Prinses hoopt zichzelf eens te kunnen ontslaan

Ik lees deze blog en het is zo akelig herkenbaar allemaal, met wat kleine verschillen. Ik zit gelukkig niet in een grote verbouwing, maar daar tegenover staat dat de Trage Gazelle wel een echtgenoot heeft, die naar ik lees vaak verbouwt en weg is voor het werk, maar ook naast haar op bed komt liggen bij een grote huilbui. Mijn hart kreukelde even toen ik dat las. Hoe lang is het geleden dat ik gehuild heb? Hoe lang is het geleden dat iemand me getroost heeft? Dat iemand naast me op bed kwam liggen? Maar ik lees haar en voel alleen maar empathie voor haar en vind haar moedig en sterk en te bewonderen en vraag me af waarom ik mezelf er zo vaak mentaal van langs geef.

Ik ploeter door. Ik vind dat het beter moet gaan met me, want ik krijg hulp en het is nu al twee jaar en ik moet maar eens flinker zijn/wennen/aanvaarden/… Soms heb ik een doorbraakje. Ik vind een goede therapeut, of ik verander mijn manier van werken naar een wat efficiëntere. Of ik eet meer groenten dan kitkats op weekbasis. Ik kook een keer vooruit. Ik lees de Avalon-kookboeken en ben weer getriggerd door die visie op voeding. Of ik krijg een nieuw opdrachtje als zelfstandige in bijberoep. Soms heb ik nieuwe ideeën, en dan zet ik in mijn agenda dat we naar het blotevoetenpad gaan binnen drie weken. En dat ik dan een picknick meeneem. Dan ben ik even een glundermoeder, maar intussen heb ik ook alweer geleerd het nooit op voorhand aan de jongens te vertellen want het zou zomaar eens kunnen dat ik die dag van het plan doodmoe ben en dat ik alleen maar op de bank kan liggen. Dan gaan we nergens naar toe. En dan picknicken we op de bank in onze pyjama. Met diepvriespizza, ja. Omdat ik niet meer kan, ondanks dat ik van mezelf wel moet kunnen.

Ploeteren dus. Bijna elke dag vechten om het overzicht te behouden. Om te doen wat gedaan moet worden tegen alle tegenzin in. Om me verantwoordelijk te gedragen – ik merk dat het moeilijkst is de dingen die goed voor je zijn te doen op de dagen waarop je het het hardste nodig hebt. Ga ik kapot van de pijn en uitputting, dan eet ik mezelf nog eens doodziek met speculaaspasta met een lepel. Of put ik mezelf net dat extra beetje uit door in plaats van te gaan slapen doelloos nieuwssites te blijven lezen.

Wat the fuck is er mis met me, denk ik vaak. Wat ben ik een zeikerd en een mieperd dat ik intussen niet stralend door het leven wals. Ik heb toch een leuke baan? Ik heb toch lieve vrienden? Zo veel mensen, vooral via mijn blog, hebben zo veel voor me gedaan. Er is toch veel om dankbaar om te zijn? Mijn kinderen zijn toch tof? We redden het financieel toch net? Misschien gaan we zelfs op reis naar Amsterdam dit jaar met de inkomsten van mijn ZIB-statuut. Ik heb toch de kleedjes van de kinderen eindelijk in een overzichtelijk systeem? Ik hoef toch geen partner om gelukkig te worden? Ik realiseer als single mom toch meer dan ons lukte toen er nog een vader in da house was? We hebben meer dan we toen hadden. Een blinkend autootje voor de deur. De mogelijkheid eens weg te gaan. Een beetje geld op de rekening. Relatieve orde in huis. Geen angst meer, geen stress meer. In dit huis wordt niemand meer genegeerd of aangetrokken en afgestoten. In dit huis verdwijnt niemand meer voor dagen. In dit huis ben ik nooit meer bang om naar beneden te gaan omdat ik denk dat mijn partner zich opgehangen heeft tijdens de nacht – omdat hij zo duister is, zo onbereikbaar, zo ongenaakbaar, zo ver – omdat hij overduidelijk volledig in de knoop gedraaid is en ik de knoop niet ken en niets kan ontwarren. De keren dat ik met trillende handen de deurklink opende met de telefoon in mijn hand om de politie te kunnen bellen. Die keren. Al die keren. Die keren dat ik me realiseerde dat ik het soms zelfs hoopte, omdat het dan voorbij zou zijn. Even terug. Zelfs de rechtszaak loopt beter dan ik had durven denken. Eigenlijk heb ik het vrij goed voor elkaar in de omstandigheden. We lijken bijna op een gewoon gezin. Toch?

