Hoe laat het is

(geschreven in de herfst)

Hoe laat het is, vraagt hij, als ik de slaapkamer weer binnen kom.
Vijf uur, zeg ik. En ik ben zwanger.
Het blijft even stil in het donker. Daarna slaat hij zijn armen om me heen en liggen we samen wakker.

Even terugspoelen naar de avond van tevoren.
Ik ben huilend terug gereden van het werk. Ik ben doodmoe van al meer dan een week ’s nachts wakker te liggen. Mijn borsten staat op ontploffen. Mijn buik rommelt. Ik vrees dat ik weer ongesteld ga worden en ik heb een crisis waar ik later op de avond ook zelf even mee moet lachen. Ik ga met hangende ogen en schouders de deur uit, leve koopavond, om progesteroncreme, want als ik een PMS heb van dit formaat, moet er dringend iets aan gebeuren. (En dan heb ik het even ook niet over de constipatie enzo gehad.) Anyway, ik had het kunnen weten, maar ik weet het pas om vijf uur ’s ochtends op vrijdag als het tweede streepje heel langzaam en schuchter inkleurt.

En dan is er een rare mix van blijdschap en angst. Blijdschap om wat dat streepje betekent en angst om het weer kwijt te geraken. Ik besluit om niet bang te zijn. Mijn lijf werkt behoorlijk hard voel ik, om zwanger te zijn. Maar ondanks dat zijn er ook dagen waarop ik twintig keer per uur naar toilet loop om te kijken of er bloed is.

Nog 7 weken voor we aanmeren bij ‘safe’ en ‘legitiem blij’.

En dan nog. Legitiem blij. Ik ken te veel mensen waar het geen mogelijkheid is (geworden), en waar verdriet is. Ik ben een overloper. Eerst was ik alleen en behoorlijk in trouble, en nu ben ik happy met twee. Ik ben niet vergeten hoe het voelde aan de overkant, maar ik kijk er nu wel vanuit een luxe op terug. En eerst was ik verdrietig en ziek na een heftige miskraam en daarna nog een heel vroege, en nu ben ik zwanger en ontploffen mijn borsten. Ik weet nog hoe het verdriet voelde, maar ik ben intussen wel aan de overkant. Vooralsnog.

Soms is blijdschap erg complex.