Groeipijnen

De Man en ik hebben wat groeipijnen gehad de laatste maanden. Afstand, nabijheid, verwachtingen, teleurstellingen. De dingen van vroeger die plots heel aanwezig blijken te zijn.

Het was leerrijk. Ik heb blijkbaar een soortement innerlijke paniek als ik te veel tijd alleen met de kinderen doorbreng omdat dat mij vroeger te veel was. En hij heeft blijkbaar soms eens een doel nodig waarvoor hij enigszins uithuizig is (lees: trainen voor een marathon). Ik verwacht blijkbaar dingen als vanzelfsprekend, terwijl hij de verwachtingen liever uitgesproken ziet. Mijn liefdestaal is een pak explicieter dan de zijne (ik zeg lieve dingen, ik benoem hoe blij ik ben, ik knuffel graag), hij wil liefst dat alles gewoon goed gaat en niet te veel tralala. O, wat ben ik een vat vol tralala.

Op een kinderloze avond duiken we de diepte in met praten. En het lukt. In plaats van verwijten (jij doet dit wel of niet), vertellen we elkaar over onze pijnplekjes. In plaats van zijn intensieve trainingsschema te hekelen, vertel ik hem plots dat ik altijd bang ben dat ik te weinig ben en te weinig krijg. En hij vertelt me dat hij verdriet uit het verleden te verstouwen heeft en dat dat al gebeurd had moeten zijn en ik zeg ‘m dat het mij niet kan schelen, dat het van hem is en dat het zijn proces is. Natuurlijk kan het me schelen, maar ik kan er niet meer boos of gekwetst om zijn.

En zo praten we en is er begrip en kwetsbaarheid en liefde.

Wie had gezegd dat het makkelijk zou zijn? O ja, niemand.
Blijkt dat het toch altijd weer je eigen werk doen is, een lief hebben. Je eigen innerlijk werk opknappen, een betere versie van jezelf worden, de scherpste kantjes er af veilen. En nederig zijn. En dankbaar om wat er is.

Zo.
En dan zijn er weer de dagen.
De dagen dat ik vroeg moet vertrekken en dat ik hem achterlaat, op de grond zittend met de kleine zoon, een spelletje van Jip en Janneke spelend. Ik zou het moment ingekaderd hebben en ik ga zo gerust weg, zo ongelooflijk gerust en gelukkig.

En dan zijn er weer de dagen. 
De dagen waarop we ’s avonds wat knorrig en suffig op de bank liggen, en een bakprogramma kijken. (Ik? Yes.) En dat het gewoon goed is zo.

En dan zijn er weer de dagen.
De dagen waarop we negen kilometer gaan wandelen door de duinen en praten en twee regenbogen zien en een hert en een kudde paarden en dat ik denk dat ik uit elkaar spat van geluk.

En dan zijn er weer de dagen.
De dagen waarop ik wil dat het altijd zo blijft.
Alle dagen van mijn leven.