De nachten

I. Babybroer valt in zijn eigen bedje in slaap. Elke nacht. Hoewel hij dichter bij zijn tweede dan bij zijn eerste verjaardag is, staat dat bedje naast mijn bed. Elke nacht. Ergens midden in de nacht hoor ik ‘uh?’. En dan vind ik hem, gesloten ogen, slaapdronken. Dan pak ik het kleine lijfje in het slaapzakje op, en de knuffel en tut erbij en dan leg ik hem tegen mij aan. Tegen me aan valt hij onmiddellijk in slaap, content. Ik voel zijn voetjes door de slaapzak heen, ik streel zijn pluizig hoofd, ruik aan zijn handjes en krul me beschermend om hem heen.

II. Klam is ie, van angst. Kleuterzoon, gevoelig zieltje. ‘Wil je bij mij in bed?‘ Hij knikt. Ik til hem op, plof hem in het grote bed. Babybroer wordt er wakker van en wil gezellig meedoen. Daar liggen we dan, met drie. Babybroer in zijn nopjes want met drie in bed is feest, ook tussen 12 en 2. Kleuterzoon slaapt wonderwel door al die vreugde heen, en ik blijf ‘ssst‘ mompelen. En ‘het is nacht, joh‘. Even later ligt het mannetje toch rustig ademend tegen mij aan, met een hand op de wang van zijn broer.

III. Dat ze moeten ophouden met mij wakker te maken. Dat ik slaap nodig heb, en dat het zo niet verder kan. Ze zitten op bed, en kijken verbaasd. Het is zondag, zes uur ’s ochtends. Ik rits humeurig het slaapzakje van de Baby die eigenlijk een peuter is, open. De jongens laten zich uit bed glijden, ik trek de lakens over mijn hoofd en doe alsof ik slaap. Blijkbaar zeil ik toch even nog even weg, want als ik wakker wordt, ligt de kamer vol toiletpapier, boekjes en lego en lopen mijn zonen gillend van de pret achter elkaar aan. Koffie. Nu.

Nachtelijk ouderschap. Ik had daar ideeën over, ik las boeken, ging met de opvoedingswinkel praten en bedacht strategieën gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Intussen weet ik met mijn moederhart dat het een utopie is te denken dat kinderen 12 uur lang zonder hun verzorger kunnen. Dat het natuurlijk is om samen te slapen, dicht bij elkaar te zijn. En ik koester de momenten met slapende zieltjes bij mij in  het grote bed. Ook dit zal zo voorbij zijn. Op een dag zullen Babybroer en Kleuterzoon jongens zijn. En op een dag niet zo veel later, mannen. Mannen in de dop die te stoer zullen zijn voor een knuffel of een moederkus. Dus laat me nog maar even slapen, met die kleine voetjes in mijn hand.