Prinses en de cruise control-man

Zoals jullie hier konden lezen ging ik logeren bij Marinus. Omdat ik daar voor het werk in de buurt moest zijn.

Het was taai. Veel werk, vroeg op, laat terug. Ik had een opdracht samen met mijn baas en dat joeg me de stuipen op het lijf. Maar er waren twee avonden en twee nachten.

De eerste avond reed ik na kinderbedtijd noordwaarts. De volle 230 km. Na het parkeren van de auto stond ik vertwijfeld in een steegje en deed mijn map-app het niet, waardoor ik zijn huis niet kon vinden. Ik belde hem, hij kwam me tegemoet. Nam mijn tas over, nam me mee naar zijn huis. Zijn mooie rustige huis in een steegje in een lieve stad. Hij maakte cappuccino voor me. Met zorg en liefde. We spraken nog uren, en verder gebeurde er niets.

De volgende ochtend moest ik vroeg op. Hij was voor me opgestaan, voorzag me van koffie en maakte ontbijt voor me – wat ik niet binnen kreeg op dat vreselijke uur. Hij wandelde mee naar mijn auto en wenste me succes voor de dag.

Na de lange dag kwam ik weer toe bij hem. Terwijl ik op de bel drukte, grinnikte ik. Zijn fiets stond voor de deur en die was even stijlvol als zijn koffiemachine en zijn huis. We dronken koffie. Ik moest nog werken maar wou eerst een trui kopen. Hij stelde voor mee te gaan.

En daar werd het sneu. Want ik was doodsbang. Ik snapte niet dat hij mee wou. Ik kon daar niets mee. Ik was op mijn hoede. Dirk kon zo’n dingen tot een hel maken. Door niet mee te willen. Door wel mee te gaan en me dan in de winkel te vernederen, of de winkelmevrouw te charmeren waar ik bij stond. Marinus liep naast me, zocht in de winkel mee een leuke trui uit, was op een rustige manier in de weer om verschillende kleuren en verschillende maten aan te dragen. En ik dacht alleen maar: wanneer gaat het gebeuren? Wanneer gaat dit mis? Het ging niet mis. Hij was gewoon lief en zorgzaam en we wandelden terug.

Daarna ging hij sporten (het is zo’n man die naast het feit dat hij zijn leven op orde heeft ook nog loopt en meer dan vijf kilometer) en ik werken. Ik smste een lieve vriendin: ‘er gebeurt niets!’.  Ik gluurde naar zijn benen toen hij na en toertje lopen gezwind weer binnen kwam. We gingen de stad in, uit eten. En dat was alleen maar fijn. Hij was lief en attent en er gebeurde niets dat pijn deed. Ik voelde me op geen enkel moment vernederd of gemanipuleerd.

We wandelden terug. Een beetje onhandig sloeg hij zijn arm om me heen. Op de bank serveerde hij me een kopje thee. Voor we het wisten was het uren later en lagen we dichter bij elkaar, te praten. Elkaar dingen te vragen. Hij kuste me. En hij hield daarmee op om me te vertellen dat ik wel beter voor mezelf moest zorgen als we een relatie zouden krijgen. Minder werken, sporten, beter eten. Mijn keel schroefde dicht, omdat de angst dat hij me wou veranderen even intens was als het gevoel dat Dirk alleen maar wou dat het slecht met me ging en deze man het blijkbaar prioriteerde dat het goed met me zou gaan – en daar ook nog aan wou bijdragen. We kusten. We spraken. Om 3 uur viel ik tegen hem aan in slaap. Om 6 uur ging de wekker. Ook deze keer voorzag hij me van koffie, liep hij mee naar mijn wagen. Hij heeft twee keer mijn ochtendhumeur doorstaan.

Dat alles is vier dagen geleden. En sindsdien is er een rollercoaster van gevoelens. Ik realiseer me in het contrast pas echt hoe onveilig Dirk was en hoe bang ik ben geworden. Ik ben helemaal ok in het normale leven, maar dat iemand me nu nadert triggert al die onveiligheid loeihard. En dan zet ik me schrap. Wil ik vanalles – hem uitnodigen! En durf ik niets. Maar we praten. En hij is compassievol. En hij is zelf geen onbeschreven blad.

Waar ik nog even dacht dat Dirk de ultieme kans was om door al mijn zure appels heen te bijten, en de zijne, weet ik nu dat het waarschijnlijk een teken van gezondheid is van mijn kant om te kiezen voor een relatie die me meer recht doet in plaats van het proberen overwinnen van een destructief patroon wat waarschijnlijk gewoon niet realistisch is. Ook nu al is het me instant heel duidelijk dat Dirk misschien soms wel wou, maar nooit kon. Zelfs kleine dingen die ik graag wou, een keer naar de sauna gaan, een film, een fijn kopje koffie samen, lukten nooit. Het gebeurde gewoon niet met Dirk.

