De jongetjes zijn op

Het is een week vol laatste en eerste keren en ook nog een verjaardag, godbetert. Op maandag installeert zich een knoop in mijn maag. Afwisselend denk ik dat ik ziek ben, overemotioneel, misschien nog een keer ongesteld (twee keer op twee weken, yeah!), dat ik echt beter geen frietjes had gegeten, dat ik elk graan dat ik in huis heb inclusief die dure lekkere bio-granola moet weggeven omdat ik er slecht op reageer.

Maar het is gewoon zo dat ik geen klein jongetje meer achter de hand heb, en dat het kleine jongetje hier een kleuter wordt en jarig in dezelfde week, terwijl de oudste de enorme stap naar het eerste leerjaar maakt. Toen ik de vorige keer afscheid nam in de opvang was mijn hart zwaar, maar na een week stond ik daar al terug om een plek te reserveren voor dat kerstcadeautje in mijn buik. Maar nu zijn de kleine jongetjes op en ik weet niet of en wanneer ik daar nog eens ga staan.

En ik moet weer gaan werken, en de herinnering aan Amsterdam is verworden tot een warme gloed. En ik geraak meteen alweer verstrikt in tien deadlines (ik ging het toch beter aanpakken!?), honderdduizend verwachtingen (vooral van mezelf), en gehaast en het rennen. De was moet opgehangen en de vloer gestofzuigd en ik wil alleen maar het hand van de oudste vasthouden en aan de teentjes van de kleinste ruiken.

Oh, oh, oh.

Soms denk ik aan de dag dat ik een oud vrouwtje zal zijn, en dat ik het dan heel stupide ga vinden dat ik niet durfde. Nog een kindje, alleen. Maar vandaag ben ik geen oud vrouwtje. Vandaag ben ik een jonglerende ploetermoeder die wel weet dat er liefde genoeg is voor zo’n ukje, maar dat er praktische en financiële bezwaren zijn die over zestig jaar waarschijnlijk peanuts lijken, maar waar ik vandaag behoorlijk van wakker lig.

Dus sluip ik naar de slaapkamer en kus ik de bijna-driejarige, de bijna-kleuter. De grote man die een eigen boekentasje en brooddoosje krijgt maar die eigenlijk stiekem nog gewoon mijn baby is en dat altijd zal blijven.

 

 

 

 

Prinses & de mijlpalen

Hoera.
We zijn uit de luiers. Heel plots en meteen dag en nacht tegelijk bij de Peuter. Kleuterzoon is sinds enkele maanden ook ’s nachts droog. Het voelt alsof er plots een heel andere fase aanbreekt. Het is confronterend dat ze zo groot worden, en zo snel. Maar ik ben zo trots op de mannen. En we zitten dus even volop in de applaus-voor-elk-k**je-fase. Ouderschap, het doet rare dingen met je.

Hoera.
Ik krijg een vast contract in de baan-van-mijn-leven. Er was een gesprekje voor nodig en toen kreeg ik via e-mail het bericht. Ik voelde vreemd genoeg niet zo veel. Een vage dankbaarheid en een zucht van opluchting. Een kleintje. Ik moet het eigenlijk een keer vieren.

Hoera.
Ik ben er in geslaagd wekenlang geen enkele nacht van huis weg te blijven. Soms betekende dat dat we laat thuis zijn hier, richting 21u. De peuter wrijft dan met zijn knuistjes in zijn oogjes en zegt dat hij zo moe is. (Het gebeurt gelukkig maar twee keer per week ofzo.) Ook in opvoeding heb je een soort waardenhiërarchie en een nacht samen en wekenlang geen enkele nacht uit logeren staat dan hoger genoteerd dan om half 8 in (een ander) bed. Anyway, ik voel me als moeder een beetje minder schuldig.

Hoera.
Er is werk als zelfstandige in bijberoep. Het komt nog steeds ‘vanzelf’ op me af, al is het natuurlijk wel hard werken in het weekend en ’s avonds om extra opdrachten op te nemen en uit te voeren. Leuk is dat het niet meer van hetzelfde is, maar dat ik me op nieuwe domeinen mag/kan ontplooien. Dat maakt het extra spannend, maar ik merk dat de beloning daarvoor ook extra groot is (cfr. een soort gevoel van voldoening). Ik heb altijd het gevoel dat ik voor alles in mijn leven heel hard moet werken, terwijl ik ook vriendinnen heb die bv gratis in een huis van hun schoonouders wonen of mooie bedragen van hun ouders krijgen waardoor ze minder moeten werken. Ik ben daar niet bijzonder door gefrustreerd, maar als het heel slecht gaat met mijn gezondheid steekt het soms wel een beetje omdat ik dan gewoon even het pauzeknopje wil induwen dat niet bestaat. Ik ben alleszins dankbaar om het werk dat ik krijg, ik verdien er het zout op onze patatjes mee en de ondeugdelijke man zei tijdens onze laatste deugdelijke ontmoeting dat ik een selfmade woman ben en dat voelde toch even goed. Yeah.

Hoera.
Ik ben een paar dagen gedeeltelijk pijnvrij geweest, na een fasciatherapiebehandeling (werkt op bindweefsel). Wat fijn dat er iets is dat (even) helpt, ook al heb ik gehuild en gevloekt op de behandeltafel. Ik heb ook (weer) de stap gezet naar een nieuwe dokter, omdat ik het gevoel had dat de vorige vooral op het sociaal-emotionele spoor zat en eigenlijk stiekem dacht dat ik depressief ben en daarom pijnklachten heb. Als ik dat in twijfel trok, herinnerde ze me er altijd fijntjes aan dat zij de dokter was (en dus niet ik), en ik voelde me uiteindelijk een beetje een verdoken depressieve lastpak. Changer dus. Hopelijk met resultaat.