Wat er mis met me is waardoor ik blijf ploeteren? Blijkbaar is mijn wilskracht ontoereikend. Ben ik organisatorisch niet zo sterk. Is mijn energie te beperkt. Zijn mijn plannen altijd beter dan mijn uitvoerend vermogen. Ik ben zo iemand die op dieet gaat en dan ’s avonds voor het slapen gaan drie koekjes naar binnen werkt. Iemand die elke dag yoga moet doen omdat dat helpt tegen alle pijn, maar elke avond te moe is. Iemand die strikt wil budgetteren maar dan op het eind van de maand niet meer weet waar het geld naar toe is gefladderd (name it: de supermarkt, de rekening van het water, apotheek, tandarts … Nooit leukere dingen, wees gerust). Iemand die rust, reinheid en regelmaat wil maar de chaos van dit leven met en behoorlijk flexibele baan en twee kinderen niet kan managen (serieus: hier zijn geen twee dagen hetzelfde – en dat ligt niet aan mij). Iemand die weekplannen maakt en een kwart van de daarin opgenomen taken en verantwoordelijkheden skipt wegens te moe. Iemand die besluit morgen zeker met de fiets te gaan, maar dan te laat uit bed komt om dat ook daadwerkelijk te doen. Iemand die de kinderen wel eens in bed pleurt zonder dat ze hun tanden gepoetst hebben omdat dat nu net ietsje te veel gedoe was na het vangen en omkleden van dat wervelend zot krapuul – hoe vermoeider ik in de badkamer op de toiletpot zit te kijken naar hen, hoe zotter zij worden.

Zo veel klopt niet. Ik zou genoeg moeten verdienen om rond te komen, maar dat werkt niet zo. En eigenlijk is het ook niet eens realistisch met advocatenkosten en rechtbankkosten en rekeningen die maar blijven komen. Zo veel klopt niet. Op een avond zou ik twee verslagen moeten kunnen schrijven, maar waarom lukt het dan niet? Wat moet kunnen in theorie staat zo ver af van het echte modderige leven van alledag.

In mijn hoofd ben ik iemand die het moet kunnen. Alles. Altijd naar het werk gaan, nooit ziek melden. De dingen die ik doe goed doen. Op tijd. Sterk zijn. Grappig. Relax als mama. Streng. Anders denken. Geen drama’s maken. Kalm blijven, immer. In mijn kop ben ik een moeder die de kinderen  leert om groenten te eten, hun neus te snuiten, tanden te poetsen. In mijn hoofd moet ik iemand zijn die de telefoon durft opnemen en niet volslagen flipt als die gaat en ‘m liefst zou verstoppen in de garage (kortom: niet bellen – ik kan dat echt niet aan). In mijn hoofd moet ik iemand zijn die attent is en denkt aan verjaardagen en andere gelegenheden. In mijn hoofd moet ik iemand zijn die boeken leest en daarbij notities maakt. In mijn hoofd moet ik elke dag mijn haar opsteken en mij opmaken. In mijn hoofd vertrek ik nooit te laat maar altijd op tijd zodat ik ontspannen toe kom en me niet hoef te excuseren. Maar in mijn hoof dwarrelt het allemaal door elkaar en vaak kruip ik in bed alwaar ik gelukkig vaak snel in slaap val om dat hoofd het zwijgen op te leggen. Dan droom ik van kisten vol dode vogels die me aangeleverd worden, en water dat dwars door het plafond stroomt en het plafond dat scheurt en het water dat overal is. En van mensen die kotsen waar ik bij ben en dat ik tussen de plassen kots door slalom en niet weet waar ik naar toe kan gaan.

Ik lees bij de Trage Gazelle en herken schrikbarend veel en hoop dat ik mezelf eens kan ontslaan van de verwachting dat het beter moet gaan en dat ik me hier uit moet ploeteren. Ik hoop dat ik gewoon eens kan aanvaarden dat ik aan het ploeteren ben, de ene dag goed, de andere minder. En dat dat gezien de omstandigheden, de zorgen en het verdriet (waar ik natuurlijk geen recht op heb in mijn eigen hoofd) genoeg is.

