Freelance journalistiek

Een verhaal dat ik hier vast nooit verteld heb, is het verhaal van hoe ik freelance journaliste werd.

Ik was alleenstaande moeder en stapte op een warme dag na een opdracht in Rotterdam in de auto naar huis. Ik zag dat ik een gemiste oproep had en luisterde daar de voicemail. En tadaa, daar werd me de vraag gesteld of ik wilde overwegen een opdracht aan te nemen als freelance journaliste voor Psychologies Magazine. WOW.

Dat was niet uit de lucht komen vallen. De eindredacteur Femke volgde mijn blog. Ik denk dat we destijds ook al kennis hadden gemaakt met elkaar. Vanuit mijn blog, had ze de hoofdredacteur voorgesteld om mij te vragen.

En dat was zo een kans.
Niet alleen omdat ik met het geld dat ik verdiende als freelance journaliste mijn inkomen wat kon aanvullen – was erg nodig. Maar ook omdat het me een nieuwe kans gaf, een nieuwe richting. Ik kon ergens in groeien, me ontwikkelen, een vaardigheid toevoegen aan mijn pakket, ik werd minder afhankelijk van mijn werkgever. En het is natuurlijk ook ontzettend mooi werk om te doen: interessante thema’s uitwerken, boeken lezen, auteurs interviewen, … Dankbaar!

Die eerste tekst was een interview met de experts die meewerken aan Blind Getrouwd. Ik herinner me mijn voorbereidingen, het interview in een Antwerps cafeetje, het uitwerken wat ik veel te letterlijk had gedaan in mijn angst de geïnterviewden geen recht te doen, de bijsturingen die nodig waren, … Maar uiteindelijk was het goed en de opdrachten volgden elkaar op. Ook voor Femma Magazine en af en toe schrijf ik ook voor andere tijdschriften (en dat wil ik nog steeds graag uitbreiden – mijn grootste droom is Flow).

Anyway. De betaling van de eerste opdracht kwam tijdens een vakantie die mijn kinderen en ik in Amsterdam deden. Gelukkig, want ik zat toen op mijn financiële tandvlees na een rechtszaak. Het heeft ons alleszins wat ijsjes opgeleverd :).

Dank aan Femke. En dank aan de hoofdredacteur die me de kans gaf.

In de Tiny Podcast lees ik een column die ik enkele jaren geleden schreef voor Psychologies Magazine.

Comfort: het vervolg

Zoals je hier kon lezen, zijn we een tijdje geleden te gast geweest in het appartement van Ineken. In mijn vorige post vertelde ik vooral over de plek zelf, in deze post vertel ik over het weekend.

Vrijdagavond. We hebben een drukke week gehad. Quality time, een weekend aan zee! Het stormt, we zitten erg dicht bij zee. De kleine boeddha slaapt vlotjes in, maar grote broer ligt nog even wakker door de storm. We praten een beetje. Ik zet een kopje koffie voor mezelf, berg het geplande werk op, ga gewoon even zitten en laat de mooie plek op me inwerken.

Zaterdag. Bij quality time hoort lekker eten. In de Albert Heijn van Oostburg vinden we lekkers om fijn en gezond samen te eten. Na de lunch gaan we naar het strand, en daarna wandelen we naar Retranchement. Het is een wandelingetje van ongeveer 5 km, maar valsspelers zoals wij kunnen dat goed inkorten tot 2 door de auto aan Camping Juffertje in het Groen te zetten. Als je dan het water volgt, landinwaarts, loop je het dorp in en kom je precies uit bij de Parlevinker. Poffertjes. Do I need to say more?

’s Avonds kom ik thuis met wel erg vermoeide kinderen. De zeelucht? Mijn met liefde bereidde lasagne wordt niet gesmaakt. Ik zie het aan hun ogen. Koorts. Die avond zit ik met twee gloeiende kinderen in een appartement aan zee. Gelukkig was ik zo verstandig om een pijnstiller/koortswerend middel mee te nemen. Maar het is wel vloeken. De nacht is onrustig. De jongens zijn klam en ze hoestten.