Een jaar geleden zag het er nog behoorlijk ‘slecht’ uit hier, met o.a. een reële kans dat ik werkloos zou worden. Intussen rijg ik de mooie dingen aan elkaar. Misschien was een belangrijke stap in de goede richting wel het halen van mijn rijbewijs waardoor plots veel andere dingen mogelijk werden. Dit voelt nog te vaak als een lange donkere periode waar ik geen einde aan zie. Dat komt omdat ik moe ben, bijna altijd pijn heb, me toch nog steeds een bepaalde mate van geïsoleerd voel en ik gewoon niet echt beschik over een heel zonnig hoofd – we moeten het zeggen zoals het is. En hoewel ik moe ben van het ploeteren, ben ik ook dankbaar. Er is me veel gegeven (zoals het vertrouwen van opdrachtgevers in mijn bijberoep), maar tegelijkertijd is er zeker ook een aandeel selfmade, en ik hoop dat er eens een ontspannen dag komt waarop ik daar relaxed het glas op mag heffen. 

 

 

 

 

 

Prinses snakt naar een nieuw schema

Mijn blog is niet zo makkelijk te categoriseren. Als je recepten, tips of shortcuts zoekt, moet je vooral niet hier zijn. Ik heb geen plan met mijn blog, geen strategie. Schrijven is fijn, het hoeft niet maar mag wel. Dus ik schrijf. Of ik gelezen wordt, kan me nog steeds weinig schelen. Waar ik in mijn leven anders nogal krampachtig ben over allerlei dingen, sta ik heel open in wat hier gebeurt. Op die manier is het geworden wat ik nooit had kunnen verzinnen, bedenken of plannen, namelijk een plek met een ‘echt’ verhaal. Ik wou dat ik kon zeggen dat het een verhaal over verandering en veerkracht is, maar het is een verhaal met iets meer ups en downs dan ik zou willen. Mogelijk zijn verhalen over verandering en veerkracht verhalen met ups en downs. Anyway, ik merk in de reacties dat er enerzijds meegedacht wordt en mooie ‘gesprekken’ ontstaan, en dat er anderzijds ook wat meegenomen wordt door anderen die doorgeven dat ze hier moed, inspiratie of inzicht uit putten.

Kathleen heeft al een paar keer in een heel rake comment de vinger net gelegd waar ik hem al lang probeerde puzzelen. Kathleen, wat kijk je met een scherpe blik, wat verwoord je goed, wat ben ik dankbaar om je inzichten en wijsheid.

In mij sluimerde al een tijd een intuïtief weten, waar Kathleen slechts enkele regels voor nodig had om het wetend voelen, voelend weten te maken: ‘Hoe we ons leven ervaren heeft niet alleen te maken met onze omstandigheden, maar ook met hoe we die omstandigheden interpreteren. En voor die interpretatie gebruiken onbewust schema´s die ons van kindsbeen af zijn aangeleerd. Je bewust worden van die schema´s en ze langzamerhand veranderen, verandert je hele leven. Ik spreek uit ervaring.’ Toevallig had ik over deze schema’s, of kaders – zoals ik ze zelf noemde – recent ook een goed gesprek gehad met enkele wijze dames (in zowel de gewone als de Gentse betekenis van het woord), waaronder deze.

Enkele gedachten over de schema’s:

  1. Heel veel van de pijn van het (mijn) alleenstaand moederen, heeft te maken met het feit dat ik hier geen schema voor heb. Ik ben – geloof het of niet – opgegroeid in een ‘wit’ dorp, met allemaal kinderen met getrouwde ouders en veelal thuisblijvende mama’s. Er was één moeder in het dorp die alleen een dochtertje had geadopteerd. Daar werd schamper over gedaan, en die werd zelfs een beetje verdacht gemaakt: ‘Waarom doet iemand zoiets? Het is toch een beetje eigenaardig – ik zeg verder niets hoor,’ dixit mijn eigen moeder (hoe durfde ze! Ik durf zelfs niet bedenken wat ze insinueerde – toen het later wat moeilijk werd daar met betrekking tot hechting, werden de onuitgesproken vermoedens nog wat nadrukkelijker). Er was een vrouw die verlaten was door haar man en die alleen woonde met haar dochtertje. De vrouw was niet de meest stijlvolle persoon in het dorp, maar om ze nu meteen in de categorie ‘hoer’ te plaatsen zoals werd gedaan (ze ging immers ook niet naar de kerk!), was misschien ook heel kort door de bocht. En de kinderen die elke middag bij hun grootouders aten en daar ’s avonds opgevangen werden tot de beide werkende ouders naar huis kwamen, waren ‘sukkelkes‘. In mijn eigen familie was iedereen getrouwd (met een partner van het andere geslacht), had men minimum 3 kinderen en een groot nieuwbouwhuis en een grote auto voor de deur.
    Mijn leven ging dus plaatsvinden in een groot nieuwbouwhuis, met minstens drie kinderen, een grote auto voor de deur en een immer hardwerkende en aanwezige husbie, zodat ik me halftijds om de kinderen zou kunnen bekommeren en ’s avonds een cursus bloemschikken zou kunnen doen ter ontspanning en ter vermaak. Uhm, de realiteit? Ongeveer het omgekeerde van bovenstaand scenario. In mijn hoofd zat geen enkel schema klaar voor wat ik meegemaakt heb met Dirk, en voor het alleenstaand moederen. Er zaten wel andere schema’s in mijn hoofd. Schema’s waar ik nog steeds naar lijk te streven, waar ik niet los van kom, maar waar ik ook niet aan kan beantwoorden in mijn uppie. Dat doet pijn, dat doet ongelooflijk, belachelijk veel pijn. Het is geen zelfmedelijden, het is pijn.
  2. Ik heb al geruime tijd een conflict met mijn ouders. Dat conflict is best complex, maar naast enkele andere factoren, spelen de schema’s ook een rol. Ik heb namelijk op een gegeven moment haarfijn aangevoeld dat ik beoordeeld werd met de schema’s die ik zelf opgelepeld heb gekregen. Mijn ouders keken niet naar me als naar iemand met verdriet, of naar iemand die mogelijk sterk genoeg was om alles op de rails te krijgen zoals het was geworden. Ik werd bekeken als iemand die mislukt was. Een schandvlek. Ook mijn grootmoeder zei laatst tegen me dat mijn ouders wel genoeg met me meegemaakt hadden. Een opmerking waar ik bijna van achterover sloeg, maar die heel logisch is vanuit de schema-theorie.
    Omgekeerd zit er in mij ook een grote boosheid ten opzichte van mijn ouders omdat ik niet voorbereid ben op wat er gebeurd is met me, doordat ik beperkte schema’s heb meegekregen. Er bestond geen schema van een sterke alleenstaande vrouw – een wolfsvrouw! – die haar leven leidt zoals ze het wil leiden en de moeilijkheden daarbij de baas kan. Een vrouw die zichzelf beschermt, die haar innerlijke stem boven sociale conventies stelt. Die bij zichzelf ten rade gaat in plaats van tot vermoeiens toe probeert te beantwoorden aan wat de wereld wil dat ze doet. Dat schema moet ik zelf uitvinden en ik heb de laatste tijd ontdekt dat ik daar jammer genoeg niet de sterkste in ben. Ergens is er een heel intuïtief aanvoelen dat er een wolfsvrouw in me schuilt, ééntje die los wil, die een enorme kracht bezit die alle pijn en vermoeidheid kan opruimen. Anderzijds zit ik verstrikt in … Tja, in het schema van de Libelle-vrouw, I guess.
  3. Ik ben de laatste jaren actief gestimuleerd door mijn ouders en mezelf uiteraard ook, om in het bekende schema te blijven passen. Dat heeft me veel meer schade toegebracht dan nodig. Ik had Dirk in een vroeger stadium met zijn (nu komt een mooie uitdrukking uit mijn jeugd!) ‘klikken en klakken’ buiten moeten zetten. Hij heeft me geen recht gedaan, hij is niet mijn man geweest. Hij heeft gelogen, geparasiteerd, me behoorlijk in de problemen gebracht, me gemanipuleerd en me psychisch mishandeld. Mijn ouders wisten dat – alles. En ze duwden me telkens met zachte hand terug. ‘Kies maar voor je gezin. Geef hem tijd. (…)’ Uiteraard had ik zelf sterker moeten zijn, maar oh, wat had ik gewenst dat iemand me had gezegd dat ik sterk genoeg was om het alleen te doen. Dat iemand me nu zegt dat ik sterk genoeg ben om het alleen te doen. Als ik vroeger zelf de beslissing had kunnen nemen mezelf en mijn kinderen te beschermen, en weg te gaan van een man die niet goed voor me was, had ik nu veel minder puin te ruimen – financieel, praktisch, emotioneel. Dan was ik niet zo zwaar beschadigd en uitgeput geraakt in die relatie, waardoor ik nog steeds akelig vatbaar ben voor die man en ander ondeugdelijk gespuis.

Het lijkt alsof ik telkens weer terug kom bij mijn wolfsvrouw-gedachte. Ik zie nu zelf dat ik de laatste jaren actief heb geprobeerd een ander schema te ontwikkelen voor mezelf, door o.a. boeken van Clarissa Pinkola Estes te lezen, een holistisch therapeute te zoeken en me te laten prikkelen in contacten met mensen die ‘anders‘ leven. Ik denk dat de ontwikkeling van een ander schema, en vooral het overboord gooien van de schema’s die me belemmeren, onrecht doen en pijn  brengen, een grote goed zou zijn.

Voor mij. En voor mijn kinderen. Als ik ook maar één iets goed mag doen in de opvoeding van de mini’s, laat het dan zijn dat ze zo vrij mogelijk zullen zijn van schema’s die hen klein houden.

 

 

 

 

Over wolfsvrouwen-in-wording die zich omver laten kegelen door ondeugdelijke mannen

Ik zit bij mijn holistisch therapeute met mijn hoofd tussen mijn schouders. Hoe is het mogelijk dat het weer zo’n soep is in mijn hoofd? Dat ik moe ben en niets gedaan krijg? Dat ik niet meer gestructureerd kan denken?

Ik ben niet hondsdepressief. En ik voel dat er verandering is, ook in deze dieptepunten waarin mijn hoofd niet meer lijkt te werken. Het is niet meer zo diep als het ooit was, het duurt allemaal korter, ik kan het beter interpreteren en ik weet ook dat het over gaat. Ik ken mijn kracht intussen.

Hoe het komt? Drukte en heel veel dingen die aan me trekken en die ik niet af krijg. Slecht voor mezelf gezorgd. Een aanval van fibro om u tegen te zeggen, elke beweging doet pijn en ik lijk vooral ’s ochtends wel kreupel. Slaap tekort (bedankt, zonen, ik herhaal: elke dag om 6 uur is te vroeg, en nee, dat vloeken hebben jullie niet gehoord vanochtend). En de ondeugdelijke man terug gezien. Nothing happened, maar hij liet me in totale verwarring achter.

Wat kan ik daarover zeggen? Het is alsof hij me open breekt en alsof dat ook heel erg nodig is want een effect van alleen zijn is ook wel dat je erg vast geraakt in jezelf. Hij is liefdevol, warm en gul in zijn omhelzen. Ik, die soms vooral uit hoofd lijkt te bestaan, voel mijn lijf weer, met die armen om me heen. Ik, die het zelden verdraag aangeraakt te worden, laat me vasthouden en geniet daarvan. Ik voel zijn lichaam, ik ruik hem. Hij is warm en ruikt lekker en voelt veilig en vertrouwd en nieuw. En het lijkt alsof er iets geopend wordt, in mijn buik, en alsof er energie gaat stromen en dat dat zo weldadig is dat ik helemaal warm en stuiterend naar huis rijd.