In het ‘echte leven’ veroordelen veel mensen me, mijn familie op de eerste plaats. Omdat ik er een zootje van gemaakt heb. Mensen gaan er van uit dat wat je overkomt wel een beetje je eigen schuld zal zijn. Dat je wel een zwakte hebt waardoor je het allemaal zo verdient. … Ik lees bij Trage Gazelle en ik kan alleen maar denken hoe sterk ze is, en bij uitbreiding iedereen die vecht met zichzelf of met de omstandigheden. Iedereen die ploetert en elke dag weer even de moed bij elkaar moet vegen om het te halen. Dat is krachtig, ook al lijkt het voor hokjesdenkers zwakte.

To all of you: het gaat niet bijzonder slecht of bijzonder goed, ik keer gewoon mijn hoofd een keer om.

 

Dirk & de ultieme verrassing

Dirk en ik maken ruzie. De gemoederen lopen behoorlijk hoog op. Maar ergens is het ook heilzaam (alsof je pas kan helen in het gesprek tussen dader en slachtoffer), en in momenten lijkt er een soort doorbraak. Of hij beseft hoe bang ik van hem was? Of hij weet wat het voor me betekend heeft om die rotbevalling alleen te moeten betalen? Dat hij me verwoest heeft door weg te gaan, maar ook door de tijd daarvoor. Hij schreeuwt dat hij dat weet, dat hij het niet wil horen. Ik huil met lange halen. Hij vertrekt, ik loop achter hem aan en schreeuw dat hij het weer doet. Me alleen laten op een moment dat ik er niet alleen voor wil staan.

Tien minuten later is hij terug. Ik zit huilend en trillend aan de keukentafel, ver weg van de Peuter die een filmpje kijkt op de bank. De Kleuter is er niet, maar goed ook.

Dan zeg ik het. Wat ik al ongeveer 20 jaar weet maar waarin alles samen komt dat er met mij aan de hand is, dat me belemmert, waar al die onevenwichtigheden van dit leven, al dat zotte en grenzeloze en absurde en uitgeputte vandaan komt.
Ik moet al heel mijn leven meer doen dan ik kan. Jij bent de eerste die ooit echt voor me gezorgd heeft en toen werd het alleen maar erger en liet je me in de steek.’

Ik huil en tril en ben tegelijk beyond reason en behoorlijk scherp, want in mijn hoofd komt alles samen. De moeder met manische buien en altijd overstuur. De vader die zich kapot werkte. De opdracht uit te rekenen hoeveel uren mijn vader had moeten werken voor nieuwe spullen die ik kreeg. Het feit dat ik een brusje ben, een zus van meerdere kinderen met een handicap. Dat ik als kind al wist dat er geen draagkracht genoeg was om het normale kind, ik dus, ook nog te geven wat het nodig was. Dus ik verstopte me in boeken, hield me op de achtergrond, vroeg weinig, kreeg weinig, deed mijn best om te helpen, verantwoordelijkheden te nemen, te koken voor het gezin, te luisteren naar mijn moeder en haar problemen, op te ruimen, de was te doen, onzichtbaar te zijn. Ik deed als klein kind al wat ik niet kon. Ik had elke dag buikpijn waar ik niets over durfde zeggen, ik dacht altijd altijd altijd dat ik moest overgeven, ik was godganse dagen doodsbang dat ik moest overgeven. Ik voelde me nooit gewoon goed. Ik speelde niet, ik las. Ik voelde me ouder dan andere kinderen. Ik probeerde alles goed te maken thuis, maar het werd nooit beter – wat ik ook deed of liet.
En later, het onvermogen om een goede wederkerige relatie te hebben. De angsten die gepaard gaan met moeder zijn. Het grenzeloze in werk. De hoge eisen aan mezelf. Dirk die even voor me zorgde. Ik die finaal voor hem viel. De verandering, de hel, zijn vertrek. Elke dag de opdracht meer te doen dan ik kan. Het gevecht met faalangst en uitstelgedrag en werk en gezin en huishouden. Dat dagelijkse gevecht met mezelf – over mijn recht op verdriet en op rust en op dat het soms genoeg mag zijn. Dat ik al heel mijn leven moe ben. Dat ik niet voor mezelf kan zorgen, dat ik gewoon niet voel of ik honger of dorst heb. Ik voel alleen pijn en vermoeidheid en kou.

Dirk kijkt me aan en zegt dat hij me iets gaat vertellen. Ik hoor hem amper maar kijk hem aan, en hoor dan het woord ‘homoseksueel’. Hij heeft me verteld dat hij homoseksueel is.

Het huilen houdt op. Ik stel hem vragen. Nee, hij heeft geen relatie met een man gehad en ja, hij hield van me en … Ik ben volkomen verbluft. Ik had alles verwacht, alles al eens gedacht. Maar dit nooit.

