De giraf en de jakhals

[Winter]

M. en ik hebben ruzie. En ik blijf kalm.

Op zo’n momenten denk ik dat ik liever geen relatie wil. Dan kruip ik liefst weg in een dikke trui onder de lakens. Verstopt. Laat me hier maar, laat me maar mijn leven zoals het was. Liever geen pijn zelfs als dat betekent dat er ook geen vreugde is.

Dat voel ik, maar dat zeg en doe ik niet meer.

Als ik iets heb gedaan wat bedreigend is voor M., in dit geval een keuze van hem in twijfel getrokken, wordt hij verbaal agressief. Hij scheldt niet, maar met enkele welgemikte opmerkingen valt hij aan. Het vervelende is dat de opmerkingen aan me blijven kleven. Maar ik hap niet meer terug. Ik probeer verbindend te communiceren. Niet jij tegenover ik. Ik probeer een giraf te zijn.

In de verbindende communicatie wordt het beeld van de jakhals en de giraf gebruikt. De jakhals bijt. De giraf stijgt er bovenuit, en heeft een enorm hart. Dat betekent niet dat de giraf zich maar wat laat doen, maar wel dat de giraf niet primair reageert op wat er gezegd wordt en op wat er gebeurt. De giraf probeert niet te oordelen, en te reageren op de behoefte die onder de stekelige woorden van de ander liggen.

Het leven met Dirk was er een met ups en downs, waar ik genadeloos in mee gesleept werd. Het was onveilig, destructief en schadelijk.

Het leven zonder de ups en downs is een pak veiliger maar ook erg rustig. Als je een relatie met hoge toppen en diepe dalen gewend bent met een soort oerman waar je nooit van wist hoe het uur dat volgde zou verlopen, is het best aanpassen om een beetje een voorspelbare man met structuur en regelmaat te hebben. Eentje die niet geïnteresseerd is in die hoge toppen en diepe dalen, maar het een beetje redelijk wil houden.

Met Dirk kon elk moment een diepe imprint maken in mijn ziel. Zowel in de zin van schade als in de zin van gevoel. Een kopje koffie met hem drinken op de stoep op een zomeravond kon een zeer intense zintuiglijke ervaring zijn. Dat mis ik wel eens.

Maar deze relatie nodigt me ook uit om volwassen te zijn. Ik voel aan dat er veiligheid is. Een basis. Ik kies voor jou, jij kiest voor mij. Niet op basis van een droombeeld of leugens of een masker, maar gewoon. Jij zoals ik kan zien hoe jij bent, ik zoals jij kan zien hoe jij bent. Ik weet nu al waar ik de komende jaren waarschijnlijk tegenaan ga lopen met M., maar ik apprecieer hem ook zoals hij is en om wie hij is.

Elkaar liefhebben en waarderen. Wat een ideaal. Vooral omdat je met jezelf moet dealen. Ik heb het vaak lastiger met mezelf dan met M. Hoe kan hij bij me zijn als ik zo in de knoop zit, vaak in een soort roetsjbaan met ups en downs beland met mezelf? Misschien neem ik mezelf het meest kwalijk dat ik ‘ok’ was toen ik de relatie aan ging en er ook van overtuigd was dat ik in mijn kracht stond en wat te geven had. Alles wat daarna kwam heeft me een genadeloze tik verkocht. Ik ben al weken zoekend en scharrelend, laverend tussen allerlei onvoorziene mogelijkheden waar ik niet mee kan omgaan en de gevolgen van jarenlang auto-verraad die ik moet oplossen en dan is er nog dat verdriet om het kind dat wegdroop uit mijn lijf en waar ik elke dag aan denk maar waar zo weinig over te zeggen valt. Onnozel hoeveel troost er kan zitten in een brandend kaarsje op een grafje doorheen een donkere nacht.

In deze relatie wil ik een giraf zijn.

 

 

 

 

 

Prinses denkt door (1/4)

Laatst publiceerde ik over de inzichten die ik opgedaan had na een conflictsituatie. Door de reacties ben ik verder gaan nadenken over drie dingen. Bij deze schrijf ik daar een aantal extra stukjes over… Bij deze het eerste, over Jos.

Veerle gaf aan dat sommige mensen troost nodig hebben, steun, begrip. Misschien ook wel Jos. Dat deed me afvragen of ik anders had moeten reageren op Jos, die eigenlijk wat drama schopte om steun te krijgen en toen hij dat niet kreeg, tegen mijn schenen ging schoppen. Over Jos kan ik kort zijn: ik heb hem laten weten dat ik zijn zorgen begreep etc, en vervolgens heb ik hem uitgenodigd perspectief te wisselen. Ik denk niet dat ik hem geholpen had door mee te gaan in zijn reactiepatroon, dat hij in verschillende situaties toepast en waar hij altijd mee vast loopt. Ik geloof dat een uitnodiging tot het wisselen van perspectief hem in beweging kan brengen, alleen kan of wil hij (nog) niet. En dat is jammer. Hij had zich vast beter gevoeld als ik meegepraat had met hem, maar het had hem niet verder geholpen.

