Dirk & de ultieme verrassing

Dirk en ik maken ruzie. De gemoederen lopen behoorlijk hoog op. Maar ergens is het ook heilzaam (alsof je pas kan helen in het gesprek tussen dader en slachtoffer), en in momenten lijkt er een soort doorbraak. Of hij beseft hoe bang ik van hem was? Of hij weet wat het voor me betekend heeft om die rotbevalling alleen te moeten betalen? Dat hij me verwoest heeft door weg te gaan, maar ook door de tijd daarvoor. Hij schreeuwt dat hij dat weet, dat hij het niet wil horen. Ik huil met lange halen. Hij vertrekt, ik loop achter hem aan en schreeuw dat hij het weer doet. Me alleen laten op een moment dat ik er niet alleen voor wil staan.

Tien minuten later is hij terug. Ik zit huilend en trillend aan de keukentafel, ver weg van de Peuter die een filmpje kijkt op de bank. De Kleuter is er niet, maar goed ook.

Dan zeg ik het. Wat ik al ongeveer 20 jaar weet maar waarin alles samen komt dat er met mij aan de hand is, dat me belemmert, waar al die onevenwichtigheden van dit leven, al dat zotte en grenzeloze en absurde en uitgeputte vandaan komt.
Ik moet al heel mijn leven meer doen dan ik kan. Jij bent de eerste die ooit echt voor me gezorgd heeft en toen werd het alleen maar erger en liet je me in de steek.’

Ik huil en tril en ben tegelijk beyond reason en behoorlijk scherp, want in mijn hoofd komt alles samen. De moeder met manische buien en altijd overstuur. De vader die zich kapot werkte. De opdracht uit te rekenen hoeveel uren mijn vader had moeten werken voor nieuwe spullen die ik kreeg. Het feit dat ik een brusje ben, een zus van meerdere kinderen met een handicap. Dat ik als kind al wist dat er geen draagkracht genoeg was om het normale kind, ik dus, ook nog te geven wat het nodig was. Dus ik verstopte me in boeken, hield me op de achtergrond, vroeg weinig, kreeg weinig, deed mijn best om te helpen, verantwoordelijkheden te nemen, te koken voor het gezin, te luisteren naar mijn moeder en haar problemen, op te ruimen, de was te doen, onzichtbaar te zijn. Ik deed als klein kind al wat ik niet kon. Ik had elke dag buikpijn waar ik niets over durfde zeggen, ik dacht altijd altijd altijd dat ik moest overgeven, ik was godganse dagen doodsbang dat ik moest overgeven. Ik voelde me nooit gewoon goed. Ik speelde niet, ik las. Ik voelde me ouder dan andere kinderen. Ik probeerde alles goed te maken thuis, maar het werd nooit beter – wat ik ook deed of liet.
En later, het onvermogen om een goede wederkerige relatie te hebben. De angsten die gepaard gaan met moeder zijn. Het grenzeloze in werk. De hoge eisen aan mezelf. Dirk die even voor me zorgde. Ik die finaal voor hem viel. De verandering, de hel, zijn vertrek. Elke dag de opdracht meer te doen dan ik kan. Het gevecht met faalangst en uitstelgedrag en werk en gezin en huishouden. Dat dagelijkse gevecht met mezelf – over mijn recht op verdriet en op rust en op dat het soms genoeg mag zijn. Dat ik al heel mijn leven moe ben. Dat ik niet voor mezelf kan zorgen, dat ik gewoon niet voel of ik honger of dorst heb. Ik voel alleen pijn en vermoeidheid en kou.

Dirk kijkt me aan en zegt dat hij me iets gaat vertellen. Ik hoor hem amper maar kijk hem aan, en hoor dan het woord ‘homoseksueel’. Hij heeft me verteld dat hij homoseksueel is.

Het huilen houdt op. Ik stel hem vragen. Nee, hij heeft geen relatie met een man gehad en ja, hij hield van me en … Ik ben volkomen verbluft. Ik had alles verwacht, alles al eens gedacht. Maar dit nooit.

De crisis is totaal. Een uur later lig ik uitgeput op de bank, rillend van de kou. Dirk is doodkalm, praat tegen me, besluit bij me te slapen, houdt me heel de nacht vast terwijl mijn hoofd duizend kringetjes draait en ik niets begrijp, niets meer begrijp. Ook niet mijn eigen reactie.

Het is alsof de hemel op mijn kop gevallen is, alsof de wereld ingestort is.

