, dat hij homo is.

Enige achtergrond. Ik heb altijd het gevoel al gehad dat Dirk zijn buitenkant en binnenkant niet met elkaar in verbinding stonden. Hij gebruikt maskers. Dingen die hij zei en deed correspondeerden niet met zijn innerlijk. Een heel duidelijk teken daarvan is dat hij heel betekenisvolle momenten uit onze relatie niet meer weet. Hij heeft daar met zijn buitenkant gehandeld, maar hij was daar innerlijk niet eens bij.

We hebben het hier over gehad en hij heeft dit toegegeven. Ik heb het boek van Jan Storms (‘Destructieve relaties op de schop. Psychopathie herkennen en hanteren’) tientallen keren gelezen en alles herkend: de dode ziel vanbinnen, verborgen achter verfijnde overtuigende maskers, de binnenkant en de buitenkant die niets met elkaar te maken hebben.

Ik realiseer me dat hij verborgen homoseksualiteit aanhaalt als verklaring om die kloof tussen zijn buiten- en binnenkant te verklaren, en alle ellende die daaruit voor gekomen is.  Maar het is niet waar. 

Dat hij homoseksuele gevoelens heeft, kan best. Homoseksuele fantasieën, homo-erotische verlangens. Mij best, daar sta ik niet van te kijken. Ik ben er zelf van overtuigd dat seksualiteit niet zwart of wit is, maar dat je ergens op een lijn zit tussen hetero- en homoseksualiteit. Ik ben zelf twee keer tot achter mijn oren verliefd geweest op een vrouw. No big deal, ik geloof dat dat kan. Ik geloof niet zo in de etiketjes homo, hetero, lesbo. En ik wil best aannemen dat Dirk altijd al en nu homoseksuele gevoelens koestert. Maar het is niet waar dat dat de oorzaak is van de kloof tussen zijn binnen- en buitenkant. Ik denk terug over de avond en de nacht, en zie hoe hij me bewust in crisis heeft gebracht om vervolgens te kunnen floreren, invloed uitoefenen. Hij schakelt mij uit, doet me vervreemden van mezelf en slaat dan toe. Psychopaten zijn mensen die anderen kopje onder moeten duwen om zelf boven water te komen. Dat is Dirk.

Ik haal de kinderen op, ben plots doodkalm. De avond verloopt normaal. Ik bel nog even met Amber. Ik vertel dat ik al een tijdje op zoek ben naar hulp, dat ik te uitgeput ben geworden, dat ik zodanig verzwakt was dat Dirk vrij spel heeft gekregen en de boel weer eens totaal op stelten heeft gezet, mij van mezelf heeft vervreemd.

Dirk belt. Ik stel de grenzen. Dat dit noch voor mij noch voor de kinderen goed was. Dat er afstand nodig is. En dat hij niet homoseksueel is, al geloof ik dat hij wel homoseksuele gevoelens kan hebben. Dat moet hij vooral uitzoeken als hij dat nodig vindt, maar het verandert niets aan het onrecht, de pijn, alles wat er gebeurd is dat niet had mogen gebeuren. En nee, hij komt niet terug om voor me te zorgen, nieuwe kinderen te maken of mijn man te zijn. Wat een absurd idee was dat ook.

The day after the day after

Ik voel me sterk en rustig, neem een aantal maatregelen. Alles is glashelder in mijn hoofd, van de parentificatie waar ik net over schreef, tot hoe alles geworden is vandaag en wat me te doen staat, namelijk mezelf beschermen en in mijn kracht komen om voor eens en altijd een einde te stellen aan de zooi met Dirk en ondeugdelijke mannen en al die pijn en dat grenzeloze in mijn bestaan. Maar het erge is dat ik al vaker op een punt van absoluut bewustzijn ben geweest en dat bewustzijn, weten wat er aan de hand is, niet altijd genoeg is om de stappen te zetten die nodig zijn om te helen en te veranderen. Daarom schrijf ik dit nu op, hier. En druk ik dadelijk op ‘publiceren’. Als ik het nu niet opschrijf, geraak ik het kwijt. Ga ik twijfelen. Word ik moe. Wurmt Dirk zich hier weer binnen omdat ik geen wapens heb en ik te moe ben om te denken, te kijken, de burcht te verdedigen.

De vriend die homoseksueel is komt langs. Het gesprek resulteert in een sms aan Dirk. Dat hij zelf de knoop maar moet ontwarren die gevormd is door realiteit, illusie en rechtvaardiging. Dat ik afstand neem van hem om in mijn kracht te kunnen zijn.

Dat het een nachtmerrie is, denk ik. En tegelijk heeft het alles op scherp gezet. Scherper dan ooit. Ik hoop, ik hoop dat dit de doorbraak is. Dat ik nu eindelijk al mijn eigen k**patronen kan veranderen, orde op zaken stellen, Dirk buiten houden, de moeder zijn die ik moet en wil zijn.

