Fragiel

Met vallen en opstaan gaat het hier. En met wat significante verbeteringen. Door de nieuwe therapie heb ik bijvoorbeeld veel Dirk-vragen en – gedachten kunnen loslaten. Wat oplucht en ruimte geeft, zonder twijfel.

Vandaag sprak ik met een lieve vriendin die vroeg hoe het met me ging. Dat vind ik altijd een moeilijke vraag, maar in het antwoorden ontwikkelde zich een inzicht. Dat inzicht is dat het leven als alleenstaande ouder in deze omstandigheden heel fragiel is en dat alles daarbij met alles samen hangt. Er zijn geen buffers, de verschillende levensdomeinen hangen iets te nauw met elkaar samen.

Drie voorbeelden.

  1. De zieke peuter. De Peuter is even ziek geweest. Dat betekende vier heel slechte nachten op rij (lees: vechten tegen de koorts van 1 tot 7), thuisblijven van het werk, … We zijn nu alweer een week later, maar de gevolgen wegen heel zwaar door. Ik ben nog steeds extreem vermoeid en heb erge hoofdpijnen en spierpijn (lees: ik voel me fysiek echt ellendig). Er is namelijk geen enkele mogelijkheid geweest om te recupereren. Maar ook: mijn  werk is blijven liggen en ik krijg het niet bijgebeend. Door de combinatie van de erge vermoeidheid en het achterstallige werk, voel ik dat ik weer wegzak en veel energie nodig heb  om mezelf mentaal ‘op de been’ te houden. Zo weinig is er nodig om alles hier op scherp te zetten. Het enige dat ik lijk te kunnen is op tijd naar bed gaan. Dagen na elkaar. Maar ik voel me niet beter en het werk dat ik ’s avonds zou moeten doen, blijft alweer liggen. Ik ben zo eindeloos moe…
  2. De opdracht. Ik had een maandelijkse opdracht als zelfstandige voor onbepaalde tijd. Ik ging er misschien te gemakkelijkheidshalve vanuit dat het even zou duren, dat de extra inkomsten dus structureel zouden zijn voor een tijdje. Vroeger dan ik verwacht had, werd de opdracht afgerond. Dat mag, maar het hakte er hier ongelooflijk in. Omdat ik er een klein gevoel van veiligheid aan verbonden had, denk ik. Maar ook: omdat het systeem heel fragiel is en een ruk aan dat touwtje meteen betekent dat de drie tot vier dagen vakantie die ik had willen plannen met de jongens in de zomer, niet haalbaar (of zeer weinig vanzelfsprekend) zullen zijn. Ik denk dat bij weinig mensen oorzaak en gevolg zo kort met elkaar verbonden zijn. Gelukkig maar. Ik werd eerlijkgezegd heel moedeloos van dit voorval. Omdat het een opdrachtje was dat vanzelf op me af gekomen was. Ik had er enige hoop aan ontleend, dat de omstandigheden wat begonnen te keren, dat ik ergens op kon rekenen, dat ik ergens in mocht vertrouwen. Het is vervelend dat ‘kleine’ dingen zo ongelooflijk veel uitmaken, dat ik niet in staat ben de impact van kleine dingen te bufferen. Ik voel me er ook slecht bij dat het me zo verdrietig maakt, ik vind dat ik er gewoon professioneel mee zou moeten omgaan. Maar een keuze die elders ‘licht – achteloos’ gemaakt wordt (veronderstel ik), hakt er hier stevig in. Dat voelt zo… Stom. Ik wil dankbaar zijn omdat het er was, maar ik ben vooral verdrietig omdat het weg valt.
  3. De plagende peuter. De peuter heeft een fase. Een fase die ik me ook herinner van de grote broer. Een fase waarin er geplaagd en getest wordt. Een fase waarin er vanuit het bed duizend keer geroepen wordt. Dat duurt allemaal tot mijn geduld op is. Want er is geen buffertje ander geduld voorradig. Dus riep ik tegen de peuter, dat het genoeg was. Waarna ik dacht dat hij als kind die ruimte moet kunnen voelen – de ruimte om te testen en te plagen. Toen keek ik een filmpje over de vreselijke aanslagen en er werd verteld dat een huilende peuter naast het levenloze lichaam van een moeder zat. Huilend, na twee explosies. Ik ben instant naar mijn peuter-met-een-fase gegaan en heb hem op mijn schoot tot rust laten komen tot hij in staat was om te slapen. Ver voorbij mijn eigen voorraad energie of geduld, maar wel wat ik op dat moment moest doen.

