De jongetjes zijn op

Het is een week vol laatste en eerste keren en ook nog een verjaardag, godbetert. Op maandag installeert zich een knoop in mijn maag. Afwisselend denk ik dat ik ziek ben, overemotioneel, misschien nog een keer ongesteld (twee keer op twee weken, yeah!), dat ik echt beter geen frietjes had gegeten, dat ik elk graan dat ik in huis heb inclusief die dure lekkere bio-granola moet weggeven omdat ik er slecht op reageer.

Maar het is gewoon zo dat ik geen klein jongetje meer achter de hand heb, en dat het kleine jongetje hier een kleuter wordt en jarig in dezelfde week, terwijl de oudste de enorme stap naar het eerste leerjaar maakt. Toen ik de vorige keer afscheid nam in de opvang was mijn hart zwaar, maar na een week stond ik daar al terug om een plek te reserveren voor dat kerstcadeautje in mijn buik. Maar nu zijn de kleine jongetjes op en ik weet niet of en wanneer ik daar nog eens ga staan.

En ik moet weer gaan werken, en de herinnering aan Amsterdam is verworden tot een warme gloed. En ik geraak meteen alweer verstrikt in tien deadlines (ik ging het toch beter aanpakken!?), honderdduizend verwachtingen (vooral van mezelf), en gehaast en het rennen. De was moet opgehangen en de vloer gestofzuigd en ik wil alleen maar het hand van de oudste vasthouden en aan de teentjes van de kleinste ruiken.

Oh, oh, oh.

Soms denk ik aan de dag dat ik een oud vrouwtje zal zijn, en dat ik het dan heel stupide ga vinden dat ik niet durfde. Nog een kindje, alleen. Maar vandaag ben ik geen oud vrouwtje. Vandaag ben ik een jonglerende ploetermoeder die wel weet dat er liefde genoeg is voor zo’n ukje, maar dat er praktische en financiële bezwaren zijn die over zestig jaar waarschijnlijk peanuts lijken, maar waar ik vandaag behoorlijk van wakker lig.

Dus sluip ik naar de slaapkamer en kus ik de bijna-driejarige, de bijna-kleuter. De grote man die een eigen boekentasje en brooddoosje krijgt maar die eigenlijk stiekem nog gewoon mijn baby is en dat altijd zal blijven.