Op Dirk was ik knallend verliefd. En alles wat ik over hem ontdekte moest ik slikken want stiekem waren het geen leuke of mooie dingen.
Met Marinus is het anders. Ik sta helemaal schrap – dat hij vijftien jaar ouder is helpt ook niet. Maar alles was ik ontdek geeft me het gevoel een goed lotje uit de loterij getrokken te hebben, een beetje achteloos. Het voelt misschien zelfs alsof het lotje op mijn deurmat dwarrelde, zonder dat ik er iets voor moest doen. Hij lijkt erg oprecht en zegt dan goede dingen. Dat hij het fijn vindt dat ik kinderen heb. Dat hij het leuk vindt daar ook een band mee op te bouwen. Dat hij geen extra taak wil zijn in mijn drukke leven maar het net makkelijker wil maken. Dat we moeten zorgen dat ik binnen een tijdje maar eens wat minder moet werken als ik dat wil. Hij is een beetje huiselijk (hij heeft slofjes!) en heeft een groot huis dat leuk ingericht is en op een hypercharmante plek staat (o, o, o – wat mooi!). Hij heeft zijn leven op orde. Hij heeft een baan waar hij op een normale manier mee om lijkt te gaan. Hij heeft een mooie fiets. En een leuke stad. Hij is een Nederlander. Hij praat en zegt de juiste dingen en hij luistert. Hij is niet bang, hij is vol vertrouwen. Hij draagt streepjeskousen. Hij drukt zich genuanceerd uit. Hij noemt me lieverd. (O jee, o jee! Stress!) Hij heeft nagedacht over eerdere relaties en over zichzelf. Hij heeft therapie omdat hij aan zichzelf wil werken. Hij stelt de dingen niet mooier voor dan ze zijn. Hij zegt dat hij me sterk vindt, onafhankelijk, intelligent, grappig maar ook zacht en rustig. Hij ziet dat het leven hier bij momenten op z’n kop staat en hij begrijpt dat. Hij kijkt naar de toekomst maar hij verstikt me niet. Hij vraagt me dingen samen te doen maar geeft me echte ruimte om nee te zeggen. Hij rijdt met zo’n verantwoorde nette auto op een kalme manier. Een cruise control-man. En hij verdient meer dan mijn baas, geloof ik. Een ontdekking waar ik een instant identiteitscrisis van kreeg, omdat ik nu mijn zelfwaarde vier in mijn werk en ik niet goed weet wat daarvan overeind blijft als het niet meer zo acuut en heel nodig moet. Ik heb kracht verzameld de laatste jaren en een stukje daarvan is het bereiken van (financiële) onafhankelijkheid, met bloed, zweet, tranen, nachtwerk, het schrappen van allerlei dingen die ik leuk vind, en er zwaar met de zweep over, elke dag. Hij stelt voor de zweep op te bergen en ik doe bijna in mijn broek.

En hij ging net in op mijn uitnodiging om een weekend naar hier te komen. (Stress! Stoom uit mijn oren!) (Ik kan natuurlijk nog altijd doen alsof ik niet thuis ben.)

Hell yeah. Wordt vervolgd.
Voor de betere soap moet je hier zijn ;).

 

 

De date: het vervolg

Enig enthousiasme ontstond toen ik hier het verhaal postte over een date. Ik heb jullie nog even in spanning gehouden, maar dat komt omdat het een beetje in between iets en niets is.

Laten we hem een mooie naam geven. Marinus. Marinus. Marinus dus (even oefenen, even wennen). We aten samen. Ik heb nog nooit zo slecht gekookt als die avond en uit schaamte durf ik er ook niet over schrijven. Er waren verzachtende omstandigheden, waar ik ook niets over zal schrijven, maar het was echt een soortement fiasco. Doch spraken we met elkaar, lang en veel en echt. Tegenover elkaar aan tafel. Er flakkerde geen groot verlangen op, ik was blij dat hij weg ging en ik kon gaan slapen, maar ik had ook intens genoten van het gesprek, het contact, de avond.

Intussen hebben we alweer gedate, in het bijzijn van anderen. Wij laten er geen gras over groeien. Een culturele activiteit waarbij Marinus er de kantjes een beetje afliep door heel de tijd voor te stellen koffiepauze te nemen, en ik (zoals ik nu eenmaal ben) er cultureel uit wou halen wat er uit te halen viel (met andere woorden: alles zien, alles weten! Zo irritant kan ik zijn). Maar ik moest wel met hem lachen. Tijdens de koffie hadden we, met anderen samen, intense gesprekken.

En verder appen we uhm, dagelijks. Misschien eigenlijk ongeveer de hele dag door zo’n beetje. En binnenkort ga ik bij hem logeren, mompel ik er nu heel casual achteraan. Niets aan de hand, tralala. De logeerkamer dus. Gewoon praktisch. En gezellig.

Ik word er niet heel warm van, maar het laat me ook niet koud. Ik sta er wat onderzoekend in.

Een deel van het onderzoek gaat nog over Dirk. Dirk die in therapie is en waar ik gesprekken mee voer bij momenten. Ik sta er vrij onbevangen in, het doet me niet heel veel meer, maar één en ander samen zorgt dat soms het licht aan gaat in mijn hoofd. Dat ik heel precies kan zien welke pijn Dirk in mij triggerde waardoor ik me onveilig voelde, reageerde vanuit oude angst die wel heel vertrouwd was. Waarschijnlijk was ook het omgekeerde waar. Hij vertelt me zelf verbaasd te zijn hoe erg hij op de vader lijkt die hem mishandelde. Het afgrijzen van het besef geworden te zijn wat je alleen maar wou vermijden te zijn. Weten dat je anderen de pijn aandeed waar je zelf door beschadigd bent. Hij verliet me om van die versie van zichzelf weg te rennen.

Ik weet dat ik je leven totaal heb ontwricht,’ zegt hij. Ik denk na over hoeveel verantwoordelijkheid je hebt voor de pijn die anderen je kunnen aandoen. Zonder die pijnplek in mezelf had ik het hem niet laten doen. En tegelijkertijd blijft het een rotstreek, zonder meer. Een vrouw verlaten in die eerste precaire maanden na het krijgen van een kind.

