Ook prinses heeft genoeg gezwegen

O ja, ik ben in winterslaap. Maar ook ik zwijg niet meer. #Genoeggezwegen

Met een boek in bed. Gemberthee. Later waren er koude washandjes nodig en heb ik de boel bij elkaar gebruld. Kon me niet schelen. Ik heb ook in bad gepoept mocht ik later vernemen. Couldn’t care less. En ik heb meer dan een uur op handen en knieën zitten persen. Maar het hoofdje wou niet in een beter positie schieten. Mijn vroedvrouw was heel stil en aandachtig aanwezig. Introduceerde de noodzaak naar het ziekenhuis te gaan. Gaf me tijd er aan te wennen. Nam me mee in haar auto. Waar ze geen kik gaf toen ik brulde en perste. Niet twee keer, zoals ik het een beetje uitgerekend had. Ik geraakte de tel kwijt. Tot daar het leuke deel.

In het ziekenhuis ben ik in een kamer terecht gekomen. Ik weet niet meer hoe. Op handen en voeten, brullend, zat ik op de grond. De gynaecoloog kwam binnen. Hij stelde zich niet aan mij voor. Als ik niet op bed ging liggen, kon hij niets voor me doen. Hij vertrok. De vroedvrouwen moesten me met enige stress op bed krijgen. Hij kwam terug, stelde zich nog steeds niet voor. Als ik geen epidurale nam, deed hij niets voor me. Ik weigerde. Hij vertrok weer. Het was weer aan de vroedvrouwen, die me zenuwachtig overtuigden van de wens van meneer doktoor. Toen de prik gezet werd, haakte ik af.

In de verloskamer lagen twee vroedvrouwen over me heen. Ik zag het zweet parelen. Hij stond tussen mijn benen. Ik hoorde het knippen in mijn vlees. In de ruit zag ik weerspiegeld hoe het bloed stroomde.  Hij was besmeurd met mijn bloed en stond tussen mijn opengespreide benen. Het voelde als een gruwelijke verkrachtingsscène. Hij sperde me open, gebruikte al zijn kracht om me open te trekken. Er kwam een blauw kind dat bij me werd gelegd.

Tijdens al het geweld stond mijn moeder in een hoekje naar me te kijken en mijn toenmalige partner stond naast me. Beide relaties gingen stuk in het eerste jaar na die geboorte. In therapie ontdekte ik dat het had gevoeld alsof ze er bij stonden en niets hadden gedaan terwijl ik zwaar  geweld onderging.

Ik kreeg mijn baby bij me. Hij was lief, maar ik hoefde hem even niet. Na enkele uren mompelde ik sorry, sorry, sorry. Ik wou hem bij me nemen maar kon niet bewegen. Ik verging van de pijn. De nachtverpleegkundige kwam pas na een half uur toen ik belde. Ik overwoog bijna om in mijn bed te doen, mijn hele onderkant was aan flarden geknipt. Ze hielp me naar de wc, gaf me een opmerking omdat ik mijn sleffen niet aan deed. Weer in bed strekte ik verlangend mijn armen uit naar dat bedje met mijn kindje erin. Ze rolde het weg, we moesten allebei maar eens wat slapen.

Het was koud onder die rare ziekenhuisdekentjes die niets voorstellen en ik deed geen oog dicht. Ik verzamelde al mijn krachten op mijn baby bij me te krijgen. Dat lukte, maar ik had zo veel pijn dat ik geen houding vond waarin we fijn met elkaar konden liggen.

’s Ochtends kwam er een ontbijt om half 7. Er was niets gezonds aan. Ik werd niet gewassen, de baby wel. De gynaecoloog kwam langs en stak zonder waarschuwen zijn hand in het bloedbad tussen mijn benen. Ik weet nog steeds niet waarom. Later, toen de man er was, ging ik in de douche waar ik bijna onderuit ging van zwakte.

Nog later kwam er bezoek. Ik had geluk gehad, zeiden ze. Hij was een boer, maar hij is de beste. De gynaecoloog. En de hoofdprijs had ik sowieso: een gezonde baby.

Die ligt naast me nu, terwijl ik dit schrijf. Wij hebben het fijn samen. Op het symbiotische af. We zijn van elkaar. De nieuwe partner, M., legt er zwaar de duimen voor. De gezonde baby is een gezonde peuter van drie. Maar ik weet nog steeds hoe de knip klonk. Hoe het zweet parelde. Hoe ik werd aangestaard door allemaal rechtstaande mensen in een kamer waar ik als een soort schildpad op mijn rug lag, open, bloot, kapot geknipt. Hoe de gynaecoloog wel mijn geslacht kon aankijken, maar me geen moment in de ogen keek. Hoe niemand in  dat fucking ziekenhuis door had dat die kou, dat rillen, het slapeloze, de angst, de pijn, een gevolg waren van het trauma.

#genoeggezwegen