Zondag. De situatie wordt er niet beter op. Ook ik voel me niet ok. Naar buiten gaan is uitgesloten, Grote Broer kan niet op zijn benen staan van de koorts. Gelukkig blijkt het appartement ook een goede ziekenboeg. We vinden boekjes in een kast die we lezen in bed (waarbij ik een constructie maak met kussens zodat de oudste zijn hoofd niet zelf recht hoeft te houden, ook dat lukt hem niet). De jongens nemen een douche. Daarna kijken ze tv terwijl ik opruim, onze spullen pak en stofzuig. Met pijn in het hart. Na wat moeizaam verorberde yoghurt vertrekken we. Ik opper dat we nog heel even naar de zee kunnen gaan kijken die op amper enkele meters lopen van het appartement ligt, maar ik zie aan de jongens dat het geen optie is. We komen thuis op het moment dat ik had willen vertrekken in Cadzand na een leuke strandwandeling, een leuke buitendag, veel zeelucht.

Het was een gemeen soort pech. (We gaan het er vooral niet over hebben waarom mij dat overkomt.) Ons te korte verblijf in Cadzand gaf alleszins zin in meer. Het appartement voelde zo heerlijk comfortabel, het Cadzandse strand is wijds en rustig, het Zwin wacht nog op ons bezoek en we kunnen wel meer wandelingen maken als er poffertjes te verdienen zijn. Ook Cadzand heeft leuke horeca, een kopje koffie op een terrasje had wel gesmaakt in betere omstandigheden. En ik denk dat Cadzand en omstreken een fietsparadijs zijn. 

Ineken, dankjewel dat we bij jullie te gast mochten zijn.
We hopen terug te komen.

Aan allen: het appartement van Ineken is een aanrader. De zorg, liefde en goede smaak spatten er van af. Duinhof VI, 29, hier kan je het vinden. 

Een dag uit het leven van Prinses & cO: februari 2016

zeeland

Elke maand beschrijf ik een banale dag uit ons leven. Het leven zoals het is – Prinses & cO. (Co= kleuterzoon en peuterzoon).

Een dag uit februari, alsjeblief!

07u00
Wekker. Ssst.

07u10
Wekker. Ssssst!

07u15
Moeke flesje?
*strompel uit bed*

09u35
Ik sta te tanken, na een uiterst relaxte ochtend waarin alles rustig kon, zelf beleidsplannen lezen bij het ontbijt. Kindjes afgezet, nu dus even tanken, en volgens mijn gps zal ik om 10u30 op de bestemming zijn waar ik om 11u00 een afspraak heb. Wanneer was de laatste keer dat ik zo ontspannen ergens heen gegaan ben? Ik heb alles onder controle.

09u55
… Of toch niet. File.

10u55
Of toch wel. Ik parkeer me in een Zeeuws stadje, bel aan bij mijn eerste afspraak. Het gesprek verloopt prima.

12u30
Ik rijd 60 km door mijn geliefde Zeeland terwijl ik telefonisch overleg met collega’s. Het is 4 graden, de zon schijnt oogverblindend, de omgeving is weids en ik ben de gelukkigste vrouw op aarde.

13u45
Ik hou kantoor in het geliefde (en geleende) Zeelandhuis. Telefoontjes, mails, … Ik zet een heerlijke kop koffie voor mezelf.

15u30
O jee, is het al zo laat? Sleutels nemen, de auto in. Net op tijd stap ik binnen voor een vergadering.

17u10
Kindjes even bellen. Ze doen het goed. Ik rijd naar Albert Heijn, vul een boodschappenmandje met vitamientjes en Indische cake (wat dat ook moge zijn, ach, het kost maar een euro). Terug in de auto overweeg ik naar het Zeelandhuisje te rijden in plaats van naar het strand. Ik wil liefst knus terug aan het werk. Dat ik aan zee ben en de zee niet zie is toch niet zo erg? …
Een prachtige zonsondergang doet me anders besluiten en ik neem de afslag naar ‘strand’. Ik maak een wandeling. Intussen is het 2 graden. Mijn hakken zakken in het zand. Ik moet luidop lachen van contentement. Ik, zee, winter, het strand. Ik kom een koppeltje tegen dat staat te knuffelen. Ik realiseer me dat ik het heel romantisch heb met mezelf.