Heel soms zie ik onze relatie en onze after-relatie als een opeenvolging van duizend keer hetzelfde, telkens anders vermomd. Mijn pijnplek en zijn pijnplek. Duizend keer hadden we de kans anders te reageren, misschien wel onszelf en de ander te helen. En duizend keer hebben we het niet waar kunnen maken. We praten. Soms voelt het nog steeds alsof hij mijn man is, en alsof we een opdracht hebben met elkaar in plaats van beiden gewoon opnieuw te beginnen elders, met nog een vrij verse en diepe kras op onze zielen.

Ik vraag me af wat juist is, maar ik weet dat ik niet zelf de keuze maak. Opnieuw beginnen, met Marinus. Of met iemand anders die zich aandient. Of zonder iemand. In de hoop dat de pijnplek ongeadresseerd blijft. Maar dan geneest ze misschien nooit. Dan negeer ik ze alleen maar. Of misschien komt er dat moment dat Dirk en ik de opdracht moeten inlossen met elkaar, dat oude pijn kan helen. Pijn die ouder is dan onze relatie. Niet hij moet mij helen. Niet ik hem. Ik mezelf en hij zichzelf. Maar tussen ons ligt misschien wel een bepaalde oefenruimte en een bron van informatie.

Anyway. Hoor ik daar een appje van Marinus toekomen?

Wordt vervolgd. Voor de complexe verhalen moet je hier zijn, zo veel is duidelijk. Misschien binnenkort spannende verhalen uit de logeerkamer van Marinus. Who knows ;). (Het zou me verbazen, maar ik sluit niets meer uit.)

 

 

 

Normaal

Drie sessies bij de psychiater hebben me niet alleen 255 euro gekost, maar ook een medicament opgeleverd dat helemaal werkt voor mij. De rilatine is vervangen door een groot broertje dat meer dan tien uur werkt. Ik heb minder bijwerkingen en ben stabiel. In plaats van twee boogjes van energie en een rustig hoofd doorheen de dag, met telkens een rebound-effectje aan het eind ervan, heb ik nu een mooie boog van 10 tot 12 uur. Waar de boog eindigt volgt een half uurtje misselijk en niet helemaal lekker en daarna kan ik er nog een paar uurtjes normaal functioneren bij doen, maar dan op een minder hoog niveau dan overdag. Lijkt me niet gek. Ook normale mensen zijn ’s avonds moe, toch?

De psychiater vraagt me terug te komen als ik hypomaan, psychotisch of manisch word. Hoe ik dat dan weet, vraag ik. Hij monkelt. Als ik relaties met verschillende mannen tegelijk heb bijvoorbeeld. Gniffel.

Mannen. Het is een hoofdstuk apart. Ik kwam de Ondeugdelijke nog eens tegen. Ik vond het fijn hem te zien, zie nu dat hij ook maar een soortement zoekende schurk is. Een leuke man, maar ik had niet zo wanhopig mogen verlangen naar een echte relatie met hem. Dat mijn verlangen gestopt is, triggert hem big time. Hij stuurt me smsjes waar ik rode oortjes van krijg (over hoe hij traag mijn jurkje wil uitrekken). Ik voel me niet beledigd, ik moet alleen even gniffelen. Overweeg even nuchter terug te sturen ‘nou, doe je best’. En dan bedenk ik hoe oneerlijk het is dat je van een leuke man zoiets kan hebben, terwijl je bij een minder leuke man bij wijze van spreke naar de politie rent met zo’n bericht.

De Onwillige Vader is intussen zijn leven aan het beteren om verantwoordelijkheid te kunnen nemen en ons iets te bieden te hebben. We zien het wel, zeg ik, terwijl we koffie drinken in het donker op de stoep.

En tussen het werken door krijg ik een smsje van een collega dat mijn haar zo leuk zit, maar dat hij het niet luidop wil zeggen. Nou. Zo kan ie wel weer.

Het is fijn dat ik ok ben. Ik voel me goed. Ik heb geen pijn, mijn energie is terug, mijn kop is kalm, ik kan weer fietsen en opruimen en leven en werken. En ik ben euforisch, bij momenten. Diep intens gelukkige momenten. Door de medicatie of omdat het beter gaat na een lange tijd slecht? Ik weet het niet, maar het is genieten, als ik door Amsterdam fiets en alles in mij schreeuwt van geluk. Of als ik luid zingend van een klus terug kom. Of als ik hypergeconcentreerd aan een tekst werk. Of als de Peuter me in bed vertelt dat ik een lieve moeke ben en mijn hand neemt. Of als ik met de Kleuter een stom grapje maak, in de categorie jouw-yoghurt-is-vogelpoep-haha-dan-is-jouw-cornflakes-muizekak!

Ik sprak er over met een vriendin. Ze bracht me op het idee dat deze uitzonderlijke staat-van-zijn misschien wel is hoe normale mensen door het leven gaan. Normale mensen wiens neurotransmitters het gewoon allemaal prima doen. Normale mensen die geluk ervaren op gewone dagen, die niet in paniek geraken als ze drie dingen na elkaar moeten doen en die niet elke dag wenen en slapen. Ik ben even verbluft, denk aan al het geluk dat ik zo misschien gemist heb, en voel me vooral weer diep dankbaar dat er een oplossing is voor mensen wiens neurotransmitters verstoppertje spelen. Met dank aan Essie, met wie het allemaal begon.

 

 

 

 

Een nieuwe man

De rechtszaak is ongeveer afgerond (op een zware rekening van de advocate na, geloof ik) en het is goed geweest. Er is zeer beperkte kindvrije tijd ontstaan voor me (twee dagen overdag per maand, een nacht per maand) en nog voor ik me er bij neergelegd had, zag ik de mogelijkheden. Tijd om alles te doen waar ik niet toe kom, tijd om te fietsen, op te ruimen, na te denken, bij te werken, iets te eten dat ik lust, een godganse dag in de sauna te gaan zitten als ik dat wil.