En zo. En zo.
Zo was er ook een oudercontact over de Kleuter, die in de kring weinig vertelt over zijn weekend. Onderweg naar huis dacht ik terug aan het weekend, waarin ik soms urenlang op de bank lig omdat alle energie of al het geld op is om wat leuks te gaan doen. Dat voelt vanbinnen heel breekbaar. Een gedachte die in je op komt, een besef, waarbij je probeert de gedachte niet te denken, het besef niet te hebben, omdat dat soort gedachten je in flarden scheuren als je ze te veel ruimte geeft.

En zo. En zo.
Zo lijkt iedereen vooruit te komen. Er worden huizen gekocht, babies geboren, reizen geboekt, nieuwe lieven voorgesteld en doctoraten verdedigd. En hier is het systeem zo fragiel dat ik bij momenten volledig lam gelegd ben en dat ik mijn uiterste best moet doen om alles hier niet te doen instorten (mijn gezondheid, mijn baan, …) in plaats van dat ik verder kan bouwen – zoals veel mensen rondom met gemak lijken te doen.

En ja, ik moet me wapenen, en nee, op een ander is het niet altijd beter, en ja, er is ook veel om dankbaar om te zijn, en ja hoor, het valt allemaal wel mee. Maar soms, soms, is het allemaal zo fragiel dat het vanbinnen uit elkaar spat.

Het leven zoals het is: single mom (ii)

We belden lang, de coördinator van het cliëntoverleg en ik. Ik vertelde enkele dingen, die ik voor het eerst luidop zei. Ik realiseerde me onmiddellijk hoe absurd alles geworden is.

‘Soms ben ik blij als Dirk hier is en wil ik dat hij niet weg gaat, omdat ik dan weer alleen ben en er alleen voor sta. Ook al weet ik dat hij niet deugt en dat ik hem niet meer binnen zou mogen laten hier.’

‘Met de Kleuterzoon verval ik te vaak in het patroon van boos zijn en ruzie versus cadeautjes/snoep/andere dingen geven. Ik wil dat niet, maar om één of andere reden is het zover gekomen, door schaamte en schuld en moe en alleen. Het gekke is dat het met de Peuter helemaal anders gaat, dat ik helemaal geen moeite moet doen om een vrij evenwichtige en verantwoordelijke moeder te zijn voor hem. De Peuter krijgt nooit cadeautjes.’

‘Ik heb een jurk gekocht in de solden en pieker er al een week over of ik dat wel had mogen doen.’

‘Ik ga een keer per maand naar een voetreflexologe, terwijl ik niet eens weet of ik er wel in geloof, maar ze is zo moederlijk en ik voel mij daar een uurtje verzorgd en ontspannen. Vervolgens word ik weer gek van schuldgevoel omdat ik daar geld aan uit geef terwijl ik op elke euro moet letten.’

‘Ik lees mijn mails niet meer, ik kan het niet meer.’

‘Laatst was ik weg met de kinderen. Toen ik terug kwam in de ondergrondse parking na een date met twee schatten waarvan ik zo blij ben ze te hebben leren kennen, zag ik dat mijn portier wagenwijd open stond. Al uren, dus.’

‘Ik word moe van mensen zien.’

‘Ik snap niet hoe ik nog functioneer op mijn werk. In de dingen die ik doe, functioneer ik zelfs uitermate goed.’

‘Ik word gek van de gedachten die ik heb. Elke avond loop ik dezelfde kringetjes in mijn hoofd. Schaamte en schuld over wat voor moeder ik ben, schaamte en schuld om geld dat ik heb  uitgegeven aan de voetreflexologe, een keer naar de film of een jurk. Schaamte en schuld omdat ik Dirk binnen gelaten of opgebeld heb.’