18u45
Ik maak voor mezelf een bordje vol vitaminen, eet, zet de pc aan, verwerk wat e-mails. Het is doodstil in het Zeelandhuis. Even wennen. Wat doet dit deugd.

19u30
Aan de slag. Ik schrijf documenten, plan taken in, verzet bergjes, maak afspraken en besluit dat ik op het werk een aantal lunchbijeenkomsten voor collega’s ga verzorgen over materiaal dat ik ontwikkeld heb. Even pauzeer ik met een kopje koffie en een stukje Indische cake. Ik begrijp waarom dit slechts 1 euro kost. Jeetje.

23u40
O jee, bed opmaken. Als ik nu ergens een partner voor zou willen, is het om dat nooit meer zelf te moeten doen. Foute reden, I know.

00u15
Lezen, slapen. Lange dag gehad. Veel gewerkt, mooi geleefd, diep geademd, oprecht gelachen. Morgen nog een paar afspraken hier. Dan richting jongens. Dankbaar, om alles.

 

Nog meer dingen die dwarrelen in een prinsessenhoofd

Laatst deelde ik een aantal gedachtes. Er waren positief te duiden zaken bij, en minder positief te duiden dingen. Voor mij waren de gedachten vooral observaties, van mezelf, van wat er gebeurt, van hoe dingen evolueren. Ik neem mijn huidhonger waar, ik neem waar dat me veel gegeven wordt, ik neem waar dat ik niet veel van de wereld snap, ik neem waar dat ik me herken in de woorden hypomaan en serviel, … Ook nu weer een reeks gedachten. Vooral om ze op te tekenen. Er zijn gevoelens mee verbonden, maar die wegen niet door. Het is eerder een soort studie van mijn belevingswereld.

Monomaan
Ik sta de koken. Babyzoon staat aan mijn rok te trekken en de Kleuter roept vanuit de tuin dat ik eens moet komen kijken. Ik word er gek van. Ik wil gewoon koken, de reeks handelingen in mijn hoofd verder zetten, zonder inbreuken.

Het is vrijdagavond. Ik rijd terug van een vergadering, mijn hoofd vol ideeën. Het is moeilijk de overgang te maken naar de jongens, die ik oppik. Het is laat, ze hebben gelukkig al gegeten. Ik sinds het ontbijt niet meer dan een koekje. Ik stuur de jongens rechtstreeks de trap op voor pyjama, verhaaltje, flesje, bedje. Het is niet de eerste keer deze week, het thuiskomen zonder te kunnen thuiskomen. Thuis en naar bed. Een uurtje later zit ik uitgehongerd met de krant aan tafel te wachten tot het eten klaar is. Ik rol een weekend in waarin ik vier afwasmachines vul en leeg maak. Die staan symbool voor alle gezelligheid, bezoekjes, dynamiek die gepasseerd is. Op zondagavond haal ik de strijkplank boven. Ik strijk en ik denk aan het werk morgen. Ik heb geen flauw idee meer waar weer aan te knopen.

Monomaan, noem ik het zelf. Ik wil me liefst op iets richten en dan geen enkele afleiding meer hebben. Ik wil liever werkdagen aan elkaar rijgen, dan dat ik na een druk weekend moet verzinnen waar ik de draad heb gelaten. Ik ben monomaan in een wereld en een leven dat zo versnipperd is dat ik bang ben dat sommige snippers weg zullen waaien.

Niet het type
Ik zit op een trampoline. Mijn kinderen springen rondom me. Er springen en roepen nog andere kinderen. Mijn spieren en gewrichten doen pijn. Ik bedenk dat het eigenlijk niets voor mij is, kinderen. Ik hou zo van rust, voorspelbaarheid, focus, vooruit komen, … Ze zijn druk, wild, onstuimig, luid, en elke avond lijkt het alsof er een bom ontploft is in ons huis. Ik ben er gewoon geen type voor, al hou ik zielsveel van hen en zou ik er liefst nog drie bij willen.