Het is een gevecht geweest dat belachelijk veel tijd heeft gekost, maar dat goed is geweest. Het was dus een soort van helend proces, het niet onder elkaar moeten uitvechten maar er een hogere macht bij inschakelen. Een boertige geld-vretende hogere macht, maar toch.

Intussen heel ik verder (dank emotioneel lichaamswerk). Ik voel me heler en heler en vrijer. Van op het punt waar ik nu sta zijn alle vragen die ik de voorbije twee jaar had, beantwoord. Ik luister in de auto naar een podcast en ik klem mijn stuur vast. Je kan ‘m hier vinden (‘meneer x’), maar ik ga even spoilen. Heel kort gezegd gaat het over een man die en vluchteling in huis neemt. Ze geven hem alles (hij is bijvoorbeeld dol op mooie schoenen). Hij studeert hard en aanvankelijk gaat alles goed, tot de vluchteling in kwestie een relatie blijkt te hebben met zijn vrouw. Jaren later is zijn vrouw alleen achtergebleven met twee kinderen waar hij soms mee voor zorgt. Op de vraag of hij het anders aangepakt had als hij het had geweten, zegt hij volmondig nee. Er is meer nodig om hem van zijn principes af te brengen, de deur staat nog steeds open.
Ik luister en wou dat ik ‘grootser’ geweest was. Niet verzopen was in mijn wanhoop en verdriet, in mijn boosheid, in mijn hulpeloosheid. Dat ik gewoon het vertrouwen had gehad om te weten dat ik het alleen kon (moeilijk gaat ook) en de wijsheid om te zien dat Dirk het niet kon, bij ons zijn en doen wat hem te doen stond. Dat er meer nodig was dan een Dirk om me onderuit te halen.

Het eigenaardige nu is dat Dirk in beweging is gekomen. Hij woont, hij werkt, hij herstelt schade, hij betaalt terug, hij maakt plannen. Hij is in therapie gegaan en dat is een heel heftig proces voor dat zwaar mishandelde kind dat hij met zich meedraagt. Enerzijds doet het me niet zo veel, anderzijds kijk ik met een frisse interesse naar wat er gebeurt. Al twee keer sprak hij naar mij uit toe hoeveel schade hij ons heeft toegebracht en dat dat hem spijt. Het lijken geen holle zinnen want hij gaat nogal diep op de kwestie in. Dat vind ik pijnlijk, ik ben er ongeveer wel klaar mee. Ik kan er weinig op zeggen. ‘Het viel wel mee,’ is niet aan de orde. Ik denk dat hij het meent, want hij wil er niets voor. Maar ik wil ook niets. Ik zie het wel. Alhoewel ik me laat verrassen door de daadkrachtigheid waarmee hij een belofte nakomt met iets te helpen hier in huis. Zijn blik is anders, hij praat anders. Hij wordt een andere man.

En ik, ik heb eindelijk beschikking over het vertrouwen en de wijsheid waar ik niet bij kon de voorbije jaren. Dus ik leun achteruit en sta open voor wat komt. Of niet komt. En niet zonder meer.

 

 

 

Behaaglijk

Het volle leven

Zullen we
zei ze
samen
in een groot bed
in een hotel-
kamer
gaan liggen
met pyama’s
aan en
dan de knecht
taart
laten brengen?

Judith Herzberg

Wat ik het moeilijkste vind, is genieten. Meestal werk ik (werken is hier breed opgevat) of lig ik uitgeteld op de bank, maar veel daartussen bestaat er niet.

Dirk leerde het me. Hij leerde me dat het mocht. Op de bank liggen met een dekentje en een glas wijn terwijl hij in de keuken stond te koken. Koffie drinken in bed bij het krieken van de dag. Je een half uurtje buiten warmen aan de zon tijdens de lunchpauze. In het gras liggen en tomaatjes eten. Het hoefde nooit wat te kosten, behalve tijd.

(Had ik hem maar kunnen leren wat werken is. Haha.)

Elke keer (dus bijna nooit) als ik even onder een dekentje zit en er een kopje koffie en een boek bij neem, moet ik weer even aan hem denken.

Er is zo veel zwart en zeer weinig wit aan alles, maar al het slechte dat gebeurd is en al het verdriet, nemen niet weg dat mijn lijf zich herinnert hoe warm het was tegen hem aan te slapen, en dat ik bij momenten even terug ga in de tijd en me herinner hoe ongelooflijk behaaglijk het was om de krant te lezen in bed met een heerlijke kop koffie, me door hem aangereikt.

Mijn (primaire) liefdestaal is zorg. Dat vind ik een mooier woord dan dienen. Dirk sprak die liefdestaal bij momenten feilloos. Zorg voor me en ik verander in een spinnende poes.

 

 

Bijna juist (update rechtszaak)

Aan de telefoon met mijn advocate hoor ik de eerste bevindingen van het expertverslag van de rechtszaak tussen mij en Dirk. Zijn persoonlijkheid is normaal getest met een uitschieter op deviantie psychopathie, lees: de grens is 65 en hij heeft 61 gescoord. Hij wordt onconventioneel onrijp en egocentrisch genoemd, en in één adem wordt gezegd dat deze bevinding mijn verhaal staaft.