Dat alles wekt zo veel verlangen. Naar samen, naar dicht, naar verbonden, naar toekomst, naar zorg, naar rust. Het verlangen spat open in me. Eerst voelt het als ‘hoera x 1000’. Daarna wordt het rauw.

Want de ondeugdelijke, mogelijk zelf behoorlijk hechtingsgestoord, vult de ruimte die hij opent niet in. En dat is zo schrijnend, en daar ga ik van omver.

Dat ik dat niet mag toelaten, zegt de holistisch therapeute. Dat ik mijn hoofd er bij moet houden. Dat ik in staat moet zijn mijn eigen ruimte te vullen. Dat ik dit met hem moet bespreken. Dat ik mezelf veilig moet stellen. Dat ik dit nu niet aan kan.

Ja, denk ik. Ja, ja, ja, ja. Allemaal waar. Maar ik heb het nu gehad. Ik wil niet wijs zijn, ik wil niet meer groeien en evolueren en mezelf in vraag stellen en al mijn patronen doorbreken en sterker worden. Ik wil gewoon samen, dicht, verbonden, toekomst, zorg, rust. En trouwens, zijn al die andere mensen die wel relaties hebben daar nu allemaal zo klaar mee? Zijn die allemaal beter dan ik? Waarom ik niet en iedereen wel? Ja, hoor, ik heb een innerlijke Calimero.

De evolutie die ik de voorbije tijd gemaakt heb, noem ik ‘de weg naar binnen’. Steeds dichter bij mezelf, steeds echter, rustig aan meer in evenwicht, in verbinding met mijn eigen kracht. Ooit schreef ik over de wolfsvrouw die ik wou worden. Daar kom ik steeds dichter bij, waarbij ik merk dat ik ook een andere relatie ontwikkel met mijn eigen vrouwelijkheid, mijn instincten en de krachten die in de natuur spelen. Dat is krachtig en verbazend en tegelijkertijd heel normaal.

Maar nu dus terug naar af. Ik weet dat hier wat te leren valt en dat ik deze situatie met beide handen moet aangrijpen om iets over mezelf onder ogen te zien en ermee te breken. Het kan niet dat ik onderweg naar de ondeugdelijke in een rustige stabiele kracht ben, en dat ik na een ontmoeting met hem niets meer waard ben, ziek van onvervulde verlangens. Werk aan de winkel, dus. Maar niet vandaag. Alsjeblief, niet vandaag.

Ik vraag de holistisch therapeute wat me te doen staat. Ik hoop dat ze zegt dat het goed komt tussen mij en de ondeugdelijke, dat we samen zullen eindigen en nog tien leuke kinderen op de wereld zetten, dat hij elke dag bloemen zal meebrengen en dat we in goede en kwade dagen voor elkaar zullen kunnen kiezen. Maar dat zegt ze niet. Ze zegt dat ik voor mezelf moet zorgen, de ruimte zelf moet vullen. Of hier nu stoppen, met het proces. Maar dat is geen optie want het is onaf.

Ik vloek. En nog eens. Ik denk aan het bijna triomfantelijke schrijven over therapie en in proces zijn van een tijdje terug. Weer een lesje geleerd, I guess. Maar goed. Ik blijf voorlopig nog even met mijn hoofd tussen mijn schouders zitten, if you don’t mind.

Prinses denkt door (4/4) – over pijn & groei

Vorige week postte ik een stukje over een conflict en inzichten die ik daar aan overgehouden had. Jullie reacties hebben me weer aan het denken gezet, wat geresulteerd heeft in een reeksje van vier doordenk-blogjes. Bij deze de vierde en laatste. Over groei.


Ik vind het pijnlijk om te beseffen dat ik een intense persoonlijke groei te danken heb (ik zit er overigens nog midden in) aan een heel pijnlijke ervaring, namelijk het hebben van een destructieve relatie met een gestoorde man, die me verlaten heeft en zo een alleenstaande mama met financiële en andere zorgen van me gemaakt heeft.

Op een gegeven moment in het proces, was ik zo zwak en moe, dat ik dacht dat mijn vleugeltjes voor altijd gebroken zouden zijn. Dat ik na deze ervaring nooit meer vol in het leven en de liefde zou kunnen staan. Dat ik altijd kwetsbaar zou blijven en nooit meer mee zou doen met het echte, volle leven.

Maar kijk, het wonder is geschied en het heeft me behoorlijk wat pijn gekost en zoals ik al zei, ik zit er midden in. Maar: ik word elke dag sterker. En ik ben een heel ander persoon dan de vrouw die alleen in bed lag te huilen en dacht dat het haar eigen schuld was dat de man weer eens verdwenen was en dat ze nog beter haar best moest doen.

Ik hoop, van harte (!!!!) dat je ook kan groeien aan liefde, verbondenheid en andere positieve dingen. Ik hoop dat ik ooit een relatie zal hebben waarin ik tot mijn volle ontplooiing kan komen als mens en als vrouw. Ik hoop voor jullie allemaal dat jullie die ervaring hebben.

Maar ik had blijkbaar een gigapijnlijke situatie nodig om op allerlei gigapijnlijke inzichten over mezelf te stuiten. Over waarom ik een goede prooi was voor Dirk. Waarom mensen zo vaak over mijn grenzen gaan. Het ligt niet aan Dirk en de anderen, het ligt aan mij. Als ik verander, gaan mensen anders met me om. Als ik verander – en dat is het enige waar ik controle over heb, ik kan wel willen dat de hele wereld en de gehele maatschappij op haar kop gaan staan voor me, maar dat doen ze niet – verandert er wat. Het gaat er om dat ik mijn verantwoordelijkheid neem voor mijn eigen gedachten, gevoelens en handelen.

