All about the money

Kassa
Ik heb voor de eerste keer een betaling gekregen als zelfstandige in bijberoep. Meteen een lesje in facturen maken gehad (ik vond uiteindelijk dat ik een heel stijlvol factuurtje had gestuurd) maar ook in subtiel aan de mouw trekken van de organisatie in kwestie, want dat er heel stijlvol op een factuurtje staat dat er binnen de twee weken betaald moet worden, betekent niet dat dat ook gebeurt.

Gewenning
Ik was een pak trotser op dit inkomen dan op mijn maandelijks loon. Mogelijk ben ik mijn maandelijkse vaste inkomen gewend geraakt? Ik herinner me wel nog de trots toen ik mijn allereerste maandloon ooit kreeg, maar dat ebt dus gauw weg. Deze betaling was best bijzonder, want een soort van effect van het waarmaken van een droom, namelijk als zelfstandige in bijberoep starten.

Touwtjes trekken
Jammer genoeg is het financieel, zeker nu met de gerechtskosten, nog steeds heel erg trekken aan alle touwtjes om ze aan elkaar geknoopt te krijgen. De dag dat geld geen zorg meer is en dat ik zonder nadenken naar de supermarkt ga, zal ik zo gelukkig zijn. Ik heb ooit berekend dat ik per week maximum 50 euro mag uitgeven, aan alles samen. Maar ga een keer naar de apotheker, de supermarkt en de bakker, en dat bedrag is al anderhalve keer op. Ik draai nog steeds ‘verlies’: elk extraatje dat ik opzij probeer te zetten, moet ik weer aanspreken. Als ik bij andere mensen kom, vind ik het soms confronterend dat daar producten op tafel komen die bij ons ondenkbaar zijn. Het gaat dan om stomme dingen, zoals een tapasmengeling, verse olijven, … Dingen die niet levensnoodzakelijk zijn, en die ik vroeger ook standaard in huis had, maar nu al een tijdje mijd. Het is opvallend hoe snel je gewend geraakt aan een wat meer sobere levensstijl. Laatst had ik een extra bedragje en had ik wat dingen voor mezelf nodig, en toen vond ik het zelfs moeilijk om geld uit te geven.

Zorg(eloos)
Soms maak ik me nog steeds zorgen over geld. Maar hoe cliché ook, dat helpt niet. Ik probeer me dan te richten op wat ik krijg, en dat is belachelijk veel. Drie voorbeelden van de laatste tijd:

-1- Van twee dames krijg ik vaak kleding die te klein geworden is voor hen. Het zijn altijd erg leuke, kleurrijke en ook best dure kledingstukken, waar ik regelmatig een complimentje mee scoor op het werk (‘wat heb je toch altijd een vrolijke jurk aan!’). Laatst stond ik weer blij als een kind gekregen kleding te passen. Sommige dingen die er bij zaten zou ik zelf nooit gekocht hebben, realiseerde ik me. Ik vond het niet zielig, maar net heel horizonverbredend en luxe, om te mogen ontvangen. Ik heb intussen een kleerkast met 15 jurken ofzo, de meeste gekregen. Zot hé?

– 2 – Voor beide zonen krijg ik kleedjes door, dus ik koop enkel schoentjes zelf, en vaak zelfs dat niet. Laatst lette ik er een dagje op, en het viel me op dat de peuterbroer een hele dag doorgebracht had met gekregen spulletjes van anderen. Via V.: zijn pyama, zijn kleedjes, het tentje waarin hij speelde, de puzzels die hij maakte, de boekjes die hij las, de autostoel waarin hij vervoerd wordt. De bordjes en bekers die hij gebruikt zijn dan weer van H. en P. … Zalig. Zo. Veel. Dank!

– 3 – Ook dit jaar was er weer het aanbod in dat mooie vakantiehuisje te verblijven, gratis, aan de Nederlandse kust. Met open handen aangenomen, uiteraard. Wat een zegen.

Genoeg
En dus besluit ik dat ik genoeg heb en rust ik in het vertrouwen dat op mijn pad zal komen wat ik nodig heb. Al zou een beetje meer ruimte op die bankrekening ook wel welkom zijn…

Heb jij genoeg? Kan je genoegen nemen? Dit leesvoer is een fijne tip om over deze vraag na te denken.