Ik word omschreven als gestructureerd, beredeneerd, conventioneel. Ik hou graag controle en laat niets aan het toeval over. Volgens de experte werk ik aan mijn ontwikkeling, stel ik mezelf in vraag en zie ik mijn eigen aandeel in de situatie. Dirk is onconventioneel, laat de dingen op zich af komen, laat zich niet leiden door wat (maatschappelijk) van een persoon verwacht kan worden, wijt de misgelopen zaken aan mijn persoonlijkheid en stelt zichzelf niet in vraag.

Het komt heel heftig binnen. Pas na enkele uren besef ik dat het verslag wel positief is voor mij en dat ik het in mijn analyses bij het juiste eind had. Ook in mijn vermoeden van psychopathie bij Dirk, want ik vind 61 versus 65 een miniem verschil. Het moet minstens zo zijn dat hij sterke psychopathische trekken vertoont om die score te halen. Ik heb vaak het gevoel gehad dat hij niet door en door slecht is, maar dat hij overlevingsstrategieën heeft die heel destructief zijn, en dat past wel bij het beeld dat ik terug zie. Een rand-psychopaat? Soms had ik het gevoel dat hij oprecht graag een gezin wou zijn en bij ons wou horen en mijn man zijn, maar dat hij het gewoon niet kon.

Er moet gereageerd worden op dit verslag, er moeten kanttekeningen en vraagtekens bij en dan moet er een nieuw voorstel komen met betrekking tot het hoederecht. We’ll see.

Even los daarvan voel ik me plots diep eenzaam, ook al kan ik onmiddellijk met een aantal mensen hierover van gedachten wisselen. Ik kijk terug op jaren stress en pijn en ik wil gewoon even de pauzeknop indrukken want ik word steeds zieker fysiek, omdat al mijn energie gaat naar me mentaal op de rails houden. Ik ben 32 en ik vind het leven echt niet leuk. Er is te veel werk, te veel stress, te veel verantwoordelijkheid, en het houdt nooit op. Mijn eerste gedachte bij het telefoontje van mijn advocate was dat ik gewoon nu heel even ontslagen wou worden van de andere zorgen (deadlines, financiën, kinderen ophalen, koken, morgen werken, presentatie voorbereiden) om even alleen dit te moeten incasseren. Misschien ben ik kinderachtig, misschien heb ik niet door dat dit het grote-mensen-leven is, maar ik vind het niet leuk en wil graag iets liefs en warms en eens een uur geen fysieke pijn en eens een dag niet doodmoe. Ik weet dat ik moest groeien in vol-in-het-leven-staan, want dat ik een beetje een vermijder was van vanalles en nog wat, maar dit is al zo lang zo vol in het leven dat ik echt gewoon een keer wil onderduiken.

En verder verbaas ik me ook weer over hoe de wereld draait. De experte die heel last minute een heel slordig verslag vol tik- en spelfouten aflevert. Ik heb me al zo vaak verbaasd over professionals waarmee ik te maken heb gehad de laatste maanden, maar dit… Dit. Ach.

Wordt vervolgd. Maar het was geen slecht nieuws.

 

 

Te veel, te weinig, te luid, te stil

Ik zit in het speeltuintje buiten de Ikea en kijk hoe de jongens spelen. In mijn hoofd is het donker. Als de jongens er niet waren, denk ik, zou ik er geen zin meer in hebben. Maar de jongens zijn er wel en ik heb er geen zin in. Maar de jongens zijn er. Ze zijn er. Dus.

Dat je gelukkig moet kunnen zijn in je eentje voor je gelukkig kan zijn met twee is hopelijk lulkoek. Want alleen is het zo vermoeiend en taai, dat ik hier dan dus nooit meer uit kom.

Dat ik het geluk van mensen in relaties overschat, dat wordt ook wel eens gezegd. Kan best, maar als je dat denkt onderschat je de pijn die eenzaam zijn veroorzaakt.

Dat ik vrienden heb. Ja. Die heb ik. Maar ik heb me al meer dan eens het vijfde wiel aan een wagen gevoeld. En de confrontatie met het heel gewone huiselijke geluk van anderen slaat me ook meer dan eens loeihard in het gezicht. En een vriend of vriendin is niet hetzelfde als een partner met wie je een grapje kan maken, die je even aanraakt of waar je gewoon zwijgend mee samen kan zijn.

Proefondervindelijk weet ik intussen ook dat dagen alleen (met kinderen) veel langer duren dan dagen met een andere volwassene en kinderen. Maar het is ook voor mij te vermoeiend en zwaar om de dagen te vullen met speeldates en uitstappen allerhande.

Het is zo makkelijk om er een mening over hebben als je zelf niet weer eens voor de zoveelste avond op rij staat die je alleen doorbrengt, zonder dat je de deur uit kan (kinderen slapen), waarbij je jezelf moet oppeppen om de afwas weg te werken, de was te doen, de pot speculaaspasta niet leeg te eten en nog twee uur aan een project te werken.

En waarom trek ik me ook aan wat anderen hiervan vinden? Ik heb er niet voor gekozen alleen te zijn en ik heb er een rothekel aan. Dat mag.

Eerlijkgezegd denk ik dat het vrij gezond is dat ik verlang naar een partner, naar een volwassene in mijn leven om me intiem toe te verhouden. Als volwassen vrouw heb ik zo mijn behoeften, zowel mentaal als fysiek, en op beide domein houden die een heel spectrum in, van gesprek tot spiegel, van een hand-in-hand tot stomende seks. Gewoon al wat input van iemand die eens wat vertelt, zonder dat er daarvoor afgesproken moet worden, de deur uit gegaan of bezoek ontvangen. Gewoon eens iemand die kiest wat we gaan eten of een mening heeft over wat er in de krant staat. Gewoon iemand die een slordige zoen op mijn mond drukt bij thuiskomst. Of een warm lijf around waar ik me even aan kan gaan laven.

