Prinses geeft drie tips voor wat je zeker niet moet doen in de vakantie

Weer aan het werk! Ik had zo uitgekeken naar dit moment: de terugkeer van de structuur, de kinderen die uitbesteed konden worden, tijd voor ‘mezelf’ (lees: mijn werk), … Hoe glorieus de dag in mijn gedachten ook zou zijn, het viel erg vies tegen vanochtend. Ik stond wankel op mijn benen, met vettig haar (geen tijd…), het voelde alsof ik overreden was en een kater had. Ik was fysiek te moe om de peuter in zijn autostoeltje te tillen en in de opvang brak mijn hart in duizendenéén stukjes, na drie weken samen zijn.

Gul als ik ben, geef ik jullie met plezier drie tips om het niet zo ver te laten komen.

Eén. Neem geen kinderen van een ander mee op vakantie.

Lach maar, ja. Het leek een goed idee. Grotere kinderen. De redenering was: ze houden elkaar bezig, veel kinderen werkt zelfregulerend. En ‘waarom ook niet?’. De realiteit was dat ik het gevoel had op reis te zijn met vampiers, die alle tijd en energie vakkundig wegzogen. Uiteraard waren er prachtige momenten en zijn kinderen geschenken (ik ben niet eens sarcastisch). Het is een verrijking dat kinderen met elkaar kunnen spelen en van voor andere kinderen zorgen leer je weer een hoop. Alleen zat ik op woensdag brullend van het huilen* in de auto voor een ommetje (het voordeel van grotere kinderen is dat je even weg kan). Alleen, wees gerust. Alleen, leeg, eenzaam, doodmoe, totaal in paniek, met het gevoel alles kwijt te geraken dat me lief is of waardoor ik op de been geraak/me op de been hou. Ik was er zelf aardig van geschrokken, de kinderen hebben niets gemerkt. Oef.

Twee. Thuisblijven is niet leuk, op reis gaan is ontregelend.

Euh, hoe formuleer ik dit als tip? Als je thuis blijft, maak dan voor elke dag een plannetje. Zeker als je kinderen met energie hebt. Op de bank liggen en een boekje lezen is er toch niet bij, dus kan je maar beter wat doen. Het wordt nog beter als je daarbij met andere mama’s en andere kinderen afspreekt (leuke papa’s om mee af te spreken ken ik jammer genoeg niet).
Als je op reis gaat, moet je er rekening mee houden (serieus) dat het erg ontregelend is. Elders slapen (lees: SLAAPTEKORTALARM), je weg vinden in een ander huis (of godbetert een tent), je weg vinden in een andere omgeving, ander eten (nee hoor, we hebben echt niet vooral boterhammen met hagelslag gegeten) en euh… Ja hoor, ook hier ontkom je er niet aan: je moet iets plannen, elke dag. Op de bank zitten met een boekje is er toch niet bij.

Drie. Besteed ze even uit.

Nee, het is niet makkelijk om drie weken lang dag in dag uit met kinderen samen te zijn. Hoedje af voor alle thuisblijfmama’s ter wereld, jullie zijn helden. Maar ik niet. De tweede week al was ik bereid te betalen om te kunnen gaan werken. Al mijn babysits genoten van de geweldige vakanties die je hebt als je zestien bent en waren dus op kamp, deden vakantiewerk of gingen naar feestjes. Daarvan was dus geen heil te verwachten. Ik heb geen flauw idee waar ik mijn jongens eens had moeten achter laten, maar jeetje, wat had ik het nodig even alleen te zijn, orde te scheppen in huis, een paar uur te slapen, eens ongestoord te eten, wat na te denken over het leven na de vakantie. Ben je in de mogelijkheid: gun het jezelf dan, die tijd zonder. Je hebt het nodig. Echt.

Kommer, kwel en gouden randjes

Het kommer- en-kwel-gehalte van de vakantie was aanzienlijk. Ik heb zelfs even overwogen naar de dokter te stappen omdat ik zo uitgeput ben, maar dat vond ik dan weer te ver gaan. Toch waren er ook momenten met gouden randjes. Vrienden op bezoek, samen wandelen en eten, slapende prinsjes op de achterbank, de geur van zonnecrème op kinderlijfjes, een bloot peutertje dat onbezonnen op het strand speelt, dat zeldzame moment (één!) dat ik ongestoord met een boek en koffie op het terras zat, de heerlijke plek waar we te gast waren, hagelslag, nog eens receptjes koken uit kookboeken, winkelen in vreemde supermarkten, vrienden die er voor me waren toen ik dat giga-crisismoment had (cfr. het brullen van het huilen in de auto), …

En nu. Nu zijn er plannen te maken, structuren te creëren. Ik wil weer zo veel dingen verbeteren, veranderen, opnemen. Ik blijf maar snakken naar tijd om alles te overdenken en te organiseren, alvorens uit te voeren. Terwijl ik nu vaak vooral brandjes blus en achter de dingen aan hol. Maar eerst toch maar eens bijkomen van de vakantie en mijn geestelijke training terug opnemen. Wordt vervolgd…

(*) Ik denk dat er nog een portie verdriet verstopt zat omdat het niets geworden is met de ondeugdelijke man. Verdorie toch.