Vastgeklonken

Alain de Botton heeft met zijn ‘Weg van de Liefde’ een schitterend boekje geschreven. Over liefde. Ik heb het in één ruk uitgelezen op een woensdagmiddag. Omdat ik zo veel gelezen had, was er geen tijd om te koken en moesten we ’s avonds een boterham eten.

Het boek beschrijft een relatie, van het prille en verliefde begin tot en met ergens ver in het huwelijk na talloze misverstanden, internetchatrooms en een kapot gegooide stoel. Alain bouwt het lief op, kleedt dan de romantische liefde voorzichtig maar treffend helemaal uit. Om op het einde iets te beschrijven dat beter is dan die romantische blinde verliefdheid die voor veel mensen inderdaad bitter eindigt.

Wat hij wel biedt kan ik niet goed omschrijven, maar is een soort van ‘dan nog’. Zelfs al ben jij niet perfect en ik niet, zelfs als gaan we elkaar verdriet doen en fout verstaan, dan nog, dan nog wil ik dit. Niet omdat jij alles voor mij zal zijn en niet omdat ik geloof dat ik alles kan zijn dat jij nodig hebt, maar net met het besef van mijn en jouw imperfectie en dat het een geklungel gaat worden en een mijnenveld met teleurstellingen en fouten. Met jou wil ik het mijnenveld in en wil ik elke dag mijn best doen om te ontmijnen wat ontmijnd moet worden. Geef me je hand, we wagen het er op.

Ik ben gelovig, niet heel kerkelijk, en ik denk telkens weer aan de trouwbelofte. Elkaar liefhebben en waarderen. In goede en kwade dagen. Ziekte en gezondheid. Armoede en rijkdom. Voor het eerst heb ik een relatie waarin ik dit graag wil en voel dat ik het kansrijk is. Misschien zijn de woorden banaal geworden, maar ik vind de belofte bijna bovenmenselijk. Het is helemaal niet romantisch. Het is een ja, een ‘dan nog’.

Ik dacht vroeger dat ik angstig én vermijdend gehecht was. In de beginperiode met de Man en zeker met die onverwachte zwangerschap, ging ik dood van angst omdat ik bang was dat hij me in de steek zou laten, en schermde ik heel de tijd met ‘ik kan het ook alleen hoor’ om hem op afstand te houden. Doodvermoeiend, we geraakten helemaal in de knoop. Er was vanalles waar ik op ‘flipte’. Dat hij meer verdiende dan ik (ik was bang afhankelijk te worden en om mijn goesting te verliezen om te werken en te presteren), ons leeftijdsverschil, onze verschillende manier van in het leven staan, … Man bleef kalm en betrokken en bleef telkens het geheel voor ogen houden: ons clubje. Het gaat voor hem niet om zichzelf of om mij, maar om het clubje dat we vormen met de kinderen en nog enkele mensen die dicht bij ons staan. Hij houdt het clubbelang voor ogen en ziet dingen in het licht van het clubje. Geld is niet van hem of van mij maar van de clubkas, en in het licht van de club is het best dat we de dingen zo regelen dat niemand overkop gaat van stress en vermoeidheid, maar dat de taken en verantwoordelijkheden goed verdeeld zijn. Dat is geen afhankelijkheid van de ene partij ten opzichte van de andere, dat is erkenning van het geheel waarin alles met alles samen hangt, iedereen wat brengt, iedereen wat haalt, maar waar het ook pas goed gaat met de club als het goed gaat met elk clublidje.

Ik bleef spartelen. En toen kwam die vreselijke avond van de miskraam in het ziekenhuis. Omdat ik niet meer op mijn benen kon staan, reed de Man me in een rolstoel buiten. De peuter zat op mijn schoot. Hij nam ons mee. In de auto flakkerde mijn vermijder nog even op en vroeg ik of hij ons wel echt wou meenemen. Hij werd erg boos en ik werd bang. Ik zag dat hij zijn best deed om in de situatie verstandig te zijn en voor ons te zorgen. Ik huilde een tijdje en daarna werd het stil in mijn hoofd. En ik was blij dat ik een man had getroffen met zetelverwarming in de auto. Een miskraam doet pijn.

Hij nam me mee en zorgde voor ons. Niets spectaculairs. Hij werkte thuis zodat ik niet alleen was. Hij maakte mooie cappuccino voor me, wandelde met ons door de stad ter afleiding, probeerde me af te leiden en te troosten.

En toen was het beklonken. De vermijder en de angsthaas in mezelf zijn getemd. ‘Ik versus hem’ ging uit mijn hoofd. ‘Wij, het clubje’ kwam er in. We horen bij elkaar. Hij toonde dat hij me liefhad, waardeerde en voor me zorgde, in behoorlijk kwade dagen. En dat had ik blijkbaar nodig.

Om te verhuizen moeten er wat juridische dingen geregeld zijn. Laatst vroeg hij aan de telefoon of het helpt als hij met me trouwt.
‘Is dit een aanzoek?’ vroeg ik. We lachten. Mijn buik werd warm. We maakten grapjes over het romantische gehalte van zijn verzoek (zijnde: nihil). Later die avond sprak ik opnieuw met hem, en vertelde ik hem hoe romantisch ik zijn onromantisch aanzoek vond. Van iemand die voor zichzelf geen ambitie heeft om te trouwen, was de vraag groots en lief en heel veelzeggend. En ik, ik zeg ja.

Post Scriptum
Geen plannen so far. Ik ben niet zo van de pragmatiek. Ik trouw liever niet omdat het moet. 🙂

 

 

 

Advertenties

9 gedachtes over “Vastgeklonken

  1. Mooi ! Ik las ooit eens een tekst van Osho over een tribunaal waarvoor je verscheen om te mogen trouwen (ipv het gemak waarmee mensen trouwen en dan daarna nr de rechtbank moeten om te mogen scheiden) .Een beetje het omgekeerde verhaal: waarin geliefden laten zien hoe ze door al die hindernissen , valkuilen, confrontaties, bespiegelingen, banaliteiten, … komen en het tribunaal beslist of ze al mogen trouwen of nog een rondje moeten gaan…. Ik vond dat erg mooi eigenlijk, en jouw tekst doet me er op een manier denken.

  2. Mijn scheiding was niet mijn keuze, ik zou zelf nooit die beslissing genomen hebben, ik ben groot gebracht met wat je begint maak je af , hoe dan ook. Maar mijn ex nam de beslissing voor mij door vreemd te gaan en te kiezen voor die relatie. Was het wat ik wilde ?, in eerste instantie niet, maar achteraf denk ik, gelukkig heeft hij dit gedaan, al was het eerlijker geweest als hij eerst bij me weggegaan was voor hij met een ander verderging, maar de scheiding op zich heeft me veel gebracht, zelfstandigheid, de vrijheid om mijn eigen keuzes te maken en niet meer bestaan om de ander te plezieren, maar mijn eigen geluk op de eerste plaats te zetten. En ik realiseerde me na de scheiding dat ik niet uit liefde getrouwd was, maar uit een hang naar zekerheid.

  3. Zo mooi dit. Jaloersmakend mooi, vanwege het zelf missen. En vertrouwengevend mooi, dat het dus gewoon kan. En bestaat. En kan komen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s