De date: het vervolg

Enig enthousiasme ontstond toen ik hier het verhaal postte over een date. Ik heb jullie nog even in spanning gehouden, maar dat komt omdat het een beetje in between iets en niets is.

Laten we hem een mooie naam geven. Marinus. Marinus. Marinus dus (even oefenen, even wennen). We aten samen. Ik heb nog nooit zo slecht gekookt als die avond en uit schaamte durf ik er ook niet over schrijven. Er waren verzachtende omstandigheden, waar ik ook niets over zal schrijven, maar het was echt een soortement fiasco. Doch spraken we met elkaar, lang en veel en echt. Tegenover elkaar aan tafel. Er flakkerde geen groot verlangen op, ik was blij dat hij weg ging en ik kon gaan slapen, maar ik had ook intens genoten van het gesprek, het contact, de avond.

Intussen hebben we alweer gedate, in het bijzijn van anderen. Wij laten er geen gras over groeien. Een culturele activiteit waarbij Marinus er de kantjes een beetje afliep door heel de tijd voor te stellen koffiepauze te nemen, en ik (zoals ik nu eenmaal ben) er cultureel uit wou halen wat er uit te halen viel (met andere woorden: alles zien, alles weten! Zo irritant kan ik zijn). Maar ik moest wel met hem lachen. Tijdens de koffie hadden we, met anderen samen, intense gesprekken.

En verder appen we uhm, dagelijks. Misschien eigenlijk ongeveer de hele dag door zo’n beetje. En binnenkort ga ik bij hem logeren, mompel ik er nu heel casual achteraan. Niets aan de hand, tralala. De logeerkamer dus. Gewoon praktisch. En gezellig.

Ik word er niet heel warm van, maar het laat me ook niet koud. Ik sta er wat onderzoekend in.

Een deel van het onderzoek gaat nog over Dirk. Dirk die in therapie is en waar ik gesprekken mee voer bij momenten. Ik sta er vrij onbevangen in, het doet me niet heel veel meer, maar één en ander samen zorgt dat soms het licht aan gaat in mijn hoofd. Dat ik heel precies kan zien welke pijn Dirk in mij triggerde waardoor ik me onveilig voelde, reageerde vanuit oude angst die wel heel vertrouwd was. Waarschijnlijk was ook het omgekeerde waar. Hij vertelt me zelf verbaasd te zijn hoe erg hij op de vader lijkt die hem mishandelde. Het afgrijzen van het besef geworden te zijn wat je alleen maar wou vermijden te zijn. Weten dat je anderen de pijn aandeed waar je zelf door beschadigd bent. Hij verliet me om van die versie van zichzelf weg te rennen.

Ik weet dat ik je leven totaal heb ontwricht,’ zegt hij. Ik denk na over hoeveel verantwoordelijkheid je hebt voor de pijn die anderen je kunnen aandoen. Zonder die pijnplek in mezelf had ik het hem niet laten doen. En tegelijkertijd blijft het een rotstreek, zonder meer. Een vrouw verlaten in die eerste precaire maanden na het krijgen van een kind.

Heel soms zie ik onze relatie en onze after-relatie als een opeenvolging van duizend keer hetzelfde, telkens anders vermomd. Mijn pijnplek en zijn pijnplek. Duizend keer hadden we de kans anders te reageren, misschien wel onszelf en de ander te helen. En duizend keer hebben we het niet waar kunnen maken. We praten. Soms voelt het nog steeds alsof hij mijn man is, en alsof we een opdracht hebben met elkaar in plaats van beiden gewoon opnieuw te beginnen elders, met nog een vrij verse en diepe kras op onze zielen.

Ik vraag me af wat juist is, maar ik weet dat ik niet zelf de keuze maak. Opnieuw beginnen, met Marinus. Of met iemand anders die zich aandient. Of zonder iemand. In de hoop dat de pijnplek ongeadresseerd blijft. Maar dan geneest ze misschien nooit. Dan negeer ik ze alleen maar. Of misschien komt er dat moment dat Dirk en ik de opdracht moeten inlossen met elkaar, dat oude pijn kan helen. Pijn die ouder is dan onze relatie. Niet hij moet mij helen. Niet ik hem. Ik mezelf en hij zichzelf. Maar tussen ons ligt misschien wel een bepaalde oefenruimte en een bron van informatie.

Anyway. Hoor ik daar een appje van Marinus toekomen?

Wordt vervolgd. Voor de complexe verhalen moet je hier zijn, zo veel is duidelijk. Misschien binnenkort spannende verhalen uit de logeerkamer van Marinus. Who knows ;). (Het zou me verbazen, maar ik sluit niets meer uit.)

