Ver weg

Dit stukje is geschreven in de winter. Ik besluit het na een gesprek met andere single moms te laten staan. Ik heb zelf geen troost of tips nodig, intussen is de situatie opgelost. Maar ik vind het nog wel een beetje mijn taak te getuigen van de onderbelichte zorgen van de ouder die er alleen voor staat met onze huidige maatschappelijke structuren, eisen en organisatie. Laten we alsjeblief een wereld creëren waarin deze wanhoop en uitputting niet meer nodig zijn! In Amsterdam zag ik laatst een soort huis voor alleenstaande ouders, waar ze kunnen verbinden. Blijkt in Nederland wel meer te bestaan. Mooi! Maar ik wil zo graag een samenleving waarin dit soort huizen en netwerken overbodig worden.

{Winter}

Het gaat niet al te best. Om eerlijk te zijn.

Het is winter. Het vriest. Het is koud.

De kleine zoon is ziek. Alweer weken. Of maanden. Hij gaat meer niet dan wel naar school. Hij is vermagerd en verzwakt. Deze week zat ik met hem in het ziekenhuis en werd hij in twee armen geprikt. Ik moest hem tegenhouden terwijl de druppels bloed in het buisje vielen. Ik probeerde wanhopig zijn aandacht naar het beduimelde boekje van Sneeuwwitje te verplaatsen.

Ik ben totaal out of control. Ik heb twee banen, een huishouden, twee kinderen, vier babysits en een lief. Ik krijg het niet meer geregeld. Mijn babysits laten het afweten. Voor mijn twee banen kom ik op vijf dagen tijd aan vijf werkuren. Vijf. Alles hoopt zich op. Ik ben in de vreemde combinatie van wilde paniek en totale uitputting.

Elke dag kijk ik uit naar de avond. Want dan drink ik drie koffies en neem ik een pilletje en kan ik vier uur werken. Of vijf! En het huishouden aan de kant! En de kleedjes en een brooddoosje voor morgen klaar!
Maar als ze dan eindelijk in bed liggen, ben ik leeg en op en moe en huil ik op de bank en ga dan slapen. Morgen beter, dacht ik een aantal avonden op rij. Nu denk ik zelfs dat niet meer.

De nachten breng ik door met teentjes in mijn neus. Twee kinderen die langs beide kanten zo dicht mogelijk willen liggen. Medicatie toedienen om drie uur of om vijf uur. Bekertjes water halen, slaapdronken. Eén keer, twee keer, drie keer per kind per nacht. Ik snak naar privacy, naar even niet ten dienste staan van. Ik wil alles en iedereen van me afmeppen, en weglopen. Ik ben zo oververzadigd van fysieke nabijheid. Ik wil alleen zijn, alleen, alleen. Ik wil gerust gelaten worden. Ik wil mezelf voelen. Ik wil voelen of er nog een mezelf bestaat.

Ik vind het ouderschap onmenselijk. Er blijft niets meer van me over. Ik ben iemand geworden die altijd moe is en geen energie en moed meer heeft. Ik ben iemand geworden die zeurt. Ik ben iemand geworden die geen afspraken meer nakomt, de boel laat versloffen, geen telefoontjes meer beantwoordt, geen mails leest, geen deadlines haalt. Ik heb een enorme drive voor mijn werk, om aan mezelf te werken, om dingen te lezen, doen, uit te zoeken die me boeien. Maar ik ben aan handen en voeten vastgebonden en ik ben woest gefrustreerd. Of ik volgende week naar kantoor kom? Wie zal het zeggen. Of ik nog eens iets ga afwerken? Wie weet. Ik ben zo kwaad, ik voel me vermorzeld.

Het werd tijd dat ik de berg eens te lijf kon gaan, maar in deze lege dagen met het zieke kind en de hele zooi, groeit de berg alleen maar. De berg met spullen, met taken, met mails, met verwaarloosde vrienden, met ongeopende post. Noem het maar. En ik? Ik word steeds kleiner. Alsmaar kleiner en kleiner. En ik krijg een hekel aan mezelf, want ik ben noch een lieve moeder, noch een fijn lief, noch een betrouwbare werknemer, noch een attente vriend. Ik ben niets meer van wat ik wil zijn.

Soms doe ik een poging om de berg te lijf te gaan. Dan maak ik plannen en voornemens. Maar de energie ontbreekt om ze uit te voeren en dan belanden de plannen en voornemens op de berg, bij al de rest. Nog meer mislukking. Plannen. Het is al niet mijn sterkste kant, maar het is ook zinloos. Elk plan dat ik de voorbije jaren heb gemaakt is gesneuveld door een ziek kind, een woedebui van een kind, een gebrek aan energie, een file, een idiote ex, … Leve de bullet journals, productiviteitsapps, zelfhulpboeken. Maar die zijn niet voor alleenstaande ouders gemaakt. Elke keer als ik weer een app heb geïnstalleerd waarmee het nu toch echt moet lukken, of een boek heb gelezen dat ik ga toepassen, voel ik me nog ellendiger omdat ik er weer niet in slaag.

Ik zie andere mensen. Met energie en levenslust en plannen en verwezenlijkingen. Ik heb een stapel boeken klaar gelegd die ik wil lezen om mezelf te voeden. Ik heb takenlijstjes. Ik heb schriftjes vol plannen en ideeën. Ik heb voornemens, soms nog een keer.

Als tip lees ik ergens elke avond het meest waardevolle moment van de dag te benoemen. Retrospectief leg ik mijn vinger elke keer op een moment met of van de jongens. Maar in de momenten zelf zijn mijn benen slap, voel ik me belabberd en wil ik alleen maar weg. Ver weg.