Welkom in de jaren vijftig!

Het is ochtend. De jongste zoon is thuis, hij hangt op de bank. Beide baby’s huilen. Ik heb er een nacht van drie uurtjes slaap op zitten. Het regent pijpenstelen. Er is een lijstje van dingen die ik moet doen. Het lijstje is bijna beschimmeld. Ik hou afwisselend de ene baby vast tot ze rustig is en dan weer de andere. Telkens begint de baby die ik zacht weg leg weer te krijsen. Ik snak naar wat structuur in de dagen, maar de baby’s hebben nog zo veel last van hun maag-darmsysteem (krampen, spugen, …), dat ik ze niet volgens een rust, reinheid en regelmaat-plan kan beginnen leren alleen in hun bedje in slaap te vallen na eten, boeren en spelen. De jongste zoon vraagt weer om cakejes te bakken. Hij was jarig en mag morgen trakteren op school. Hij heeft zijn pyjama nog aan. Ik ook. Ik ruik mezelf, zelden een goed teken. Ik heb geen idee hoe we die traktatie  voor elkaar krijgen. Ik ben korzelig en vraag hem boven te gaan spelen. Ik heb een blaasontsteking omdat ik altijd te lang wacht met naar toilet gaan en ik heb nog niets gedronken vandaag, hoewel ik borstvoeding geef en verga van de dorst. Even later zie ik dat de jongste zoon op de trap zit met zijn handje onder zijn kin. Ik huil een uur lang met de baby’s mee. 

Real story, the story of my life as it is now. Hoe blij ik ook ben met de baby’s (en ja, ik wou dit echt zelf enal, geen nood me daar aan te herinneren), twee baby’s die last hebben van hun maag en darmen zijn best een klus, zeker als ze om de 2,5 uur eten en je daar telkens 5 kwartier mee bezig bent. Al acht weken. Dat samen met herstellen van een pittige zwangerschap en een uhm, verscheurend vlotte geboorte.

Ik zat op de bank, de tranen stroomden over mijn wangen, en ik dacht aan die moeder die haar drie kindjes gedood heeft. In een artikel las ik dat onderzocht zal worden of ze toerekeningsvatbaar was.

Ik weet niets van de hele situatie, maar na een zwangerschap waarin ik erg depressief was en nu met kleine kinderen thuis en slaaptekort, kan ik zo wel vertellen dat er een punt komt dat je uiteraard niet meer toerekeningsvatbaar bent. Over het algemeen gaat het ‘goed’, ben ik kalm en rustig en red ik het, maar het is ook gewoon pittig en soms suckt het echt big time. Ik zeg mezelf minstens één keer per dag: welkom in de jaren vijftig! – er deugt echt niets van de Nederlandse samenleving waarin mannen twee dagen verlof hebben na een geboorte en de vrouw thuis zit met het grut en het huishouden en waar kinderopvang zo duur is dat je je maar blijft afvragen waarom je terug zou gaan werken en waarin je eigenlijk alweer moet gaan werken op het moment dat je nog 3 nachtvoedingen geeft…

Ik bel snikkend naar het nummer dat ik kreeg van het consultatiebureau. Een soort vrijwilligersproject waarbij je drie uur per week een vrijwilliger kan krijgen als gezin met jonge kinderen. Ik vond dat het meer iets was voor ‘probleemgezinnen’, maar nu erken ik dat ik gewoon handen te kort heb en plan ik een intake. Drie uur per week een extra paar handen lijkt me heerlijk. Zeker omdat de Man van maandag tot donderdag werkt, dinsdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend sport en maandelijks één zaterdag weg is voor zijn hobby. Het allemaal terugschroeven is een optie, maar ik besef dat hij die dingen nodig heeft om te kunnen functioneren en mentaal en fysiek gezond te blijven. Wat ik dus bedoel is dat ik relatief veel uren met de kinderen doorbreng en als ik daar drie uur per week een extra paar handen bij kan krijgen, is het misschien niet gek.

Ik app ook de buurvrouw. Die heeft jammer genoeg geen tijd om even langs te komen. Op de klok zie ik dat het al bijna middag is. Ik tel de uren tot de Man thuis komt.

Dan maar makkelijk. Ik eet staand, beloof de zoon een lange film, geef al mijn plannen op en blijf op de bank zitten met de meisjes aan de borst.

Dat maakt het beter. Overgave aan de situatie.
Maar er zijn nog dingen die helpen.

Die douche, als alle kinderen veilig en wel gepositioneerd zijn en even niemand huilt.
Twee koppen koffie. Om die te maken moet ik de baby’s even laten huilen.
Een kop thee.
Een boek dat ik lees tijdens de borstvoeding en dat me even naar een andere wereld voert.
De poetshulp die komt en die zes manden was opvouwt waardoor de berg waar ik niet meer overheen kon zien, plots weg is.
En dan ’s avonds: een uur vragen, aan de Man. Een uur van mezelf. Waarin ik rekeningen betaal en wat dingen regel die ‘spoken’. Niet echt gezellige me-time, maar wel nodig.

Niets spectaculair dus. Tijd, zelfzorg. Kleine doekjes voor het bloeden.
Maar om een maatschappij te creëren waarin moeders niet meer alleen huilend tussen hun kinderen zitten op een doordeweekse dag, moeten we die jaren vijftig echt maar een keer achter ons laten.

P.s. Dit stuk is zeer lezenswaardig en gaf mij een zetje om de stap te zetten hulp te vragen in plaats van te denken dat ik het maar alleen moet oplossen/uithouden.