Over wolfsvrouwen-in-wording die zich omver laten kegelen door ondeugdelijke mannen

Ik zit bij mijn holistisch therapeute met mijn hoofd tussen mijn schouders. Hoe is het mogelijk dat het weer zo’n soep is in mijn hoofd? Dat ik moe ben en niets gedaan krijg? Dat ik niet meer gestructureerd kan denken?

Ik ben niet hondsdepressief. En ik voel dat er verandering is, ook in deze dieptepunten waarin mijn hoofd niet meer lijkt te werken. Het is niet meer zo diep als het ooit was, het duurt allemaal korter, ik kan het beter interpreteren en ik weet ook dat het over gaat. Ik ken mijn kracht intussen.

Hoe het komt? Drukte en heel veel dingen die aan me trekken en die ik niet af krijg. Slecht voor mezelf gezorgd. Een aanval van fibro om u tegen te zeggen, elke beweging doet pijn en ik lijk vooral ’s ochtends wel kreupel. Slaap tekort (bedankt, zonen, ik herhaal: elke dag om 6 uur is te vroeg, en nee, dat vloeken hebben jullie niet gehoord vanochtend). En de ondeugdelijke man terug gezien. Nothing happened, maar hij liet me in totale verwarring achter.

Wat kan ik daarover zeggen? Het is alsof hij me open breekt en alsof dat ook heel erg nodig is want een effect van alleen zijn is ook wel dat je erg vast geraakt in jezelf. Hij is liefdevol, warm en gul in zijn omhelzen. Ik, die soms vooral uit hoofd lijkt te bestaan, voel mijn lijf weer, met die armen om me heen. Ik, die het zelden verdraag aangeraakt te worden, laat me vasthouden en geniet daarvan. Ik voel zijn lichaam, ik ruik hem. Hij is warm en ruikt lekker en voelt veilig en vertrouwd en nieuw. En het lijkt alsof er iets geopend wordt, in mijn buik, en alsof er energie gaat stromen en dat dat zo weldadig is dat ik helemaal warm en stuiterend naar huis rijd.

Dat alles wekt zo veel verlangen. Naar samen, naar dicht, naar verbonden, naar toekomst, naar zorg, naar rust. Het verlangen spat open in me. Eerst voelt het als ‘hoera x 1000’. Daarna wordt het rauw.

Want de ondeugdelijke, mogelijk zelf behoorlijk hechtingsgestoord, vult de ruimte die hij opent niet in. En dat is zo schrijnend, en daar ga ik van omver.

Dat ik dat niet mag toelaten, zegt de holistisch therapeute. Dat ik mijn hoofd er bij moet houden. Dat ik in staat moet zijn mijn eigen ruimte te vullen. Dat ik dit met hem moet bespreken. Dat ik mezelf veilig moet stellen. Dat ik dit nu niet aan kan.

Ja, denk ik. Ja, ja, ja, ja. Allemaal waar. Maar ik heb het nu gehad. Ik wil niet wijs zijn, ik wil niet meer groeien en evolueren en mezelf in vraag stellen en al mijn patronen doorbreken en sterker worden. Ik wil gewoon samen, dicht, verbonden, toekomst, zorg, rust. En trouwens, zijn al die andere mensen die wel relaties hebben daar nu allemaal zo klaar mee? Zijn die allemaal beter dan ik? Waarom ik niet en iedereen wel? Ja, hoor, ik heb een innerlijke Calimero.

De evolutie die ik de voorbije tijd gemaakt heb, noem ik ‘de weg naar binnen’. Steeds dichter bij mezelf, steeds echter, rustig aan meer in evenwicht, in verbinding met mijn eigen kracht. Ooit schreef ik over de wolfsvrouw die ik wou worden. Daar kom ik steeds dichter bij, waarbij ik merk dat ik ook een andere relatie ontwikkel met mijn eigen vrouwelijkheid, mijn instincten en de krachten die in de natuur spelen. Dat is krachtig en verbazend en tegelijkertijd heel normaal.

Maar nu dus terug naar af. Ik weet dat hier wat te leren valt en dat ik deze situatie met beide handen moet aangrijpen om iets over mezelf onder ogen te zien en ermee te breken. Het kan niet dat ik onderweg naar de ondeugdelijke in een rustige stabiele kracht ben, en dat ik na een ontmoeting met hem niets meer waard ben, ziek van onvervulde verlangens. Werk aan de winkel, dus. Maar niet vandaag. Alsjeblief, niet vandaag.

Ik vraag de holistisch therapeute wat me te doen staat. Ik hoop dat ze zegt dat het goed komt tussen mij en de ondeugdelijke, dat we samen zullen eindigen en nog tien leuke kinderen op de wereld zetten, dat hij elke dag bloemen zal meebrengen en dat we in goede en kwade dagen voor elkaar zullen kunnen kiezen. Maar dat zegt ze niet. Ze zegt dat ik voor mezelf moet zorgen, de ruimte zelf moet vullen. Of hier nu stoppen, met het proces. Maar dat is geen optie want het is onaf.

Ik vloek. En nog eens. Ik denk aan het bijna triomfantelijke schrijven over therapie en in proces zijn van een tijdje terug. Weer een lesje geleerd, I guess. Maar goed. Ik blijf voorlopig nog even met mijn hoofd tussen mijn schouders zitten, if you don’t mind.

Advertenties