Lucht
Ik denk vaak na over het missen van een partner. Ik ben intussen nuchter genoeg om niet alles op iemand te projecteren dat ik nu mis. Ik weet best dat de eventuele komst van een partner nieuwe uitdagingen met zich mee zal brengen, in plaats van de huidige op te lossen.
En toch ben ik niet voldaan. Hoop ik dat dit niet mijn eindbestemming is.
Misschien zit het onvoldaan zijn eerder in het gevoel zo hard te werken voor alles, zo moe te zijn vaak. Even afhaken is geen optie, even niets is geen optie, want er is niemand die het op kan vangen. Dus doe ik – volledig naar mij aard – meestal mijn stinkende best met soms akelig weinig resultaat.
Lucht. Misschien is dat wat ik mis. Geen partner, maar lucht.

Dankbaar
Er wordt me zo veel gegeven, letterlijk en figuurlijk. Ik vind boven alles van mezelf dat ik dankbaar moet zijn. En toch smeekt iets in me dat het eens makkelijker mag gaan. Dat ik eens niet zo hard bezig moet zijn met het verdedigen van de muren hier, het hoofd boven water houden, … Ik doe mijn best en moet precies elke keer nog even beter proberen doen. Ik bespaar al op van alles en moet nu voor mezelf nog even heel strak budget gaan plannen omdat we het niet redden. Ik werk hard, maar als ik in het weekend niets doe, zit ik plots 60 e-mails achter. … Misschien is dit het echte leven. Misschien moet ik maar eens volwassen worden.

Struisvogel
Ik neem vaak de telefoon niet op. Open mijn e-mails niet. Leg mijn brieven ongeopend in het bakje.
Ik kan de stroom niet meer volgen. Ik steek soms mijn kop gewoon in het zand.
(Desondanks gaat het vrij goed, ik maak geen gekke fouten. Ik slaag er in het cruciale er altijd nog op tijd uit te pikken geloof ik. Mensen, vrienden laat ik wel – te lang – wachten.)
Of misschien ben ik gewoon eindelijk zo nederig te beseffen dat ik niet alles kan. Ik krijg gemiddeld 15 privé-e-mails op een dag (dan heb ik de rommel er al uit gefilterd) en +/- 35 werk-mails. Als het beantwoorden gemiddeld 10 minuten per mail duurt, ben ik al 500 minuten bezig. Dat is meer dan acht uren. Dat krijg ik niet gecombineerd met het moederen en het werken (want he, mijn werk is niet e-mails schrijven). Niet alles kan. Uit de stroom pik ik één en ander. Ik wou dat ik ruimte had voor meer, maar dat is niet zo. Jammer.

Evenwicht
Ik vraag me soms af of ik een soort experiment wil doen met Benedictijns time-management: acht uur werken, acht uur slapen, acht uur ‘vrij’. Het lijkt me geen gek idee om mijn leven wat in balans te brengen. Alhoewel. Benedictus had geen kinderen. Toch?

Hoogspanning
Ik heb het absurde idee opgevat dat in mijn leven alles in immense opstoten samen komt. Liefde. Moederschap. Werk. Verdriet. Zelfs zwanger zijn was zo intens voor me dat er eigenlijk geen ruimte was voor iets anders. En ook met rijden ging ik van dertig jaar geen rijbewijs naar 1000 km per week.
Nu is duidelijk de periode van heel veel werk en heel druk met de zonen. Ik vraag me af of er ook een periode komt dat ik alleen achter mijn begonia’s ga zitten staren naar de straat, als een soort tegenhanger voor nu. En een periode waarin ik rijk zal zijn, als tegenhanger voor nu (vast niet). En een periode waarin ik heel erg samen ga zijn met iemand, als tegenhanger voor het heel erg alleen nu. Het is vast maar weer één van mijn rare ideeën. Anyway, ik lijk altijd veel van alles te krijgen. Geen beetje verdriet, beetje geluk, beetje zonen, beetje werk. Meteen een jaar lang rauwe rouw, intens diep geluk, twee zonen die samen het tiendubbel aan energie hebben dan ik en een baan waarbij ik niet weet wat eerst doen. Dat laatste ligt vast aan mij.

Kinderkes
Vriendinnen bevallen bij de vleet. Ik ben blij voor hen. Maar toch. Toch steekt het een beetje. Als ik gewoon zou weten dat het nog eens weggelegd zou zijn voor mij, ooit een keer, zou het ok zijn. Al is het binnen vijf lange jaren. Maar dit niet-weten of het ooit nog komt maakt me bang.