Mijn borstbeen doet pijn. In mijn meest dramatische momenten denk ik dat dat komt door een etterend gebroken hart daaronder. Dirk deugde voor geen haar, maar ik heb wel intens veel van hem gehouden. Stiekem en als ik kon kiezen, wou ik dat alles gelijmd kon worden en dat hij gewoon mijn man zou zijn. Maar dan versie 2.0.

Ik voel dat ik een minder leuk mens word van dit alleen zijn. Ik ben jaloers, gun anderen minder, kan heel weinig verdragen. (En ik zeur, ha-ha.) Soms ben ik bang dat al mijn slechte eigenschappen uitvergroot worden en ik me in contact met mensen onaangepast gedraag. Te veel, te weinig, te luid, te stil.

Maar nu vooral te stil. En te donker.

 

Twee jaar

Het is twee jaar geleden dat Dirk weg ging. Twee jaar. Vierentwintig maanden.

Met een wee gevoel in mijn maag denk ik terug aan hoe ik de week voordien met de baby op de buik koffie dronk met hem in een koffiebar en daarna meeliep naar het station. Hij ging nadenken bij zijn broer. Ik had verlof genomen omdat ik het anders alleen niet redde met de kinderen. Aan de mogelijkheid dat hij niet terug kwam, dacht ik niet. In de late avondzon nam ik de bus terug naar huis met de baby. Het was zo onwezenlijk. De dagen nadien voelde ik me alsof ik wachtte op een examenuitslag. Op woensdag kwam het bericht dat hij niet meer terug kwam. De dagen voordien had ik mijn best gedaan. Met af en toe een begripvol mailtje. Een leuke foto van de baby die iets nieuws kon. Het mocht niet baten. Ik voelde aan dat ik niet alleen moest zijn met een baby en een kleuter op zo een moment. Ik belde mijn moeder, huilend. Ze had geen tijd, ze ging net met de hond van de buren wandelen. Sommige dingen vergeet je nooit.

Twee jaar. De intensiteit was enorm. Bepaald door verdriet en verzet, door het leven met twee jonge kinderen, door onzekerheid over een nieuwe baan en later de start in een nieuwe baan. Door de aard van mijn werk, door starten met een bijberoep, door mijn eigen karakter.

Ik heb lang gedacht dat er een les verstopt zat in wat ik meemaakte. Nu denk ik dat niet meer, wat niet weg neemt dat ik geleerd heb.

Ik dacht dat de les was dat ik op eigen benen moest kunnen staan. Vervolgens dacht ik dat de les was dat ik hulp moest durven vragen en anderen toelaten.

De laatste weken ben ik twee keer in een soort conflict gekomen omdat ik te onafhankelijk ben. Ik snap dat vanuit een buitenperspectief, maar hé, wat moet ik anders? Hoe kan ik niet onafhankelijk geworden zijn in deze situatie?

Maar goed. Het voelt op dit moment niet als een soort fase in een of ander mij overstijgend masterplan dat naar iets beters gaat leiden, ooit, ergens. Iets waar ik door moet om bij iets geweldigs uit te komen. Het voelt gewoon als iets dat ik liever niet had meegemaakt, en veel geploeter.

Waar ik nu wel helder zie, is dat niet ik het grootste verlies heb geleden. Maar hij. Hij heeft dingen gemist die hij nooit meer kan inhalen.

Het is repetitief en mogelijk wat saai, de kinderen in bed stoppen. En toch, toch is dat ritueel me zo lief geworden. Omkleden, tanden poetsen, potje, toilet. Daarna boekjes lezen en de oudste die nog een youtube-filmpje mag. Elke avond een selectie uit pakweg dezelfde tien favoriete boekjes. Voor de honderdste keer lezen van de kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft. Voor de honderdste keer de kinderen horen schateren. Telkens die vijftig seconden voor de microgolf staan wachten tot het flesje warm is, terwijl ze boven met twee op mij liggen te roepen en ik zoals altijd terug roep dat ik ko-hoom. Het rondje kusjes voor slapende wangetjes. Dingen in slapende oren fluisteren, zoals ‘ik ben zo blij dat je mijn kindje bent!’ en ‘ik ben zo trots dat je al kan schrijven!‘. Het is saai, het is repetitief, en zo zijn er veel dingen. Het badmoment. De maaltijden. Het ophalen, het wegbrengen. En toch, toch is het onbetaalbaar en heeft Dirk in deze een gruwelijk verlies geleden.

Laatst sprak ik met een collega, met drie dochters en een vrouw die thuis blijft. Dat zijn vrouw ze ’s avonds moet weg houden van hem, als hij moe van het werk komt. Hij heeft dan rust aan zijn kop nodig. Mijn ogen werden schoteltjes. Misschien is dat het cadeau dat ik gekregen heb van Dirk. De kans is me ontnomen dat ik ‘ze’ van me laat weghouden omdat ik te moe ben. En geloof me, te moe ben ik elke dag. En toch, toch doe ik wat er moet gedaan worden, want ik kan het op niemand afschuiven. En dat creëert zo veel intense intimiteit met die twee kleintjes… Als ik niet zo kwaad was op hem, was ik Dirk daar vast eeuwig dankbaar om.

 

Prinses luistert Serial & denkt na over Adnan

Ik volg de hype waarschijnlijk zeer laat, maar uiteindelijk ben ik verknocht geraakt aan podcasts luisteren. Daar kan ik nog wel eens een blogje over vullen, maar nu even inzoomen op het verslavende Serial, over Adnan Syed die al dan niet zijn ex-vriendinnetje vermoord heeft, vijftien jaar geleden, ergens in Amerika.