Omdat het nu uitgesloten is dat hij ooit terug komt? Nee, dat wil ik immers toch niet? Ik denk dat de verwarring er eerder in zit dat dit een ander licht werpt op alles dat was. Ik ga er al een tijd vanuit dat ik te maken heb met een ex-partner met een persoonlijkheidsstoornis. Daarom ben ik een rechtszaak begonnen, om bescherming te zoeken. De persoonlijkheidsstoornis zou verklaren waarom de relatie zo destructief is geweest voor mij en hij me in puin heeft achtergelaten, duizenden euro’s armer, zonder ooit echte verantwoordelijkheid genomen te hebben voor om het even wat. Ik snap er niets van. Maar hij ligt  naast me en houdt me vast en zegt dat hij nu eindelijk eerlijk is met me en dat hij nu mijn man weer kan zijn en dat hij vanaf nu voor me gaat zorgen en dat we nog een kind kunnen krijgen samen. Dat gaat op in de enorme soep in mijn hoofd. Pas de volgende dag realiseer ik me hoe absurd het is.

The day after

Ik zet de peuter af om 7u. Hij huilt. Ik huil. Ik moet naar Duitsland rijden om daar een studieochtend te geven. Ik heb geen letter op papier, ik heb niets voorbereid. Niets. Ik heb geen tien minuten geslapen. Ik ben mezelf niet en ik herken mezelf niet.

Hoe verder ik rijd, hoe witter de omgeving wordt. Ik bel een vriend die zelf homoseksueel is. Ik hoor hem bijna fronsen. ‘Hee, meid, too little, too late,’ zegt hij. Ik krijg een smsje van een vriendin die me vraagt waarom ik hier zo van overstuur ben, dat het toch niets verandert aan wat me te doen staat. Ik bel Amber, die spontaan in lachen uitbarst. ‘Nee, niet Dirk,’ zegt ze.

Ik geef een studieochtend zonder een letter voorbereiding op papier. Er is een bord. Ik luister naar het organisatieprobleem, zet heel oldschool het model dat ik ontwikkeld heb op het bord en licht toe hoe het werkt en waarom ik geloof dat het een antwoord kan zijn op hun problemen. Vervolgens laat ik heb kennis maken met methodes en werkvormen uit het model. Het is heftig, enkele teamleden huilen tijdens de werkvormen waarin ze uitgenodigd worden perspectieven te verbreden, te veranderen, en te vertellen hoe ze bepaalde zaken ervaren en duiden. Als ik weer vertrek zijn ze dankbaar, er is wat gebeurd, ze zijn in beweging gekomen. Ik zet mijn zonnebril op, ga de baan op, schud mijn hoofd uit ongeloof, en dan begint het. De lange rit, waarin ik mijn ziel uit mijn lijf huil, waarna ik hees ben van het janken. Bij momenten hoor ik mezelf diep en wanhopig brullen als een gewond dier. Mijn tranen zijn zwart van de mascara, ik krijs van ellende. Ik wou dat ik dit niet moest meemaken, het is zo genoeg voor me.

Dan krijg ik een sms van een vriendin die me vraagt of Dirk ziek is of aandacht nodig heeft. Ik schud mijn hoofd. Het lijkt alsof ik plots wakker word. Dirk zijn bekentenis deed geen enkel puzzelstukje op zijn plaats vallen, het verklaarde helemaal niets. Bovendien heb ik geen enkele aanwijzing gehad om dit ooit te vermoeden en de vrienden die Dirk kennen en die ik in vertrouwen heb genomen, vallen even hard uit de lucht. Ik realiseer me plots dat ik mezelf niet ben. Onvoorbereid en zonder een minuut slaap naar Duitsland rijden en daar een studiedag gaan geven? Dat is helemaal niets voor mij, dat ben ik niet. Dit gevoel van vervreemding van mezelf herken ik van vroegere crises met Dirk. Ik herinner me plots hoe hij genoot van mijn crisis gisteren, hoe het aanleiding was voor hem om de boel over te nemen. Hoe zwak ik me voelde, hoe weerloos tegenover zijn besluit bij me in bed te komen. Hoe afhankelijk ik werd van hem. Hoe willoos. Ijskoud en glashelder weet ik plots dat het niet waar is. Het is niet waar. Dirk is een psychopaat en dit is zijn ultieme manipulatie. Wat niet wegneemt dat ik geloof dat hij het zelf gelooft, dat hij homo is.

Enige achtergrond. Ik heb altijd het gevoel al gehad dat Dirk zijn buitenkant en binnenkant niet met elkaar in verbinding stonden. Hij gebruikt maskers. Dingen die hij zei en deed correspondeerden niet met zijn innerlijk. Een heel duidelijk teken daarvan is dat hij heel betekenisvolle momenten uit onze relatie niet meer weet. Hij heeft daar met zijn buitenkant gehandeld, maar hij was daar innerlijk niet eens bij.

