Plus êtes en vous – maar moet het er uit?

In de jaren als single mom was ik allerlei dingen. Moe, bezorgd, bij momenten wanhopig en gestresst, maar toch ook zeer vaak gefrustreerd. Ik had gestudeerd, ik had een leuke baan, ik was beginnen werken als zelfstandige in bijberoep en ik had meestal nog wel een hoofd vol ideeën voor dingen die ik meer of beter kon doen. Er kon nog wat ontwikkeld worden, zowel voor mijn gewone baan als voor mijn bijberoep. Als ik maar eens tijd en energie had, want daar ontbrak het me permanent aan.

Intussen is er wat meer tijd en ietsje meer energie, alhoewel ik nog steeds niet in mijn volle kracht ben. Ik heb net, maanden na het verhuizen, de nog niet geheel ingerichte werkkamer in gebruik genomen. Ik zoek een boekje in mijn nieuwe boekenkastjes, en vraag me af of het hier zal gebeuren. Zal ik hier mijn ideeën ontwikkelen, mijn plannen niet alleen smeden maar ook tot uitvoer brengen? Ik lijk al jaren te verzamelen. Kennis, inzicht, ideeën, inspiratie. Maar daar blijft het precies ook bij. Een verzameling van potentieel.

Tegelijk denk ik: moet dat dan? Moet je er het maximum uit slaan? Moet al dat potentieel gerealiseerd? En waarom? Moet het nu? Ja, ik heb net een fantastische opleiding gevolgd van waaruit ik tools heb om een eigen praktijk op te zetten. Ja, ik heb ideeën voor meerdere boeken. Ja, ik heb aanknopingspuntjes, hier en daar, voor samenwerkingen. Maar moet alles wat kan?

Gisteren had ik mijn vrije woensdag. We sliepen in het grote bed terwijl de man al uren zat te werken op kantoor. Pas om 10u30 stuurde ik hem een slaperige foto van zijn kleine gezinnetje verkreukeld tussen de lakens. We zouden naar zee gaan, maar er waren kindjes in de gedeelde tuin en daar moest mee gespeeld worden. Op een bepaald moment zat ik wat offertes te maken met allemaal jongetjes uit de buurt (waarvan ik hoopte dat ze konden aangeven wanneer ze naar toilet moesten) op de grond rondom mij met kleine autootjes en mijn kleinste jongetje wanhopig smekend of iemand mee wou werken aan zijn treinspoor. Ik liet hem koekjes uitdelen, ik schonk roosvicee en haalde doekjes voor mondjes. We lunchten in de tuin, ik deed wat huishoudelijk werk en daarna brachten we het afval weg, gingen we naar de supermarkt en een ijsje eten, om daarna weer in de tuin te belanden met ouders van andere kleintjes en te praten, over werk en leven in de stad en parkeerplaatsen. Aan de zee zijn we alweer niet geraakt. Samen met de man gingen we naar de buurtbbq en ik dacht heel de tijd: mijn leven is precies alles of niets, en nu heb ik alles. We praatten met de buren, ik kon weer geen enkele naam onthouden, aten vegetarische burgers, dronken wijn waar we de hele nacht nog brandend maagzuur van zouden hebben, terwijl het springkasteel op een bende vuile happy kindjes met knalrode kopjes paste. De kinderen aten vooral watermeloen wat volgens de schijf van vijf geen avondmaal is, maar who cares, morgen beter.

Na kinderbedtijd was ik zo moe, hoewel ik niets slims gedaan had, niets intellectueels, niets ontwikkelachtig. Ik lag op het grote bed en hoorde de man praten met een poes die ons huis was binnen gedrongen en overtuigd moest worden het huis weer te verlaten. Ik luisterde en glimlachte, want wat was hij leuk om te horen in gesprek met de kat.

En daarna sliepen we, een hele warme nacht lang. Af en toe gewekt door het maagzuur of een meeuw.

Er zijn nog zo veel ideeën in de lucht, een zolderkamer vol boeken die gelezen kunnen worden, boeken die geschreven kunnen worden, perspectieven die geopend kunnen worden, dingen die ik met elkaar kan verbinden tot een kloppend geheel. Maar nu vraagt het leven geleefd te worden, en mijn hoofd even on hold te zetten. En dat is nog nooit zo goed gelukt als hier & nu. Hier & nu. Hier & nu.

Advertenties