Het is verrukkelijk. Lange autoritten, gespannen luisteren. Om één of andere reden streamt mijn auto soms met de iPhone, en dan weer niet, waardoor ik afwisselend met een oortje in luister of via de speakers. (Iemand een idee hoe ik deze technische onvoorspelbaarheid kan beslechten?) Maar ik luister even goed op toilet, of tijdens het nachtelijke koken, afwassen, was vouwen.

Ik weet niet of Adnan Hae heeft vermoord. Dat kan ik niet weten. Maar op een gegeven moment gaat er een aflevering over de vraag of Adnan een ‘sociopath’ is. Mijn aandacht is gewekt, aangezien ik vrees samen geleefd te hebben met een ‘sociopath’, die naar mijn weten geen meisjes wurgde en begroef. Maar toch.

De vertelster lijkt niet echt gewonnen voor het idee dat Adnan een ‘sociopath’ is. Ze doet er een beetje lacherig over. Als hij dat zou zijn, zou hij toch niet zo aardig zijn? En ze kent hem intussen al zo goed door drie keer per week met hem te bellen, ze zou toch wat aan hem gemerkt hebben? En als hij het was, zouden vrienden en familie toch ook wat gemerkt hebben en zou iedereen zijn mond niet vol hebben over de aardige en voorbeeldige jongen? En dat hij geld gestolen heeft uit de moskee van zijn gemeenschap, en soms wel eens kleding vervreemdde van vrienden, heeft er toch helemaal niets mee te maken?

Op internet kan je googelen hoe je aan iemand merkt dat ie een ‘sociopath’ is. Die kenmerken ga ik hier niet opsommen.

Maar tijdens het luisteren moest ik aan Dirk denken. Je zou een serie kunnen maken met getuigen die vertellen over de charmante, aardige Dirk. Over hoe hij die man met een handicap op straat toesnelde om te helpen, die keer. Over de tijd en aandacht die hij opbracht voor mensen. Over hoe leuk hij was met de kinderen. (…)

Was het maar zo dat mensen in de omgeving van een ‘sociopath’ altijd wat zouden merken. Dat je het zou weten door drie keer per week met iemand te bellen. Dat je de vinger er op kan leggen.

De realiteit is dat mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis een masker dragen. Of maskers, meervoud. Af en toe voel je iets, merk je dingen die niet kloppen. Dat geeft een heel onrustig gevoel, maar het is heel moeilijk aan te duiden wat er dan aan de hand is. Het gaat zo ver dat je denkt zelf gek te zijn.

Ik had altijd een soort instinctieve angst ten opzichte van Dirk. Alsof mijn intuïtie wist dat er iets niet klopte. Zo heb ik bv altijd geweten dat hij de kip die hij had vermoord heeft, ook al heeft hij dat nooit toegegeven. Als kind deed hij dieren pijn, heeft hij me ooit verteld. Toen hier in de buurt een meisje dood was gevonden in het bos, in de periode dat we aan het daten waren en ik tot over mijn oren verliefd was op hem, heb ik opgezocht waar Dirk de avond van haar verdwijning was. Absurd, dat je die onrust voelt ten opzichte van iemand waar je gek op bent. Dat je niet exact weet wat er niet klopt, maar wel dat er iets niets klopt.

Luchtig doen over diefstal, zoals in Serial, vind ik dom. Dirk deed illegale dingen. Zoals rondrijden met valse nummerplaten en een onverzekerd voertuig. Wat ik overigens niet wist op dat moment. Zijn advocaat deed alsof ik een hysterische trut was toen ik dat ter sprake bracht als voorbeeld van zijn gestoord gedrag in de zaak rond het ouderlijk gezag, en het werd een beetje onder tafel geveegd als niet-terzake-doend. Maar zo’n dingen doen er toe. Het zijn tekens. Barstjes in dat beeld van Mr. Charming.

Of Adnan een gestoorde Mr. Charming is of gewoon een jongen met heel veel pech, weet ik niet. Maar dat een antisociale persoonlijkheidsstoornis niet iets is om weg te lachen of te onderschatten, dat dan weer wel.

 

 

Update van het prinsessenbestaan

Enkele momenten, samen met een kleine update van hoe het hier gaat. (De vorige update kan je hier vinden…)

Leven voor tien
Een tijdje geleden was ik bij een organisatie met een mooi motivatieschema op de muur. Er waren drie categorieën: tandje erbij (spreekt voor zich), biertje erbij (voor alles dat relax kan) en working on it. In elke categorie kon men post-its hangen. Er was ook een high-five-pot voor de verwerkte post-its. Medewerkers konden hun naam plaatsen bij wat ze gedaan hadden en elke maand werd er een winnend post-itje getrokken en kreeg die medewerker iets leuks.

Thuis op een bezige avond bedenk ik een eigen variant, en palm ik een muur in met de volgende categorieën:
Twee minuten: alles dat zomaar even moet. Denk aan: declaraties, iemand bellen (met telnr op de post it!), …
Kopje koffie erbij: alles wat de komende weken eens moet, maar nu nog geen gillende sirenes oproept in mijn hoofd.
Wekelijks: dit is er eentje met twee kolommen voor ‘te doen’ en ‘gedaan’. Wat altijd moet: voedselteam bestellen en ophalen, een keer de administratie verwerken, het afval buiten zetten, een weekly review doen van mijn werk en weekplannen.
Tandje bij: alles wat NU ONMIDDELLIJK LIEFST GISTEREN moet.