 

 

 

 

O(hm), Prinses staat op haar kop

(Haha, de man in het filmpje heet Dirk ;)!)

Fibrowatte?

Fibromyalgie. Een soortement vuilbakdiagnose, in verband gebracht met emotionele problemen, psychosomatische dingen, CVS, reuma, … In mijn lijf erg aanwezig door spier- en gewrichtspijn. Als ik het niet meer uithoud, of als mijn bekken weer paraplu staat, klop ik bij de osteopaat aan. Die zet mijn bekken recht en maakt de spieren los. Ooit had een reumatologe me naar de yoga en het zwembad verwezen. En de osteopaat had zich daar tot mijn grote spijt bij aangesloten. Hoewel mijn eerdere ervaring met yoga wisselend was (een flatulente yogajuf… I kid you not), was het kronkelen van pijn vorige week erg genoeg om te besluiten maar eens iets te doen, behalve hopen dat ik op hetzelfde moment een afspraak bij de osteo én een babysit kon krijgen. Gelukkig was er babysitsponsoring, dus vandaag trok ik naar de yogaschool.

Yogaschool

Ik heb ooit yoga beoefend in de bibliotheek van een kasteel waar hippies samen wonen. Daar was ik de jongste en de stramste. Het was goddelijk om sneeuwvlokjes langs de Belle-en-Beest-achtige kasteelramen te zien dwarrelen tijdens het brengen van de zonnegroet of het doen van ‘de kat’, of de zon te zien opkomen (ochtendyoga, de beste!).

Een andere niet te vergeten ervaring, was de yoga in het bedompte studentenkamertje met vijf zwangeren en een flatulente yogajuf. Mijn zwangerschapsmisselijkheid die net voorbij was na 17 weken 24/7, kwam prompt terug terwijl ik met mijn neus dicht de liefde door mijn schouders naar mijn baby probeerde te laten stromen. Eén keer en nooit meer.

Toen was er postnataal de yoga op zaterdagochtend in een heel klein zaaltje, waar allerlei hippe vijftigsters vonden dat ze recht hadden op de beschikbare plaats omdat zij al lang aan yoga deden, en dat de nieuwelingen maar op de gang moesten. Ook één keer en nooit meer.

En nu dus, een grote lichte zolder. Een stralende yogajuf. 15 dames en één heer. Matjes in de aanslag. Go!

Breathing in, breathing out

Het begint altijd met ademen, en ik kan dat niet goed. Ik probeerde moedig buikademhaling toe te passen, maar het leek alsof ik in een harnasje zat en/of een ijzeren hand me in zijn vuist hield.

De eerste vijf minuten dacht ik: ‘Nee, nee, niets voor mij. Proefles, prima. Zou het opvallen als ik me voortijdig naar de uitgang begeef?‘? Maar de strenge prinses in me vond dat ik moest blijven en pas na de les een oordeel mocht vormen.

De 50 minuten die volgden waren nogal intens. Ik plooide me alle kanten op, maakte duizend fouten omdat ik vergat te spiegelen bij het nadoen van de yogajuf waardoor ik mijn linkerelleboog achter mijn rechteroor plooide in plaats van omgekeerd. Op minuut 47 stond ik te trillen op één been met een ander been trillend in de lucht.

En ergens vanbinnen leken de emoties er maar even gebruik van te maken los te komen, aangezien de spieren die ze heel hard vast klemden alle kanten op gerokken werden.
Mokerslaggevoel 1: ‘Ik zit zo ontzettend vast in mezelf, met dat verdomde verdriet.
Mokerslaggevoel 2: ‘ Wat heb ik slecht voor mijn lichaam gezorgd.’
Mokerslagggevoel 3: ‘Wat is het belangrijk om dit te doen. Wat doet het me deugd.’

Ergens in al dat yoga doen, heb ik me zelfs twee minuten erg mild en begripvol ten opzichte van Dirk gevoeld. Geen idee waar dat vandaan kwam, maar het ging gepaard met een golf van verdriet omdat de dingen gegaan zijn zoals ze gingen.

Op mijn kop

En aldus staat Prinses fysiek en emotioneel even op haar kop. Angst en geen-zin in nog, want het is weer iets waar tijd en geld voor gemaakt moet worden en het is best een intense ervaring, loskomen all over. En tegelijkertijd verdomd goed weten dat ik hier beter van ga worden, op alle fronten.

Kan iemand me een pakje moed sturen en een schop onder mijn kont? Richting dat lichte zoldertje, ja. Dank!

Hebben jullie ervaring met yoga? Wat zijn de effecten, mentaal, fysiek, emotioneel? Iemand nog goede (niet te dichtbevolkte) yogascholen in de omgeving van Leuven aan te raden?