Starten met ondernemen zoals het is: de kwallenclub

Het is een dag zoals ze vroeger allemaal waren. Ik stap uit de auto, 300 km op de teller en weet dat ik ongeveer 40 minuten thuis kan zijn voor ik weer vertrek. Naar een bijeenkomst, over succesvol ondernemen.

Ik weet dat ik ‘goed’ ben in mijn vak. Het is geen verhaal van de allerbeste ooit zijn ofzo, maar daar geloof ik niet in. Ik geloof meer dat je op sommige plekken de juiste persoon op de juiste plaats bent om stappen te zetten met een organisatie, en dat je daarvoor dan een gevuld koffertje hebt met ideeën en tools. Ik heb de laatste maanden hard aan dat koffertje gewerkt en geïnvesteerd in opleidingen. Maar, zo leer ik op de avond over succesvol ondernemen, inhoudelijk goed zijn in je vak is maar een deel van het verhaal. Je moet jezelf ook kunnen verkopen en ondernemersvaardigheden hebben, wil je succesvol worden.

Het klinkt allemaal niet heel onlogisch, maar mijn aversie tegenover de gladde jongen vooraan groeit en groeit en groeit. Hij blaast ons omver – op een overigens heel Amerikaanse manier – met allerlei oneliners (je kan alles leren! Het duurste is ontdekken wat niet werkt!). Ik zit de bijeenkomst uit, schrijf wat dingen op en realiseer me dat ik niets nieuws of verrassend leer. Er wordt gegoocheld met termen als leads, sales, merkbeloftes, bottlenecks, … Er komen nog wat makkelijke schema’s voorbij over mindsets (oud nieuws volgens mij). En op het einde kopt hij in: als ondernemers moet je dus niet enkel goed zijn in je vak, maar als je naar de next level wil moet je je ondernemings-skills aanscherpen en daar heeft hij net een opleiding van 10 000 euro voor bedacht waarbij hij ons allemaal persoonlijk gaat coachen in groepen van vijftig. Knap, ik zou het hem graag willen doen. De succes-cijfers van de uitstromers zijn indrukwekkend, maar als hij vertelt dat hij selecteert bij de instroom en mensen die ‘het’ niet hebben weigert, verbaast me dat niet echt. Als we vandaag nog intekenen krijgen we korting maar dat is natuurlijk alleen maar voor de durvers. Want twijfelaars, dat zijn natuurlijk geen echte ondernemers. En als je geen geld hebt maar je gaat wel op vakantie, zou ik die vakantie maar afzeggen, raadt hij ons aan.

Ik kijk rond. Er zitten wat van die types in de groep. Kwallenclub, denk ik. Dan zie ik ook wat ondernemers die gewoon niet weten waar beginnen of al lang ploeteren. Ik veronderstel dat zij niet in het programma mogen meedoen. Het heeft iets sneu. Ook de fotograaf die aan de lopende band plaatjes schiet van de succesvolle opleider, die stralend in het middelpunt van zijn eigen personencultus staat.

Ik weet niet hoe snel ik weg moet zijn. In de auto komt dit liedje voorbij. Mijn bekken doet pijn van te veel te rijden. Ik heb een eerste opdracht binnen gehaald, en heb een aantal potentiële andere opdrachten besproken. Ik vind het fijn dat het eindelijk niet meer over mij gaat: hoe wil ik me profileren, wat wil ik in de wereld zetten. Ik, ik ik. Nu gaat het over wat de organisaties in kwestie nodig hebben en hoe we daar vorm aan kunnen geven. Een betere focus wat mij betreft.

Het hele hoera-sfeertje van de kwallenclub maakt me triest en doet me twijfelen aan mijn keuze. Ik wil graag echt zijn. En eerlijk. En zichtbaar waar nodig en verder onzichtbaar. Ik wil mezelf niet opblazen tot ik uit elkaar spat. Ik wil gewoon werk doen dat zinvol is, daarvan leven in een soort van ‘balans’ met de Man en de kinderen.