‘Ik eet elke dag rommel omdat ik zo moe ben dat ik daar naar snak. Ik kan het mezelf niet ontzeggen, soms eet ik me bijna ziek.’

‘Ik moet morgen 500 km rijden en ben van huis van kwart voor 7 tot 9 uur ’s avonds.’

‘Ik heb bijna elke dag maagpijn van de pepdrankjes die ik drink om de dag door te komen.’

‘Ik heb geroepen tegen de kinderen omdat ik niets meer kon verdragen.Ik moest de neiging om ze weg te duwen toen ze troost bij me zochten, weerstaan.’

‘Ik heb een jurk gekocht terwijl ik niet weet hoe ik de elektriciteitsrekening ga betalen. Ik weet hoe stom dat is. Hoe komt het nu dat ik dat gedaan heb?’

‘Ik neem elke dag een overdosis aan ijzertabletten in de hoop dat ik er wat bovenop kom.’

‘Kleine dingen brengen me verschrikkelijk uit evenwicht, zoals geluiden, of de Peuter die koorts heeft, of de Kleuter die diarree heeft.’

‘Ik heb iets gehad met een man waarvan ik wist dat hij niet deugde. Hij had verschillende relaties tegelijkertijd en dat wist ik. Ik wou dat niet, maar ik liet het wel gebeuren.’

‘De kleuter is altijd kwaad op me, altijd.’

In november besloot ik dat ik hulp nodig had. Ik heb er even mijn schouders onder gezet, maar de mogelijkheden zijn nogal beperkt en mijn voornemen om nu echt te zorgen dat ik hulp zou krijgen, strandde.

Intussen ploeterde ik door, met ups en downs. Met een kerstvakantie waar ik letterlijk doodziek werd van de stress omdat er bezoek zou komen, zodat ik dat bezoek ook moest afzeggen en ik dus helemaal niets heb gedaan, anderhalve week lang. Toen ik had overgegeven van de stress omdat er bezoek zou komen, heb ik de kinderen filmpjes laten kijken op de tablet naast me in bed, zodat ik verder kon slapen. Ik heb hen pas om 11u ontbijt gegeven. Door een comment over zelfmedelijden op deze blog nam mijn gepieker in die periode nog toe en mijn schaamte en schuld zijn ongeveer verdubbeld.

Intussen trok ik weer aan de alarmbel, bij de coördinator van het cliëntoverleg. Hopelijk verandert er nu iets.

En verder denk ik vooral: what the fuck is wrong with me? Ik heb het gevoel dat ik alleen maar controle moet krijgen over mijn eigen denken, om de situatie terug in de hand te hebben. Om de stress van alleen/eenzaam, uitdagende combi werk & gezin, beperkt budget, boze Kleuter, Peuterachtige peuter, huishouden, rechtszaak tegen ex, onafgewerkt doctoraat, achterstallig werk en achterstallig huishouden, geen contact meer met mijn  familie, fysieke pijn… de baas te kunnen. Maar blijkbaar wegen net al die dingen  zo zwaar door op mijn mentale vermogens, dat ik de oplossing maar niet vind.

En in heel dit zootje zijn er ook nog heel normale dagen waarop ik content ben en alles onder controle lijk te hebben en we het gewoon leuk hebben samen.

 

 

 

 

 

Hoe ik de puzzel leg: werk en gezin voor alleenstaande ouders

Op mijn blog wordt er vaak naar ‘naakte moeders’ gezocht, maar bij de zoektermen zie ik ook vaak vragen staan over hoe je als alleenstaande ouder werk en gezin combineert.

Ik heb geluk. Niet gedacht dat ik dat nog eens zou schrijven, maar op dit moment is de puzzel haalbaar voor mij en lopen de dingen min of meer gesmeerd. Daarom geef ik jullie graag een inkijk in mijn puzzelstukjes en hoe ik ze leg.