We hebben het hier over gehad en hij heeft dit toegegeven. Ik heb het boek van Jan Storms (‘Destructieve relaties op de schop. Psychopathie herkennen en hanteren’) tientallen keren gelezen en alles herkend: de dode ziel vanbinnen, verborgen achter verfijnde overtuigende maskers, de binnenkant en de buitenkant die niets met elkaar te maken hebben.

Ik realiseer me dat hij verborgen homoseksualiteit aanhaalt als verklaring om die kloof tussen zijn buiten- en binnenkant te verklaren, en alle ellende die daaruit voor gekomen is.  Maar het is niet waar. 

Dat hij homoseksuele gevoelens heeft, kan best. Homoseksuele fantasieën, homo-erotische verlangens. Mij best, daar sta ik niet van te kijken. Ik ben er zelf van overtuigd dat seksualiteit niet zwart of wit is, maar dat je ergens op een lijn zit tussen hetero- en homoseksualiteit. Ik ben zelf twee keer tot achter mijn oren verliefd geweest op een vrouw. No big deal, ik geloof dat dat kan. Ik geloof niet zo in de etiketjes homo, hetero, lesbo. En ik wil best aannemen dat Dirk altijd al en nu homoseksuele gevoelens koestert. Maar het is niet waar dat dat de oorzaak is van de kloof tussen zijn binnen- en buitenkant. Ik denk terug over de avond en de nacht, en zie hoe hij me bewust in crisis heeft gebracht om vervolgens te kunnen floreren, invloed uitoefenen. Hij schakelt mij uit, doet me vervreemden van mezelf en slaat dan toe. Psychopaten zijn mensen die anderen kopje onder moeten duwen om zelf boven water te komen. Dat is Dirk.

Ik haal de kinderen op, ben plots doodkalm. De avond verloopt normaal. Ik bel nog even met Amber. Ik vertel dat ik al een tijdje op zoek ben naar hulp, dat ik te uitgeput ben geworden, dat ik zodanig verzwakt was dat Dirk vrij spel heeft gekregen en de boel weer eens totaal op stelten heeft gezet, mij van mezelf heeft vervreemd.

Dirk belt. Ik stel de grenzen. Dat dit noch voor mij noch voor de kinderen goed was. Dat er afstand nodig is. En dat hij niet homoseksueel is, al geloof ik dat hij wel homoseksuele gevoelens kan hebben. Dat moet hij vooral uitzoeken als hij dat nodig vindt, maar het verandert niets aan het onrecht, de pijn, alles wat er gebeurd is dat niet had mogen gebeuren. En nee, hij komt niet terug om voor me te zorgen, nieuwe kinderen te maken of mijn man te zijn. Wat een absurd idee was dat ook.

The day after the day after

Ik voel me sterk en rustig, neem een aantal maatregelen. Alles is glashelder in mijn hoofd, van de parentificatie waar ik net over schreef, tot hoe alles geworden is vandaag en wat me te doen staat, namelijk mezelf beschermen en in mijn kracht komen om voor eens en altijd een einde te stellen aan de zooi met Dirk en ondeugdelijke mannen en al die pijn en dat grenzeloze in mijn bestaan. Maar het erge is dat ik al vaker op een punt van absoluut bewustzijn ben geweest en dat bewustzijn, weten wat er aan de hand is, niet altijd genoeg is om de stappen te zetten die nodig zijn om te helen en te veranderen. Daarom schrijf ik dit nu op, hier. En druk ik dadelijk op ‘publiceren’. Als ik het nu niet opschrijf, geraak ik het kwijt. Ga ik twijfelen. Word ik moe. Wurmt Dirk zich hier weer binnen omdat ik geen wapens heb en ik te moe ben om te denken, te kijken, de burcht te verdedigen.

De vriend die homoseksueel is komt langs. Het gesprek resulteert in een sms aan Dirk. Dat hij zelf de knoop maar moet ontwarren die gevormd is door realiteit, illusie en rechtvaardiging. Dat ik afstand neem van hem om in mijn kracht te kunnen zijn.

Dat het een nachtmerrie is, denk ik. En tegelijk heeft het alles op scherp gezet. Scherper dan ooit. Ik hoop, ik hoop dat dit de doorbraak is. Dat ik nu eindelijk al mijn eigen k**patronen kan veranderen, orde op zaken stellen, Dirk buiten houden, de moeder zijn die ik moet en wil zijn.