Overschot

Het is avond. De Man en ik hebben een nieuw bed. Enerzijds was zijn matras zo hard dat mijn tepels er pijn van deden als ik op mijn buik sliep, anderzijds was een energetisch zuiver bed ook wel fijn. Dat is een beetje een grapje, maar ik had menig voorgangster. Waar ik niet zo hard over nagedacht had, tot er een keer een stukje ondergoed van onder het bed tevoorschijn kwam in een soort lade waar een vacuüm getrokken dons in verpakt zat. Er gingen minstens drie namen door mijn hoofd van wie het had kunnen zijn, en toen keek ik naar het bed met verschrikte ogen en heb ik de rest van de avond buikpijn gehad en een iel stemmetje. Ok, onnozel, I know. Maar nu hebben we een nieuw bed, helemaal van ons, met een matras die uitgekozen is op tepelcomfort. Het bed is groter dan ons vorige en het lijkt wel een eiland in de kamer en dat is schoon.

Ik lig met mijn hoofd op de Man zijn buik op het eilandbed. De jongens smoezen nog wat in de kamer ernaast.

Ik denk aan het wandelingetje met de buurvrouw/vriendin waar ik even soep bracht (gemaakt naar een geweldig recept uit Thuiskomen, waarover later meer. Dorien, het boek is geweldig. Dank, dank, dank, pluimen en confetti!).

Ik dacht aan de buurman die oppas had aangeboden zodat de Man en ik eens naar de film kunnen waar hij wildenthousiast over is. Hij is de buurman, niet de Man. Zou die het vermogen tot wildenthousiast hebben?

Ik denk aan het voorlezen net, met vier in het eilandbed. Ik had ‘Heidi’ van onder het stof gehaald, het boek dat ik als jong meisje keer en keer verslonden heb over Heidi in de bergen. En hoe leuk het is als je je kinderen iets kan geven van wat je zelf vroeger leuk vond. (Ze moesten er vooral mee lachen, terwijl het natuurlijk een heel serieus verhaal is. Anyway. Niets voor jongens.)

Ik denk aan de Man die vanmiddag naar de film ging met de mannen zodat ik even kon werken.

Ik denk aan het goede eten dat ik vandaag gemaakt heb. Voedzaam en gezond. De soep van Dorien, alles uit de oven van Mme en gebakken patatjes en vegetarische ballekes en perfect gegaarde wortelkes. Niets speciaal, wel gewoon goed.

Ik denk aan de vriend in trouble die ik nog moet bellen, en dat ik me geen uitgewrongen vod voel maar gewoon in staat ben dadelijk de telefoon te nemen en het niet zo leuke gesprek te voeren.

Ik loop door het huis en er staan bloemen op mijn werkkamer en bloemen op de eettafel en een roos naast het nieuwe bed.

En dan denk ik: ik ben erdoor. Door alle vermoeidheid en eenzaamheid en armoede en pijn. Een vrouw die goed eten kan maken en bloemen in huis zet, die heeft overschot.