Anyway, daar ga ik voor. En dat noem ik groei.

Ik denk dat alles wat jeukt, wat pijn doet, wat je stoort, wat je nu elke keer opnieuw meemaakt in je leven, waar je al jaren tegenaan loopt, waar je energie van weg lekt, … dat dat allemaal kansen zijn tot groei. Je kan er in blijven hangen, hopen dat de anderen het een keer voor je oplossen of vooral veel medelijden met je hebben. Maar je kan er ook voor kiezen het als een groeimogelijkheid te zien. Leuk is het niet. Maar ik denk dat het de enige manier is om tot verandering te komen. In jezelf, in je leven.

En daar heb ik zelf nog een hele weg voor te gaan.

Bij deze sluit ik de vier denk-blogjes af. Dank aan iedereen die me impulsen heeft gegeven tot denken. Het denkproces en het in woorden uitdrukken van die gedachten, hebben me enorm geprikkeld en gestimuleerd om verder te denken en verder te kijken.

Drie inzichten die ik overhield aan een conflictsituatie

Een tijdje terug had ik een conflict met iemand, ik noem hem even Jos. Het conflict was ontstaan doordat ik niet meegegaan was in Jos zijn klaagzang over iemand anders. Ik had een beetje nuchter gereageerd op die klaagzang, waarop Jos zich onbegrepen voelde en zijn pijlen op mij richtte. Dat ging aanzienlijk over mijn grenzen en ik was er dagenlang trillerig niet-goed van. Wat vrij dom is, want ik heb wel iets beters te doen. Ik wist van mezelf dat ik authentiek had gehandeld in de situatie en door mijn reactie had geprobeerd Jos uit te nodigen tot een volwassen houding in plaats van hem te versterken in de houding van aanklager die hij op dat moment opnam (cfr. de dramadriehoek, interessant model om eens te googelen).

Ik weet van Jos dat hij in verschillende contexten, o.a. zijn huwelijk maar ook in werkcontexten, in dezelfde soep draait. Het is altijd iemand anders zijn schuld en het standaard zinnetje dat ik al jaren van hem hoor, is: ‘wat denken die wel’.

Zoals ik al zei, was ik even behoorlijk ontdaan omdat Jos over mijn grenzen was gegaan in zijn uithalen naar mij toen hij van mij niet de gehoopte reactie kreeg. Ik heb echter verschillende inzichten overgehouden aan de situatie.

Eerste inzicht

Patronen zijn kleverig. We verzeilen er voortdurend in en ze belemmeren heel veel intermenselijk verkeer. Heel veel conflicten gaan helemaal niet over wat ze lijken te gaan, maar over de onderliggende patronen. Ik word daar soms moe van. Ik merk in mijn omgeving een onderscheid tussen mensen die bereid zijn daar bij zichzelf naar te kijken, wat überpijnlijk kan zijn, en mensen die dit niet aandurven, – willen of -kunnen. Jos behoort tot die laatste soort. Het conflict dat we hadden was een spiegel waarmee hij een behoorlijke les over zijn eigen leven had kunnen leren, maar hij weigerde in de spiegel te kijken. Toen ik hem liet weten dat ik het heel onprettig en onterecht had gevonden hoe hij reageerde, weigerde hij daar op in te gaan. Ik heb zelf geprobeerd wel in de spiegel te kijken die de situatie me wou voorhouden, en ik zie dat ik Jos heb toegelaten over mijn grenzen te gaan. Ik had me in een eerder fase voor hem moeten afsluiten.

Tweede inzicht

Ik heb iemand nodig om me te gidsen, bij het zoeken van mijn weg uit de plakkerige patronen des levens, die vaak gepaard gaan met een gigantische blinde vlek. Daar komt mijn holistisch therapeute in beeld (wat nog steeds zweveriger klinkt dan het is). Ze is diegene die me de spiegel aanreikt en uitnodigt er in te kijken, telkens weer. Ik ben heel vroeger eens bij haar geweest (toen Dirk me verlaten had toen ik zwanger was van Peuterzoon, een soort generale repetitie zeg maar, want toen is hij terug gekomen), maar ik kon toen de waarheid niet aan. Ze bereidde me voor op het bestaan als alleenstaande mama, ze toonde me dat Dirk zijn verantwoordelijkheid niet kon opnemen, ze toonde me hoe destructief de relatie voor me was. Maar ik huilde alleen maar. Was ik toen wijs geweest, ik had Dirk niet laten terug komen en veel onheil zou me bespaard gebleven zijn. Maar ik was zwanger en zwak en moe en alles leek beter dan alleen bevallen. Dus ik ging weg bij haar, even hard huilend als dat ik er gekomen was. Ik smeekte Dirk om terug te komen. Ik weigerde in de spiegel te kijken. Ik heb er nog elke dag spijt van dat ik het toen niet kon.
Lilith schreef laatst een goed stuk over therapie. Ik heb lang een heel begripvolle therapeute gehad die vooral knikte en luisterde. Maar er gebeurde zo weinig. Nu heb ik de holistisch therapeute die me dwingt in de spiegel te kijken. Het doet pijn bepaalde dingen over mezelf onder ogen te zien. Maar als ik dat niet durf, ben ik een gewillig slachtoffer voor een nieuwe destructieve relatie en ander onheil. Ik weet nu dat je in het leven telkens in dezelfde situaties terecht komt, als je weigert te leren en zelf te veranderen.

