Schemer

We zijn even terug waar we vandaan komen. In een kleine studio spelen we huishouden. Zonder de Man, want die gaat gewoon werken en schilderen en reist ons pas in het weekend achterna.

Ik rijd de glooiende heuvels op en af. Het is de beste periode van het jaar om hier terug te zijn. Alles staat in bloei, het groen ruist.

Alles is vertrouwd. De kale man van de supermarkt. Het rijden door deze streek. De kakafonie van bouwstijlen. De bossen – nooit ver weg hier.

Alles is hetzelfde gebleven en anders geworden. De buurjongen heeft plots een bos haar om u tegen te zeggen. De vrienden hebben dezelfde lach, maar een ander huis. We eten pannenkoeken op een Brussels dakterras. We drinken koffie op een nieuwe Leuvense plek. We zien de jonge mama met haar heldere blik, die zo vol professionaliteit over haar baan praat. De buurvrouw van toen heeft nog steeds heerlijke koffie en een mooie blik op de wereld. We praten met de vriendinnen die al twee keer onze kant uitkwamen en waarvan ik altijd denk dat ik zo ongelooflijk blij ben dat ik hen ken. We lunchen met een vriendin die ik vroeger wekelijks zag, meermaals. Waar is die tijd plots naar toe? We gaan langs bij vrienden uit een te ver verleden, en ik weet weer waar ik vandaan kom.  En hoe groot de spreidstand is met het leven nu, in de Nederlandse stad, met de Nederlandse Man.

Ik mis de Man. De dagen zijn zo gewoon geworden, en ergens in al die gewonigheid ben ik me heel erg aan hem gaan hechten. Ik schrik er bijna van hoe erg ik gehecht ben aan die Man die ik zelf niet had kunnen verzinnen. De Man zonder praatjes. De Man die elke dag op hetzelfde uur thuis komt. De Man die goed is in de dingen die hij doet. De Man die met de kinderen stoeit ’s avonds. De Man waar ik om heen sluip omdat ik leer hem zacht te benaderen.

Er zijn ook dutjes. Uren op bed omdat het te veel is. En nu is de avond gevallen. Schemer stijgt op uit de velden rondom. Alles doet pijn in mijn lijf. Ik lonk naar de fles roosvicee ferro. Mijn buik bolt en beweegt. Soms denk ik dat ik de meisjes niet genoeg voel. Soms doen hun bewegingen pijn. Ik kijk op tegen de nacht, want de nacht brengt meestal kramp, maagzuur, tintelde armen, gepieker en slapeloosheid. Ik weet dat alles wat hapert in mijn hoofd komt omdat ik al een hele tijd geen goede nacht meer heb geslapen. Dat het wel goed komt.

Toen ik doodziek met Kerst op het werk was, had een collega van een andere afdeling haar tweeling verloren. Het waren twee jongetjes. Ze hebben niet geleefd buiten haar buik. Tijdens de kerstviering zaten haar collega’s er verslagen bij. Mijn buik bolde al, ik wist al dat er twee kindjes op komst waren, ik wou me verbergen om niemand pijn te doen.
Op zaterdag koop ik ‘mijn krant’, De Standaard. Laatst knipte ik daar voorzichtig het stukje van Eva Mouton uit, over haar tweeling. Geboren en gestorven. Ze was slechts enkele weken minder ver dan ik. Ik volgde haar blijdschap en voelde me er natuurlijk erg mee verbonden, hoewel we in een ander schuitje zaten. En nu gaat er geen dag voorbij zonder dat ik aan haar schuitje denk. Het maakt me tegelijk nederig, dankbaar, intens verdrietig, kwetsbaar. Ik had het hen zo anders toegewenst.

Vaak durf ik niet geloven dat ze echt komen. Maar ze zijn er al. Als de Man zijn hand op mijn buik legt, zwemmen ze naar hem toe. Vooral de dame rechts is nogal dol op haar vader en reageert met uitbundig getrappel op zijn hand. Misschien heeft ze ook gewoon meer plek. De dame links ligt al tijden met haar hoofdje naar beneden, klaar om eerst op de wereld gezet te worden. Haar bewegingen zijn wat bedachtzamer en spaarzamer.
Ik wil het lot niet tarten. Maar op een dag zit ik toch naast de Man die het koopcontract van de zevenzitter tekent. Het flitst door mijn hoofd dat ik hoop dat de plekken ooit echt gevuld zullen zijn. Plots kan ik me ook voorstellen hoe we de kindjes meenemen uit het ziekenhuis, de maxi cosi’s in de auto klikken, op weg gaan, thuiskomen met hen. De tranen prikken. Het wiegje is slechts een paar muisklikken verwijderd. Maar durf ik het? Wat als het, of de helft ervan, leeg blijft? Idem voor de stoeltjes, de IKEA-bedjes, de maxi-cosi’s. Waarom zou het mis gaan? Waarom zou het zomaar goed gaan?