  1. De baan
    Ik heb een leuke, flexibele baan waar ik een bepaalde vorm van vrijheid geniet, mijn eigen agenda in een bepaalde mate kan bepalen en thuis mag werken. Nog nooit heeft iemand gecontroleerd waar ik uithang of wat ik doe. Ik moet uiteraard wel bereikbaar zijn en resultaten afleveren. Het hebben van dit soort baan, helpt. De schaduwkant van dit soort baan, is dat je nooit klaar bent. En dat je dus thuis zit te werken op vrijdagochtend 11u maar ook op zaterdagavond 21u.
  2. De passie
    Laatst had ik het met een collega over energie. Dat ik nu een pak meer energie heb dan een jaar geleden. Of ik wist hoe dat kwam? Hij keek me lang aan, ik werd er wat ongemakkelijk van. ‘Je bent hier op je plek’, zei hij. Hij heeft gelijk. Voor een baan die je met passie doet, wil je wel eens 100 km meer rijden, lange dagen kloppen of op zaterdagavond om 21u thuis zitten werken.
  3. Het steungezin
    Omdat ik voor mijn baan een nachtje per week van huis ben, heb ik een steungezin met plek aan tafel en in de slaapkamer. Ik heb lang onderhandeld met pleegzorg om gebruik te kunnen maken van logeerzorg. Toen bleek dat dat bijna onmogelijk te regelen was, ben ik de mama van het logeergezin letterlijk een keer tegen het lijf gelopen. Ik kende haar van vroeger en wist dat ze een groot hart voor kinderen heeft, dus heb ik de vraag bij haar neergelegd. En zo geschiedde. Ik vind het nog steeds een wonder. Het logeergezin heeft vanalles te bieden dat ik niet in huis heb. Ik probeer het te zien als een verrijking voor iedereen. En het is het puzzelstukje bij uitstek waardoor de puzzel plots past.
  4. Kinderopvang
    Alle maten en soorten. De dagopvang voor de peuter, soms naschoolse opvang voor de kleuter, speelplein in de zomer. Je kan er vanalles van vinden en leuk vind ik het als ouder niet, maar het is een soort van onvermijdelijk. En als je je schuldgevoel daarover een keer parkeert, is het al een pak minder lastig. Ik vind het nog steeds tekenend dat ik de Kleuter een keer op tijd kon ophalen (zijnde: half vier – geef toe, wie kan er nu een hele werkdag hebben en om half vier aan de schoolpoort staan?!) en dat hij kwaad op me was omdat ik hem zo de kans ontnam met de fietsen te racen op de speelplaats. Dat relativeerde meteen een boel.
  5. De babysits
    Ooit schreef ik al over het clubje straffe madammen. Intussen zet ik ze nog iets uitgebreider in. Bijvoorbeeld op een woensdag als ik thuis werk, breng ik de kinderen relax weg, werk ik van 9 tot 12, haal ik ze weer op, eten we pannenkoeken en brengen we wat tijd samen door, komt de babysit om 14u30 zodat ik kan gaan werken. Ik werk dan tot 17u30 in mijn werkkamer boven, terwijl de jongens fijn thuis zijn en kunnen spelen met elkaar en met een heldin die een boekje heeft meegebracht en wel zin heeft in gezelschapsspelletjes (in tegenstelling tot hun moeder), of toch goed kan doen alsof. Daarna kook ik, stop ik ze in bad en bed met een zeer uitgebreid boekjesmoment dat we als über-quality-time met elkaar nemen. Het saldo werkuren is op dat moment 6 uren, maar ik word betaald voor 8. Dus zit ik van 20u30 tot 22u30 weer aan de computer. Het is een beetje raar om een babysit te hebben terwijl je zelf thuis bent, maar ik wil gewoon niet meer terug naar de stressmomenten waarbij ik iets af moest werken en ik de kinderen dan maar verplichtte te slapen/tv te kijken/stil te zijn/… Nu hebben zij een aanbod, ik kan werken, iedereen relax. (Dit gebeurt trouwens niet elke woensdag, hoor!) Ik neem ook regelmatig vrije uren op op woensdag, maar ik ben er wat van afgestapt vrij te nemen, om vervolgens toch nog twee avonden keihard door te werken om het werk af te krijgen, waardoor ik vier vakantieuren heb ingeleverd maar wel zes uren extra heb gewerkt die ik nergens kan ingeven.
  6. Noodlijnen
    Daarnaast heb ik ook een paar noodlijnen. Voor als ik het niet red. Voor de onverwachte momenten. Ik maak er zo weinig mogelijk gebruik van, maar het is wel goed twee nummers in je telefoon te hebben die je kan bellen als je op de Antwerpse ring staat en geen millimeter vooruit komt.

