Een reactie waar ik niet trots op ben

Hoe reageerde jij op de Corona-crisis?

Mijn reactie was best … Euhm. Egocentrisch. Ik reageerde echt vanuit bepaalde patronen, bijna kinderlijk. En daar ben ik niet heel trots op. Ik besloot het echter wel ruimte te geven. En met te herpakken. En er over te vertellen in mijn eerste Tiny Podcast die je hier kan vinden:

Reacties zijn helemaal welkom.
En verhalen ook. Het lijkt me fijn niet alleen mijn eigen kleine gedachten te delen met de wereld, maar ook die van anderen (met toestemming). Je mag me dus altijd mailen op Hade@theartistswayonline.com als je graag wil reageren, iets wil delen of vertellen dat in de Tiny Podcast kan.

De Tiny Podcast heeft ook een bijsluiter, die vind je hier:

En ook een insta-pagina die je hier vindt: @detinypodcast

Fijne dag!

P.s. Morgen gaat het over geitenwollen sokken.

Ongevraagd advies

 

Daarnet deed ik een rondje blogs lezen. Dat doe ik niet dagelijks – ik moet een beetje op mijn tijd en energie letten en blogs lezen is iets waar ik me wat in kan verliezen.

Drie keer had ik de neiging rechtop te schieten, en een adviesje te tikken voor de persoon die schreef. Ik deed het niet en beperkte me tot woorden van begrip. Ik weet namelijk hoe lastig ik het vond op de moeilijkste dagen, als iedereen (ik overdrijf) van op afstand tips zat te geven over de situatie waar ik in zat, terwijl het echt pakken complexer en (emotioneel) meer beladen is als je ook werkelijk in een bepaalde situatie zit. Kortom: van op afstand is het makkelijk praten. Ik voelde me vaak een beetje miskend door die adviesjes, als in: iemand anders zou in dezelfde situatie makkelijk handelen, terwijl ik als een zielenpootje blijf kniezen. En: er is dus iets mis met mij, ik kan het niet, ik zou flinker moeten zijn, …

En vanavond las ik blogs, en onderdrukte ik de neiging adviesjes te tikken omdat ik het bovenstaande wéét. En tegelijk realiseer ik me nu dat het willen geven van advies een teken is van twee dingen. Ten eerste echte betrokkenheid, empathie, medeleven. En ten tweede is het een teken van hoop & geloof dat dingen beter kunnen gaan dan ze gaan.

Me dat realiserend, ben ik dankbaar om elk adviesje. Je zou kunnen stellen dat jullie er in geloofden op een moment dat ik dat niet kon. En dat is lief. Merci.

Teer. Lang. Diep.

Ik kijk naar hem. Zijn blauwe ogen in het bruine gezicht. De volle haardos. De energie en kracht die hij uitstraalt. De trouwring rond zijn vinger. Hij kijkt terug, met een blik die lacht. Ik ben trots dat hij mijn collega is, en ik hoop van zijn zelfvertrouwen en energie te mogen leren.

Het is een rotavond en er wordt op de deur geklopt. Daar zijn ze. Ze hebben er voor gekozen mijn vriend te zijn en investeren daar overduidelijk in. Ze zijn er, echt. En ze hebben een geweldig gevoel voor timing. Ik huil wat bittere tranen, krijg een warme knuffel, wijze woorden en mildheid. Een uitnodiging voor de dag die komt. En chocola. Chocola!

We nemen een kopje koffie en hebben het over het lange weekend. Hij vertelt over de vakantie met zijn gezin. Hij ziet er goed uit en ik realiseer me plots dat het een mooie man is. Met een volle haardos, een prikkelbaardje en een zachte blik. Ik vertel een beetje grappig-luchtig over het uitstapje met de jongens naar een dierenpark (we hadden via-via kaarten met 50% korting gekregen) en hoe we maar liefst drie uur en half in de file hadden gestaan. ‘Goed dat ik jongens heb,’zeg ik. ‘Die janken niet als je eens tegen ze roept dat ze hun kop moeten houden omdat hun moeder anders in haar broek gaat plassen.’ Hij kijkt maar me en zegt dat het toch niet makkelijk moet geweest zijn, zo met twee jongens dat hele eind rijden. Dat hij en zijn vrouw om de beurt rijden en om de beurt met de kinderen op de achterbank bezig zijn. En dat ik het toch maar doe. Ik ben verbaasd door zijn empathie. Weinig mensen lijken zich echt te kunnen voorstellen hoe het is, alleen. Op het werk scherm ik het allemaal een beetje af. Met het sausje van tja-had-het-liever-anders-maar-het-gaat-best. Hij heeft daar door gekeken en zich in me verplaatst.

Dat het kan, zegt hij. Een huis met tuin. In Amsterdam. Hoogzomer. Voor de vakantie. Ik stamelvraag welke vergoeding hij graag wil. Geen, is het antwoord. En ook dat het voor hem normaler is dan voor ons. Ik durf bijna niet blij te zijn omdat het zo veel is. In mijn hoofd gaan er toeters en bellen af. Gratis logeren betekent dat we elke dag een uitstapje kunnen doen op reis. Het betekent ijsjes, Artis, musea, pannenkoeken.

Ik ga tanken en plassen en op de wc vis ik mijn telefoon uit mijn zak en zie ik dit. Het is niet alleen geweldig, maar ook heel emotioneel. Cadzand is niet zomaar een plek voor ons. Het is een plek die verbonden is met een vriend die onverwacht overleden is. Daar terug naar toe kunnen voelt als veel meer dan toeval.

We komen weer eens laat thuis. De jongens doen stormloop op de brievenbus en vissen er een tijdschrift uit, en een boek dat ik voor het werk moet (wil!!!) lezen. Een gevoel van luxe overspoelt me. Ik besluit eens goed voor mezelf te zorgen en maak – na de jongens in bed gestopt te hebben – risotto met lamsoor voor mezelf. Terwijl ik wacht tot de risotto klaar is, lees ik het tijdschrift. Me-time, zo luxe.

Ik vertrek voor dag en dauw. Om 7u ben ik al op de Antwerpse ring. De zon schittert, en alles komt diep en dicht binnen. Zo’n dagen zijn er. Dagen dat de goede dingen in mijn gezicht knallen. Dat heel die sensitiviteit van dit lijf en dit zijn jubelt.

Er zijn tijden dat ik bezorgd ben om die sensitiviteit, die beide kanten kan opslaan. Geprikkeldheid in positieve en negatieve zin. Met een wat instabiele moeder die wel eens manisch over komt, baren die ups en downs me zorgen. Maar tegelijk weet ik dat het de prijs is die ik betaal. De prijs voor het vermogen in een flow te komen, verbindingen te zien, met rode wangen van de passie een verhaal te houden, te schrijven tot diep in de nacht. Of lief te hebben – teer en lang en diep.