Derde inzicht

Ik besef steeds meer dat het vertrek van Dirk, een geluk is geweest voor me. Dat ik het hele miserabele jaar dat er op volgde, niet alleen verdrietig was om zijn vertrek, maar vooral ook moest helen van de destructieve relatie die we hadden, waarin hij mijn ziel probeerde te vermorzelen door manipulatie, leugens, ons in financiële problemen te brengen, zijn verantwoordelijkheid te ontlopen, me vals te beschuldigen, dagenlang tegen me te zwijgen en dagenlang te verdwijnen. Ik heb te lang gedacht dat het allemaal mijn schuld was en schaamde me voor de mogelijkheid dat mijn gezinnetje kapot zou gaan, dus hield ik vol. Ten koste van mezelf. Laatst las ik in een tijdschrift een stukje over relaties met psychopaten. Ik ben er intussen zeer zeker van dat Dirk een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft. Er stond: ‘het zijn mensen die zichzelf boven water houden door anderen kopje onder te duwen’. Een betere samenvatting van onze relatie kan je niet hebben, en het herstel is nu, na anderhalf jaar, nog niet voltooid! Vorige winter wat ik zo gefrustreerd omdat ik eindeloos moe was, maar als ik er nu op terug kijk vind ik het jammer dat ik mezelf niet nog meer rust en zorg heb gegund.
Maar de situatie met Dirk heeft me dus gedwongen in spiegels te kijken. Ik heb dingen over mezelf geleerd die ik nooit had willen weten. Ik ben patronen aan het doorbreken die me soms met hun laatste krachten terug in hun macht proberen te krijgen.

Ik denk dat ik een wat afhankelijk iemand was die graag op de achtergrond bleef, liever niet zelf beslissingen (dus verantwoordelijkheid) nam, rechtstreeks contact vermeed, en altijd vond dat ze verdiende dat een ander de dingen wel zou oplossen of regelen. Intussen ben ik gedwongen sterker geweest dan ik dacht te kunnen zijn, sta ik op de voorgrond in mijn eigen leven, neem ik beslissingen en verantwoordelijkheid zonder me zelfs nog te willen verontschuldigen bij anderen, en regel ik van alles (en soms ook niets) en los ik dingen op (vaak met een zucht, hoor). En uiteraard zijn er ook periodes dat ik moe en flauw ben, maar toen ik laatst in een bepaalde situatie de reflex merkte bij mezelf ten rade te gaan – waar ik vroeger tien mensen hun mening zou vragen – wist ik dat het de goede kant op gaat.
Terug naar Jos
De situatie met Jos hield me een spiegel voor, triggerde wat inzichten, confronteerde me met de groei waar ik midden in zit. Soms heb ik het even gehad met dat gegroei, wil ik gewoon even dat het knopje ‘bewustzijn’ uit kan. Maar over het algemeen ben ik dankbaar en gelukkig en kan ik het vertrouwen opbrengen dat ik en dus ook mijn leven, de juiste kant uit evolueren. Mijn jongens groeien op met een ploetermoeder die in haar kracht komt in plaats van in een gezin waar de vader zijn geniepige destructieve invloed uitoefent. Dat is alvast een zegen. Toch?

Afscheid van de ondeugdelijke man in drie bedrijven

happyProloog

Ik heb het laten aanslepen. Zit dat in mijn aard? Ik had alleszins tijd nodig om een besluit te nemen. Om wegwijs te geraken in een wirwar van gevoelens die elkaar tegenspraken, zoals angst om alleen te zijn, onvermogen genoegen te nemen met wat er was, verlangen, hoop op verandering, …

Uiteindelijk besloot ik dat ik niet gelukkig werd van wat ik had met de ondeugdelijke man. Het was te los, te sporadisch, er was te weinig wederkerigheid, te weinig ruimte, geen plannen. Intens samenzijn en dan weer intens niets.

Ik nam afscheid van de ondeugdelijke man, en had daar drie bedrijven voor nodig.

{1}
Ik oefende wat ik tegen hem wou zeggen. (Jullie denken vast dat ik gek ben, maar eigenlijk doe ik dat vaker: moeilijke boodschappen tegen mezelf mompelen, om te oefenen. Bijvoorbeeld in de auto. Trouwens, het helpt niet. Of misschien enkel psychologisch ter voorbereiding.) Daarvoor moest ik voor mezelf helder krijgen hoe het zat, wat ik wou en wat ik niet wou, en waarom. Het boek ‘Blijven ademhalen’ leerde me het begrip ‘ahimsa’: geweldloosheid, in woord en gedachte, tegenover jezelf en anderen. Een begrip dat steeds meer een anker wordt in mijn leven. Omwille van die ‘ahimsa’ wou ik afstand nemen. Om mezelf geen geweld aan te doen in ‘iets’ dat niet was wat ik wou. Om hem geen geweld aan te doen in het verstrikt zitten in ‘iets’. Ik oefende en kon het aardig verwoorden.

En toen stond hij onaangekondigd voor de deur. Ik was behoorlijk mijn tekst kwijt. Ik had bij het oefenen ook geen rekening gehouden met dat leuke trekje rond zijn mond, hoe zijn ogen stralen met levenslust en ondeugd en hoe heerlijk het is om een stel warme sterke armen om je heen te voelen.

En toch slaagde ik er in het op een gegeven moment te stamelen. ‘Ik word hier niet gelukkig van.’ Oorverdovende stilte. ‘Ik wil niet iemand die af en toe op het toneel verschijnt, ik wil iemand die bij me wil zijn.’ Het was een behoorlijk beknopte versie van wat ik eigenlijk wou zeggen, maar het was er wel een beetje de samenvatting van. Hij zei dat we moesten praten, op een ander moment. En hij ging.