De crisis is totaal. Een uur later lig ik uitgeput op de bank, rillend van de kou. Dirk is doodkalm, praat tegen me, besluit bij me te slapen, houdt me heel de nacht vast terwijl mijn hoofd duizend kringetjes draait en ik niets begrijp, niets meer begrijp. Ook niet mijn eigen reactie.

Het is alsof de hemel op mijn kop gevallen is, alsof de wereld ingestort is.

Omdat het nu uitgesloten is dat hij ooit terug komt? Nee, dat wil ik immers toch niet? Ik denk dat de verwarring er eerder in zit dat dit een ander licht werpt op alles dat was. Ik ga er al een tijd vanuit dat ik te maken heb met een ex-partner met een persoonlijkheidsstoornis. Daarom ben ik een rechtszaak begonnen, om bescherming te zoeken. De persoonlijkheidsstoornis zou verklaren waarom de relatie zo destructief is geweest voor mij en hij me in puin heeft achtergelaten, duizenden euro’s armer, zonder ooit echte verantwoordelijkheid genomen te hebben voor om het even wat. Ik snap er niets van. Maar hij ligt  naast me en houdt me vast en zegt dat hij nu eindelijk eerlijk is met me en dat hij nu mijn man weer kan zijn en dat hij vanaf nu voor me gaat zorgen en dat we nog een kind kunnen krijgen samen. Dat gaat op in de enorme soep in mijn hoofd. Pas de volgende dag realiseer ik me hoe absurd het is.

The day after

Ik zet de peuter af om 7u. Hij huilt. Ik huil. Ik moet naar Duitsland rijden om daar een studieochtend te geven. Ik heb geen letter op papier, ik heb niets voorbereid. Niets. Ik heb geen tien minuten geslapen. Ik ben mezelf niet en ik herken mezelf niet.

Hoe verder ik rijd, hoe witter de omgeving wordt. Ik bel een vriend die zelf homoseksueel is. Ik hoor hem bijna fronsen. ‘Hee, meid, too little, too late,’ zegt hij. Ik krijg een smsje van een vriendin die me vraagt waarom ik hier zo van overstuur ben, dat het toch niets verandert aan wat me te doen staat. Ik bel Amber, die spontaan in lachen uitbarst. ‘Nee, niet Dirk,’ zegt ze.

Ik geef een studieochtend zonder een letter voorbereiding op papier. Er is een bord. Ik luister naar het organisatieprobleem, zet heel oldschool het model dat ik ontwikkeld heb op het bord en licht toe hoe het werkt en waarom ik geloof dat het een antwoord kan zijn op hun problemen. Vervolgens laat ik heb kennis maken met methodes en werkvormen uit het model. Het is heftig, enkele teamleden huilen tijdens de werkvormen waarin ze uitgenodigd worden perspectieven te verbreden, te veranderen, en te vertellen hoe ze bepaalde zaken ervaren en duiden. Als ik weer vertrek zijn ze dankbaar, er is wat gebeurd, ze zijn in beweging gekomen. Ik zet mijn zonnebril op, ga de baan op, schud mijn hoofd uit ongeloof, en dan begint het. De lange rit, waarin ik mijn ziel uit mijn lijf huil, waarna ik hees ben van het janken. Bij momenten hoor ik mezelf diep en wanhopig brullen als een gewond dier. Mijn tranen zijn zwart van de mascara, ik krijs van ellende. Ik wou dat ik dit niet moest meemaken, het is zo genoeg voor me.

Dan krijg ik een sms van een vriendin die me vraagt of Dirk ziek is of aandacht nodig heeft. Ik schud mijn hoofd. Het lijkt alsof ik plots wakker word. Dirk zijn bekentenis deed geen enkel puzzelstukje op zijn plaats vallen, het verklaarde helemaal niets. Bovendien heb ik geen enkele aanwijzing gehad om dit ooit te vermoeden en de vrienden die Dirk kennen en die ik in vertrouwen heb genomen, vallen even hard uit de lucht. Ik realiseer me plots dat ik mezelf niet ben. Onvoorbereid en zonder een minuut slaap naar Duitsland rijden en daar een studiedag gaan geven? Dat is helemaal niets voor mij, dat ben ik niet. Dit gevoel van vervreemding van mezelf herken ik van vroegere crises met Dirk. Ik herinner me plots hoe hij genoot van mijn crisis gisteren, hoe het aanleiding was voor hem om de boel over te nemen. Hoe zwak ik me voelde, hoe weerloos tegenover zijn besluit bij me in bed te komen. Hoe afhankelijk ik werd van hem. Hoe willoos. Ijskoud en glashelder weet ik plots dat het niet waar is. Het is niet waar. Dirk is een psychopaat en dit is zijn ultieme manipulatie. Wat niet wegneemt dat ik geloof dat hij het zelf gelooft, dat hij homo is.

