Elk moment is waar

Ik zal de ondeugdelijke man terug zien. Door omstandigheden, gewoon, even. Niet een date, een functioneel iets zeg maar.
Dus oefende ik alvast een beetje het antwoord op de vraag hoe het met me gaat. In mijn hoofd.

‘Het gaat zo goed, echt! In transformatie, maar dat is zo’n rijkdom. Ik kom elke dag dichter bij mezelf, ik word elke dag sterker’.*

Of:

‘Ja, prima hoor, echt, het gaat geweldig. Ja, nog steeds alleen, maar ik ben niet zo hard op zoek. Ik heb daar nu geen ruimte voor.’

En toen was het weekend en toen ging ik op babybezoek bij vrienden waar ik enkele maanden geleden op hun trouw was. Lieve vrienden. Vrienden op heel blij voor te zijn. Er speelden twee jongetjes op de mat en er lag een kleintje aan de borst. Ik had kraamkost bij en we aten. Ik ging even wat halen in de keuken en merkte dat mijn keel dicht geschroefd was van verdriet. Happy families op een ander, dat gewone dagdagelijkse geluk van lekkende melktieten, huilende wormpjes, een kleutertje dat na de middag nog in pyama loopt omdat er een baby in huis is. Ik wou liefst mijn kroost wegplukken en aan 150 per uur wegrijden, maar dat was geen optie want we zaten nog niet aan het dessert. Nou ja, dat dessert hadden we best kunnen missen, maar hoe verklaar je dat je het op een lopen zet bij een kraambezoek? Dus vocht ik, maar daar kwamen ze toch. De tranen. Gelukkig bleef het beperkt, de sluizen gingen niet volledig open, en iedereen kon heel goed doen alsof er niets aan de hand was en alsof niemand iets gezien had.

’s Avonds was ik thuis en de kroost sliep. Ik was wat onder indruk van dat verdriet. Van het gevoel dat het ook wel eens terug aan mij mag zijn, dat ik precies al maanden door een soort woestijn ploeg, terwijl ik bij anderen het ene topmoment na het andere meemaak. (En ja, ik weet dat topmomenten relatief zijn. Ik denk dat de vriendin met baby-aan-de-borst niet echt het gevoel heeft dat ze een topmoment beleeft.)

Ik nam mijn boekje van Pema Chödrön vast en las dat het goed gaat als je het leven uithoudt, niet als je alles onder controle hebt en dicht getimmerd en het verdriet in een doosje geklasseerd. O ja, dacht ik. Het is geen falen dat het verdriet me op zo’n momenten overmant. Het is ook niet groter dan het is. Elk moment is waar. Dat het beter gaat is waar, maar ook dat het soms verdraaid veel pijn doet en ik mijn stuur vastklem met witte knokels tijdens het zingen van liedjes voor de Peuter, in de hoop dat mijn stem maar niet breekt op de weg naar huis van zo’n babybezoek.

Ik las ook iets over alles zo snel mogelijk weer op de rails willen hebben bij breuken in het leven, en dat de kunst er net in bestaat de situatie uit te houden, in het moment te blijven, niets te willen oplossen, te accepteren hoe de dingen zijn. Ik herken de neiging van mezelf alles snel te willen oplossen, maar ik weet ook dat het heel erg nefast was geweest als ik hals over kop me om-het-even-waar in gestort had na Dirk om die pijn maar te slim af te zijn. (En hierbij maak ik het onderscheid tussen oplosbare, eerder praktische zaken waar je wel iets aan kan doen en grotere levensthema’s zoals kinderwensen, eenzaamheid, …)

En straks de ondeugdelijke man. Ik weet begot niet meer wat zeggen. Als ik maar niet jank. Laat ik dat maar even goed afspreken met mezelf. Laten we het gewoon maar functioneel houden.

*Ja, dit is het soort taal dat de ondeugdelijke en ik gebruiken met elkaar. Taal is belangrijk. Dirk was goed met taal. De ondeugdelijke matig. Op een dag smste hij iets over ‘de kids’, en dat vond ik ZO eng. Dat gaf toch wel wat afstand.

Advertenties