Het is haalbaar, maar ik had natuurlijk liever een rustiger nest gehad dat ik niet alleen moest onderhouden en warm stoken, in emotioneel en praktisch opzicht. Grote nadelen zijn op dit moment de volgende:

a. Ja, ik wil graag meer tijd met mijn kindjes doorbrengen en niets anders moeten dan gewoon spelen op de mat. Maar nee, dat zit er nu niet in. Ik besef maar al te goed dat mijn baan het enige is dat ons uit de armoede houdt, want als alleenstaande ouder ben je verdomd kwetsbaar. Dus moet ik zorgen dat ik de baan houd, er moet brood op de plank. Ik leer met die kwetsbaarheid leven, maar het gebeurt nog te vaak dat ik door een onverwachte kost zoals de milieubelasting, de laatste twee weken van de maand doorbreng met dertig euro. Intussen lukt me dat, maar ik verlang er zo naar gewoon eens met de jongens een hapje te gaan eten als ik geen zin heb om te koken, of een keer naar Ikea te rijden om iets leuks, of om zoals vroeger gewoon de krant te gaan lezen in een koffiebar, en zonder meer 10 euro uit te geven aan koffie, taart en sapjes voor de kinderen. In mijn hoofd ligt er een linkje tussen hard werken en het goed hebben (dus ook: ruimte voor leuke dingen), maar in de realiteit bestaat dat linkje niet. Ik vind het ook stom dat ik voor die ene keer dat ik per jaar naar de kapper ga, weken buikpijn en twijfel heb. Of stress als een vriendin vraagt mee naar de binnenspeeltuin te gaan (dat is pokkeduur!) of als de Kleuter naar het zwembad wil. Ik heb het gevoel dat ik hard werk, maar dat die kleine luxe- en glansmomentjes die vroeger zo gezellig waren, er echt niet meer in zitten. Uiteraard zijn ze niet levensnoodzakelijk. Maar toch.

b. Verdorie, babysit kost geld. Gelukkig krijg ik via een lezer van de blog babysitsponsoring, die ik wel gebruik voor babysitmomenten om wat tijd voor mezelf te hebben (zoals een film zien, naar de yoga gaan) en niet om tijd te kopen om te werken. Ondanks dat is 4 euro per uur best een investering. En dan vind ik het weer heel krom: als alleenstaande ouder heb je minder inkomsten dan een gezin met twee werkende ouders, maar doordat je geen andere ouder hebt om op te rekenen, heb je net die extra kosten voor babysit en kinderopvang.

c. Geeuw. Ik blijf het gevoel houden in het spitsuur van het leven te zitten en er zijn heel weinig rustpunten. Werk en gezin combineren is sowieso voor ouders van (jonge) kinderen een hele opgave, en als je het alleen bereddert is dat mogelijk nog net dat beetje uitdagender. De laatste weken verzuip ik ook in de deadlines. Op dit moment bijvoorbeeld tel ik de dagen af. Nog zo veel dagen keihard werken (studiedagen voorbereiden en geven) en dan mag de druk even van de ketel. Maar ik weet zelf ook dat een cursus die ik moet geven start op korte termijn, dat mijn huishouden verwaarloosd is en aandacht nodig heeft en dat het dus eigenlijk nooit rustig wordt. Ik heb geen talent voor rust, I guess. Dus is er koffie. En pepdrank. En maagzuur.