 

 

 

Aan wal

Could you help me, please?
De man nam mijn kind over. Ik stapte op de waterfiets, nam het kleine jongetje aan. Het bootjesgeval wiebelde. De Kleuter zat hysterisch van angst vooraan. Ik zette de peuter tussen ons in en daar gingen we, de grachten op.
De eerste tien minuten vaarden we tegen een brug op, keerden we onbedoeld, draaiden we kringetjes. Verdomme, dacht ik. De jongens kunnen niet zwemmen en ik heb niet eens om zwemvesten gevraagd (niemand droeg zwemvesten op de andere canal bikes, ik was dus niet de enige onverantwoorde ouder, maar wel de enige die alleen met twee ukken op zo’n ding zat), en ik kan niet sturen. De Kleuter geraakte vreselijk in paniek van mijn geklooi en ik moest alle zeilen bijzetten (haha) om de waterfiets te sturen, te blijven trappen, kalm de Kleuter te kalmeren op een niets-aan-de-hand-toontje (maar aaaaaaah, daar komt een grote boot met 100 toeristen in en we liggen exact op zijn route) en de Peuter aan te moedigen  vooral wakker te blijven en binnen de grenzen van de canal bike. Een kind van nog geen drie is immers in staat om zijn knuffel overboord te laten vallen en achterna te gaan. Een man op de kant kijkt ons lachend aan. ‘This is very good for you!‘ roept hij. Ik weet niet of dit een soort meta-boodschap van het universum is over angsten overwinnen en vertrouwen, of dat hij van bovenaf gewoon een te goed zicht heeft op mijn te dik geworden billen die trappen in de canal bike.

Aanmeren was een beetje zoals achteruit inparkeren. Niet mijn sterkste kant. De Kleuter, die behoorlijk gekalmeerd was na drie kwartier relaxed waterfietsen terwijl ik prima stuurde, geraakte buiten zinnen. Ik moest een Amerikaan to the rescue roepen. Die redde ons gaarne, trok de boot aan de kant, maakte ons vast, nam de kinderen over en trok mij aan wal.

Daarna tramden we naar het Vondelpark, waar ik koffie dronk en de jongens ijs aten en speelden. We tramden naar het leenhuis terug. Twee trammen, de jongens trots als pauwtjes op een zitje.

Koken, eten, bedjes. Boek lezen op de bank. Huishouden doen. Nog wat werk-dingen afronden. Mailtjes beantwoorden. Blog schrijven. Denken.

Denken. Alles waarvan ik denk dat het vervullend zal zijn, blijkt altijd een beetje minder dan ik dacht. Zoals deze vakantie met de jongens. Ik keek er naar uit, we leefden er naar toe. We nemen herinneringen mee en naarmate de tijd verstrijkt worden die glanzender en met meer gouden randjes, omdat we vergeten hoe het was. Hoe het echt was. De angst dat één van de kinderen in het water zou belanden. De vermoeidheid. Het plakkerige handje in het mijne. Het kind op mijn rug dat klaagde hoe moe het was. Het saaie van koffie drinken in een speeltuin in het Vondelpark. De jongens aan de tramhalte op de grond, wachtend tussen de sigarettenpeukjes. Het afgeraffelde verhaaltje bij het bed, omdat ik het totaal had gehad met de dag, met de jongens. En al die vieze snoepveters die ik hier vreet, ’s avonds, stiekem. Omdat ik moe ben, en hier alleen zit in een huis in Amsterdam.

Maar. We hebben gewaterfietst op de grachten. En dat vond zelf de Kleuter cool.

 

Prinses komt even uit haar hoofd

Hoe meer ik onder druk sta, hoe meer ik alles ga dicht timmeren. Ik heb een map op mijn bureau vol schema’s. Schema’s van hoe ik de avond moet indelen (welke activiteiten volgen op elkaar en hoeveel minuten spendeer ik aan elke activiteit?), van wat ik mag eten op een dag en wanneer en van wat ik mag uitgeven. Die schema’s maak ik als houvast, maar ik word er kierewiet van omdat ik het allemaal niet voor elkaar krijg zoals het in die schema’s staat en dan heb ik nog meer het gevoel dat ik controle verlies, terwijl er misschien niet eens iets ergs aan de hand is. Een voorbeeld: ik kan dan vreselijk in paniek geraken over geld, tot ik besef dat er geld op de rekening staat en we alles in huis hebben dat we nodig hebben dus dat er geen acuut probleem is, alleen maar dat ik van het schema ben afgeweken.

De peuter en ik zaten laatst bij de dokter voor de buikgriep. ‘Wat als hij hier overgeeft?’, vroeg ik benepen. Het absolute worst case scenario. ‘Dan geeft hij over. Hier geven elke dag mensen over,’ zei de dokter. ‘Wat als ik moet overgeven?’, vroeg ik aan de dokter. En ik ratelde er achteraan dat ik dat met een ziek kind en overspannen als ik al was niet aankon, dat ik dan zeker dood ging (dat heb ik echt gezegd, ja). ‘Dan moet je dat gewoon laten komen,’ zei de dokter.