Prinses mijmert herfst

En toen was het acht uur en schemerde het. Waar is de zomer gebleven?

De herfst is verbazend vroeg dit jaar. De herfst is mijn seizoen. Ik hou van het naar binnen keren, in dit coconnetje. Van wandelingen met een koude neus. Van pompoenen, van soep, van kersenpitkussens, van lezen in zachte kussens, van binnen knus en buiten guur.

Ik koester herinneringen aan herfst met Dirk. Wandelen in het woud, een lange dag. Thuiskomen op een duistere herfstavond en het binnen zacht licht maken. Koken, eten, lange avonden. Kaarsen. Ik kan daar weer aan denken zonder pijn.

Ik denk weer aan de eerste herfst met de babyzoon. Zo innig dicht koesterend alles klein. De uitstapjes met de draagdoek naar de bibliotheek, de karrenvrachten aan boeken die ik las naast mijn slapend kindje. Linzensoep en turks brood.

Ik neem mezelf waar.

Dat ik weg begin te weten met mijn sensitiviteit, die me zo lang belemmerd heeft. Ik slaag er steeds beter in ze in te zetten als kracht. In mijn werk, door echt contact te maken. Door iets te creëren waardoor er even stil gevallen kan worden. Door nieuwe paden te bewandelen. Er komt lof van de nieuwe baas, en dat maakt me blijer dan ik wil toegeven. Ik voel zelf dat ik op mijn plek ben in die baan, dat het werkt. Dat het niet mijn baan, maar mijn roeping is. Dat de ontwikkeling die ik kan doormaken onbegrensd is. Dat er al 100 deurtjes open zijn in mijn hoofd en dat er nog 1000 zullen volgen.

Ook heb ik stilaan mijn eigen handleiding gevonden. Ik zoek plekken op waar ik me fijn voel, ik creëer momenten waarop al mijn zenuwen bloot lijken te liggen en ik moois in me kan opnemen. Ik kijk en ik zie. Heldere luchten. Mooie mensen. Natuur. Mijn kinderen.  Ik luister. Ik ervaar. Zo vaak sta ik versteld, zeg ik mijn jongens hoe mooi ik ze vind, besef ik hoe diep ik in een moment kan zijn. Die sensitiviteit die me zo vaak boos, moe en misselijk maakte, is een zegen geworden. Ik slaag er steeds beter in me af te schermen voor wat me pijn doet, wat te hard kan binnen komen. Ik heb grenzen.

Hoewel ik vaak van de ondeugdelijke man droom, heb ik het ook weer fijn met mezelf en de mannetjes. Ik kan met afstand naar de ondeugdelijke kijken, en ik weet dat hij het vast niet slecht bedoelde, maar dat hij niet echt bij me is geweest, ook niet toen hij bij me was. Hij had geen ruimte voor me. Het is beter zo. Ik droom er van een leven te delen met iemand, maar ik realiseer me ook dat het feit dat ik mijn leven nu niet deel met een partner, alles net heel intens maakt. Bijvoorbeeld mijn contact met de zonen: er zit niemand tussen, het is gewoon zij en ik. Doordat ik alles alleen doe, maak ik alles mee en mis ik niets. Dat is zwaar, maar ook mooi.

Intussen is het donker geworden. En koud. Einaudi weerklinkt, licht schemert, thee dampt. Ik word steeds stiller en steeds gelukkiger.

All about the money

Kassa
Ik heb voor de eerste keer een betaling gekregen als zelfstandige in bijberoep. Meteen een lesje in facturen maken gehad (ik vond uiteindelijk dat ik een heel stijlvol factuurtje had gestuurd) maar ook in subtiel aan de mouw trekken van de organisatie in kwestie, want dat er heel stijlvol op een factuurtje staat dat er binnen de twee weken betaald moet worden, betekent niet dat dat ook gebeurt.

Gewenning
Ik was een pak trotser op dit inkomen dan op mijn maandelijks loon. Mogelijk ben ik mijn maandelijkse vaste inkomen gewend geraakt? Ik herinner me wel nog de trots toen ik mijn allereerste maandloon ooit kreeg, maar dat ebt dus gauw weg. Deze betaling was best bijzonder, want een soort van effect van het waarmaken van een droom, namelijk als zelfstandige in bijberoep starten.

