Prinses blijft ook op de rechtbank ademhalen

De avond van tevoren

Morgen moet ik naar de rechtbank, in mijn zaak tegen Dirk. Ik merk dat ik een beetje uit balans geraak. Niet zo veel als vroeger het geval zou geweest zijn. Het zit ‘m in subtiele dingen en ik ben best gevoelig geworden voor subtiele signalen van mijn lichaam en geest. (Als dit het resultaat is van slechts enkele maanden yoga en verstilling, staat me nog een prachtig parcours te wachten!) Subtiele signalen zijn zin in zoetigheid, iets te veel eten, … De avond voor ik naar de rechtbank moet eten we perfect macrobiotisch. Ik doe meer dan een uur yoga met Adriene, waaronder een sessie yoga voor vergeving en vrijheid. Ik ga heel rustig slapen en slaap diep en lekker.

Vechten

Op de rechtbank. Ik wacht. Ergens, enkele meter verder, zit Dirk. Ergens in mijn ooghoek zie ik hem een aantal gebaren maken die me zo vertrouwd zijn. De manier waarop hij over zijn kin wrijft, een bladzijde van een boek omslaat. Ik vraag me plots weer af hoe we hier gekomen zijn.

In de gesprekken met de advocaten erbij om het op een akkoordje te gooien, schrik ik van mijn eigen felheid en vechtkracht. Ik denk aan de warrior-houdingen in yoga: in balans in gevecht zijn. Alhoewel ik een beetje doorsla – uit die balans, ik vind het moeilijk om de advocaat van Dirk te laten uitpraten als hij onzin uitkraamt over week om week-regelingen, terwijl Dirk noch een woonplaats heeft noch een inkomen.

Ik vecht. Ik vecht. Ik voel me ijzersterk.

Ik besef dat het resultaat belangrijk is, in deze zaak, maar dat het daar niet zozeer om draait. Het draait ook om dit gevecht voeren. Ik moet dit doen, het is erg belangrijk voor mij om dit proces door te maken. Mijn eigen kracht te voelen. Te zien wat voor weg ik heb afgelegd. Dirk recht in de ogen te kijken en te lachen, als een winnaar. Dirk te laten zien dat hij zal oogsten wat hij gezaaid heeft.

Vuil

Rechtszaken zijn vuil. Er wordt gelogen, woorden en situaties worden verdraaid. Er wordt geïnsinueerd dat ik daar niet sta uit zorg als moeder, maar uit wraak als ex-partner. Er wordt gezegd dat ik Dirk ‘geplaatst’ heb in zijn shelter, terwijl ik gezorgd heb dat hij daar terecht kon toen hij op straat sliep de dagen nadat hij bij mij weg gegaan was. Het was destijds een gebaar van zorg hoewel ik pas verlaten was, en nu wordt het tegen me gebruikt. Het is vuil en het besmet me. Ik blijf niet zo sereen als ik zou willen en zeg een aantal lelijke dingen tegen Dirk. Ik realiseer me plots heel goed dat ik hem overschat heb, als partner, als man, maar dat hij me onderschat heeft. En dat hij nog niet klaar is met me.

Avond

Ik heb wat ik wou. Alimentatie en het vooruitzicht op een expertonderzoek. En de rechter die Dirk aangemaand heeft om zijn leven eens op orde te zetten. En tegelijkertijd heb ik helemaal niet wat ik wou, want dit alles wou ik niet.

Ik ben ijzersterk de rechtszaal uit gelopen, de verdere dag loopt relatief goed met de kinderen. Ik ben uiterlijk heel rustig, maar de gewrichtspijn heeft me zwaar te pakken. Alsof de pijn als vuurwerk in mijn lijf rondknalt. Mijn bekken is zo gammel als wat, ik bel de osteopaat die op vakantie gaat vertrekken en me niet meer kan zien, ik ben volslagen uit balans, moet braken van de pijn, blijf een tijdje als een kwaad klein meisje denken dat ik niet alleen wil zijn en dat ik dood ga van de pijn als de osteopaat niet onmiddellijk zijn reis annuleert om me te behandelen. (Ik observeer het onredelijke stampvoetende kleine meisje in me, en sta nogal versteld. Waarom herval ik nu in het zoeken van redding buiten mezelf?) Mijn kinderen slapen onrustig en ik moet mijn pijne lijf verschillende keren de trap op dwingen om hen te aaien en gerust te stellen.

Mijn osteopaat  gaat op reis en ik zit alleen op de bank en ben ziek van de pijn. Er is niemand om me te redden, te troosten, te verzorgen, de pijn op te lossen voor me, me aan te raken. Ik bel een vriend, vertel hem hoe eenzaam ik me voel. We praten een uur. Daarna word ik weer op mezelf terug geworpen. Ik zoek een houding waarin ik de pijn kan verdragen. En ik blijf ademhalen.

Morning after

Ik kijk naar gisteren en zie hoe sterk ik uit balans geslagen was. Ik begrijp het van mezelf en kan mild zijn. Rustig breng ik de kinderen weg, ga ik aan mijn bureau zitten en doe ik mijn werk, met toch wel enige moeite. Ik word rustiger, ik blijf mild, moet er haast geen moeite voor doen. De pijn is er nog, zoals bijna elke dag, maar ik kan het verdragen. Vanavond moet ik mezelf weer op die mat dwingen, doen wat ik gisteren niet kon. Ik blijf ademhalen, ik kan dat.