‘Oh’, dacht ik. En ik realiseerde me dat ik in mijn hoofd de hele tijd heel vermoeide worst case scenario’s afspeel die misschien ook niet zo onoverkomelijk zijn als ik denk. Ik heb mezelf voor mijn geestesoog al duizend auto-ongelukken zien hebben, heb mijn kinderen al twintigduizend keer van de trap zien vallen.

Ik ben gewoon een heel bang iemand, misschien. Misschien ben ik gewoon een weinig moedig heel bang iemand.

Dat realiseerde ik me.

De laatste weken kwam er één en ander op mijn pad waar ik mentale kracht aan zou kunnen ontlenen als ik daar toe in staat zou zijn. Ik sprak voor mijn werk met een enorm inspirerend en mild iemand over stress en snapte plots veel beter waarom ik stress heb en hoe stress werkt en dat ik er ziek van word en dat ik er iets aan moet doen. Op het werk lanceerden we een nieuw plan dat ongelooflijk inspirerend en warm was. Als ik me mentaal aan deze dingen vastklink, dacht ik, dan gaan als die worst case scenario’s en schema’s overboord. Dan ben ik er gewoon vandaag met de jongens en zie ik wel wat er gebeurt en vertrouw ik gewoon op mezelf en het leven en mijn kinderen.

En aldus geschiedde. Ik proefdraaide vertrouwen. Ik deed iets zonder het vooraf kapot te denken. Heel erg not-me vroeg en kreeg ik onderdak bij een vriendin, en daar gingen we, 200 km heen. We aten met onbekenden en we zaten lang in een speeltuintje en we sliepen in een vreemd bed en douchten in een vreemde badkamer en ik verbrandde mijn mond aan de koffie. Maar er gebeurde niets onoverkomelijks, al had ik niets eens echt nagedacht over de hele onderneming. De tweede dag reden we nog eens honderd kilometer en gingen naar een festival, zonder plan, zonder worst case scenario’s in mijn kop, zonder geld op de rekening maar ook zonder dagschema en structuurtje om er het maximum uit te halen. We hebben bellen geblazen, gekuierd, acrobaten gezien, muziek geluisterd, wat gegeten en wat gedronken, ijs gedeeld, djembé gespeeld, in het gras gezeten en gepraat met onbekenden. We hebben frambozen gesnoept en rondgehangen. Daarna zijn we in de auto gestapt en ben ik terug gereden, driehonderd kilometer aan één stuk met slapend goud op de achterbank. Onderweg luisterde ik naar ‘Het lied’ van André Manuel en Geert Hautekiet en alle angst hield zich even enorm koest.

 

Prinses luistert Serial & denkt na over Adnan

Ik volg de hype waarschijnlijk zeer laat, maar uiteindelijk ben ik verknocht geraakt aan podcasts luisteren. Daar kan ik nog wel eens een blogje over vullen, maar nu even inzoomen op het verslavende Serial, over Adnan Syed die al dan niet zijn ex-vriendinnetje vermoord heeft, vijftien jaar geleden, ergens in Amerika.

Het is verrukkelijk. Lange autoritten, gespannen luisteren. Om één of andere reden streamt mijn auto soms met de iPhone, en dan weer niet, waardoor ik afwisselend met een oortje in luister of via de speakers. (Iemand een idee hoe ik deze technische onvoorspelbaarheid kan beslechten?) Maar ik luister even goed op toilet, of tijdens het nachtelijke koken, afwassen, was vouwen.

Ik weet niet of Adnan Hae heeft vermoord. Dat kan ik niet weten. Maar op een gegeven moment gaat er een aflevering over de vraag of Adnan een ‘sociopath’ is. Mijn aandacht is gewekt, aangezien ik vrees samen geleefd te hebben met een ‘sociopath’, die naar mijn weten geen meisjes wurgde en begroef. Maar toch.

De vertelster lijkt niet echt gewonnen voor het idee dat Adnan een ‘sociopath’ is. Ze doet er een beetje lacherig over. Als hij dat zou zijn, zou hij toch niet zo aardig zijn? En ze kent hem intussen al zo goed door drie keer per week met hem te bellen, ze zou toch wat aan hem gemerkt hebben? En als hij het was, zouden vrienden en familie toch ook wat gemerkt hebben en zou iedereen zijn mond niet vol hebben over de aardige en voorbeeldige jongen? En dat hij geld gestolen heeft uit de moskee van zijn gemeenschap, en soms wel eens kleding vervreemdde van vrienden, heeft er toch helemaal niets mee te maken?

Op internet kan je googelen hoe je aan iemand merkt dat ie een ‘sociopath’ is. Die kenmerken ga ik hier niet opsommen.