Enige achtergrond. Ik heb altijd het gevoel al gehad dat Dirk zijn buitenkant en binnenkant niet met elkaar in verbinding stonden. Hij gebruikt maskers. Dingen die hij zei en deed correspondeerden niet met zijn innerlijk. Een heel duidelijk teken daarvan is dat hij heel betekenisvolle momenten uit onze relatie niet meer weet. Hij heeft daar met zijn buitenkant gehandeld, maar hij was daar innerlijk niet eens bij.

We hebben het hier over gehad en hij heeft dit toegegeven. Ik heb het boek van Jan Storms (‘Destructieve relaties op de schop. Psychopathie herkennen en hanteren’) tientallen keren gelezen en alles herkend: de dode ziel vanbinnen, verborgen achter verfijnde overtuigende maskers, de binnenkant en de buitenkant die niets met elkaar te maken hebben.

Ik realiseer me dat hij verborgen homoseksualiteit aanhaalt als verklaring om die kloof tussen zijn buiten- en binnenkant te verklaren, en alle ellende die daaruit voor gekomen is.  Maar het is niet waar. 

Dat hij homoseksuele gevoelens heeft, kan best. Homoseksuele fantasieën, homo-erotische verlangens. Mij best, daar sta ik niet van te kijken. Ik ben er zelf van overtuigd dat seksualiteit niet zwart of wit is, maar dat je ergens op een lijn zit tussen hetero- en homoseksualiteit. Ik ben zelf twee keer tot achter mijn oren verliefd geweest op een vrouw. No big deal, ik geloof dat dat kan. Ik geloof niet zo in de etiketjes homo, hetero, lesbo. En ik wil best aannemen dat Dirk altijd al en nu homoseksuele gevoelens koestert. Maar het is niet waar dat dat de oorzaak is van de kloof tussen zijn binnen- en buitenkant. Ik denk terug over de avond en de nacht, en zie hoe hij me bewust in crisis heeft gebracht om vervolgens te kunnen floreren, invloed uitoefenen. Hij schakelt mij uit, doet me vervreemden van mezelf en slaat dan toe. Psychopaten zijn mensen die anderen kopje onder moeten duwen om zelf boven water te komen. Dat is Dirk.

Ik haal de kinderen op, ben plots doodkalm. De avond verloopt normaal. Ik bel nog even met Amber. Ik vertel dat ik al een tijdje op zoek ben naar hulp, dat ik te uitgeput ben geworden, dat ik zodanig verzwakt was dat Dirk vrij spel heeft gekregen en de boel weer eens totaal op stelten heeft gezet, mij van mezelf heeft vervreemd.

Dirk belt. Ik stel de grenzen. Dat dit noch voor mij noch voor de kinderen goed was. Dat er afstand nodig is. En dat hij niet homoseksueel is, al geloof ik dat hij wel homoseksuele gevoelens kan hebben. Dat moet hij vooral uitzoeken als hij dat nodig vindt, maar het verandert niets aan het onrecht, de pijn, alles wat er gebeurd is dat niet had mogen gebeuren. En nee, hij komt niet terug om voor me te zorgen, nieuwe kinderen te maken of mijn man te zijn. Wat een absurd idee was dat ook.

The day after the day after

Ik voel me sterk en rustig, neem een aantal maatregelen. Alles is glashelder in mijn hoofd, van de parentificatie waar ik net over schreef, tot hoe alles geworden is vandaag en wat me te doen staat, namelijk mezelf beschermen en in mijn kracht komen om voor eens en altijd een einde te stellen aan de zooi met Dirk en ondeugdelijke mannen en al die pijn en dat grenzeloze in mijn bestaan. Maar het erge is dat ik al vaker op een punt van absoluut bewustzijn ben geweest en dat bewustzijn, weten wat er aan de hand is, niet altijd genoeg is om de stappen te zetten die nodig zijn om te helen en te veranderen. Daarom schrijf ik dit nu op, hier. En druk ik dadelijk op ‘publiceren’. Als ik het nu niet opschrijf, geraak ik het kwijt. Ga ik twijfelen. Word ik moe. Wurmt Dirk zich hier weer binnen omdat ik geen wapens heb en ik te moe ben om te denken, te kijken, de burcht te verdedigen.

