Prinses snakt naar een nieuw schema

Mijn blog is niet zo makkelijk te categoriseren. Als je recepten, tips of shortcuts zoekt, moet je vooral niet hier zijn. Ik heb geen plan met mijn blog, geen strategie. Schrijven is fijn, het hoeft niet maar mag wel. Dus ik schrijf. Of ik gelezen wordt, kan me nog steeds weinig schelen. Waar ik in mijn leven anders nogal krampachtig ben over allerlei dingen, sta ik heel open in wat hier gebeurt. Op die manier is het geworden wat ik nooit had kunnen verzinnen, bedenken of plannen, namelijk een plek met een ‘echt’ verhaal. Ik wou dat ik kon zeggen dat het een verhaal over verandering en veerkracht is, maar het is een verhaal met iets meer ups en downs dan ik zou willen. Mogelijk zijn verhalen over verandering en veerkracht verhalen met ups en downs. Anyway, ik merk in de reacties dat er enerzijds meegedacht wordt en mooie ‘gesprekken’ ontstaan, en dat er anderzijds ook wat meegenomen wordt door anderen die doorgeven dat ze hier moed, inspiratie of inzicht uit putten.

Kathleen heeft al een paar keer in een heel rake comment de vinger net gelegd waar ik hem al lang probeerde puzzelen. Kathleen, wat kijk je met een scherpe blik, wat verwoord je goed, wat ben ik dankbaar om je inzichten en wijsheid.

In mij sluimerde al een tijd een intuïtief weten, waar Kathleen slechts enkele regels voor nodig had om het wetend voelen, voelend weten te maken: ‘Hoe we ons leven ervaren heeft niet alleen te maken met onze omstandigheden, maar ook met hoe we die omstandigheden interpreteren. En voor die interpretatie gebruiken onbewust schema´s die ons van kindsbeen af zijn aangeleerd. Je bewust worden van die schema´s en ze langzamerhand veranderen, verandert je hele leven. Ik spreek uit ervaring.’ Toevallig had ik over deze schema’s, of kaders – zoals ik ze zelf noemde – recent ook een goed gesprek gehad met enkele wijze dames (in zowel de gewone als de Gentse betekenis van het woord), waaronder deze.

Enkele gedachten over de schema’s:

  1. Heel veel van de pijn van het (mijn) alleenstaand moederen, heeft te maken met het feit dat ik hier geen schema voor heb. Ik ben – geloof het of niet – opgegroeid in een ‘wit’ dorp, met allemaal kinderen met getrouwde ouders en veelal thuisblijvende mama’s. Er was één moeder in het dorp die alleen een dochtertje had geadopteerd. Daar werd schamper over gedaan, en die werd zelfs een beetje verdacht gemaakt: ‘Waarom doet iemand zoiets? Het is toch een beetje eigenaardig – ik zeg verder niets hoor,’ dixit mijn eigen moeder (hoe durfde ze! Ik durf zelfs niet bedenken wat ze insinueerde – toen het later wat moeilijk werd daar met betrekking tot hechting, werden de onuitgesproken vermoedens nog wat nadrukkelijker). Er was een vrouw die verlaten was door haar man en die alleen woonde met haar dochtertje. De vrouw was niet de meest stijlvolle persoon in het dorp, maar om ze nu meteen in de categorie ‘hoer’ te plaatsen zoals werd gedaan (ze ging immers ook niet naar de kerk!), was misschien ook heel kort door de bocht. En de kinderen die elke middag bij hun grootouders aten en daar ’s avonds opgevangen werden tot de beide werkende ouders naar huis kwamen, waren ‘sukkelkes‘. In mijn eigen familie was iedereen getrouwd (met een partner van het andere geslacht), had men minimum 3 kinderen en een groot nieuwbouwhuis en een grote auto voor de deur.
    Mijn leven ging dus plaatsvinden in een groot nieuwbouwhuis, met minstens drie kinderen, een grote auto voor de deur en een immer hardwerkende en aanwezige husbie, zodat ik me halftijds om de kinderen zou kunnen bekommeren en ’s avonds een cursus bloemschikken zou kunnen doen ter ontspanning en ter vermaak. Uhm, de realiteit? Ongeveer het omgekeerde van bovenstaand scenario. In mijn hoofd zat geen enkel schema klaar voor wat ik meegemaakt heb met Dirk, en voor het alleenstaand moederen. Er zaten wel andere schema’s in mijn hoofd. Schema’s waar ik nog steeds naar lijk te streven, waar ik niet los van kom, maar waar ik ook niet aan kan beantwoorden in mijn uppie. Dat doet pijn, dat doet ongelooflijk, belachelijk veel pijn. Het is geen zelfmedelijden, het is pijn.
  2. Ik heb al geruime tijd een conflict met mijn ouders. Dat conflict is best complex, maar naast enkele andere factoren, spelen de schema’s ook een rol. Ik heb namelijk op een gegeven moment haarfijn aangevoeld dat ik beoordeeld werd met de schema’s die ik zelf opgelepeld heb gekregen. Mijn ouders keken niet naar me als naar iemand met verdriet, of naar iemand die mogelijk sterk genoeg was om alles op de rails te krijgen zoals het was geworden. Ik werd bekeken als iemand die mislukt was. Een schandvlek. Ook mijn grootmoeder zei laatst tegen me dat mijn ouders wel genoeg met me meegemaakt hadden. Een opmerking waar ik bijna van achterover sloeg, maar die heel logisch is vanuit de schema-theorie.
    Omgekeerd zit er in mij ook een grote boosheid ten opzichte van mijn ouders omdat ik niet voorbereid ben op wat er gebeurd is met me, doordat ik beperkte schema’s heb meegekregen. Er bestond geen schema van een sterke alleenstaande vrouw – een wolfsvrouw! – die haar leven leidt zoals ze het wil leiden en de moeilijkheden daarbij de baas kan. Een vrouw die zichzelf beschermt, die haar innerlijke stem boven sociale conventies stelt. Die bij zichzelf ten rade gaat in plaats van tot vermoeiens toe probeert te beantwoorden aan wat de wereld wil dat ze doet. Dat schema moet ik zelf uitvinden en ik heb de laatste tijd ontdekt dat ik daar jammer genoeg niet de sterkste in ben. Ergens is er een heel intuïtief aanvoelen dat er een wolfsvrouw in me schuilt, ééntje die los wil, die een enorme kracht bezit die alle pijn en vermoeidheid kan opruimen. Anderzijds zit ik verstrikt in … Tja, in het schema van de Libelle-vrouw, I guess.
  3. Ik ben de laatste jaren actief gestimuleerd door mijn ouders en mezelf uiteraard ook, om in het bekende schema te blijven passen. Dat heeft me veel meer schade toegebracht dan nodig. Ik had Dirk in een vroeger stadium met zijn (nu komt een mooie uitdrukking uit mijn jeugd!) ‘klikken en klakken’ buiten moeten zetten. Hij heeft me geen recht gedaan, hij is niet mijn man geweest. Hij heeft gelogen, geparasiteerd, me behoorlijk in de problemen gebracht, me gemanipuleerd en me psychisch mishandeld. Mijn ouders wisten dat – alles. En ze duwden me telkens met zachte hand terug. ‘Kies maar voor je gezin. Geef hem tijd. (…)’ Uiteraard had ik zelf sterker moeten zijn, maar oh, wat had ik gewenst dat iemand me had gezegd dat ik sterk genoeg was om het alleen te doen. Dat iemand me nu zegt dat ik sterk genoeg ben om het alleen te doen. Als ik vroeger zelf de beslissing had kunnen nemen mezelf en mijn kinderen te beschermen, en weg te gaan van een man die niet goed voor me was, had ik nu veel minder puin te ruimen – financieel, praktisch, emotioneel. Dan was ik niet zo zwaar beschadigd en uitgeput geraakt in die relatie, waardoor ik nog steeds akelig vatbaar ben voor die man en ander ondeugdelijk gespuis.

Het lijkt alsof ik telkens weer terug kom bij mijn wolfsvrouw-gedachte. Ik zie nu zelf dat ik de laatste jaren actief heb geprobeerd een ander schema te ontwikkelen voor mezelf, door o.a. boeken van Clarissa Pinkola Estes te lezen, een holistisch therapeute te zoeken en me te laten prikkelen in contacten met mensen die ‘anders‘ leven. Ik denk dat de ontwikkeling van een ander schema, en vooral het overboord gooien van de schema’s die me belemmeren, onrecht doen en pijn  brengen, een grote goed zou zijn.

Voor mij. En voor mijn kinderen. Als ik ook maar één iets goed mag doen in de opvoeding van de mini’s, laat het dan zijn dat ze zo vrij mogelijk zullen zijn van schema’s die hen klein houden.