Touwtjes trekken
Jammer genoeg is het financieel, zeker nu met de gerechtskosten, nog steeds heel erg trekken aan alle touwtjes om ze aan elkaar geknoopt te krijgen. De dag dat geld geen zorg meer is en dat ik zonder nadenken naar de supermarkt ga, zal ik zo gelukkig zijn. Ik heb ooit berekend dat ik per week maximum 50 euro mag uitgeven, aan alles samen. Maar ga een keer naar de apotheker, de supermarkt en de bakker, en dat bedrag is al anderhalve keer op. Ik draai nog steeds ‘verlies’: elk extraatje dat ik opzij probeer te zetten, moet ik weer aanspreken. Als ik bij andere mensen kom, vind ik het soms confronterend dat daar producten op tafel komen die bij ons ondenkbaar zijn. Het gaat dan om stomme dingen, zoals een tapasmengeling, verse olijven, … Dingen die niet levensnoodzakelijk zijn, en die ik vroeger ook standaard in huis had, maar nu al een tijdje mijd. Het is opvallend hoe snel je gewend geraakt aan een wat meer sobere levensstijl. Laatst had ik een extra bedragje en had ik wat dingen voor mezelf nodig, en toen vond ik het zelfs moeilijk om geld uit te geven.

Zorg(eloos)
Soms maak ik me nog steeds zorgen over geld. Maar hoe cliché ook, dat helpt niet. Ik probeer me dan te richten op wat ik krijg, en dat is belachelijk veel. Drie voorbeelden van de laatste tijd:

-1- Van twee dames krijg ik vaak kleding die te klein geworden is voor hen. Het zijn altijd erg leuke, kleurrijke en ook best dure kledingstukken, waar ik regelmatig een complimentje mee scoor op het werk (‘wat heb je toch altijd een vrolijke jurk aan!’). Laatst stond ik weer blij als een kind gekregen kleding te passen. Sommige dingen die er bij zaten zou ik zelf nooit gekocht hebben, realiseerde ik me. Ik vond het niet zielig, maar net heel horizonverbredend en luxe, om te mogen ontvangen. Ik heb intussen een kleerkast met 15 jurken ofzo, de meeste gekregen. Zot hé?

– 2 – Voor beide zonen krijg ik kleedjes door, dus ik koop enkel schoentjes zelf, en vaak zelfs dat niet. Laatst lette ik er een dagje op, en het viel me op dat de peuterbroer een hele dag doorgebracht had met gekregen spulletjes van anderen. Via V.: zijn pyama, zijn kleedjes, het tentje waarin hij speelde, de puzzels die hij maakte, de boekjes die hij las, de autostoel waarin hij vervoerd wordt. De bordjes en bekers die hij gebruikt zijn dan weer van H. en P. … Zalig. Zo. Veel. Dank!

– 3 – Ook dit jaar was er weer het aanbod in dat mooie vakantiehuisje te verblijven, gratis, aan de Nederlandse kust. Met open handen aangenomen, uiteraard. Wat een zegen.

Genoeg
En dus besluit ik dat ik genoeg heb en rust ik in het vertrouwen dat op mijn pad zal komen wat ik nodig heb. Al zou een beetje meer ruimte op die bankrekening ook wel welkom zijn…

Heb jij genoeg? Kan je genoegen nemen? Dit leesvoer is een fijne tip om over deze vraag na te denken.

De dagen

De dagen zijn vol. Lang leek het alsof alles stil stond, en nu lijkt het alsof alles in beweging is. Zo veel beweging dat het moeilijk is om te bevatten, te overdenken. Impressies van de dagen.

