Over zorg en materie

Ik las dit bijzondere stuk. Over ontvellen en transformatie. Er is veel herkenning, en tegelijkertijd plots het vermoeide besef. Dat de transformatie bezig is hier, maar nog niet voltooid. Ik voel dat er beweging is en ik begin de richting aan te voelen, maar ik ben er nog niet. Ik denk dat het te maken heeft met wat ik verder wil en ga ontplooien als zelfstandige in bijberoep. Daarvoor zijn er bouwstenen die ik nog niet in elkaar gepuzzeld krijg.

Intussen zijn er wel veel gedachten en overpeinzingen, waar ik jullie vaak mee vermoei :). Vandaag wil ik een stukje schrijven over de paradox van de materie. En zorg.

Materie – een paradox

Dat alleenstaand moederschap geen financieel zeer stabiele situatie met zich meebrengt, schreef Inke. En deze sterke mama. En ik ook wel eens. Op dit moment is de status: 20 euro op de rekening, 7 in de portemonnee, gelukkig eten in huis, onbetaald: de elektriciteitsrekening van deze maand. Dagen tot het volgende loon: 6.

Vroeger geraakte ik hiervan in paniek. Nu alleen nog soms. Omdat het niet helpt, paniek. Je betaalt er geen rekeningen mee. Ik weet intussen ook wel dat die elektriciteitsmaatschappijen pas na twee weken een reminder sturen in de vorm van een mild dreigement.

Materie is iets dubbels geworden. Enerzijds besef ik hoeveel geld ik ooit verkwanseld heb. Aan kleding, aan babyspullen voor de eerste, aan koffietjes in koffiebars, aan boeken die maar in de kast staan te blinken nu, aan spullen die ik niet nodig had of weinig gebruik, en ik was al niet zo een big spender denk ik. Laatst wandelde ik Cora Kemperman binnen, omdat ik er voorbij kwam. Vroeger een winkel waar ik wel eens 200 euro in één keer uit gaf. Ik neusde wat rond, en kon het zelfs niet opbrengen iets ‘kleins’ te kopen. Shoppen, de lol is er af.
Voor mijzelf en de kinderen krijg ik kleding. Zo veel, vooral voor de jongens, dat ik het zelfs niet allemaal kan gebruiken. Of dat ik het uit de kast vis als het te klein geworden is. Oeps.

Het is dus duidelijk: ik kan niet meer terug naar het zorgeloos uitgeven van geld zoals vroeger. Dat hoeft ook niet.

En anderzijds zijn sommige materiële zaken nu zo veel in waarde toegenomen. Ik hecht nu echt aan bepaalde materiële dingen, omdat ik schaarste ken en die spullen dus niet vanzelfsprekend zijn. Een auto van het werk die ik kan vertrouwen. Het is een doodgewoon relatief klein karretje waardig racemachien van mijn formaat, maar het is een godsgeschenk! Een klein gekregen diepvriesje waardoor de avonden waarop ik met chagrijnig gespuis thuis kom geen avonden zijn waarop we ook plots niets in huis blijken te hebben om te eten (been there, done that, het meest trieste dat er is: thuiskomen met honger na een XL dag, een koud huis treffen, met hongerige vermoeide kinderen, en er dan achter komen dat je hen niet te eten kan geven). De kleding die ik (gekregen) heb koester ik. De kinderboeken. … Het flesje parfum dat ik met mijn vakantiegeld heb gekocht. De concealer die onmisbaar is geworden op werkdagen (het spul is duur maar elke euro waard).

Maar op een vreemde manier ben ik tegelijkertijd onthecht en materialistisch geworden. Onthecht omdat ik met zo veel minder kan dan ik dacht. Materialist omdat ik koester wat ik heb. Intenser dan ooit!

Soms loop ik door dit huis en denk ik: ‘komaan, Prinses, je leeft in rijkdom. Je hebt alles wat je nodig hebt en van sommige dingen zelf wat te veel.’ En zo is het. We hebben niet veel geld, maar we eten bijna elke dag drie gezonde maaltijden, we kunnen ons aankleden en verwarmen. Het lukt. Het lukt.

Zorg

Ik laat al heel de dag dingen uit mijn handen vallen. Kopjes, pennen, koekjes. Het is het ultieme teken dat ik moe ben. Mijn dag begon in een Nederlandse stad om 6u. Om 6u20 zat ik in de auto voor de eerste 100 km van de dag. Ik kwam zwaar geïrriteerd thuis met zwaar geïrriteerd gespuis om 18u15. We aten, er volgde een moeizaam bedritueel. Om 20u15 zette ik de computer weer aan. Ik schikte mijn papieren. Ik was en ben nog steeds draaierig. Op mijn bureau lag een notablaadje met daarop: ‘stoppen met ’s avonds werken – het is genoeg!‘. Dat had ik twee dagen geleden geschreven, omdat het genoeg was. Ik legde het blaadje opzij en ging aan het werk.

Het is nog steeds zoeken naar meer evenwicht. Naar een betere dosering van mijn energie. Naar het antwoord op de vraag of het te veel is, of dat ik gewoon slecht georganiseerd ben en inefficiënt werk.

In tussentijd heb ik alvast geleerd dat zorg helpt. Zorg is goud waard. Ik mocht het vandaag ervaren op het werk, waar een van de moeders een lunchpakketje had gemaakt voor me om mee in de auto te nemen, met twee mandarijntjes erbij. In die collega die zwijgend een beker water voor me ging halen toen bleek dat ik de elfde koffie van de dag op had rond de middag. Ik was bij vrienden uitgenodigd en kreeg daar een met liefde gemaakte maaltijd voorgeschoteld met veel verse groenten. Er kwam lief bezoek die een cadeautje bij hadden voor de jongens en voor mij een bon – alles was zo met liefde uitgezocht en zo welkom. Ik kreeg een mand appeltjes van iemand met een appelboom. Een vriend kwam op bezoek en smste dat hij een schaal cannelloni mee zou brengen, waardoor de stress van het koken en dus ook boodschappen doen etc, volledig weg gleed en ik me verwend voelde in eigen huis.

Het zijn kleine gebaren, maar ze zijn zo wezenlijk. Het zijn de elementen waardoor het allemaal net lukt. Vroeger zouden deze gebaren in een soort roesje langs me heen gegleden zijn. Nu klamp ik me er aan vast, als aan strohalmpjes. En ben ik innig dankbaar.

Vervellen en transformeren. Ik kan het iedereen aanraden :). Ik hoop echter wel wat het een keer klaar bijna klaar is hier.