Maar tijdens het luisteren moest ik aan Dirk denken. Je zou een serie kunnen maken met getuigen die vertellen over de charmante, aardige Dirk. Over hoe hij die man met een handicap op straat toesnelde om te helpen, die keer. Over de tijd en aandacht die hij opbracht voor mensen. Over hoe leuk hij was met de kinderen. (…)

Was het maar zo dat mensen in de omgeving van een ‘sociopath’ altijd wat zouden merken. Dat je het zou weten door drie keer per week met iemand te bellen. Dat je de vinger er op kan leggen.

De realiteit is dat mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis een masker dragen. Of maskers, meervoud. Af en toe voel je iets, merk je dingen die niet kloppen. Dat geeft een heel onrustig gevoel, maar het is heel moeilijk aan te duiden wat er dan aan de hand is. Het gaat zo ver dat je denkt zelf gek te zijn.

Ik had altijd een soort instinctieve angst ten opzichte van Dirk. Alsof mijn intuïtie wist dat er iets niet klopte. Zo heb ik bv altijd geweten dat hij de kip die hij had vermoord heeft, ook al heeft hij dat nooit toegegeven. Als kind deed hij dieren pijn, heeft hij me ooit verteld. Toen hier in de buurt een meisje dood was gevonden in het bos, in de periode dat we aan het daten waren en ik tot over mijn oren verliefd was op hem, heb ik opgezocht waar Dirk de avond van haar verdwijning was. Absurd, dat je die onrust voelt ten opzichte van iemand waar je gek op bent. Dat je niet exact weet wat er niet klopt, maar wel dat er iets niets klopt.

Luchtig doen over diefstal, zoals in Serial, vind ik dom. Dirk deed illegale dingen. Zoals rondrijden met valse nummerplaten en een onverzekerd voertuig. Wat ik overigens niet wist op dat moment. Zijn advocaat deed alsof ik een hysterische trut was toen ik dat ter sprake bracht als voorbeeld van zijn gestoord gedrag in de zaak rond het ouderlijk gezag, en het werd een beetje onder tafel geveegd als niet-terzake-doend. Maar zo’n dingen doen er toe. Het zijn tekens. Barstjes in dat beeld van Mr. Charming.

Of Adnan een gestoorde Mr. Charming is of gewoon een jongen met heel veel pech, weet ik niet. Maar dat een antisociale persoonlijkheidsstoornis niet iets is om weg te lachen of te onderschatten, dat dan weer wel.

 

 

Verpletter(en)d

Ze staan onder de douche met twee. Wat hebben ze rare lijfjes, met die schouderblaadjes die uit hun rug steken, de grote buikjes, kleine piemels, dikke knietjes ten opzichte van de sprieterige beentjes, vierkante voetjes, ballonhoofdjes. Especially the little one.

Ik kijk en mijn hart krimpt. Ik denk dat de Peuter zich niet zo goed voelt. Hij is bleek, wit. Hij had koude voetjes. Hij at slecht, was hangerig. Heeft hij keelpijn? Is hij misselijk? Ik weet het niet, maar mijn hart doet letterlijk pijn als ik er aan denk dat hij ziek zou kunnen zijn. Niet alleen omdat dat voor de week die komt onoplosbare zooi geeft (ik heb namelijk geen baan waarin ik zo kan thuis blijven – wie wel?), maar ook en vooral omdat ik daar blijkbaar heel sterk op reageer, doodsbang en ellendig van word. Als ze ziek zijn, zijn ze nog kleiner en zo zielig en dan moet ik voor hen zorgen en slim zijn en verantwoordelijk en vooral heel kalm blijven terwijl mijn hart in duizend stukken breekt en ik me plaatsvervangend doodziek voel.

Hoewel ik het niet doe, begrijp ik plots waarom ik op zo’n momenten Dirk wel eens belde. Het is zo beangstigend voor me. Als ik iemand anders bel dan Dirk blijf ik nog steeds de ouder die het moet oplossen. Dirk is immers diegene op wie ik die rol kan afschuiven. Maar ik doe het niet. Zo ver zijn we al.

Ik zit voor de douche op de grond en kijk naar die kleine mannetjes met hun rare lijfjes onder de warme douche. In mijn hoofd tel ik de jaren. Hoe lang nog, dit verpletterende gevoel van verantwoordelijkheid?

Over opdringerige mannen en stuipen op het lijf

Dat ik one of the guys ben, weten jullie al. Ik werk in een wereldje waar mannen oververtegenwoordigd zijn. Helaas geen huwbare :).
Ook mijn zakelijke contacten zijn vaak contacten met mannen.

