To be honest

Het is herfst. Ik ben 6,5 week zwanger.
Ik ken genoeg mensen die niet zwanger kunnen worden of een kindje verloren zijn. Ik heb erg naar dit kindje verlangd, zeker na de miskraam van vorige herfst.

En toch, om eerlijk te zijn, voel ik me heel erg moedeloos.

Ik ben misselijk. All day long. Liefst wil ik op de bank liggen en niets doen. Ik ben wanhopig over het werk van deze week, en zeker over het moment waarop ik voor 150 mensen moet praten. Hoe ga ik contact met hen maken als ik niet eens contact met mezelf maak? Ik ben doodmoe. Alles kost me duizendvoudig veel moeite.
Er is gedoe met eten. Het is alsof de misselijkheid alles besmet. ’s Middags eet ik risotto met smaak. Aha, denk ik. Dit ligt stevig genoeg op mijn maag, en kan ik aan qua textuur (geef me vooral geen boterham), dus ik zet het restje klaar voor morgen. Als het dan eenmaal morgen is kan ik nog niet aan de risotto denken. Idem met de soep die ik ’s avonds met mijn laatste krachten maak, om ze als een soort opkikker-ontbijt te kunnen drinken. Ik kan amper in de buurt van de koelkast komen omdat ik weet dat de soep daar in staat. Ik heb crackers in mijn tas voor onderweg, maar ook die zijn besmet met mijn misselijkheid en als ik het papiertje nog maar hoor kraken, word ik al ziek.

Mijn werk geraakt in het slop. En het is al zo moeilijk voor me het onder controle te houden. Mijn zelfbeeld krijgt een deuk. Alle goede voornemens (naar buiten! Bewegen! yoga! gezond eten!) lossen op in de lucht. Ik kan geen aanrakingen van de Man verdragen. ’s Nachts word ik ziek wakker en slaap dan verder op de bank om hem niet te storen. Ik kan de geur van mijn eigen kleding niet verdragen. Ik kan geen muziek verdragen. Ik wil alleen maar op de bank liggen en series kijken. Er liggen stapels was in het huis. Het oud papier stapelt zich op. De koelkast is leeg. Ik weet niet hoe ik de Sinterklaassnoep moet gaan kopen in de Albert Heijn zonder kokhalzen. Regelmatig gulpt er een zuur restje van mijn laatste maaltijd terug, en dan voel ik me zo vies.

Het is alsof ik enorm gedeprimeerd ben. In een soort spaarstand ben gegaan om deze periode door te komen. Mijn hoofd snapt het, maar de depressieve gevoelens, de moedeloosheid, de wanhoop, ze zijn er toch. Ik weet ook dat ik dankbaar moet zijn en dat ik dat ook ben, maar ik voel me vooral een hoopje misselijkheid met een handtas vol spuugzakjes en een hoop werk dat ik nooit gedaan krijg.

En natuurlijk hoop ik dat het gewoon goed gaat en dat dit kindje blijft zitten en liefst nog dat het er twee zijn. En ik herinner me ook dat ik een kwartier na de geboorte van de kleine Man plots weer mezelf was en dat al die verdrietige depressieve gevoelens opklaarden. Maar nu. Nu zijn ze er. Het is onbetamelijk dat ze er zijn. Het is supervroeg om al zo ziek te zijn. Maar ik kan er echt niets aan doen. Enkel de dagen doorkomen. As good as it gets.

 

P.s. Ik las dit en was erg blij met de eerlijke tekst. Het is zo’n taboe om in ‘gezegende toestand’ te zijn, maar je alleen maar erg slecht te voelen. De reden dat ik er over schrijf, is omdat ik eerlijk wil zijn. En ik wil eerlijk zijn omdat ik me zelf nog meer verloren voel door al die happy zwangerschapsblogs. Ik voel me een mislukkeling als ik in het park een bootcamp van zwangere vrouwen voorbij zie stormen die harder rennen dan ik kan als ik niet zwanger ben. Soms is het niet happy & shiny, maar meer een kwestie van overleven, de dagen aftellen, de nachten doorkomen.