Zes. Stress.

Jaren geleden schreef ik dit. En nu snap ik nog steeds (soms) niets van hem.

Het is zijn verjaardag. De kleuter wordt zes. Het is stress all over. Het trakteren op school. Het feit dat er een cadeautje bij hoort en en uitstapje.

Tegen de middag is hij al tien keer woest geweest waarbij hij acht van de tien keer onbereikbaar was. Hij was eerst een uur boos om zijn cadeautje omdat het niet was wat hij verwacht had. Het is soms zo moeilijk goed te doen voor hem.

Op het uitstapje laveren we tussen heel fijn en heel boos en niets daartussen. Fijn, boos, fijn, boos, fijn, boos. Ook al probeer ik er echt een dag op zijn maat van te maken. Niet te lang, een activiteit die hij leuk vindt, vrij spel in een uitdagende speeltuin included, picknicken, een ijsje.

’s Avonds douchen de jongens. Ik ben kapot. Dat ben ik altijd na een stevige werkweek en een dag er op uit met drie. Alles doet pijn in mijn lijf en er is weer een golf van boosheid omdat ik te moe ben om ze te wassen en in bed te stoppen maar tegelijkertijd ook geen andere keuze heb dan het gewoon te doen. De peuter is stout en plaagt de kleuter en ik geef de peuter na verschillende waarschuwingen waar hij smakelijk om lacht uiteindelijk een tik op zijn billen. Mijn vingers staan in zijn billetjes maar hij heeft geen kick gegeven, enkel hard gelachen. Hij maakt me soms bang, ik ben bang dat hij geen geweten ontwikkelt. Ik voel me diep schuldig om de tik. Wat voor moeder ben ik toch? Nou ja, duidelijk soms één op de grenzen van haar kunnen.

Hoe stouter de peuter, hoe rustiger en redelijker de kleuter is. We werken het ritueel af, de peuter wordt nog gestraft door geen verhaaltje meer te krijgen en ik ga nog even met hem praten en vertel hem dat ik verdrietig ben als hij plaagt en lacht als ik boos ben, en ook wat ik wel van hem verwacht. Hij wil graag vijf kusjes en die krijgt hij.

Ik kruip nog even bij de kleuter in bed. Dat ik trots ben op hem en dat hij nu de eerste avond zes is en hoe dat voelt. Dat hij liever vijf wil zijn, vertelt hij. En dan wat benepen: ik moet zo veel onthouden. Wat hij dan moet onthouden, vraag ik. ‘Dat ik niet mag roken en geen gemene papa mag worden,‘ zegt hij. Ik slik. Ik beloof hem dat ik hem er wel aan herinner indien nodig. En dat mensen een gemene papa worden als hun eigen mama en papa niet lief waren voor hen, omdat ze dan niet weten wat het is, lief zijn. Dat wij dat daarom in ons gezinnetje moeten leren met drie zodat hij en de peuter later lieve papa’s kunnen worden, maar dat ik nu al weet dat hij dat gaat worden.

Een uur en waarschijnlijk veel gepieker later, slaapt hij, met in zijn hand een lego-mannetje. Zes. Lang zal hij leven.