Ik werk zelf vaak in Nederland. Als ik werk met partners uit Rotterdam, krijg ik altijd nogal stevige feedback. De eerste keren was ik daar nogal door ontdaan. Als Belg ben ik de zachtere benadering gewend, of het vermijden van sommige gesprekspunten. Maar ik heb heel snel aangevoeld dat ze me recht deden door me in te schatten als iemand die het aankon om feedback te krijgen en te verwerken, als de bedoeling daarvan niet destructief maar constructief is. In het begin moest ik echt zoeken hoe er mee om te gaan, maar ik ben het sterk gaan appreciëren dat ze me als ‘vol’ aanzien. En ik grijp de feedback aan als kansen om te leren, te evolueren of te veranderen.

Ik denk dat ik Jos ook als ‘vol’ heb gezien. Niet als iemand waar ik van dacht: ‘ach ja, ik praat wel even mee met hem, makkelijker voor iedereen’. Maar iemand waarvan ik dacht dat hij mijn constructief bedoelde uitnodiging om anders om te gaan met de situatie die zich voordeed, aankon. Het is slecht uitgedraaid, maar ik sta er nog steeds achter dat ik mensen als vol benader en ik hoop ook echt dat dat omgekeerd ook het geval is.

Tot zover de eerste doordenkpost. In de volgende ga ik in op hard versus zacht wat therapie betreft…

Drie inzichten die ik overhield aan een conflictsituatie

Een tijdje terug had ik een conflict met iemand, ik noem hem even Jos. Het conflict was ontstaan doordat ik niet meegegaan was in Jos zijn klaagzang over iemand anders. Ik had een beetje nuchter gereageerd op die klaagzang, waarop Jos zich onbegrepen voelde en zijn pijlen op mij richtte. Dat ging aanzienlijk over mijn grenzen en ik was er dagenlang trillerig niet-goed van. Wat vrij dom is, want ik heb wel iets beters te doen. Ik wist van mezelf dat ik authentiek had gehandeld in de situatie en door mijn reactie had geprobeerd Jos uit te nodigen tot een volwassen houding in plaats van hem te versterken in de houding van aanklager die hij op dat moment opnam (cfr. de dramadriehoek, interessant model om eens te googelen).

Ik weet van Jos dat hij in verschillende contexten, o.a. zijn huwelijk maar ook in werkcontexten, in dezelfde soep draait. Het is altijd iemand anders zijn schuld en het standaard zinnetje dat ik al jaren van hem hoor, is: ‘wat denken die wel’.

Zoals ik al zei, was ik even behoorlijk ontdaan omdat Jos over mijn grenzen was gegaan in zijn uithalen naar mij toen hij van mij niet de gehoopte reactie kreeg. Ik heb echter verschillende inzichten overgehouden aan de situatie.

Eerste inzicht

Patronen zijn kleverig. We verzeilen er voortdurend in en ze belemmeren heel veel intermenselijk verkeer. Heel veel conflicten gaan helemaal niet over wat ze lijken te gaan, maar over de onderliggende patronen. Ik word daar soms moe van. Ik merk in mijn omgeving een onderscheid tussen mensen die bereid zijn daar bij zichzelf naar te kijken, wat überpijnlijk kan zijn, en mensen die dit niet aandurven, – willen of -kunnen. Jos behoort tot die laatste soort. Het conflict dat we hadden was een spiegel waarmee hij een behoorlijke les over zijn eigen leven had kunnen leren, maar hij weigerde in de spiegel te kijken. Toen ik hem liet weten dat ik het heel onprettig en onterecht had gevonden hoe hij reageerde, weigerde hij daar op in te gaan. Ik heb zelf geprobeerd wel in de spiegel te kijken die de situatie me wou voorhouden, en ik zie dat ik Jos heb toegelaten over mijn grenzen te gaan. Ik had me in een eerder fase voor hem moeten afsluiten.

