Na het onweer

Het is avond. Het onweer is net voorbij. De straten zijn leeg.
Ik loop door de stad en trek een karretje met me mee. Een karretje met boeken, post-its en schriftjes.

Ik stap binnen in mijn kantoortje dat ik sinds gisteren officieel huur, maar waar ik al langer regelmatig werk. Het inrichten gaat traag. Eerst was er een tafel, een stoel en een bureaulamp. Nu zijn mijn boeken er. Ik schik ze in categorieën: voeding. Hart. Nodig voor project A, B en C. Te verwerken literatuur. Opvoeding. Productiviteit. Schriftjes (ik ben verslaafd aan schriftjes zonder lijnen). Vakliteratuur.
De avond is gevallen. De bliksem flitst. Ik zit aan mijn nieuwe bureau die eindelijk op de juiste plek staat. Ik ben omringd door mijn boeken. Boeken die er altijd waren en me altijd een soort rust gaven. Als kind omringde ik me er al mee. Bij verschillende verhuizingen als volwassene bleek mijn voornaamste bezit uit boeken te bestaan.

Er moeten nog dingen komen. Nog een stoel. Twee fauteuils voor gesprekken. Een afbeelding voor aan de muur. Een whiteboard. Koffiekopjes met hartjes er op. Bloemen.

De laatste weken had ik stress. Ik richtte me op allerlei kleine opdrachtjes om een inkomen te genereren. De echte plannen, het op te bouwen werk, hetgeen wat ik wil bedenken en ontwikkelen, bleef liggen. Het voelde net zoals in loondienst zijn. Heel veel doen, hard doorwerken, niet tot de essentie kunnen komen. Ik besluit dat het anders wordt en dat ik het er de komende tijd op waag. Zonder garanties op succes, zal ik tijd besteden aan het echte werk. En af en toe een boek lezen. Van het plankje Voeding.

Advertenties