De vriend die homoseksueel is komt langs. Het gesprek resulteert in een sms aan Dirk. Dat hij zelf de knoop maar moet ontwarren die gevormd is door realiteit, illusie en rechtvaardiging. Dat ik afstand neem van hem om in mijn kracht te kunnen zijn.

Dat het een nachtmerrie is, denk ik. En tegelijk heeft het alles op scherp gezet. Scherper dan ooit. Ik hoop, ik hoop dat dit de doorbraak is. Dat ik nu eindelijk al mijn eigen k**patronen kan veranderen, orde op zaken stellen, Dirk buiten houden, de moeder zijn die ik moet en wil zijn.

 

 

 

 

Over betekenis, maskers en seks

‘Ja’, zeg ik. ‘Ja, uiteraard ben ik met hem naar bed geweest.’

De ogen van Dirk worden vochtig. Ik kijk er naar met enige verbazing. Wat krijgen we nu?

De laatste tijd was er een lichte toenadering. We hadden een gesprek dat betekenis had voor mij, omdat het leek alsof Dirk me wat inzicht gaf in zijn terugblik op onze relatie en het einde ervan.

Voor mij hebben woorden, gebaren en gebeurtenissen betekenis. Mijn wereld bulkt van de betekenissen. Het feit dat Dirk en ik dit gesprek hebben gevoerd, deed dus wat met me. Het deed me hopen dat alles een boze droom was geweest en dat alles goed zou komen. Het deed me denken dat ik het bij het foute eind heb met mijn vermoedens dat Dirk een zo zwaar beschadigd kind is geweest dat hij noch kan liefhebben, noch kan functioneren en aarden in een gezinscontext. Dat hij willens nillens destructief en parasitair leeft.

Ik vertelde Dirk dat ik wat heb gehad met de Ondeugdelijk Man. Dirk heeft in de verre verste geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat ik eens wat anders zou doen in mijn leven dan met tranende ogen naar hem smachten, de narcist. Hij valt uit de lucht. Later zegt hij me misselijk geweest te zijn bij het idee van mij met een andere man. Omdat ik zijn vrouw ben.

Pardon? Zijn vrouw die hij verlaten heeft, om precies te zijn.

In het contact met Dirk voel ik weer dat de betekenis die ik geef aan alles, niet gedeeld is. Er is iets onechts, iets dat niet klopt. Het lijkt alsof er bij Dirk nooit een echte verbinding is tussen innerlijk en uiterlijk, tussen wat hij zegt en wat hij voelt. Dirk is een man met maskers, heb ik geleerd. Hoe echt is die traan?

Toch heb ik de blik van een buitenstaander nodig om in te zien wat een nietig en beperkt iemand hij is, en hoe beïnvloedbaar ik ben. Hoe weinig ik mezelf ben met hem in de buurt. Hoe vreselijk ik me laat domineren door een op zich vrij oninteressante man. Ik schaam me, ik erger me aan mezelf. Hoe lang nog, verdorie? Hoe vaak nog tot inzicht komen? Hoe vaak nog ga ik hopen dat het masker echt is?

Er ontstaat een gevoel van ergernis. Wat is hij toch een vreselijk complex en destructief mannetje. Ik wil eigenlijk niets meer met hem te maken hebben, hij is te ziek voor me. En heel onze verhouding is gestoord. Bah.

Ik denk nog even aan de traan. En aan de Ondeugdelijke Man. Om eerlijk te zijn was de seks met de Ondeugdelijke … Ondeugdelijk te noemen. Jeetje, wat was die man een egoïst in bed. Ik denk terug aan de good times met Dirk. Dirk die een attente bedpartner was. Na het naar bed gaan met Dirk voelde ik me duizelig, loom, rozig en roezig, op en top vrouw. Dirk heeft me seksueel wakker gemaakt en heeft me geleerd wat er aan zinnelijks is. Een dierbare herinnering van me is de dag dat hij me aanmoedigde om de zon, die door het open raam scheen, op mijn naakte huid te voelen. Er was een briesje en de lakens waren zacht. Dirk was een man die zo’n moment kon cultiveren, mij in contact kon brengen met het brede spectrum aan zinnelijkheid die ik kan ervaren. Het contrast met de Ondeugdelijke kon niet groter zijn. De Ondeugdelijke die een hele resem bedpartners had gehad en waarvan ik onterecht veronderstelde dat hij attent en aandachtig zou zijn (wat overigens iets heel anders is dan soft en klef, spaar me daarvan). De Ondeugdelijke had ondermeer nog nooit van het vrouwelijke orgasme gehoord vrees ik, beschikte niet over enig uithoudingsvermogen en was absoluut incapabel over seks te praten. Zelfs een ja-nee-vraag was er te veel aan (‘vind je dit fijn?’). De paar keer dat ik met hem naar bed ben geweest, voelde ik me achteraf telkens vies en ongelukkig. De ervaring maakte me bang dat ik nooit meer iemand ga kennen waarmee het seksueel zo klikt als met Dirk. Geen seks – zoals nu – sucks. Maar stel je voor dat je een lieve partner hebt waar je dol op bent maar waarmee je alleen slechte seks hebt… Ik probeer de irrationele gedachten los te laten. De situatie doet zich niet voor, even niet aan denken nu.

