Triomf

timeout

Kleuterzoon was boos. Omdat ik zijn rugzak had toe geritst. Hij wou dat zelf doen.

Peutermans was moe. En hangerig. ‘Mamaaaa,’ huilde hij. ‘Mamaaaaaa’. Op schoot zitten met zijn knuffeltje en zijn tutje was overduidelijk zijn plan, terwijl ik nog even moest zorgen voor een verantwoorde maaltijd. Eén met broccoli. Dat soort verantwoord.

Kleuterzoon was boos. Omdat de peuter ‘mamaaaa’ huilde. En omdat er gekookt zou worden en dat altijd groenten impliceert. Dat het broccoli zou zijn, moest hij nog ontdekken.

Ik kocht beide heertjes om. Niet alleen met een youtubefilmpje, maar godbetert ook met een cracotte (voor het eten: ja) en een glas water. Ik negeerde vakkundig dat de peuter heel zijn cracotte in zijn water had gesmolten en er met een lepeltje schepjes van in de nek van de kleuter schepte. De kleuter die gebiologeerd naar Lucky Luke zat te kijken, tot hij doorhad wat de peuter deed en dus heel boos werd. (Het kind is boos geboren en gaat waarschijnlijk boos sterven. Er is geen uur waarin hij niet boos is, op mij, op de wereld, op zijn broer.)

We aten. Ik ga de strijd met de peuter niet meer aan over bord leeg eten, want die had al warm gegeten in de opvang. De kleuter moest echter wel, en … Was uiteraard boos. Geen braakneigingen vandaag. Waar hebben we dat aan verdiend?

Na het eten moesten beide heertjes in bad. De peuter stootte bij het omkleden zijn tandje tegen de badrand en zette het op een brullen. Kleutermans was… Juist, ja, boos. Omdat de peuter brulde. Toen ze samen in bad zaten, had de kleuter binnen de 30 seconden iets in het gezicht van de peuter gegooid, waarop de peuter het op een brullen zette en ik kwaad werd, met het type cliché-zinnen dat het nooit eens leuk en rustig kon zijn en dat ze elkaar altijd pijn moeten doen.
In mijn hoofd raasde ik verder. Dat vakantie een verderfelijke uitvinding is, dat alleen zijn met twee kinderen  een uitputtingsslag is, dat de kleuter altijd boos is, dat de peuter ambetant was, dat ik me weer zo moe en zo leeg voelde en dat er beneden nog een heuse op te ruimen bende op me wachtte, om maar niet te spreken over de berg afwas en was. Dat ik niet wist hoe ik het vandaag allemaal nog eens in goede banen zou leiden (of lijden, tja): twee kinderen in bed, het huis aan de kant, yoga, to do’tjes all over. Dat het monsters zijn, soms.

Mijn gedachtestroom werd onderbroken doordat de peuter ging rechtstaan in het bad. De sfeer was erg grimmig en totaal verziekt, maar zijn gezichtje lichtte op. Hij liet met een mooie glimlach een triomfantelijke en welgemikte scheet*, waarop de kleuter en hij in lachen uitbarstten. Magic! Avond gered. En even later twee blije kinderen in bed, het huis aan de kant, yoga en to do’tjes afgestreept. Hell yeah.

* Hebben ze niet van mij geleerd, ook niet dat ze daarmee lachen. Jongens vinden dat blijkbaar zelf uit. Iets genetisch?