Het moet echt

Hoe laat hij thuis is, vraag ik langs mijn neus weg.
Negen, zegt hij.

Als hij thuis komt, sta ik klaar.
Moet het echt nu, vraagt hij.
En: het is al laat.
Het wordt donker.
Is het wel een goed idee?

Het moet echt, zeg ik.
En daar ga ik.

Hoe is nog elke keer doorbijten.
Ik wou dat ik al veel verder stond.
Langer, sneller, beter.
En het is allemaal peanuts in vergelijking met het veelvoud dat hij doet per week.
Maar ik loop mijn vijf kilometers van de dag.

De muziek pompt in mijn oren.
Ik loop rechtop, schouders recht.
Een gevoel van power.
En tegelijkertijd de minuten aftellen, dat dan ook wel weer.

Thuiskomen.
Lachen. Wie had dit ooit gedacht van mij?
In het begin haatte ik de Man soms heel stiekem omdat hij mij tot hardlopen aanzette. Elke rondje was een kwaad rondje. Ik vertel het hem. We lachen.
Ik denk: morgen meer. En: was het maar alvast zo ver.

Advertenties