De paradox van het ouderschap

Het is avond. Ik sta in de keuken en duw tomatenpuree door een zeef. Het is een meditatief werkje. Ik heb enkele kilo’s tomaten geroosterd met look, het resultaat ervan gemixt, een beetje kaneel en zeezout toegevoegd, en nu sta ik de pitjes en velletjes er uit te zeven. Ik ben moe en ik voel me leeg. Niet het genre moe en leeg van een paar maanden geleden. Er zijn twee dingen veranderd. Enerzijds denk ik niet meer in absolute termen (‘ik moet altijd alles alleen doen, ik ben altijd moe, ik kan nooit uitslapen, …’), anderzijds weet ik dat de bron voor hernieuwde kracht en energie in mezelf ligt en dat ik hem moet aanboren als ik me niet meer zo wil voelen.

Maar ik sta in de keuken, ik zeef tomaten, ik voel me moe en leeg.

Babyzoon is flink ziek geweest. Er was een ziekenhuisdreiging, hij leek wel anorectisch (een bijna twee jarige die enkele dagen eten weigert, vind ik eng), de nachten waren heftig, en tijdens de dagen zat ik vaak met een moe lappenpopje op schoot dat enkele keren door zijn beentjes was gezakt en dus maar het zekere voor het onzekere nam: moekeschoot.
Ik voelde me zo verbonden met hem, zo bezorgd, zo dicht, zo intiem met dat kleine zieke lijfje. Vanmiddag was er een kentering. Er werd een hele peer gegeten, het hangen sloeg om in mopperen, zeuren en huilen. Ik telde de uren af tot ik de kinderen in bed kon leggen en loste vanmiddag wel 200 ruzies op tussen de broers.

En nu sta ik in de keuken, ik zeef tomaten, ik voel me leeg en moe.

Mijn gedachten dwarrelen. Ik denk na over isolatie. Over de lange avonden alleen, waarin ik mijn huishouden doe, aan yoga doe en werk. Over input van anderen, wat op dit moment zo beperkt is. Over leven, over interactie. Over hoe leuk het zou zijn als er een partner zou zijn waardoor er wat dynamiek zou ontstaan, maar dat je natuurlijk niet al je hoop op een partner kan projecteren. Over het besef dat ik nog zo veel dingen moet oplossen en aanpakken, met de rechtszaak, met Dirk, met mijn ouders, en dat ik daar alleen door moet, wat ik nu eerder met een soort gelatenheid oppak. Over de ondeugelijke man en wat het betekent dat ik me zo aangetrokken voelde tot iemand die slechts sporadisch in me geïnteresseerd was, en over hoe moeilijk het is me los te maken van het verlangen naar hem, naar dat de dingen anders zouden zijn.

Ik denk na over relaties. Ik denk na over koppels die ik ken waar ik met een toverstokje zou willen langsgaan om hun ogen te openen, hen te laten kijken naar die andere, hen te laten appreciëren wat ze te vanzelfsprekend vinden. Datzelfde gevoel heb ik trouwens bij veel ouders en kinderen die ik observeer. Ik zie kinderen dingen doen om iets duidelijk te maken aan hun ouders, en dat die ouders dat niet oppikken. En omgekeerd. Ik doe het vast zelf ook. Wat zou er gebeuren als we in staat zouden zijn om met nieuwe ogen te kijken naar alles en iedereen waar we aan gewend zijn? Wat zou er gebeuren als we de signalen van de anderen dicht-bij-ons zouden kunnen oppikken en begrijpen? En in staat zijn om er adequaat op te reageren?

{In dat opzicht analyseer ik wat dingen die de ondeugdelijke man deed en zei tijdens onze laatste ontmoeting. Ik heb het gevoel dat er sleutels in die dingen zitten, maar dat ik de code niet kan kraken. Wonderwel begrijp ik vaak zo weinig van hem.}

Ik vind alles relatief. Ik zou graag een partner hebben want ik voel me vaak alleen. En tegelijkertijd weet ik dat een relatie een nieuwe resem uitdagingen met zich mee zou brengen, een nieuwe categorie zorgen. Het is alsof alles te relativeren is, waardoor er ook niets is om me met geloof en hoop aan vast te klampen. En tegelijkertijd is het ook heel goed dat ik me niet laat gaan in verlangen of dat ik me nergens meer aan vast klamp. Ik word er rustig van in mezelf.

Ik sta in de keuken, ik zeef tomaten en ik voel me moe en leeg.

Ik realiseer me dat ik door de zorg voor de kinderen in deze staat terecht gekomen ben. En dat deze staat over gaat. Dat vakantie niet persé een zegen is voor alleenstaande ouders, door het wegvallen van structuur en de daardoor ontstane noodzaak de dagen in te kleuren waarbij je telkens terug initiatieven moet nemen. Ik kijk rond in mijn leven en zie zo veel dingen die blijven liggen. In mijn huis, in mijn hoofd, in mijn werk, in mijn contacten. Ik weet dat de zorg voor de kinderen zo veel van me vraagt dat er vaak niets meer over blijft om elders te investeren, om vooruit te komen.

Het enige dat op dit moment nog als een paal boven water staat, is de liefde voor die twee kleine slapies boven. Dat is absoluut, onaantastbaar, neverending. Wat een paradox. Ze putten je uit tot je moe en leeg tomaten staat te zeven en niets meer van groot belang kan vinden. Behalve zij, de aanstokers van dat gevoel.