Laatst kwam ik bij een algemeen directeur van een organisatie die bijna onmiddellijk het ‘grapje’ maakte dat hij nog wel een tweede vrouw wou. Een Vlaamse. Haha. Ik heb koeltjes gezegd dat polygamie verboden is, maar eerlijk gezegd vind ik dat soort momenten nogal ongelukkig. Ik voelde me sterk genoeg om er goed mee om te gaan en we hebben verder goed samen gewerkt, maar eigenlijk vind ik het gewoon bijna ongelooflijk. Als vrouw zou ik er nooit op komen zo’n opmerking te maken bij een man die langs komt voor een gesprek.

Een andere soort situatie was een situatie met een collega. Een oudere alleenstaande man. In een appje had hij me aangeboden dat ik wel bij hem kon logeren als ik in zijn buurt moest werken. Nou goed, ik had hem bedankt voor het aanbod. Kon handig zijn.

Hij bleef appen. Na twee weken ondervroeg hij me waarom ik in Zeeland logeerde en niet bij hem (300 km verderop, duh), of ik dan wel bij andere collega’s logeerde (nee) en waarom ik geen koffie was komen drinken toen ik laatst wel bij hem in de buurt was. Dat het gewoon nog nooit zo uitgekomen was, zei ik hem. Hij reageerde raar. ‘Ik ben gewoon te makkelijk voor je,’ schreef hij. Alle alarmbellen gingen af. Niet alleen omdat ik het vervelend en ongemakkelijk vond, maar ook omdat het mijn neiging me zo te gedragen dat het de ander niet soort, triggerde. Ik weerstond die neiging me te gaan excuseren of het allemaal zo uit te leggen dat zijn gevoelens bespaard bleven, dus vroeg ik hem wat hij met die opmerking bedoelde. Grapje, zei hij. Nou, euh… Leuk. Frons.

Vervolgens bedacht hij dat hij bij me op bezoek zou komen in het weekend. Ik zei hem niet thuis te zijn, met de kinderen een nachtje aan zee te blijven. We konden natuurlijk wel aan zee een wandeling maken en poffertjes gaan eten. Vanaf dat moment pushte hij om te blijven slapen (eerst vragen of er een hotel in de buurt was, daarna of hij op de bank mocht, …). Ik voelde me ronduit bedreigd, gaf aan dat ik tijd en rust nodig had om de kinderen in bed te leggen. Hij zei op een gegeven moment zelfs dat hij dan wel bij de kinderen in bed ging liggen. Euhm?

Een slechte nacht ging voorbij. Ik was eerlijk gezegd echt bang. Mijn grenzen waren in het gedrang en ik had het gevoel tijd die ik met de jongens heb besmet te hebben door toe te laten dat hij zou komen wandelen. Heel het weekend van ons drietjes waar ik zo naar uit keek en waar ik allemaal klein geluk in wou verpakken (een nieuw lego-bouwpakketje voor de Kleuter, onze traditie samen poffertjes te gaan eten eer aan doen, wandelen in de duinen) zette plots een loeiend stressalarm in gang in mijn hoofd.

’s Ochtends was ik een wrak. Een laatste appje van hem dat het jammer was dat hij niet mocht blijven (slapen), was de druppel. Ik appte terug dat ik me hier erg ongemakkelijk bij voelde, dat ik me niet wil moeten verantwoorden voor de rust en tijd die ik met mijn kinderen nodig heb en dat ik afstand wou nemen.

Dit is ongezien in het palet aan mogelijke gedragingen die ik stel. Ik was te bang om te weten of dit niet goed voelt of niet. Ik weet niet of dit handig of juist is of goed aangepakt of niet.

Na het sturen van het appje belde ik mijn baas. Die jammer genoeg niet bereikbaar was. In een uiterst vertrouwelijke mail vertelde ik hem wat er gebeurd was, met de boodschap dat ik dit gewoon wil melden zonder dat ik vraag of hij er verder wat mee doet.

Op zo’n momenten voelt mijn gezinnetje heel kwetsbaar. Ik en de jongens. Ik voel de neiging ons af te schermen, om de jongens zelf, om mij. In het verleden heb ik nog wel eens last gehad van een collega (jaren terug). Een man die me uitgenodigd had voor een etentje, hij wou me beter leren kennen, we hadden gezamenlijke kennissen. Hij was 20 jaar ouder dan ik, dus ik zocht er helemaal niets achter. Maar de man, Felix, begon vervelend te doen, opdringerig, belde me vaak en op rare momenten op mijn thuisnummer, … Toen was Dirk er nog en zijn verontwaardiging en neiging Felix op zijn plek te zetten, gaven me een veilig gevoel. Dirk en ik hadden daar ook vaak de grootste lol om. Dan belde hij me en deed hij met een geil stemmetje alsof hij Felix was. Of hij speelde Felix in bed. Lachbuien gegarandeerd met enig kippenvel, dat wel. Later kwam Felix ook elke keer in mijn kantoor binnen als mijn niet-storen-ik-ben-aan-het-kolven-briefje op de deur hing. Freak.
Nu is er geen Dirk en ik besef van mezelf ook heel goed dat ik niet bepaald over een fysieke kracht beschik om mezelf te beschermen als dingen vervelend zouden worden of uit de hand lopen, in het extreemste geval. Ik ben wel eens ’s avonds laat alleen op kantoor, bijvoorbeeld. En we weten sinds kort dat een ‘nee’ niet altijd genoeg is als toverwoordje.