Tweede inzicht

Ik heb iemand nodig om me te gidsen, bij het zoeken van mijn weg uit de plakkerige patronen des levens, die vaak gepaard gaan met een gigantische blinde vlek. Daar komt mijn holistisch therapeute in beeld (wat nog steeds zweveriger klinkt dan het is). Ze is diegene die me de spiegel aanreikt en uitnodigt er in te kijken, telkens weer. Ik ben heel vroeger eens bij haar geweest (toen Dirk me verlaten had toen ik zwanger was van Peuterzoon, een soort generale repetitie zeg maar, want toen is hij terug gekomen), maar ik kon toen de waarheid niet aan. Ze bereidde me voor op het bestaan als alleenstaande mama, ze toonde me dat Dirk zijn verantwoordelijkheid niet kon opnemen, ze toonde me hoe destructief de relatie voor me was. Maar ik huilde alleen maar. Was ik toen wijs geweest, ik had Dirk niet laten terug komen en veel onheil zou me bespaard gebleven zijn. Maar ik was zwanger en zwak en moe en alles leek beter dan alleen bevallen. Dus ik ging weg bij haar, even hard huilend als dat ik er gekomen was. Ik smeekte Dirk om terug te komen. Ik weigerde in de spiegel te kijken. Ik heb er nog elke dag spijt van dat ik het toen niet kon.
Lilith schreef laatst een goed stuk over therapie. Ik heb lang een heel begripvolle therapeute gehad die vooral knikte en luisterde. Maar er gebeurde zo weinig. Nu heb ik de holistisch therapeute die me dwingt in de spiegel te kijken. Het doet pijn bepaalde dingen over mezelf onder ogen te zien. Maar als ik dat niet durf, ben ik een gewillig slachtoffer voor een nieuwe destructieve relatie en ander onheil. Ik weet nu dat je in het leven telkens in dezelfde situaties terecht komt, als je weigert te leren en zelf te veranderen.

Derde inzicht

Ik besef steeds meer dat het vertrek van Dirk, een geluk is geweest voor me. Dat ik het hele miserabele jaar dat er op volgde, niet alleen verdrietig was om zijn vertrek, maar vooral ook moest helen van de destructieve relatie die we hadden, waarin hij mijn ziel probeerde te vermorzelen door manipulatie, leugens, ons in financiële problemen te brengen, zijn verantwoordelijkheid te ontlopen, me vals te beschuldigen, dagenlang tegen me te zwijgen en dagenlang te verdwijnen. Ik heb te lang gedacht dat het allemaal mijn schuld was en schaamde me voor de mogelijkheid dat mijn gezinnetje kapot zou gaan, dus hield ik vol. Ten koste van mezelf. Laatst las ik in een tijdschrift een stukje over relaties met psychopaten. Ik ben er intussen zeer zeker van dat Dirk een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft. Er stond: ‘het zijn mensen die zichzelf boven water houden door anderen kopje onder te duwen’. Een betere samenvatting van onze relatie kan je niet hebben, en het herstel is nu, na anderhalf jaar, nog niet voltooid! Vorige winter wat ik zo gefrustreerd omdat ik eindeloos moe was, maar als ik er nu op terug kijk vind ik het jammer dat ik mezelf niet nog meer rust en zorg heb gegund.
Maar de situatie met Dirk heeft me dus gedwongen in spiegels te kijken. Ik heb dingen over mezelf geleerd die ik nooit had willen weten. Ik ben patronen aan het doorbreken die me soms met hun laatste krachten terug in hun macht proberen te krijgen.

Ik denk dat ik een wat afhankelijk iemand was die graag op de achtergrond bleef, liever niet zelf beslissingen (dus verantwoordelijkheid) nam, rechtstreeks contact vermeed, en altijd vond dat ze verdiende dat een ander de dingen wel zou oplossen of regelen. Intussen ben ik gedwongen sterker geweest dan ik dacht te kunnen zijn, sta ik op de voorgrond in mijn eigen leven, neem ik beslissingen en verantwoordelijkheid zonder me zelfs nog te willen verontschuldigen bij anderen, en regel ik van alles (en soms ook niets) en los ik dingen op (vaak met een zucht, hoor). En uiteraard zijn er ook periodes dat ik moe en flauw ben, maar toen ik laatst in een bepaalde situatie de reflex merkte bij mezelf ten rade te gaan – waar ik vroeger tien mensen hun mening zou vragen – wist ik dat het de goede kant op gaat.
Terug naar Jos
De situatie met Jos hield me een spiegel voor, triggerde wat inzichten, confronteerde me met de groei waar ik midden in zit. Soms heb ik het even gehad met dat gegroei, wil ik gewoon even dat het knopje ‘bewustzijn’ uit kan. Maar over het algemeen ben ik dankbaar en gelukkig en kan ik het vertrouwen opbrengen dat ik en dus ook mijn leven, de juiste kant uit evolueren. Mijn jongens groeien op met een ploetermoeder die in haar kracht komt in plaats van in een gezin waar de vader zijn geniepige destructieve invloed uitoefent. Dat is alvast een zegen. Toch?