Uiteraard is de laatste categorie goed beplakt met post-itjes. Ik werk een paar uur, plak ongeveer 100 briefjes en bedenk dat ik leef voor tien. Dat, in combinatie met het fragiele waar ik over schreef, maakt dat ik vaak enorm moe ben.

Kreupel
Een vriendin op bezoek. Ik te kreupel om kaneelbroodjes te halen voor bij de thee. Moe, pijn. Ik ruim het ontbijt nog snel op. Boterhammen met honing. Euhm, hoe raar is het dat ik geen energie heb? Ik geef mezelf een imaginaire schop onder mijn kont. Kan beter. ’s Avonds snijd ik alvast een paprika en twee wortels in reepjes. Die gaan in een doosje voor in de auto morgen. En het lukt me vast ook wel om een appel te eten. Bij het avondlijk werk eet ik een trosje druiven. Beter zo. Soms, als ik een beetje energie heb, doe ik best goede dingen.

Hulp
Ik had nergens meer op gehoopt. Ik verwachtte dat ik in het gesprek met Familiehulp mezelf zou moeten verantwoorden omdat ik het niet aan kan, alleen. Niets daarvan. Een constructief gesprek. Ik moest bijna huilen toen ik het lijstje zag met aangevinkte taakjes waarbij ik hulp kan krijgen. De uurprijs viel ook beter mee dan ik dacht, en ik kan zo lang Familiehulp krijgen als ik nodig heb. ’s Avonds bekijk ik mijn agenda en vraag ik tweewekelijks vier uur op mijn vrije vrijdag, zodat ik samen met de familiehelpster wat bergjes kan verzetten in da house. Vol verwachting.
Daarnaast helpt de sociaal werker van het OCMW me wat dingen op orde te krijgen. Een wereld van verschil. Op zich zou ik alles zelf moeten kunnen, alleen ben ik daar nu te moe voor. Alleen al het idee dat je er niet meer alleen voor staat, maakt 200% verschil.

Kinderen
De kleinste is een protmachien en een moppentrommel in één. Vreemd genoeg begint hij ondeugend te worden (hij was altijd erg lief) en daagt hij uit. Als ik hem in de hoek zet, staat hij daar in zijn vuistje te lachen. O jee. Heb hem laatst in bed moeten leggen zonder verhaal om duidelijk te maken dat ik boos en verdrietig ben. Moederhart gekneusd. Hij niet erg onder indruk.
De grootste heeft een rustige fase, waarin hij me blijft bestoken met vragen over leven, dood, het heelal en God. We hebben het fijn, als ik maar zo duidelijk mogelijk ben over alles en als we het allemaal rustig aan doen. Vandaag vroeg hij trouwens of ik vroeger een aap was. Tijdens het rijden. Dat is tegelijk schateren en denken: ‘hoe ga ik die evolutietheorie nu eens duidelijk uitleggen?‘.
Soms is het grappig om in hun interacties (als ze even geen ruzie hebben) mezelf terug te horen. Ze zijn mijn alles, die twee. *Ping ping, hartjes stromen uit mijn oren en ogen.*

Dirk
Ik kan goed afstand houden. Hij probeert elke kans aan te grijpen weer invloed op me uit te oefenen. Het is op dit moment allemaal zo doorzichtig.

De spanning stijgt. In april weer rechtszaak. Voor die tijd moet duidelijk worden of jij positief getest is op persoonlijkheidsstoornissen. Nou ja, ééntje is al genoeg.

De baan
Zie ook het stukje over de post-its. Het is de job van mijn leven, maar het is elke dag vechten om energie te vinden het ook te doen en om mezelf zo te organiseren dat ik het red. Wisselend succes. Ik denk dat ik vooral erg gefrustreerd ben. De uitdaging van de baan is net groot genoeg om het boeiend te houden voor mezelf. Maar de energie ontbreekt te vaak om de uitdaging aan te gaan en de boel op orde te houden. Soms wou ik ook dat ik eens gewoon kon werken in mijn  eigen ritme, zonder al dat geregel, de schooltijden, de uren van de opvang, het halen, het brengen, het plannen, … Pfoe.

Het bijberoep
Euhm. Ik wou dat er een pilletje bestond waarmee je eindeloos energie kan genereren. O, wacht, dat bestaat vast, maar het is zeer waarschijnlijk illegaal. Wat trouwens helpt om energie te creëren en wel legaal is, zijn de podcasts van Getting Things Done. Dat geneuzel over efficiëntie dat ik opzet tijdens de afwas of het opruimen zet me altijd op scherp. Het is vast dat sausje Amerikaans enthousiasme (amaaaaaaazing!) dat het ‘m doet. Als ik niet te moe ben om een podcast op te zetten natuurlijk.

De liefde
Haha. Geen prinsen op witte paarden, witte pony’s of witte fietsen. Tja. Zucht. Laatst dacht ik dat ik er wel nog eens aan toe ben bemind te worden. Zo een zinderende aanraking, blikken die spreken, de warmte van een ander lijf waar iemand fijns in woont. Maar goed, de nood is nu ook weer niet zo hoog dat we de ondeugdelijke man terug opzoeken of een andere ondeugdelijke man inschakelen. En waar is mijn epileerapparaat ook weer gebleven? Om maar te zeggen, ik ben er ook niet zo op voorbereid. Laat maar. Het oude-vrijster-dom lonkt. Nu er wat lente in de lucht hangt, dacht ik laatst eens terug aan hoe het begonnen was met de ondeugdelijke, vorig jaar, deze tijd. Ik moest er om glimlachen en kon heel mild met mezelf zijn over wat er gebeurd is, ook al is het niet gegaan zoals ik het wou en bleek hij nog ondeugdelijker dan ik al vermoedde.