Ik denk dat ik gedaan heb wat moest, maar ik vond het heel moeilijk.

Iemand van jullie ook ooit in zo’n situatie terecht gekomen? Wat doe je dan?

Over nooit meer de oude worden

Overrompeling
Het was een beetje een overrompeling hier, donderdag, nadat ik woensdagavond gepleit had voor meer vertrouwen. Basically, meer vertrouwen in onszelf en onze kracht, als vrouw, als moeder. En dat door ons te verbinden met onze eigen natuur (niet ‘de natuur’ an sich, alhoewel mijn eigen natuur me daar wel mee in verbinding stelt, zoals ik aantoonde in de voorbeelden die ik gaf over wanneer ik het dichtst ben bij mijn krachtige, intuïtieve ‘ik’).

Falen
Eén van de dingen die ons vaak in de weg staan om vertrouwen te vinden, is – denk ik – dat we zware periodes in ons leven zien als mislukkingen, falen, te vermijden, zo snel mogelijk op te lossen.

Voor vele vrouwen, zo bleek uit de reacties maar ook uit andere blogs en verhalen van mama’s, is de geboorte van een (eerste) kind het begin van zo’n periode waarin alles op zijn kop lijkt te staan en alle vertrouwen kwijt geraakt. Helemaal te begrijpen. Alles verandert met die (eerste?) hummel. Je relaties. Niet alleen met je partner, maar ook met je eigen ouders. Je schoonouders. Je eventueel oudere kind. Je hele omgeving. Jezelf. Je werk. Je dagritme verandert. Je nachtritme. Je tijdsbesteding. Je lijf is anders. Een bevalling is soms heftig en vaak moeilijk een plek te geven.

Ik denk dat die zware periodes in het leven er bij horen. Dat iedereen die heeft. Na de geboorte van een kind. Na het vertrek van een partner (wie, ik?). Na de verandering of misschien zelfs het verliezen van werk. Misschien zelfs zonder aanleiding. Misschien wijzen die periodes er ons soms gewoon op dat wie we waren niet meer past. Dat we moeten transformeren, evolueren, om terug beter te passen bij het leven dat we hebben, bij de situatie die anders is en andere dingen van ons vraagt.

Complexe pijn, meervoudige verandering
Mijn partner ging weg. Dat bracht een heel complexe pijn met zich mee. De pijn van verlaten zijn. De pijn van verloren dromen (nog kinderen, het samen fijn hebben, intact gezin zijn). Maar ook de pijn van moeten veranderen, omdat de nieuwe situatie nieuwe dingen van mij vroeg. Misschien was die pijn het heftigste. Ik zette me schrap. Maar ik moest wel. Dus moest ik anders leren denken. Moest ik manieren zien te vinden om mijn energielevel wat op de krikken. Moest ik voor mezelf zorgen, mezelf geven wat ik nodig had (byebye voetmassages en lekkere pasta’s van Dirk, hello kersenpitkussens en repen chocola). Moest ik zelfstandiger worden en volwassener (hallo rijbewijs, bloed-zweet-tranen, joh). Moest ik leren zelf beslissingen te nemen, niet meer altijd op iemand anders te leunen. Moest ik heel veel meer zorg voor mijn kinderen opnemen, want die liet ik vaak aan Dirk over die altijd wel een zot spelletje had of leuk verhaaltje vertelde, terwijl ik het huishouden deed en de rekeningen betaalde. Leuk was anders en ik baal nog veel te vaak als een stekker, maar eerlijkgezegd? Ik ben volwassen aan het worden. En dat is niet slecht.

Na regen komt kracht
Het is verschrikkelijk om alle fundamenten van onder je leven geblazen te zien. Om totaal uit je rol te vallen. Om niet te krijgen wat je verwachtte (bijvoorbeeld: een roze wolk, een intact gezin, … ).

Maar we kunnen proberen aanvaarden dat dit soort periodes er bij horen, het verzet staken, en in plaats van redding te zoeken bij anderen (wat ik lang deed) of te blijven kauwen op die pijn en het kwetsbare gevoel, naar binnen keren en de kracht zoeken in onszelf.

