Erbij zijn

Het is weekend en we hebben een discussie. De Man en ik. Again.

Het hele thema is ‘erbij zijn’. Je hebt je eigen noden, en er is het clubje. Daartussen laveer je permanent.

Op zaterdagmiddag gaat de Man rusten. Ik zet de kinderen in de bakfiets en ga naar een landgoed waar we de meest spectaculaire herfstwandeling ooit maken. Uiteraard heeft dit een hele context en voorgeschiedenis, maar ik ben niet zo blij met de afwezigheid (mentaal en fysiek) van de Man. En daar krijgen we ruzie over.

Mag hij dan niet kiezen wat hij doet?
Tja. Ja. Hij moet over zijn eigen behoeftes waken etc etc.

Maar toch denk ik dat het belangrijk is er in een bepaalde mate bij te zijn, in het leven. En dat confronteert me ook met mezelf. Mijn introverte en gevoelige ik wou zaterdag ook liefst even lekker in bed, even alleen zijn. Omdat hij het deed, was er geen optie voor mij. Dus ik bleef er bij, en werd beloond met twee happy kinderen, natuurpracht, een mooie herinnering. Ik denk dat het juist was om er te zijn, op zaterdag. In het moment. Bij hen. Hoewel mijn hele neiging was mijn kussen over mijn hoofd te trekken en wat te gaan bekomen van de week.

Erbij zijn is best moeilijk voor mij. Ik sta in de badkamer, poets mijn tanden en realiseer me dat dat het probleem was met mijn werk het voorbije jaar. Ik was er niet. Ik was er niet bij. Fysiek en mentaal niet. Als het enigszins kon, werkte ik thuis. Er zijn is een keuze, vraagt dat je dingen doet die tegen je gevoel ingaan (liever lekker thuis dan in de vreselijke kantoortuin), maar ik denk dat het heel vaak het juiste is om te doen. En dat het ook wel loont.

Ik ben gevoelig en introvert, snel overprikkeld. Dus er zijn is best moeilijk voor mij. In vriendschappen, in contacten, in werk, in relatie, in moederschap. En toch, toch denk ik dat het essentieel is om me daarin te oefenen. Ik hoef niet overal bij te zijn, ik kan keuzes maken. Maar in de essentiële dingen moet ik er leren zijn. Met mijn hart.