Prinses is vlees noch vis

Hippie

Nachtpasta
Het is laat. Ik zit aan de tafel, wacht tot de pasta klaar is. Vandaag heb ik drie vergaderingen gehad op twee verschillende locaties, geen van beiden binnen een straal van 200 km rond mijn huis. Ik heb meer dan vijf uur in de auto gezeten. Ik heb me afgevraagd wat ik mijn kinderen aan doe met dit leven. En toen zei er een stemmetje dat het Dirk zijn schuld is. Hij had ook gewoon het thuisfront kunnen spelen, nietwaar?

Wolfsvrouw met telefoonverbinding
Net heb ik een half uur gebeld met iemand waarvan ik dacht dat het een wolfsvrouw is. Iemand die op een boerderij woont, zelf kruidenmengsels maakt om te genezen van kwaaltjes en maar liefst acht kinderen heeft groot gebracht tot types die met paarden werken en hun hart volgen. Het leven haalt rare fratsen met me uit de laatste tijd en er gebeuren met enige regelmaat heel absurde of onverwachte dingen, zoals dit gesprek en het contact met deze vrouw.

Dreadlocks en kleermakerszit
Ik voel me altijd aangetrokken tot dit soort types. Al heel mijn leven ben ik gefascineerd door hippie-achtigen. Mensen die in communes wonen, mensen die van die leefgemeenschappen opzetten, in een yurt overwinteren, van festival tot festival trekken met een kraampje met bio-pannenkoeken, hun eigen groenten kweken waarbij ze de maanstanden respecteren, leven van de wat de wind brengt, geen suiker eten want dat is vergif, zich terugtrekken in de natuur op hun uppie voor volledige dagen en nachten, op een matras in hun woonkamer liggen als ze een snee brood hebben gegeten omdat hun lijf moet rusten van die zware aanslag die brood is, hun haar nooit wassen omdat dat niet nodig is als je zuiver eet. Enzovoort. Als het maar dreadlocks heeft en in kleermakerszit zit, zeg ik altijd.

Ok, ik vergroot het een beetje uit. Maar dat van die aantrekkingskracht is waar en ik kom ook bijzonder vaak in contact met dat ‘soort’ mensen of hun plekken.

Hippiedirk
Ook Dirk was in zekere zin dat type. De vrije vogel die alles anders deed dan anderen. Die niet hoefde te werken (want dat deed ik, haha). Die in de natuur rondzwierf bij volle maan (I kid you not) en altijd wel een skeletje van een muis of iets dergelijks meebracht (fijne cadeaus, echt). Die naakt in rivieren zwom. Hij had ook absurde kennissen. Mensen die als beroep zandsculptuurmaker waren, of sjamaan. Hij had echter geen dreadlocks (wel woest haar) maar zat wel in kleermakerszit.

Minderwaardig
Anyway, ik voel me altijd minderwaardig in het contact met de hippie-achtigen. Alsof zij dichter bij het ware leven staan dan ik. Alsof zij de essentie benaderen terwijl ik in de materie blijf hangen. Alsof zij zuiverder leven en ik maar meeloop met de massa. Alsof zij durven en ik niet.

Binnenkort rijd ik naar die wolfsvrouw toe met mijn jongens. Ik schaam me al bij voorbaat voor mijn nieuw autootje en mijn hoge hakken. Mijn iPhone (van het werk) zal ik maar thuis laten.

Het roer om?
Dat minderwaardige gevoel wrijft en schuurt telkens een beetje. Het doet me vragen stellen over mijn eigen leven. Waarom ik het roer niet omgooi. Waarom ik dit jachtige drukke leven blijf leiden, in plaats van in een gemeenschap te gaan wonen, mijn kinderen in te schrijven voor het Freinetonderwijs, en met mijn handen in de grond te gaan wroeten in een poging zelfvoorzienend te leven, mijn ware ik te vinden en nooit meer vermoeid te zijn. We zouden een ander leven kunnen hebben, dan dit leven waar stress en drukte toch een rode draad vormen.

Geen talent voor het hippiebestaan
Het antwoord is simpelweg dat ik geen hippie ben. Ik heb geen talent voor zelfvoorzienend leven. Ik geniet met volle teugen van op het werk rond te kijken en de gezichten van mijn collega’s te zien en te beseffen dat ik van elk van deze sterke en gedreven professionals iets leer. Ik ben in mijn nopjes als ik een lange rit voor de boeg heb met mijn autootje dat lekker sportief en intuïtief rijdt. Ik word gek als ik een week thuis zit met mijn kinderen omdat ik het saai vind en mijn kinderen vaak zeuren of ruzie maken en altijd aandacht nodig hebben. En ik heb nu eenmaal geen talent om te knutselen met beukennoten of samen verhalen te verzinnen terwijl we in een zelfgestookt vuurtje porren. Ik ben op mijn privacy gesteld en mag er niet aan denken dat ik in een huis zou wonen met huisgenoten die niet mijn partner of kinderen zijn en geluiden maken en/of bewegen en de spullen in de keuken anders terug zitten dan het in mijn hoofd moet. (Over het delen van een toilet en badkamer denken we nu even niet eens na, ok?) Ik hou van brood en nog meer van brood met hagelslag. Ik heb geen dreadlocks en ga elke dag in de douche. Mijn kinderen zitten in een gewone school en een gewone opvang waar ze niet eens biogroenten geserveerd krijgen (dat laatste vind ik overigens wel echt jammer). Ik zit op een stoel terwijl ik dit schrijf, en niet op een bamboemat. Ik drink tien koppen koffie per dag in plaats van brandnetelthee.

Vlees noch vis
En dus besluit ik dat ik geen talent heb voor het hippie-bestaan, maar dat ik tegelijkertijd ook niet helemaal mee doe met het echte leven zoals de meeste mensen. (Ik heb overigens altijd al het buitenbeentjesgevoel gehad, nu weet ik dat dat eigen is aan hoogsensitieve mensen.) Ik heb bewust geen tv, we eten groenten via het voedselteam, we zijn vegetariërs op het veganistische af, we dragen tweedehandskleding (alleen zijn dat geen wereldwinkelbroeken), en uren op mijn uppie in de natuur dwalen is een groter cadeau voor me dan een avondje in een groep vrienden.

Vlees noch vis, ik. Villa noch yurt. Geföhnd haar noch dreadlocks. Hip noch alternatief. Trut noch wolvin so far. Ik haal mijn schouders op, weet even niet of ik iemand anders zou willen zijn als ik kon kiezen, en eet mijn pasta op.