{II}
De ondeugelijke en ik zagen elkaar terug. Er was afstand, waar ik enorm van schrok maar die ik achteraf gezien zelf had uitgelokt door wat tactloze opmerkingen mijnerzijds. Tja, als iemand het heeft over vrienden zijn en je zegt ijskoud: ‘ik ben je vriend niet’, komt dat misschien niet zo aardig over. Hij kan mijn gedachten immers niet lezen, over de scheidslijn tussen vriendschap en liefde die ik hanteer.

Ik was er even totaal ondersteboven van. Gelukkig was er die avond taart & thee, een goed gesprek en voorzag Anna Klijn me ook nog van wat inzichten*. Anna zegt: ‘De relatie die we hebben, is de relatie die we willen en waar we voor kiezen. Dit is een relatie die we denken waard te zijn.’ Boodschap begrepen, Anna. *Slik*

* Soms is Anna heel raak, anderzijds is het wel heel vreemd dat ze alle mannen over één kam scheert. Alsof ze allemaal dezelfde handleiding hebben.

{III}
We zagen elkaar nog één keer. Ik zat in de auto, op weg naar hem, en sprak luidop tegen mijn dashboard: ‘Laat me in staat zijn hem te bereiken, afscheid te nemen zonder hem het gevoel te geven hem af te wijzen en hem los te laten.’ Ik had mijn tekst deze keer niet geoefend.

We spraken. Over wat in de weg stond. Onze start was het moment waarop ik hem vertelde dat ik een relatie wou vrij van alle mogelijke destructieve patronen. We hadden een boeiend gesprek, ik trok mijn stoute schoenen aan, vroeg hem uit voor een kopje koffie, hij ging er gretig op in, en hoewel ik hem erg aantrekkelijk en boeiend vind als mens, bevond ik me plots in een patroon waar ik niet gelukkig van werd. Te los, te onzeker, te weinig. Niet waar ik naar op zoek ben. Verre van. Leuke man, foute band. Dat zei ik hem.
Bij het afscheid omarmde hij me. Lang. Ik liet mijn handen over zijn rug glijden, zijn bovenarmen, legde mijn hand even op zijn wang. We glimlachten naar elkaar, ik zei hem dat ik hem zou missen en dat het toch erg vervelend is dat we in het leven niet alles kunnen hebben. Dat beaamde hij volmondig. Hij vroeg of de deur op een kier kon blijven. Ik antwoordde niet, probeerde te vermijden dat er een zaadje van hoop geplant zou worden vanbinnen. Ik ging.

Epiloog

Thuis wiste ik onmiddellijk zijn berichtjes en zijn nummer. Om niet in de verleiding te komen. Ik at chocolade, dronk koffie, zat een beetje lusteloos in de zetel. Het alleen zijn voelde als leegte en ruimte, leegte en ruimte. Soms flakkerde er iets in me op, iets van plannen, waar ik nu energie op kan richten omdat ik niet meer moet piekeren over de ondeugdelijke man, of wachten op zijn berichtjes. Dan weer dacht ik met spijt aan alle dingen die ik met hem had willen doen. Wandelingen, musea, gesprekken, reizen, babies krijgen. Maar ik bleef zitten. Ik realiseerde me dat er iets belangrijks gebeurd is. Ik heb een relatie beëindigd die niet goed voor me is. Dat ik er in verzeild geraakt ben en dat het een afscheid in drie bedrijven werd, maakt niet uit. Dat ik hoop dat hij morgen voor de deur staat, ook niet. Ik heb een relatie beëindigd die niet goed voor me was. Ik heb iets geleerd, uit het voorbije anderhalf jaar. Wat ik bij Dirk niet kon, kon ik vandaag wel.

Ik realiseerde het me, stond op, nam mijn autosleutels en ging de twee liefste jongetjes van de wereld halen.

Oude prinses versus nieuwe prinses

Ik heb mijn leven veranderd!‘, dacht ik, toen ik met Studio Brussel loeihard op, zingend, in mijn auto naar de bakker reed. (Ter info: een jaar terug had ik nog nooit achter het stuur gezeten, al vijf jaar niet meer naar StuBru geluisterd en zong ik NOOIT, never.)

En terwijl ik vlotjes de oprit op draaide (*kuch*) besefte ik dat ik mijn leven niet veranderd heb, maar dat ik verander. De nieuwe prinses heeft de oude van de troon gestoten!
Die veranderingen lijken vooral mentaal. De impact op mijn leven is niet zo spectaculair op dit moment, maar stiekem schuiven er allerlei dingen in mijn levenslandschap, waardoor het uitzicht intussen al behoorlijk bijgesteld is. Er zijn nog steeds dingen die me ERG zwaar vallen, ik heb ook nog steeds meer werk dan ik energie heb en het is hier jammer genoeg nog niet elke dag feest. Maar toch.

Op dit moment merk ik de verandering vooral aan mijn denken. Ik denk anders, ik ben uit mijn gedachtepatronen gestapt. Hoe ik dat gedaan heb, kan ik jullie niet vertellen. Ik kan wel voorbeeldjes geven. En er eerlijk bij vertellen dat ik nog heel vaak ‘herval’.

Voorbeeld 1.
Situatie: Babybroer heeft een diarree-explosie om u tegen te zeggen. Dwars door zijn pamper en pyama heen, knal op de muur.
De oude prinses: jammert en denkt: ‘dat mij dit moet overkomen. Ik heb het al zo zwaar. De week was al zo vermoeiend. En nu moet ik dit nog opkuisen, en een was insteken, en het kind in bad doen, en hem troosten. En oppas zoeken, want hij kan zo toch niet naar de opvang. Komt er ooit een dag waarop het een keer gewoon goed gaat? Ik heb altijd pech.’ (Ja, ja, ik weet het. De oude prinses is een mieperd.)
De nieuwe prinses: zegt tot Kleuterzoon: ‘Hee, dat was spectaculaire diarree! Zullen we meteen het bad maar vullen?’. En tot Babyzoon: ‘Arme kleine stinkerd, kom maar bij mij, je mag mijn pyama wel besmeuren hoor. Ik maak een warm badje voor je, we stoppen je lakentjes en je pyama meteen in de machine en dan is het allemaal opgelost!’