Ik vertelde tegen Dirk dat ik het niet fijn had gevonden, met de Ondeugdelijke. Probeerde ik hem zo te troosten? Was dat mijn antwoord op de traan? Hij kijkt naar me. Ik glimlach triest. Ik heb geen flauw idee wat er zich in hem afspeelt. Ik kan zijn innerlijke ravage niet peilen. Ik heb de neiging mijn hand op de zijne te leggen. Hij trekt zijn hand weg en vertrekt.

 

 

Drie inzichten die ik overhield aan een conflictsituatie

Een tijdje terug had ik een conflict met iemand, ik noem hem even Jos. Het conflict was ontstaan doordat ik niet meegegaan was in Jos zijn klaagzang over iemand anders. Ik had een beetje nuchter gereageerd op die klaagzang, waarop Jos zich onbegrepen voelde en zijn pijlen op mij richtte. Dat ging aanzienlijk over mijn grenzen en ik was er dagenlang trillerig niet-goed van. Wat vrij dom is, want ik heb wel iets beters te doen. Ik wist van mezelf dat ik authentiek had gehandeld in de situatie en door mijn reactie had geprobeerd Jos uit te nodigen tot een volwassen houding in plaats van hem te versterken in de houding van aanklager die hij op dat moment opnam (cfr. de dramadriehoek, interessant model om eens te googelen).

Ik weet van Jos dat hij in verschillende contexten, o.a. zijn huwelijk maar ook in werkcontexten, in dezelfde soep draait. Het is altijd iemand anders zijn schuld en het standaard zinnetje dat ik al jaren van hem hoor, is: ‘wat denken die wel’.

Zoals ik al zei, was ik even behoorlijk ontdaan omdat Jos over mijn grenzen was gegaan in zijn uithalen naar mij toen hij van mij niet de gehoopte reactie kreeg. Ik heb echter verschillende inzichten overgehouden aan de situatie.

Eerste inzicht

Patronen zijn kleverig. We verzeilen er voortdurend in en ze belemmeren heel veel intermenselijk verkeer. Heel veel conflicten gaan helemaal niet over wat ze lijken te gaan, maar over de onderliggende patronen. Ik word daar soms moe van. Ik merk in mijn omgeving een onderscheid tussen mensen die bereid zijn daar bij zichzelf naar te kijken, wat überpijnlijk kan zijn, en mensen die dit niet aandurven, – willen of -kunnen. Jos behoort tot die laatste soort. Het conflict dat we hadden was een spiegel waarmee hij een behoorlijke les over zijn eigen leven had kunnen leren, maar hij weigerde in de spiegel te kijken. Toen ik hem liet weten dat ik het heel onprettig en onterecht had gevonden hoe hij reageerde, weigerde hij daar op in te gaan. Ik heb zelf geprobeerd wel in de spiegel te kijken die de situatie me wou voorhouden, en ik zie dat ik Jos heb toegelaten over mijn grenzen te gaan. Ik had me in een eerder fase voor hem moeten afsluiten.