De kans dat je die kracht vindt op momenten dat je op de bodem zit, is niet zo heel onrealistisch. Bodem en fundament zijn een andere naam met een andere betekenislaag, voor hetzelfde. Als alles veranderd is en je lijkt alles kwijt te zijn, blijft over wat onverwoestbaar is in jezelf. En dan gaat alles niet meteen van een leien dakje, maar dan kan je wel vertrouwen opbrengen, leven vanuit je eigen overtuigingen, en de soms pijnlijke veranderingen die nodig zijn om de crisis te laten voorbij gaan, voltrekken. En als je daar hulp bij gebruikt, van vrienden, blogs, therapeuten, whatever, lijkt me dat alleen maar goed.

En zo geloof ik dat je na een heftige periode, bijvoorbeeld als je moeder geworden bent en je wereld staat op zijn kop, niet hoeft te blijven hangen in een gevoel van kwetsbaarheid. Er onderdoor gaan is geen garantie op ‘nooit meer sterk’ en ‘nooit meer er boven op’. Misschien is het zelfs een garantie op ‘sterker dan ooit’? Ik denk dat je mag vertrouwen in je kracht, en in die betekenisvolle veranderingen die je doorgemaakt hebt waardoor je beter toegerust bent voor het nieuwe leven dat aangebroken is. Bijvoorbeeld als mama, of als alleenstaande ouder, of … Ik denk niet dat je ooit nog de oude wordt, maar ik denk dat je een heel krachtige nieuwe kan zijn. Als je durft. En ik hoop stiekem dat we elkaar deze verhalen kunnen vertellen. Niet alleen het deel van nooit meer de oude worden, maar vooral het deel van een krachtige nieuwe zijn. (NB: krachtig en kwetsbaar zijn geen tegengestelden in dit verhaal, in je kwetsbaarheid staan is heel krachtig, zeker als je die als een deel van je nieuwe leven kan zien.)

Nogmaals hef ik het glas (allez ja, een blikje pepdrank actually). Op vertrouwen. Proost!

(En volgende keer post ik iets normaals. Ok? :))

P.s. In mijn vorige post had ik het over vertrouwen op je intuïtie, als je moeder gaat worden. Iemand reageerde daarop dat dat zou betekenen dat mensen vooral angstig zouden zijn. Ik denk dat angst net datgene is dat ons in de weg zit om bij onze intuïtie te komen.

Mijn intuïtie dreef me ertoe elke zwangere avond in bed te lezen, zodat ik zo veel mogelijk zou weten over wat er zich in me afspeelde, en wat ik kon verwachten van een bevalling. Dit waren mijn pareltjes:

1. ‘Veilig zwanger’, ‘Veilig bevallen’ en ‘Veilig doorheen de kraamtijd’. Boeken van Beatrijs Smulders. Beatrijs Smulders is een Nederlandse verloskundige. Werkelijk alles komt aan bod (ja, van aambeien tot kraamtranen), in korte hoofdstukjes, telkens opgefrist met verhalen van vrouwen. Ook wordt er normaal gedaan over alles, het hoort er allemaal bij, er wordt open en eerlijk over verteld. Precies wat ik nodig had.
2. ‘Bevallen en opstaan’ van Jetske Spanjer en anderen. Dit boek is al wat ouder, zeer informatief. Wat ik vooral telkens maar bleef lezen, waren de bevallingsverhalen van vrouwen. Zo staat er een verhaal in van een moeder die een kindje met het syndroom van Down krijgt, wat na enkele dagen sterft. Dat verhaal is zo prachtig dat ik het zelfs bij de vijftigste lezing niet droog hield.
3. ‘Bollebuikenboek’ en ‘Bolle Buiken in beweging’ van Leen Massy. Bevallingsverhalen. Het één na het ander. Alle scenario’s. Ontroerend mooi en intiem. Ik zou alleen al nog eens zwanger willen zijn om me weer terug te trekken in bed met die verhalen.
4. ‘Baren’ van Benedicte Vansina. Inzoomen op het proces dat baren is, toelichting bij de hormonen en welk werk ze doen. Geeft vertrouwen en handvaten om je voor te bereiden op je bevalling. En aan storminjehoofd: ze heeft ook een boek voor vaders geschreven :).

Prinses heeft een paniekaanval

De processie van Echternach
… Maar dan met een bolide

Het leren autorijden is een verhaal van lange adem bij mij. Mijn laatste rijles een maand geleden, is geëindigd in een discussie van een uur met de rij-instructeur, of het dus al dan niet verantwoord was om mij met een voorlopig rijbewijs (18 maanden) de weg op te sturen. De Frits, want zo heet de rij-instructeur, heeft het me uiteindelijk gegeven, mompelend dat hij daar zijn licentie voor kon kwijt geraken. En bij het afscheid keek hij me smekend aan, en zei: ‘Gebruik het niet, gebruik het alsjeblieft niet.’