Voorbeeld 2.
Situatie: Prinses krijgt een nieuwe opdracht op het werk.
De oude prinses: denkt: ‘O my God, ik ga dit niet kunnen. Het komt er ook nog eens bij. Ik heb hier niet om gevraagd. Ik kan dit niet. Ik heb al zo weinig energie. Het is me al zo veel allemaal. Waarom ik? Waarom deze dag? Zouden ze me dit geven omdat ze niet tevreden zijn over mij? Willen ze me testen?’
De nieuwe prinses: zegt ‘Boeiend, dank voor de nieuwe uitdaging. Ik ga aan de slag met een plan en kom bij je terug. Wanneer kunnen we een vergadering inplannen?’.

Voorbeeld 3.
Situatie: er staat een berg afwas, ik val over het speelgoed en ik moet een deadline halen voor het werk.
De oude prinses: denkt ‘ik ben zo moe. Verdorie. Zou ik het laten staan? Misschien ga ik best gewoon naar bed. Ja, ik ga naar bed, ik ben uitgeput. (…) Maar zo wil ik morgen niet beneden komen. De afwas dan maar, en dat speelgoed. Ik heb keelpijn van vermoeidheid. Ik wil niet. Ik moet ook altijd alles zelf doen. Maar ik moet volhouden, komaan. Als ik het doe, doet niemand het (…)’.
De nieuwe prinses: gaat aan de slag, maakt een kopje thee voor zichzelf en doet er nog een uurtje werk bij.

Ik eindig met een welgemeende Loesje. En aan ieder die dit leest: eigenlijk zit het allemaal in je hoofd. Echt.

loesje vroeger beperkingen grenzen

In goede en kwade dagen

Getipt door mijn blogidool!

Als Fieke van de geweldige blog http://fiekefatjerietjes.wordpress.com/ me er niet op had gewezen, had ik het vast nooit gezien. Of later. Of had ik het pas gemerkt aan de bezoekersaantallen van deze blog die een stukje de hoogte in schoten (wat overigens een tendens is, de bezoekersaantallen per dag groeien nog steeds).

Wat had ik niet gezien?
Wel, dat Lilith van het zo mooie http://www.talesfromthecrib.be/ mij vermeld had als één van haar favoriete bloggers rond kwetsbaarheid, bij Femma: http://www.femma.be/nl/blog/artikel/kelly-deelt-haar-favoriete-bloggers-kwetsbaarheid .

Hoe je het ooit draait of keert, genoemd worden door je blogidool is altijd een compliment :).

Met haar inleidend tekstje zat ze er trouwens knal op. Hoewel ik wel eens wat receptjes heb getipt, wat huishoudinzichten en wat zelfmanagement-gedachten, kan je hier vooral een verhaal vinden over het leven als alleenstaande moeder. De grote verandering, het verdriet, het dagelijkse leven met de jongens, de reflecties over de kapotte relatie, de ups en de downs.

Handdoek in de ring gooien of veranderen?

Maar, en dit wil ik jullie niet onthouden, enkele weken geleden ben ik gestart met een holistisch traject om aan mezelf te werken. Niet inzoomen op de problemen, maar me afvragen wie ik ben, waar ik sta, waar ik naar toe wil, als mens, als moeder, als vrouw. Om in mijn kracht te komen (zie: 2015).

Een moeilijke periode in het leven ontsluit een schat aan inzichten over jezelf, over anderen, over de wereld. Het dwingt je om ofwel de handdoek in de ring te gooien – wat voor mij geen optie was door de twee schaapkes en ook wel voor mezelf – of om te veranderen. Te plooien, te buigen, te evolueren, te groeien, te veranderen. Ik heb vaak gevloekt, omdat het pijn deed. Soms veel meer pijn dan ik kon verdragen. Soms wou ik met mijn hoofd tegen een muur slaan om de gedachten te doen ophouden, héél even. Soms wou ik in bed blijven en er nooit meer uitkomen. Soms wou ik alleen maar gerust gelaten worden, en soms zat ik ’s avonds in een doodstil huis en wou ik alleen maar een stem horen. Soms betrapte ik me er op dat ik ’s ochtends in de crèche de leidsters van het werk hield omdat het vaak de enige volwassen mensen waren die ik zag op een dag. Soms moest ik vrienden opbellen met de vraag om nu alsjeblief te komen, omdat het me niet mee lukte, met de kinderen en vooral met mezelf, alleen. Soms zat ik Babybroer hysterisch huilend in bad te doen. En dan was er nog dat waasje van verdriet dat tussen mij en de wereld leek te zitten en dat ik nergens kon openscheuren.

Minder diep, minder lang en minder snel na elkaar

In de eerste sessie van het holistische traject, ging het over de ups en de downs. De goede en de kwade dagen. De holistische begeleidster tekende een curve, en legde me uit dat de downs geleidelijk aan minder lang duren, minder diep zijn en minder snel op elkaar volgen. En dat herkende ik meteen! In die fase was ik al aanbeland!
Erg fijn om te horen, dat dat zo werkt. Want ik was bang geworden door het gevoel dat ik telkens een terugval kreeg op het moment dat ik dacht dat het beter met me ging.

En ze leefden nog kwetsbaar en gelukkig

Dus lezers en Lilith. Ik schrijf verder. Vanuit mijn kwetsbaarheid. Eerlijk, naakt. Mijn ziel bloot. Maar dit verhaal gaat onderhand iets meer over ups, en iets minder over downs. Gelukkig maar.