Prinses gaat uit haar dak

Of ze me nu verdomme eens willen gerust laten. Ik gris de Peuter weg bij het fornuis waar hij om aandacht staat te bedelen terwijl ik gloeiend hete broccoli uit een hete ovenschaal vis om er pesto van te maken. Ik zet de peuter hardhandig een eindje verder neer  en roep nog wat verder. Dat ik het beu ben, dat ze nooit meer in de keuken mogen komen als ik aan het koken ben, dat dat gevaarlijk is, dat ze mij gerust moeten laten, en of ik nu nooit eens rustig iets kan afwerken. En of ze zich willen verbranden ofzo?

Ik keer terug naar de kookpotten, woest. Sta stil, denk na. Schud mijn hoofd. Wat is er gebeurd met me?


Toen ik enkele jaren geleden les gaf aan de hogeschool, had ik een gesprekje met mijn leidinggevende. Ik vertelde hem hoe ik ‘tot een kot in de nacht moest’ doorwerken om alles voorbereid te krijgen. ‘Weet jij wat jij nodig hebt?’, vroeg hij. ‘Een hobby!’ was het (zijn) antwoord.

Hij had gelijk. Soms is het beter afstand te nemen en wat anders te gaan doen. Iets dat je leuk vindt, iets dat je deugd doet.

Onder dat mom schreef ik me in op de yogaschool. Yoga is immers iets waarvan ik had ervaren dat het me deugd deed. Ik boekte meteen een babysit voor de wekelijkse yogales, vulde de babysitschuif met lekkers voor de avonden (vervolgens at ik de schuif bijna helemaal zelf leeg), betaalde de yogaschool met geld dat ik had verdiend in mijn bijberoep en dus had ik een hobby.

Alleen krijg ik stress van die hobby. Jeetje, de rush om babyzoon in slaap te hebben en kleuterzoon in bed (of minstens in pyama) voor de babysit komt (wat dus betekent: ophalen, koken, eten, wassen, pyama’s, quality time, duizend kleine crises). De eis een lichte maaltijd te eten voor ik naar de yogaschool ga om niet belemmerd te worden door mijn verteringsprocessen tijdens de les. Het besef dat ik een HELE AVOND niets kan doen in het huishouden en voor het werk. De rit naar de yogaschool. De angst te laat te komen. Het gedoe om mijn yogaspullen gewassen te hebben en bij te hebben.

En dan de les zelf. Ik weet niet hoe het komt, maar ik krijg het knopje in mijn hoofd niet om. Dus gaat het interne stemmetje maar door met dit soort zinnetjes:
– hoe laat zou het zijn?
– hoe lang nog?
– zouden de kinderen slapen?
– ga ik vanavond nog werken of niet?
– voel ik me al ontspannen?
– heb ik de auto op slot gedaan?
– ik mag morgen niet vergeten terug te bellen naar x of y
– hoe lang nog?
– verdorie, te veel pasta gegeten
– was ik niet beter thuis gebleven om dat of dat af te werken?
– dit is mijn hobby, ik moet genieten
– ontspan ik me al? ik moet me ontspannen

Ook mijn andere hobby, de leesclub, is eerder een oord van stress geworden dan een ontspannen avond. Omdat het moet, omdat je dat boek gelezen moet hebben, omdat het op een avond is en ik meestal echt gewoon doodmoe ben, …

Waar het aan ligt? Ik heb al vele hypotheses bedacht. Ik denk nu dat het vooral niet in mijn leven past, nu. Dat ik al zo veel moet, en iets mogen wordt ook iets moeten als het op een bepaalde avond gepland staat en je er naar toe moet etc. Misschien ben ik geen type voor hobby’s, dat kan ook. Of misschien is het gewoon genoeg.


Terug naar de avond. Ik sta tegen mijn kinderen te brullen omdat ik stress heb omdat ik naar de yogales moet. Hoe absurd is dat?

Ik pak mijn gsm, sms de babysit. Dat ik ermee stop, dat het te veel is. Dat het er niet bij kan. En sorry daarvoor.

De jongens en ik gaan aan tafel. We hebben tijd voor een dessert en doen ons avondritueel in rust. Ik vertel hen dat het me spijt dat ik zo geroepen heb, dat ik moe ben en het te druk heb. Dat ik daarom besloten heb geen yoga meer te gaan doen. De kleuter begrijpt het en stelt voor met drie nog wat yoga te doen op de mat. De peuter is vooral geïnteresseerd in zijn sorbet. Ik vraag hem of hij boos is op me. Hij schudt van nee. De schat.

Als ik de kleuter in bed heb gestopt, sleep ik me verder. Ik hoop dat het me eindelijk eens gaat lukken iets af te werken waar ik al een tijd tegen aan hik. Maar misschien best eerst even een dubbele espresso. Aan de koffiezet sta ik na te denken. Is het jammer? Is het zwak van me? Heb ik dan geen hobby nodig? Zal ik er nog even  over nadenken? Ik haal mijn schouders op. Ik voel vooral opluchting omdat het niet meer hoeft van mezelf. En dan krijg ik de babysitschuif in het vizier. Daar zit vast nog wat lekkers in.