I. Je kent haar al vijftien jaar. Ze is een instant-oma die nooit kinderen op kleinkinderen gehad heeft. 85 nu. Soms gaan er maanden of zelfs jaren voorbij, maar ze komt telkens terug. ‘Als ik kan rijden, haal ik je op en kom je bij ons eten.’ De belofte wordt ingelost. Je schaamt je, want toen je haar vijftien jaar geleden leerde kennen zag de toekomst er licht en veelbelovend uit, en woog je vijftien kilo minder. Maar ze praat, en je beseft dat ze meer gezien heeft dan een vermoeide moeder die verdriet heeft om alleen zijn en de dagen doorploetert met twee kinderen. Ze deelt haar vijfentachtigjarige wijsheid, en op verschillende momenten denk je dat je een foto van het moment wil maken, om het niet te vergeten. ‘De geest is belangrijk. Laat de afwas soms staan, voed je geest met een boek of een tekst‘, zegt ze. Klik, vastgelegd. ‘Je bent 31. Je kaarten zijn niet uitgespeeld.’ Klik. En: ‘Heel mijn leven  al sta ik versteld van het regeneratief vermogen van de mens, fysiek, mentaal, psychisch.’ Klik. Je brengt haar terug, naar een appartement waarin boeken een hoofdrol spelen. Klik.

II. De buurvrouw met het gouden hart haalt je op en trakteert je op lunch. Zomaar, op een thuiswerkdag. Wat een genade, ongestoord eten, praten met een andere volwassene. Een volwassene die haar zaakjes op orde heeft en open en dankbaar in het leven staat. Ze vraagt je wat je nodig hebt, en je zegt ‘tijd‘. Dezelfde dag nog zit er een mailtje in de inbox, met een voorstel om tijd te creëren door iets over te nemen. De manier waarop is zo ‘gewoon’ en liefdevol tegelijk, dat je volmondig ja kan zeggen. Je vraagt je af waar je het aan verdiend hebt.

III. Je ziet de ondeugdelijke man terug, door omstandigheden. Het blijkt nog niet helemaal klaar te zijn en soms is het zo makkelijk om je te verliezen in een intens moment. Als je de deur achter je dicht slaat, door de koude buitenlucht naar je auto loopt en naar huis rijdt waar de babysit bij de slapende zieltjes wacht, voel je iets krachtigs opstaan in jezelf. Iets waardoor je kan zeggen: ‘dit niet‘. Nee, dit is het niet. Een man die er niet helemaal kan en wil zijn. Momenten die nergens toe leiden. Je beseft dat je wat te bieden hebt, maar ook wat wil halen in een relatie. Dat je iemand verdient bij wie je thuis kan komen. Iemand waarmee je je kan verbinden. En dat dat de ondeugdelijke man niet zal zijn. Dat ‘niets’ beter is dan iets waar je niet gelukkig van wordt, omdat trouw aan jezelf cruciaal is. Je besluit om er geen hartzeer van te hebben, hoe aantrekkelijk en fijn hij ook is. Soms is ook het hartzeer op.

IV. De tuin is een oerwoud, en jij bent madame Zsazsa niet. Jammer. De gedachte aan tuin doet de stress hoog oplaaien. Op een dag vind je een tuinmaatje, iemand met groene vingers en een appartement. Het tuinmaatje komt langs en de energie die ze meebrengt is heerlijk. Het gesprek duikelt de diepte in, en er worden plannen gesmeed. Plannen die resulteren in een tuinwerkdag, waarop je zonder blozen vrienden uitnodigt. ‘Komen jullie helpen? Ik kan dit niet alleen.’ Ze komen, en er wordt in de gietende regen gewerkt, koffie gedronken, cakejes gegeten, verhalen verteld, kennis gemaakt en alles blijkt wonderwel te klikken. Op het einde van de dag ziet het er naar uit dat de tuin een bron van vreugde en groenten zal worden, in plaats van een bron van stress. Maar belangrijker nog is dat het huis en de tuin een dag lang gegonsd heeft van leven en vriendschap en dat je zo dankbaar bent, om mensen die er zomaar zijn, bereid om de handen uit de mouwen te steken, te luisteren, de charme-offensieven van Babybroer aan te moedigen en Kleuterzoon te inspireren tot een slakkencirkus. Staf blijft als laatste, houdt moedig stand met de afwas, kruipt in het logeerbed en zet ’s ochtends koffie. Feest, all over.

Alles is heel intens, op dit moment. Ik voel dat intens veel is voor me, dat ik rust en ruimte nodig heb om het te verteren. En ik ben er zo dankbaar om. Op dit soort dagen durf ik geloven dat het allemaal nog eens ergens naar toe gaat. Naar een dag waarop de dingen gewoon goed zijn, bijvoorbeeld, en alles wat pijn deed en verdrietig was achter ons zal liggen.