P.s. Ik lees de post zelf nog een keer door en voel zelf het verschil met vroeger. Vroeg had ik meer een slachtofferhouding (‘ik wil niet en ik kan het niet en iemand moet het voor me oplossen‘), terwijl ik nu gewoon probeer te doen wat kan en zorg dat wat moet lukken, lukt.

To have or not to have

desire less

Materialisme

Ik ben absoluut niet materialistisch, denk ik. Ik zorg heel graag goed voor de spullen die ik heb. Het verwerven van nieuwe spullen is voor mij nooit een doel op zich. Het woord ‘shoppen’ alleen al geeft me een beetje een vieze smaak in de mond. En in onze poging zo ecologisch mogelijk te leven, is het consuminderen een centraal begrip, waarbij het hergebruiken van spullen van andere mensen (gekregen of via kringloop) voor ons ‘normaal’ is.

Hard twijfelen en dan maar niets kopen

Door de financiële beperkingen van het leven als alleenstaande moeder, is het soms zelfs moeilijk om geld uit te geven als ik het wel heb en als het mag. Ik kreeg bijvoorbeeld laatst een bon van 30 euro uit de Hema, waarmee ik dan loop te piekeren in de winkel waar ik het best aan uit geef, en dan zo hard twijfel dat ik maar niets koop.

1 t-shirt = 48 wafels

Vroeger op school konden we tijdens de pauze wafeltjes kopen van € 0,25. Mijn zus en ik hadden dan een tijd als grapje dat we alles uitdrukten in aantal wafels. Een t-shirt van H&M kon dan bijvoorbeeld maar liefst 48 wafels waard zijn. Toen was het een grapje, maar nu rekent mijn hoofd spontaan telkens om naar ons weekbudget van ongeveer 30 euro. En het is erg moeilijk een babysit te betalen voor een bedrag waarmee je de koelkast een halve week vult. Of een filmticket voor een derde van het weekbudget. Of een paar tweedehandslaarzen voor bijna het dubbele ervan.

En toch sluipen ze binnen, de spullen

Laatst realiseerde ik me dat een aantal spullen zich bijna ongemerkt in ons huis genesteld hebben, de laatste maanden.
Een overzichtje:

1. Radio! Een tijdje terug heb ik bij de Kringloop een Radio gekocht (lees: verwendag). Het is een prachtig ding, waar ook cd’tjes in kunnen. Hier staat altijd radio Klara op en ik merk nu hoe fijn het is regelmatig nieuws te horen, een goed interview, weersvoorspellingen, culturele weetjes en tips en natuurlijk muziek. Een werkman had de radio eens afgestemd op radio 2, waar ik instant knettergek van werd, en in de auto ben ik een keer naar studio Brussel overgeschakeld, waar ik in volle verbazing naar de enigszins puberale taal luisterde en de beat die het nieuws vergezelde. (Waarom, in godsnaam?) De radio is een echte aanwinst in dit huis. Een gezelschapsdier, een blik op de wereld. Lekkere luxe.

2. Een bed met een glijbaan. Het heeft wat energie en geregel gekost, maar via tweedehands.be heb ik een bed gekocht voor Kleuterzoon. Dat gaf aanleiding tot het updaten van zijn kamertje, wat meubels herschikken, wat opruimen. Een muursticker zou het geheel helemaal afmaken – dat is voor ooit, maar op dit moment is het een leuk kinderkamertje geworden waar Babybroer binnenkort ook naar doorschuift. Geslaagde verandering dus!

3. Het kastje van de huisbaas. Is het jaren 70? I guess so. Het is een kasje met drie lades en een deurtje. Ik heb het op mijn werkkamer gezet, en de stapels papieren die op een andere kast lagen gesorteerd en er een onderkomen in gegeven. Toen was mijn werkkamer zo veel gezelliger geworden, dat ik meteen alles maar even opgeruimd heb en plantjes heb gekocht, voor op het ‘nieuwe’ (gekregen) kastje en op mijn bureau. Een extra lampje maakte het af, en mijn thuiswerkkamer is nu een prinsessenrijkje waar ik ongelooflijk content mee ben. Mijn nest binnen het nest!

