Prinses zet er een punt achter

We zien elkaar terug, de Ondeugdelijke en ik. Hij zit in een storm en vertelt me er wat over. Ik ben empathisch en kan me inleven, maar er klinkt ook zo veel ego door in zijn verhaal. Ik heb een week om u tegen te zeggen gehad. Veel pijn, veel kilometers, veel grote opdrachten, weinig tijd met de kinderen. Maar ook: een voorstel geschreven en verdedigd bij de nieuwe baas die na een korte stilte ‘prachtig!’ zei. Een resem ervaringen op het werk waardoor ik het gevoel kreeg dat we met z’n allen op een goede manier de juiste dingen nastreven. Daar word ik blij van. Ik probeer iets te vertellen, hij vraagt niets. Luistert hij? Ik weet het niet.

Ik vraag hem mee voor een soort date. Hij hapt toe. Ik kijk hem aan en vraag hem of dat echt is wat hij wil en of hij het ook zou zeggen als hij het niet wil. Ja, ja, zegt hij. Dingen evolueren, maar hij is zo bezig met zijn eigen leven, eigen behoeftes, eigen verlangens, eigen plannen. Ik voel me eenzaam in zijn nabijheid.

Op weg naar huis verlang ik innig naar mijn eigen leven met de jongens. Dat leven dat ik soms zo haat. Dat leven waar ik me net nog de rekeningen zat te betalen en dat er nog 120 euro overbleef voor de komende twintig dagen en dat ik daar alweer zo veel zorgen over had. Dat leven waar ik thuis kom na 400 km met twee drukke jongetjes en dan ook nog moet koken en ze in bed doen en de pc weer moet opstarten om nog wat te werken, dat leven waarin ik vaker alleen ben dan me lief is en ik verzuip in mijn eigen chaos en hoofd daardoor. Dat leven waarin ik nog altijd het gevoel heb dat ik onderpresteer omdat ik gewoon geen ruimte heb om tot volle ontwikkeling te komen. Dat leven waarin ik laatst met de peuter in bad stapte om half zes ’s ochtends omdat hij vuil was en ik al een paar dagen geen tijd had gehad hem te wassen. Dat leven, daar verlang ik nu innig naar.

Ik ga bij de jongens kijken. De oudste wordt wakker en vraagt of ik al terug ben. ‘Ja, want ik ben liefst bij jullie,’ zeg ik. Ik kus hem. Het kleintje slaapt.

Ik ga zitten en eet een reep chocolade en er meteen een zakje chips achteraan. Ik neem mijn gsm en sms de Ondeugdelijke. Dat ik genoeg pijn heb gehad, dat de dingen voor mij meer betekenis hebben dan voor hem, dat ik op zoek ben naar een verbonden relatie, dat ik besef dat ik dit zelf gezocht heb, maar dat het beter klaar is. Toch? Hij reageert niet en tot op dit moment twijfel ik of ik hem om een reactie ga verzoeken of hem de ruimte ga laten om niet te reageren. Ik bedenk dat ik het wel anders had kunnen aanpakken dan zo, midden in de nacht, via sms. Verder overheerst vooral de desillusie. Ik realiseer me zelfs even dat Dirk een veel attentere en aandachtigere partner was die echt contact met me probeerde te maken in the good times. Ik ga naast Babybroer liggen, gelukkig ben ik zo moe dat ik onmiddellijk in slaap val.

’s Ochtends zijn de jongens weer vroeg wakker. Ik wou zo intens dat ik gewoon de dekens over mijn hoofd kon trekken en er niet zijn. Ik ben moe, mijn lijf doet pijn, de rest ook. Ik weet dat ik gedaan heb wat moest, o.a. door de reacties op dit stukje – ook de reacties per mail, die me geholpen hebben de dingen scherp te krijgen en te bepalen wat ik wil. Of niet wil. Maar het is niet fijn jezelf een illusie te ontnemen.

Ik weet dat dit een overwinning is op mezelf en mijn patroon om in ongezonde relaties te verzeilen en me serviel op te stellen. Maar hoewel het voelt als het juiste om te doen en ik verder amper twijfel, had ik het liever anders gehad.