Nu, ik ben niet bepaald onbezonnen, ik ben een moeder van twee. Ik heb hem ook niet proberen overtuigen, maar ik heb hem wel om argumenten gevraagd waarom ik geen rijbewijs zou krijgen. En die had hij niet. Daar kon ik niet goed tegen. Het leek op een subjectieve beslissing, op willekeur. Hij kon me niet vertellen wat ik anders moest doen om het voorlopig rijbewijs wel te krijgen. Dus kreeg ik het, after all.

Grenzen verleggen
aan 95 per uur op de rechterrijstrook

Sindsdien tuf ik rond in mijn oude, gekregen bolide. In het dorp hier en de omgeving. Naar de Colruyt en terug (o, wat geweldig dat dat geen bakfietsaangelegenheid meer is!). Op secundaire wegen. Bij dat laatste viel me al meteen op dat ik makkelijk een uur doe over een ritje van pakweg 30 kilometer. En dat triggerde het verlangen om de autostrade te leren gebruiken, wat me lukte, en bij uitbreiding: de Brusselse en Antwerpse ring.

En dat heb ik vandaag gedaan. Na een slapeloze nacht doordat Babybroer gehoest heeft van 21u ’s avonds tot 6u ’s ochtends. Met braken van het hoesten en al.

De heenweg ging goed. Het was namiddag, de zon scheen. Ik kon alles vrij goed overzien. Ik was ‘die irritante’ die 95 bleef rijden op de rechterrijstrook, maar hee, dat is perfect reglementair. Euh, toch?

Rauwe paniek
Over een olifant die zich nestelt op je borst

Tegen de terugweg had ik opgekeken. Het zou donker zijn, en daar maakte ik me zorgen over. Ik reed richting Antwerpse ring, en toen ik de laatste afrit voor de ring gepasseerd was, en wist dat de enige optie nu was er overheen te rijden, kreeg ik een kanjer van een paniekaanval. Ik ben niet iemand die paniekaanvallen heeft, ik heb geen angststoornis ofzo. Maar het is met een paniekaanval als met een wee: het is je onbekend, je kan je niet voorstellen wat het is, maar je weet dat je er één hebt als je er één hebt. Man, man. Heel mijn lichaam verstijfde, het was alsof er een olifant op mijn borst zat, ik kon niet meer ademen en het leek alsof ik ging braken. Mijn waarneming werd een soort ‘tunnel’-zicht, wat het gevoel in paniek te zijn terug voedde. En toen ik het gevoel had uit elkaar te zullen spatten van angst, werd ik zo slap als een doek. Maar: ik reed gewoon door. Omdat er geen andere optie was.

Wat vreemd was, is dat ik niet aan mijn kinderen dacht op dat moment. Er was gewoon alleen maar angst, van het rauwe soort.

Thuiskomen op de noordpool
en beseffen dat je zelf je olifanten de baas moet worden

En net kwam ik thuis. De verhouding tussen mij en Dirk heeft op dit moment een noordpool-karakter, omdat ik hem uitgelachen heb toen hij mij pedagogisch incapabel noemde als moeder en hem verteld heb wat ik op dit moment echt van hem denk. Maar ik kwam dus thuis. En ik dacht: ‘ik ben nu al zo veel sterk geweest. Nu wil ik even in elkaar zakken en dat iemand me dan gewoon even vast houdt.’. Maar ik zakte niet in elkaar, en niemand hield me even vast. Ik liet Dirk uit, en deed verder. Met sterk zijn. Al zie ik in de spiegel dat elke tint kleur uit mijn gezicht verdwenen is. En naast de gewaarwording van een paniekaanval vandaag, heb ik dus ook de gewaarwording van het missen van een partner. Niet Dirk, maar iemand waar wat warmte te halen valt. Iemand om even tegen aan te schurken. Iemand waar je niet sterk bij moet zijn. Iemand die vertrouwd voelt. Een drama is het allemaal niet, en ik ben niet triest ofzo. Ik neem het waar, de paniek en de behoefte aan twee armen. En beiden verrassen me.
Op een gegeven moment in de auto vroeg ik me wat klagerig af waarom ik alleen door die paniekervaring moest. En toen bedacht ik dat dat vast volwassen zijn is. En dat de inzet is van heel de levenscrisis die ik nu doormaak: dat mijn eigen neiging op anderen te steunen vervangen wordt door de ervaring dat ik het zelf doe en zelf kan, er sowieso zelf doorheen moet. De kinderen opvoeden. Werken. Het huishouden. De Antwerpse ring. Een belangrijke vergadering. Er is geen partner meer om naar te bellen en te vertellen hoe bang ik ben. Ik moet mijn rug rechten, die olifant wegjagen, en het gewoon doen. En blijkbaar lukt dat. Aan 95 per uur, en voor de zekerheid toch maar op de rechterrijstrook.

Nou, Babyzoon. Ik heb een volledige nacht slaap verdiend. Wat denk jij ervan?