4. Tv en DVD. Ik had geen tv. Omdat ik niet wil dat mijn kinderen naar vanalles en nog wat kijken. En ik ook niet. En toen kwam de huisbaas aanzetten met een enorm toestel, nog zo’n grote ‘bak’, omdat hij het zielig vindt dat mijn kinderen opgroeien zonder tv (hij denkt vast dat ik er geen geld voor heb). Ik ben niet erg assertief, dus heb ik het onding aangenomen. Uiteindelijk heb ik het boven gezet, en er een dvd-speler aan gekoppeld van vrienden. Ik heb besloten geen aansluiting te nemen, maar in de bib hebben ze een goede collectie dvd’s. Dus kijk ik af en toe een film, mag Kleuterzoon af en toe naar opa Pettson kijken, en Babybroer soms naar Tik Tak. Soms zet ik het ding in om Kleuterzoon even rust te gunnen tijdens het spitsuur hier in huis, en eigenlijk kan het precies geen kwaad. Hij heeft er alleszins nog geen vierkante ogen van gekregen.
(Vraag: hebben jullie tips voor ‘betere’ films die toch niet ongelooflijk dramatisch of intriest zijn? Of leuke slimme grappige films? Laat het me horen!)

5. Kleedjes, lakens, … Via lezers van dit blog, hebben we het geluk gehad kleedjes te krijgen voor de jongens, dvd’tjes van TikTak en Bumba, leuke boekjes, donsovertrekken, een dons, leuk kinderservies, … Allemaal dingen die het leven een pak makkelijker en leuker maken, en waar wij innig tevreden mee zijn. Zo veel dank!

6. Een krantenabonnement en een tablet. *slik, dit is een moeilijke* Ik weet niet hoe het komt, ik heb gezondigd tegen al mijn eigen regels. Ik heb een abonnement op De Standaard gekocht MET tablet. Het leek me zo fijn elke vrijdag en zaterdag gewoon maar naar de brievenbus te moeten lopen, in plaats van iedereen aan te kleden en naar de krantenwinkel te fietsen, vijf kilometer verder op, met de bakfiets, door weer en wind. Dus nam ik een abonnement en liet ik me verleiden door de versie met tablet, nadat ik uitgerekend had dat ik nog steeds 200 euro goedkoper uitkwam na 2 jaar dan als ik afzonderlijk een tablet en elke vrijdag en zaterdag de krant had gekocht. Maar – en dat is het schaamrood punt – ik heb helemaal geen tablet nodig. Het ding kwam toe, in een prachtig doosje. Het voelde als luxe, ik configureerde het, en dacht toen: euh, wat ga ik er eens mee doen? Dus daar ligt het, op de kast. Werkloos. Ongeveer. Ik heb ontdekt dat Kleuterzoon er mee kan werken, dat doen ze blijkbaar op school. En ik heb op mijn to do lijstje geschreven dat ik leuke leerrijke apps moet zoeken voor hem, maar pfoe, dat is weer een to do-tje erbij.
(Vraag: welke leerrijke apps hebben jullie voor kinderen? En welke apps maken jullie leven makkelijker en zou je niet meer kunnen missen?)

Luxe!

Wat ik bij al deze verworven spullen heb ontdekt, is dat dingen soms gewoon naar je toe komen. Ongevraagd, maar heel welkom. Het is vast heel zweverig van me, maar soms krijg ik zelfs een beetje het gevoel dat ik er op mag vertrouwen dat wat ik nodig heb, op mijn pad komt.

Een gekregen tv, een Kringloop-radio, een stapel tweedehandskleedjes, een oud kastje. Verschillenden van mijn vroegere vrienden zouden er een beetje schamper naar gekeken hebben. Ik voel me de koningin te rijk, alsof we met ons drietjes baden in de luxe. En zelfs al ben ik wat van mijn eigen regels afgeweken, ik ga er nog steeds heel bewust en zorgzaam mee om. Dat is ook wat, toch?