Een mindere mama

Babyzoon & Kleuterbroer.

Heel vaak voel ik me een mindere mama. Ik denk dat ik altijd wel al twijfelde, aan mezelf. Toen ik met jou, Kleuterbroer, door de straten van de stad liep, jij in de draagdoek, ik net moeder, had ik altijd het gevoel dat ik een studente was die op een kindje babysitte. Maar jij was het kindje en ik was jouw moeder. Bij Babyzoon was ik al wat meer gewend aan het moeder-zijn, maar toch. Toch waren er van die momenten dat ik twijfelde. Elke dag, ja. Momenten dat ik naar mijn moeder belde als jullie ziek waren, om te horen wat ik zelf heel goed wist: dat jullie medicatie moesten krijgen, dat de koorts niet mocht stijgen, niet te warm toedekken, regelmatig gaan kijken. En er waren momenten dat ik van Dirk wou horen wat ik moest doen, terwijl ik het eigenlijk gewoon al deed. Of dat ik zijn plan voor de dag volgde, terwijl het mijne veel beter was.
Ik vond andere moeders ook altijd echter en beter. Die hebben lakentjes passend bij de pyjama’s van hun kindjes, allemaal nieuwe kleedjes (terwijl mijn jongens vooral tweedehands/gekregen spul dragen), ze hebben minder wallen dan ik, doen aan handwerk met hippe stofjes, ze hebben een geslaagd huwelijk en alles is schijnbaar onder controle. Ik ben eerder het type sorrymoeder en ploetermoeder.

Laatst bracht ik jou, Kleuterzoon naar een vriendje. Wat voelde ik me schamel, daar voor de deur van de grote villa, waar een bordje ‘advocaat’ (mama) en ‘dokter’ (papa) elkaar leken te willen verdringen. Daar stond ik, met warrig haar, een Baby met snot op mijn arm en in de regen, met een Kleuter die al drie woedebuien had gehad en écht niet van plan was zijn schoenen zonder morren uit te doen in dat huis waar geen enkel speelgoedje op de grond lag.

Of wat voel ik me ver van alles en iedereen, als een vriendin zit te vertellen hoe ze feest-outfits voor haar dochters bij elkaar heeft geshopt, terwijl ik zit te puzzelen met geld om voor Kleuterzoon eindelijk een groter bedje te kopen.

Maar kijk. Jullie liggen in warme bedjes, met warme, schone en ja, hoor, gekregen pyjama’s aan. Jullie buikjes rond van de pasta, waar Babyzoon na drie borden nog niet genoeg van had. Vandaag heb ik je hand vast gehouden, Kleuterzoon, toen je bang was. Ik ben een ridder geweest en een politievrouw.
Babyzoon, ik heb je vanavond al drie keer uit bed getild en rechtop gehouden toen je moest hoesten, kleine grapjes met je gemaakt, je rugje ingesmeerd met balsem en ik versta je woordeloos. Er is altijd verse soep in dit huis, en de grond is meestal bezaaid met speelgoed. Jullie kleedjes heb ik net aan de wasdraad gehangen, maar wat jullie morgen dragen ligt op de verwarming, zodat het al een beetje opgewarmd is voor ik jullie aankleed. De afwas is gedaan, de boekjes liggen op een stapel klaar om morgen weer gelezen te worden, en ik kus jullie vlinderzacht voor ik zelf ga slapen om jullie niet wakker te maken.

Als dat geen uitstekend voorbeeld van moederschap is, weet ik het ook niet meer. Toch, jongens?