Afscheid van de ondeugdelijke man in drie bedrijven

happyProloog

Ik heb het laten aanslepen. Zit dat in mijn aard? Ik had alleszins tijd nodig om een besluit te nemen. Om wegwijs te geraken in een wirwar van gevoelens die elkaar tegenspraken, zoals angst om alleen te zijn, onvermogen genoegen te nemen met wat er was, verlangen, hoop op verandering, …

Uiteindelijk besloot ik dat ik niet gelukkig werd van wat ik had met de ondeugdelijke man. Het was te los, te sporadisch, er was te weinig wederkerigheid, te weinig ruimte, geen plannen. Intens samenzijn en dan weer intens niets.

Ik nam afscheid van de ondeugdelijke man, en had daar drie bedrijven voor nodig.

{1}
Ik oefende wat ik tegen hem wou zeggen. (Jullie denken vast dat ik gek ben, maar eigenlijk doe ik dat vaker: moeilijke boodschappen tegen mezelf mompelen, om te oefenen. Bijvoorbeeld in de auto. Trouwens, het helpt niet. Of misschien enkel psychologisch ter voorbereiding.) Daarvoor moest ik voor mezelf helder krijgen hoe het zat, wat ik wou en wat ik niet wou, en waarom. Het boek ‘Blijven ademhalen’ leerde me het begrip ‘ahimsa’: geweldloosheid, in woord en gedachte, tegenover jezelf en anderen. Een begrip dat steeds meer een anker wordt in mijn leven. Omwille van die ‘ahimsa’ wou ik afstand nemen. Om mezelf geen geweld aan te doen in ‘iets’ dat niet was wat ik wou. Om hem geen geweld aan te doen in het verstrikt zitten in ‘iets’. Ik oefende en kon het aardig verwoorden.

En toen stond hij onaangekondigd voor de deur. Ik was behoorlijk mijn tekst kwijt. Ik had bij het oefenen ook geen rekening gehouden met dat leuke trekje rond zijn mond, hoe zijn ogen stralen met levenslust en ondeugd en hoe heerlijk het is om een stel warme sterke armen om je heen te voelen.

En toch slaagde ik er in het op een gegeven moment te stamelen. ‘Ik word hier niet gelukkig van.’ Oorverdovende stilte. ‘Ik wil niet iemand die af en toe op het toneel verschijnt, ik wil iemand die bij me wil zijn.’ Het was een behoorlijk beknopte versie van wat ik eigenlijk wou zeggen, maar het was er wel een beetje de samenvatting van. Hij zei dat we moesten praten, op een ander moment. En hij ging.

{II}
De ondeugelijke en ik zagen elkaar terug. Er was afstand, waar ik enorm van schrok maar die ik achteraf gezien zelf had uitgelokt door wat tactloze opmerkingen mijnerzijds. Tja, als iemand het heeft over vrienden zijn en je zegt ijskoud: ‘ik ben je vriend niet’, komt dat misschien niet zo aardig over. Hij kan mijn gedachten immers niet lezen, over de scheidslijn tussen vriendschap en liefde die ik hanteer.

Ik was er even totaal ondersteboven van. Gelukkig was er die avond taart & thee, een goed gesprek en voorzag Anna Klijn me ook nog van wat inzichten*. Anna zegt: ‘De relatie die we hebben, is de relatie die we willen en waar we voor kiezen. Dit is een relatie die we denken waard te zijn.’ Boodschap begrepen, Anna. *Slik*

* Soms is Anna heel raak, anderzijds is het wel heel vreemd dat ze alle mannen over één kam scheert. Alsof ze allemaal dezelfde handleiding hebben.

{III}
We zagen elkaar nog één keer. Ik zat in de auto, op weg naar hem, en sprak luidop tegen mijn dashboard: ‘Laat me in staat zijn hem te bereiken, afscheid te nemen zonder hem het gevoel te geven hem af te wijzen en hem los te laten.’ Ik had mijn tekst deze keer niet geoefend.

We spraken. Over wat in de weg stond. Onze start was het moment waarop ik hem vertelde dat ik een relatie wou vrij van alle mogelijke destructieve patronen. We hadden een boeiend gesprek, ik trok mijn stoute schoenen aan, vroeg hem uit voor een kopje koffie, hij ging er gretig op in, en hoewel ik hem erg aantrekkelijk en boeiend vind als mens, bevond ik me plots in een patroon waar ik niet gelukkig van werd. Te los, te onzeker, te weinig. Niet waar ik naar op zoek ben. Verre van. Leuke man, foute band. Dat zei ik hem.
Bij het afscheid omarmde hij me. Lang. Ik liet mijn handen over zijn rug glijden, zijn bovenarmen, legde mijn hand even op zijn wang. We glimlachten naar elkaar, ik zei hem dat ik hem zou missen en dat het toch erg vervelend is dat we in het leven niet alles kunnen hebben. Dat beaamde hij volmondig. Hij vroeg of de deur op een kier kon blijven. Ik antwoordde niet, probeerde te vermijden dat er een zaadje van hoop geplant zou worden vanbinnen. Ik ging.

Epiloog

Thuis wiste ik onmiddellijk zijn berichtjes en zijn nummer. Om niet in de verleiding te komen. Ik at chocolade, dronk koffie, zat een beetje lusteloos in de zetel. Het alleen zijn voelde als leegte en ruimte, leegte en ruimte. Soms flakkerde er iets in me op, iets van plannen, waar ik nu energie op kan richten omdat ik niet meer moet piekeren over de ondeugdelijke man, of wachten op zijn berichtjes. Dan weer dacht ik met spijt aan alle dingen die ik met hem had willen doen. Wandelingen, musea, gesprekken, reizen, babies krijgen. Maar ik bleef zitten. Ik realiseerde me dat er iets belangrijks gebeurd is. Ik heb een relatie beëindigd die niet goed voor me is. Dat ik er in verzeild geraakt ben en dat het een afscheid in drie bedrijven werd, maakt niet uit. Dat ik hoop dat hij morgen voor de deur staat, ook niet. Ik heb een relatie beëindigd die niet goed voor me was. Ik heb iets geleerd, uit het voorbije anderhalf jaar. Wat ik bij Dirk niet kon, kon ik vandaag wel.

Ik realiseerde het me, stond op, nam mijn autosleutels en ging de twee liefste jongetjes van de wereld halen.