Tweede inzicht

Ik heb iemand nodig om me te gidsen, bij het zoeken van mijn weg uit de plakkerige patronen des levens, die vaak gepaard gaan met een gigantische blinde vlek. Daar komt mijn holistisch therapeute in beeld (wat nog steeds zweveriger klinkt dan het is). Ze is diegene die me de spiegel aanreikt en uitnodigt er in te kijken, telkens weer. Ik ben heel vroeger eens bij haar geweest (toen Dirk me verlaten had toen ik zwanger was van Peuterzoon, een soort generale repetitie zeg maar, want toen is hij terug gekomen), maar ik kon toen de waarheid niet aan. Ze bereidde me voor op het bestaan als alleenstaande mama, ze toonde me dat Dirk zijn verantwoordelijkheid niet kon opnemen, ze toonde me hoe destructief de relatie voor me was. Maar ik huilde alleen maar. Was ik toen wijs geweest, ik had Dirk niet laten terug komen en veel onheil zou me bespaard gebleven zijn. Maar ik was zwanger en zwak en moe en alles leek beter dan alleen bevallen. Dus ik ging weg bij haar, even hard huilend als dat ik er gekomen was. Ik smeekte Dirk om terug te komen. Ik weigerde in de spiegel te kijken. Ik heb er nog elke dag spijt van dat ik het toen niet kon.
Lilith schreef laatst een goed stuk over therapie. Ik heb lang een heel begripvolle therapeute gehad die vooral knikte en luisterde. Maar er gebeurde zo weinig. Nu heb ik de holistisch therapeute die me dwingt in de spiegel te kijken. Het doet pijn bepaalde dingen over mezelf onder ogen te zien. Maar als ik dat niet durf, ben ik een gewillig slachtoffer voor een nieuwe destructieve relatie en ander onheil. Ik weet nu dat je in het leven telkens in dezelfde situaties terecht komt, als je weigert te leren en zelf te veranderen.

Derde inzicht

Ik besef steeds meer dat het vertrek van Dirk, een geluk is geweest voor me. Dat ik het hele miserabele jaar dat er op volgde, niet alleen verdrietig was om zijn vertrek, maar vooral ook moest helen van de destructieve relatie die we hadden, waarin hij mijn ziel probeerde te vermorzelen door manipulatie, leugens, ons in financiële problemen te brengen, zijn verantwoordelijkheid te ontlopen, me vals te beschuldigen, dagenlang tegen me te zwijgen en dagenlang te verdwijnen. Ik heb te lang gedacht dat het allemaal mijn schuld was en schaamde me voor de mogelijkheid dat mijn gezinnetje kapot zou gaan, dus hield ik vol. Ten koste van mezelf. Laatst las ik in een tijdschrift een stukje over relaties met psychopaten. Ik ben er intussen zeer zeker van dat Dirk een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft. Er stond: ‘het zijn mensen die zichzelf boven water houden door anderen kopje onder te duwen’. Een betere samenvatting van onze relatie kan je niet hebben, en het herstel is nu, na anderhalf jaar, nog niet voltooid! Vorige winter wat ik zo gefrustreerd omdat ik eindeloos moe was, maar als ik er nu op terug kijk vind ik het jammer dat ik mezelf niet nog meer rust en zorg heb gegund.
Maar de situatie met Dirk heeft me dus gedwongen in spiegels te kijken. Ik heb dingen over mezelf geleerd die ik nooit had willen weten. Ik ben patronen aan het doorbreken die me soms met hun laatste krachten terug in hun macht proberen te krijgen.

Ik denk dat ik een wat afhankelijk iemand was die graag op de achtergrond bleef, liever niet zelf beslissingen (dus verantwoordelijkheid) nam, rechtstreeks contact vermeed, en altijd vond dat ze verdiende dat een ander de dingen wel zou oplossen of regelen. Intussen ben ik gedwongen sterker geweest dan ik dacht te kunnen zijn, sta ik op de voorgrond in mijn eigen leven, neem ik beslissingen en verantwoordelijkheid zonder me zelfs nog te willen verontschuldigen bij anderen, en regel ik van alles (en soms ook niets) en los ik dingen op (vaak met een zucht, hoor). En uiteraard zijn er ook periodes dat ik moe en flauw ben, maar toen ik laatst in een bepaalde situatie de reflex merkte bij mezelf ten rade te gaan – waar ik vroeger tien mensen hun mening zou vragen – wist ik dat het de goede kant op gaat.
Terug naar Jos
De situatie met Jos hield me een spiegel voor, triggerde wat inzichten, confronteerde me met de groei waar ik midden in zit. Soms heb ik het even gehad met dat gegroei, wil ik gewoon even dat het knopje ‘bewustzijn’ uit kan. Maar over het algemeen ben ik dankbaar en gelukkig en kan ik het vertrouwen opbrengen dat ik en dus ook mijn leven, de juiste kant uit evolueren. Mijn jongens groeien op met een ploetermoeder die in haar kracht komt in plaats van in een gezin waar de vader zijn geniepige destructieve invloed uitoefent. Dat is alvast een zegen. Toch?