Hoofdzaken

Door omstandigheden heb ik effecten van een medicament dat mijn gevoel afzwakt. Het is hoogst onaangenaam, maar ook erg leerrijk.

Ik ben niet gelukkig. Ik voel niets. Ik proef niets. Ik ruik niets en ik heb geen eetlust. Maar ik kan gewoon aan mijn pc gaan zitten, het knopje in mijn hoofd omzetten en werken. Het werk doet me niet veel, waardoor ik het vrij moeiteloos kan doen. Als je niets voelt en het allemaal niet zo belangrijk vindt, kan je alles gewoon even ‘processen’. Met zorg, maar zonder al die angsten en gevoelens en twijfels.

De man en ik praten er over. Hij vertelt me dat zijn hoofd vaak zo werk. Dat hij verbinding en betekenis kan verliezen, maar wel heel goed kan functioneren. Ik weet dat, maar ik had nog nooit gevoeld hoe dat is. Het leert me zo veel over hoe onze relatie werkt. Ik spat uit elkaar van het gevoel, en hij is dedicated zonder meer, maar voor hem is het minder intens, minder diep, minder geladen, maar dus ook wat rustiger (denk ik).

Nu ik in deze staat ben (uiteraard stop ik met het medicament, dit was niet het gewenste resultaat), kan ik heel goed zien waar ik last van heb. Namelijk: intensiteit van mijn beleving, all over. Alles betekent veel voor me, alles is belangrijk. Ik voel zo veel, altijd en overal.

Dat maakt me een intense moeder en een intense partner en een intense werknemer, maar dat zorgt er ook voor dat ik doodmoe word en zo veel voel, denk, twijfel. Alles doet ertoe, dus elke beslissing, elke mail, elk bericht, alles is belangrijk. Zo kan je natuurlijk niet leven, en ik ben al een tijdje tussen mijn eigen spaken gedraaid.

Maar zoals dit kan ik ook niet leven. Moe word ik er niet van, maar alles wat mooi is, leuk, betekenisvol, waardevol, is weg.

Ik kijk terug en zie dat ik zelfs in periodes dat het heel moeilijk was, een overdaad aan voelen had. Ik kan me goed voorstellen – na gesprek met de Man – dat de gevoelloze staat waar ik nu in verkeer een heel goed beschermingsmechanisme is dat je lichaam zelf in gang zet als iets te intens is, pijn bijvoorbeeld. In deze staat kan je functioneren, heel nuchtere beslissingen maken, doen wat moet gebeuren. Alleen voel je er niets bij. Deze staat had me enkele jaren terug wel goed van dienst kunnen zijn om een periode te overleven waarin ik door de intensiteit van mijn eigen verdriet en boosheid bijna knettergek werd.

Een vriend laat me weten dat hij me graag terug wil zien. Ja, denk ik. Dat begrijp ik. Maar heel nuchter denk ik ook: ik moet nu even binnen mijn eigen grenzen leven, en daar hoort een afspraak waarvoor ik heen en terug meer dan 400 km moet rijden absoluut niet bij. Dat kan ik nu heel goed zien en gewoon communiceren.

Dit is waar de man mij vaak mee helpt, als ik weer een wirwar heb aan verwarringen, twijfels en gevoelens. Hij kan heel goed helder zien en zeggen wat ik wel of niet moet doen om het zo simpel en effectief en gezond mogelijk aan te pakken. Vaak is dat een opluchting voor mij, maar tegelijkertijd wordt het leven ook erg kaal van deze zakelijkheid, nuchterheid.

Deze staat gaat over. Ik hoop dat het uren zijn. Misschien dagen. Ik weet hoe het komt dus ik hoef me geen zorgen te maken. En tegelijkertijd is het een soort van vakantie van mijn intense zelf. Wist ik de weg maar naar het gezonde in between.