Kwetsbaarheid

Intussen weet ik het wel. Vermoeidheid is nergens goed voor. Toch niet voor mij. De veerkracht die ik heb ontwikkeld intussen, verschrompelt erdoor.

Helaas weten de zonen dat niet. Dat vermoeidheid de vijand is. Vooral niet als ze ziek zijn. Dan roepen ze er ’s nachts rustig op los, of hernemen ze hun geweldige gewoonte om om vijf uur wakker te worden. Voor echt, ja, om op te staan.

En zo komt het dat ik hier zit, met mijn ziel onder mijn arm.

Vanochtend was er een lange reis naar het werk. Alles wat mis kon gaan, ging mis. Toen ik er eindelijk was, had ik er al een werkdag aan treinreizen opzitten, ongeveer. Mistroostig had ik gedacht dat dat het thema van mijn leven een beetje is: heel hard mijn best doen en amper vooruit komen. Ik moest om die gedachte ook wel wat om mezelf lachen. Het drama droop er af. Maar soms mag dat een keer. Toch?

De laatste tijd ben ik er trots op dat ik sterker en zelfstandiger word. Dat ik de dingen zelf oplos, en niet naar anderen bel om raad of hulp. Dat ik mijn schouders er onder zet. Dat ik er weer sta.

En plots, vandaag, herinner ik me hoe fijn het is om kwetsbaar te mogen zijn bij iemand. Hoeveel lef het vraagt, ook. Hoe breekbaar het is om je van je kleinste kant te laten zien en toe te geven dat je het allemaal niet weet. Of dat je bang bent. Of moe. Of dat je gewoon even niets te vertellen hebt, dat je alleen maar wat wil zijn. Of dicht zijn.

Ergens in mijn hoofd wordt een doosje geopend met herinneringen aan kwetsbaar zijn bij Dirk. Het is lang geleden, maar ik voel iets van heimwee prikken. Ik sluit het doosje, want het hoeft nu ook weer niet te gaan jeuken.

De avond uitzitten. Nog wat werk verzetten. Hopen op een goede nacht. De teugels van mijn gedachten en gevoelens strak trekken. Weten dat het morgen wel weer beter zal gaan. Hup.

Bij het gevoel kwam er een herinnering aan een gedicht boven. Het is van Roland Holst, en ik deel het bij deze:

ZWERVERSLIEFDE

Laten wij zacht zijn voor elkander, kind –
want, o de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie’ in de oude wind.

O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder de wind in hulpeloos verdriet.

Wij zijn maar als de blaren in de wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind –

En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same’ in ’t oude waaien zwijgen
binnen een laatste droom gemeenzaam zijn.

Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom – voor we elkander weer vergeten –
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.

Advertenties

5 gedachtes over “Kwetsbaarheid

  1. Ik kom hier nog niet zo lang lezen, maar je schrijfsels boeien me. Ik heb bewonder voor jouw inzet met twee kleine mannekes en geen grote man in de buurt! En ja, af en toe mag er wat drama zijn. Courage!!

  2. Ik lees hier al lang mee maar heb nog maar weinig gereageerd. Ik zou heel veel kunnen schrijven maar ik vind mijn gedachten altijd erg banaal tov de jouwe. Ik herken heel veel in wat je schrijft. Ik heb ook 2 kindjes maar ben niet alleenstaand (man is wel veel afwezig en vaak ook wat “onwillig” als vader/gezinslid). Ik vind dat jij het super doet.

    Ik steek heel veel op van jouw berichten. Wat een inzichten ! Elk berichtje van jou draag ik met me mee en ik probeer jou van ver energie door te sturen.

    Heel mooi gedicht, bedankt om het te delen – net als al je andere gedachten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s