De pijnplekjes

Het is een wonder dat ik hier al jaren blog.
Het is een wonder dat ik al sinds het begin van de Corona-crisis (ik ben zo gedesoriënteerd in de tijd – geen idee hoeveel weken het alweer is) elke dag om zes uur ga werken.

Er zijn nog wel meer wonderen.

Ik kan vrij goed met dingen beginnen. Ik heb wel vaak ideeën en ook een mate van impulsiviteit. Maar volhouden? Doorzetten? Vastshouden?
Dat is echt een uitdaging voor mij.

Eens de energie van de start, van het nieuwe weg is, word ik overvallen door de complexiteit van dingen. Door het feit dat er ook negatieve kanten aan zitten. Vervelende reacties. Een mate van saaiheid. …

Het proces van loslaten gebeurt dan niet bewust, maar onbewust. De zin is weg, de energie. En dan glipt het door mijn vingers en ben ik het plots kwijt. Alleen bungelt er dan nog ergens een los eindje. Een pijnplekje.

En zo heb ik er helaas meer dan ik zou willen.

In de Tiny Podcast deel ik drie strategieën om (toch) door te zetten.

Prinses heeft een nieuwe baan & deelt zes observaties

Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar ik heb een nieuwe baan. Ik was vreselijk zenuwachtig voor de start, maar het is best leuk. Zes observaties, so far!

1. Kantoorartikelenfestisj. Op mijn eerste werkdag, mocht ik in de kast met kantoorartikelen kijken. Ik weet niet of jullie ook als kind als secretaresse en schooljuf speelden, en dat een essentieel onderdeel van dat spel het beheren van kantoormateriaal was, maar ik deed dat dus hele dagen. Op mijn vorige baan waren er ongeveer tien verschillende plekken waar je wat kon gaan rommelen tot je had wat je nodig had, of tenminste iets wat er op leek. Hier kreeg ik zicht in een kast met ongelooflijk veel gelabelde laatjes, waarin heel netjes allerlei soorten spullen zaten. Daarnaast stond een kast met soorten mapjes. Ik voelde me een kind in de snoepwinkel. Dat de snoepwinkel beheerd wordt door een office manager die de snoepwinkel op slot doet, maakt het natuurlijk extra aanlokkelijk. Dat brengt me bij punt 2.

2. Office managers. Er zijn vijf office managers, en ik weet nog niet goed wat ik aan wie kan/mag vragen. Ze zijn allemaal absurd vriendelijk en voelen zich niet beledigd als je een taak wil doorgeven. Sommige dingen die ik vroeger allemaal zelf moest doen (offertes, factureren, …), mag ik nu niet meer zelf doen (o, wat een boost voor mijn productiviteit!). Stiekem heb ik het gevoel dat het dankzij die office managers is dat de organisatie draait. Echt. Wij zijn er maar gewoon zodat zij mensen hebben om taakjes voor te doen.

3. Moeders. Naast office managers bij de vleet, zijn er op mijn nieuwe werk ook moeders tewerk gesteld. Moeders, ja. Er wordt samen gegeten ’s middags, en om het allemaal wat huiselijk te maken dekken de moeders de tafels en voorzien ze ons van broodmandjes, slaatjes, … Het zoet beleg wordt niet op tafel gezet, dat moet je bij de moeders nemen. Ze houden vast een score bij en verwittigen ons misschien als we naar tandarts of diëtiste moeten na te veel choco of honing of hagelslag. Ik ervaar alleszins een gepaste schroom om op het einde van de maaltijd nog even een zoet boterhammetje te maken.
Ik vind het heel fijn, een baan met moeders. De tweede dag was ik door mijn persoonlijke desorganisatie wat later aan tafel, maar toen werd ik al opgevorderd door één van de moeders die speciaal vegetarisch broodbeleg had gemaakt en me kwam zoeken. Moeders, ik zei het je.

4. Empty desk policy. Op mijn nieuwe baan hanteren ze een soortement empty desk policy. Geen foto’s van mijn kinderen dus, tenzij ik daar een mobiele versie van maak (strak plan, de moeders willen mijn kinderen vast ook zien, daarmee kan ik ze dan afleiden om de choco te pakken te krijgen). Eerst vond ik het wat raar, maar eigenlijk past het heel goed bij Getting things done en persoonlijke organisatie. Je hebt enkel een dossier op je bureau waarmee je bezig bent, en daarna ruim je op voor je je volledige aandacht aan iets anders besteedt. Voor mij werkt het zo goed dat ik mijn thuiswerkplek leeg gegooid heb om onmiddellijk ook empty desk policy te voeren met mezelf, en dat geeft belachelijk veel rust. Ik zit hier nu werkelijk als een autist, met een inbakje vol taakjes, een groot white board om mijn strategieën uit te denken, een leeg bureau en mijn fluostiften en pennen van groot naar klein geschikt. Dat laatste was een grapje. En nee, het is niet mijn bedoeling mensen met autisme te beledigen. Ik heb er in mijn naaste vriendenkring, alle respect.

5. Fris! Pas als je ergens fris start, zie je plots dat je wat vast zat in het werk wat je deed of op de plek waar je werkte. Doordat alles plots nieuw is, zijn ook meteen alle patronen doorbroken. Dingen die vroeger normaal waren, zijn nu plots toch wel wat raar. Dat maakt een hoop nieuwe energie vrij. Ik merk dat ik in mijn oude baan veel moeite had mij te concentreren, nog stappen te zetten en heel efficiënt te zijn, terwijl ik in de nieuwe baan nu plots mijn projecten heel afgebakend en fris kan aanvatten. Hard werken, maar dat vind ik lekker.

6. Leasje. Het lijkt alsof Sinterklaas geweest is, met een slimme telefoon, een nieuwe pc en een auto met tankkaart. Die auto is niet groot of spectaculair, maar natuurlijk wel ongelooflijk handig omdat daarmee de kosten die ik aan mijn vorige auto spendeerde, ook wel stoppen. Ik hoef niet meer bang te zijn voor het grote onderhoud, want dat betaal ik niet meer zelf. Stiekem vind ik de nieuwe auto, Leasje genaamd, ook wel een mietje. Of een seut. Ze trilt als ik in foute versnelling sta en in plaats van lekker te ronken, zoemt ze een beetje (ik vergeet soms dat ze aan staat). Als ik iets fout doe, valt ze beledigd stil en ze heeft zo’n irritant shift-lichtje dat ik probeer te negeren. Ik zal zelf wel beslissen wanneer ik schakel, dame.
Door Leasje besef ik eens te meer dat mijn eerste auto (een oude, lelijke, gedeukte bak) en ik zeer goed op elkaar afgestemd waren. Wij waren één. De auto en ik voelden elkaar aan, hij gromde lekker, ik kon gerust een stukske met de handrem op rijden of vijftig kilometer in de foute versnelling. We hebben verdorie 20 000 km gedaan samen op een half jaartje tijd! Bovendien paste zo’n lelijke bak die overal de aandacht (en meewarige blikken) trok, ook prima bij mij. Leasje is eerder zo’n dertien-in-een-dozijntje, geen karakter. Maar ik ben blij, en dankbaar. En ik hang een fotootje van mijn eerste auto boven mijn bed.

Goed gestart dus. Als ik er nu in slaag de namen van mijn nieuwe collega’s te onthouden, Leasje niet in de prak rijd en op tijd aan tafel zit bij de moeders, komt het helemaal goed.